Prikbord

Berichten

Classic to graphics 5: Inferno in beeld van Dante tot Doré

Klassieke verhalen worden telkens opnieuw verteld – ook in strips – en blijven daardoor fris. Maar wat maakt deze verhalen zo bijzonder? En hoe veranderen ze door de tijd? In Classic into Graphics gaat Bart van der Steen op onderzoek uit. In de vijfde en laatste aflevering van onze zomerserie bespreekt hij de stripwereld van Dantes De Goddelijke Komedie.

Wat doe je als je een stad bestuurd hebt, het hebt opgenomen tegen keizer en paus, alles hebt verloren en verbannen wordt uit je geboortestad? Geen twijfel over mogelijk: dan schrijf je een episch gedicht.

Zo verging het Dante. Na jaren van politieke strijd accepteerde hij zijn verlies. Hij trok zich terug in ballingschap en zette zich aan het beschrijven van De Goddelijke Komedie: Een imaginaire reis door de hel, het vagevuur en de hemel. In de hel ontmoet hij politieke tegenstanders die op de meest gruwelijke manier gemarteld worden. In het vagevuur ziet hij oude vrienden terug, die door hard werk hun zielenheil proberen veilig te stellen. En in de hemel wordt hij herenigd met zijn geliefde Beatrice.

In eerdere blogs besprak ik hoe de verhalen van Lovecraft en Kafka zijn verstript. Daarbij merkte ik op dat ik gefascineerd ben door hun ideeën, maar hun boeken met moeite doorkwam. Juist daarom ging ik – nadat ik die werken alsnog had gelezen – op zoek naar goede verstrippingen.

Door De Goddelijke Komedie werd ik echter direct gegrepen. Dante beschrijft niet alleen de hel in geuren en kleuren, maar ook hoe bang hij ervoor is. Korte tijd lijkt hij er alleen voor te staan, omringd door wilde dieren zodat hij geen kant op kan. Maar dan treedt Vergilius aan zijn zijde, die hem door de hel en het vagevuur leidt en hem telkens opnieuw moed inpraat wanneer Dante niet meer verder durft. Maar omdat Vergilius een ‘heiden’ is en nooit gedoopt, moeten ze afscheid nemen wanneer Dante de hemel betreedt – een hartverscheurend moment. Dante heeft niet alleen een episch gedicht geschreven, maar ook een spannend jongensboek.

Die prestatie is des te opmerkelijker omdat hij zich als dichter strenge regels oplegde, allen geïnspireerd op een even streng christendom. Iedere zin moest bestaan uit drie regels van elf lettergrepen. De regels verwijzen naar de Heilige Drie-eenheid en het aantal lettergrepen (33) naar de leeftijd waarop Jezus gekruisigd werd. De zinnen worden in elkaar gehaakt door een straf rijmschema: ABA BCB CDC DED.

Tóch lukt het Dante om een levendig verhaal te vertellen. Dante voegt zich niet naar de vorm, maar zet de vorm naar zijn hand. De worsteling met zijn eigen angsten, de vriendschap met Vergilius en zijn liefde voor Beatrice: hij weet het op vurige en beeldende wijze uit te drukken. Op een levendige manier beschrijft hij de hel en de straffen die zondaars er te wachten staan.

Het is dan ook geen verrassing dat Dante grote kunstenaars inspireerde, zoals Botticelli, William Blake en Salvador Dalí. Meer recent zijn ook striptekenaars begonnen Dante’s avonturen te verbeelden. Daarbij valt op dat het aantal stripbewerkingen beperkt is, maar de diversiteit in vormen en kwaliteit groot. Welke werken springen er echt uit?

Striptekenaars die zich aan Dante wagen, kunnen niet om Doré heen. De 19e-eeuwse etsen van Gustave Doré zijn bijna canoniek te noemen. Ze tonen hoe mensen zich eeuwenlang de hel en het vagevuur voorstelden. Zijn zwart-witbeelden maken volop gebruik van clair-obscur, en Doré verhoogt het drama door een levensechte Dante af te beelden naast afzichtelijke monsters en menselijk lijden zonder weerga. Bovendien laat Doré zien welke indruk deze taferelen maken op Dante zelf. Hij toont dus niet alleen wat Dante ziet, maar ook het effect dat het heeft – op hem én op ons. Luxe-uitgaven van Dante zijn haast altijd geïllustreerd met Doré’s etsen.

In recentere tijden hebben meerdere kunstenaars zich op Dante gestort. Daarbij valt op dat de meesten van hen Doré volgen en in zwart-wit werken. De meesten van hen zijn ook echte ‘indy’ comic makers, hoewel ook Disney en Marvel zich bij tijd en wijle met Dante hebben beziggehouden, bijvoorbeeld in Mickey Mouse en X-Men comics.

Twee vooraanstaande indy artiesten zijn Seymour Chwast (Dante’s Divine Comedy) en Gary Panter (Jimbo’s Inferno). Beiden vertalen Dante naar het heden. Bij Chwast is Dante een detective in Macintosh regenjas, bij Panter is Dante een punker die zijn weg moet zien te vinden uit een shoppingmall, een hel van oppervlakkigheid en consumptiedrang. De werken lijken ook op elkaar omdat beide artiesten gebruikmaken van een grove, directe stijl zonder opsmuk, alsof ze direct met pen op papier werken. Hun werken zijn daarmee twee artistieke statements van makers die geloven dat Dante iets zegt over het heden.

Er zijn echter ook verschillen. Zo is Chwast de enige die de gehele Goddelijke Komedie illustreert, terwijl anderen zich steevast richten op alleen het eerste deel (de hel). Verder toont Chwast zich meer een grafisch ontwerper dan een illustrator. In een vrij koele stijl vat hij verschillende verzen samen tot infographics. Hij lijkt daarmee meer geïnteresseerd in de structuur van het werk dan in de emoties die het verhaal voortstuwen.

Panter gunt zichzelf meer vrijheid in het bewerken van het origineel. Uit alles spreekt een punk attitude en esthetiek. De hel is omgedoopt tot ‘Focky Bocky’, Vergilius is een robot en over de Styx vaart Jimbo/Dante met een gepantserd amfibievoertuig. Telkens blijkt dat Panter Dante goed gelezen heeft, maar het vereist veel gepuzzel en de drukke, grove tekeningen maken het lezen niet echt een feest.

Veel sterker is dan de bewerking van Hunt Emerson, een klassieke striptekenaar. Hem lukt wat de eerder genoemde artiesten niet lukken: Dantes verhaal vertellen als een spannend en grappig stripverhaal. Dante draagt weer zijn traditionele muts, de duivels hebben weer hoorntjes en nauwgezet illustreert Emerson de opeenvolgende cirkels van de hel en de martelingen die er verricht worden. Toch is ook dit geen ‘gewone’ verstripping van Dante, vanwege de vele grappen en grollen. Een cirkel van de hel wordt bewaakt door Margareth Thatcher. Ik moest daar een paar keer flink om lachen, maar Dante was het er niet mee eens geweest.

Onlangs leek de cirkel zich te sluiten toen Paul en Gaëtan Brizzi hun bewerking presenteerden van Dante’s Hel, scherp besproken door Erik Ploegmakers. Met hun stijl grijpen zij direct terug op Doré: de schijnbare potloodtekeningen, het clair-obscur, de statige Vergilius en de huiveringwekkende monsters. Ze vertellen Dante zoals het bedoeld is: plechtig, meeslepend en huiveringwekkend.

Toch kon Dante’s Hel mij niet bekoren. Het artwork is inderdaad indrukwekkend. Maar nooit had ik tijdens het lezen het gevoel dat ik een strip aan het lezen was. Daarvoor vond ik de beelden de statisch, is de vlakverdeling te gemaakt en bleef het me ergeren dat ze geen professionele letteraar hadden aangetrokken. Dante’s Hel blijft daarmee meer een verzameling van – toegegeven: prachtige – beelden dan een echte strip. En als het gaat om losse beelden, dan blijven de etsen van Doré nog altijd onovertroffen. Ze vormen een perfecte aanvulling op Dante’s woorden.

De Goddelijke Komedie blijft lezers trekken met zijn tijdloze verhaal. Het wachten is echter nog altijd op een paar creatieve geesten die Dante op een overtuigende manier de wereld van de strips intrekken.

Berichten

Classic to graphics 4: Kafka en comics zijn een gouden match

Klassieke verhalen worden telkens opnieuw verteld – ook in strips – en blijven daardoor fris. Maar wat maakt deze verhalen zo bijzonder? En hoe veranderen ze door de tijd? In Classic to Graphics gaat Bart van der Steen op onderzoek uit. In de vierde aflevering van onze zomerserie bespreekt hij Kafka’s wereldwijde comics appeal.

Honderd jaar na zijn dood is Franz Kafka nog altijd springlevend in onze taal en cultuur. Zodra mensen verstrikt raken in bureaucratische doolhoven of schijnprocessen, noemen ze hun situatie ‘Kafkaësk’. Maar wat betekent dat eigenlijk? En hoe breng je de beklemmende, soms absurde sfeer van zijn werk over aan nieuwe lezers? Verrassend genoeg kan het beeldverhaal – van graphic novel tot manga – daarbij een sleutelrol spelen.

Kafka werd in 1883 geboren en voelde zich vanaf zijn jeugd een buitenstaander. In een traditioneel gezin was hij bang voor zijn vader; in een omgeving waar iedereen Tsjechisch sprak, was zijn moedertaal Duits; in een land vol antisemitisme was hij Joods; en in een samenleving die arbeidsethos boven alles stelde, wilde hij maar één ding: schrijven.

Tijdens zijn leven verschenen slechts een paar korte verhalen, maar die verkenden wel de uitersten van het bizarre: mensen die wakker worden en ontdekken dat ze in een insect zijn veranderd (De gedaanteverwisseling); iemand die op een kolenkit stapt en ermee de lucht in vliegt alsof het de normaalste zaak van de wereld is (Het kolenkitverhaal); of mensen die hun brood verdienen… door niet te eten (Een hongerkunstenaar).

Hoe vreemd deze werelden ook zijn, ze vormen slechts het decor voor verhalen over het onvermogen van mensen om hun wereld te begrijpen, zinnig te communiceren of betekenisvolle relaties aan te gaan. Het resultaat is een beklemmend gevoel: de lezer merkt dat er iets “niet klopt” zonder precies te weten wat – net als de personages zelf. Dus, waar gaan Kafka’s verhalen nu écht over, en kunnen strips ons helpen dat te ontdekken?

Introducing Kafka: biografie en beeld

Een goed startpunt om die vraag te beantwoorden is Introducing Kafka van David Zane Mairowitz en Robert Crumb, een van de eerste graphic novels over Kafka. Het boek vervlecht op slimme wijze zijn leven en werk: we zien sleutelmomenten uit zijn biografie, hoe hij die verwerkte in zijn verhalen, én visuele adaptaties van klassiekers als Het proces, De gedaanteverwisseling en Een hongerkunstenaar.

Hoewel het logisch lijkt om een kunstenaar te verklaren vanuit zijn leven en tijd, ligt dat bij Kafka ingewikkeld. Hij probeerde juist zoveel mogelijk afstand te houden tussen zijn verhalen en de werkelijkheid, om literaire werelden te creëren die volledig op zichzelf konden staan. Critici zoals Adorno keerden zich tegen het ‘verklaren’ van Kafka’s werk uit zijn biografie: zo’n kleinburgerlijke aanpak was erop gericht de spanning op te lossen die zijn werken nu juist moeten oproepen.

Want winnen we ermee? Als we Kafka’s werk reduceren tot een commentaar op staatsbureaucratie, de opkomst van totalitarisme, de Talmoed, antisemitisme of “vaderproblemen”, verliezen we de beklemmende sfeer die zijn verhalen zo uniek maakt. In plaats van dichterbij te komen, verschuift de aandacht juist weg van waar het werkelijk om draait.

Toch – Adorno ten spijt – is Introducing Kafka een briljant werk. Het biedt een toegankelijke kennismaking met zijn leven en prachtige visualisaties van zijn bekendste verhalen. Mairowitz en Crumb benadrukken vooral de tragiek in Kafka’s werk: eenzame, geïsoleerde mensen die geen verbinding kunnen maken en worden vermalen door de machinerie van de staat. Tegelijk laten ze zien hoe Kafka inmiddels is uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen, vertaald in talloze talen en verbeeld in een breed scala aan stijlen.

Drie heel verschillende stripadaptaties laten dat goed zien: één uit de VS, één uit Japan en één uit Europa.

Een wereldwijde beeldtaal

Allereerst is er Kafkaesque van Peter Kuper, een beeldbewerking van veertien verhalen. Opvallend is zijn keuze voor de krasbord-techniek. Kuper gebruikt zwartgemaakt papier waaruit witte lijnen tevoorschijn worden gekrast; net zoals Frank Miller deed voor Sin City.

Door in zwart-wit te werken, sluit Kuper aan bij een lange traditie. Denk aan Orson Welles’ The Trial met zijn beroemde lange schaduwen, de zwart-witfilm Kafka uit 1991, en ook Introducing Kafka. Kuper zet die lijn door, maar voegt er zijn eigen stempel aan toe. Met een cartooneske stijl benadrukt hij zowel het absurdisme als de humor in Kafka’s werk. Tegelijkertijd plaatst hij de verhalen in een uitgesproken Amerikaanse context, compleet met kritiek op politiegeweld, personages van kleur en verwijzingen naar de consumptiemaatschappij.

Het Japanse duo Nishioka Kyodai vertaalt Kafka’s verhalen juist weer naar manga, maar niet op de traditionele manier. Ze kiezen voor een mysterieuze, dubbelzinnige beeldtaal die de ambiguïteit van Kafka’s proza weerspiegelt. Deze benadering moet de lezer ertoe aanzetten de (beeld)verhalen ‘uit te pakken’ en de betekenis te onderzoeken. Het hoogtepunt is hun versie van De gedaanteverwisseling. Bij het verschijnen van dat boek had Kafka bedongen dat de kaft het insect zelf niet zou tonen. Dat moest aan het voorstellingsvermogen van de lezer gelaten worden. De Nishioka’s volgen die wens: ze laten alleen de mensen om het insect heen zien, die zich tot hem en zijn transformatie moeten verhouden. De hoofdpersoon blijft onzichtbaar – een ultiem Kafkaësk gebaar.

Ook Europese stripmakers hebben zich gretig op Kafka gestort. Een opvallend voorbeeld is Danijel Zezelj, die meerdere verhalen samenvoegt tot één geheel. Hij werkt eveneens in zwart-wit, maar geeft er een twist aan: waar Crumb en Kuper de claustrofobie van Kafka’s werelden benadrukken door personages in benauwde interieurs te plaatsen, tekent Zezelj uitgestrekte landschappen waarin de figuren bijna verdwijnen. Zo maakt hij zijn personages op een heel andere manier klein. Zezelj legt de nadruk op het expressionistische karakter van Kafka’s werk en laat zien hoe mensen ook in leegte en openheid kunnen verdwalen. Zijn meesterlijke gevoel voor paginalay-out en close-ups versterkt dat effect.

In Kafka’s oeuvre kloppen meerdere harten: het een is tragisch, het ander humoristisch, een is absurdistisch en een ander expressionistisch. De verschillende stripbewerkingen lukt het telkens om één van die facetten extra te belichten. Voor wie altijd al Kafka wilde lezen, maar er steeds in vastliep, vormen deze beeldverhalen een prachtig startpunt.

Berichten

Classic to graphics 3: Van cult naar klassieker - Hoe Alan Moore Lovecraft nieuw leven inblaast

Klassieke verhalen worden telkens opnieuw verteld – ook in strips – en blijven daardoor fris. Maar wat maakt deze verhalen zo bijzonder? En hoe veranderen ze door de tijd? In Classic into Graphics gaat Bart van der Steen op onderzoek uit. In de derde aflevering van onze zomerserie bespreekt hij de stripwereld van H.P. Lovecraft.

Laat me maar beginnen met een bekentenis. Ik houd van Lovecrafts mythische wereld: Cthulhu, Necronomicon, het pantheon van Great Old Ones. Maar zijn verhalen las ik altijd met moeite. Te lang, te taai, te saai. Tot Lovecraft moest ik komen via een omweg. Via strips! Daarin kwam Lovecrafts wereld pas echt tot leven. De link tussen Lovecrafts cosmic horror en comics is ook niet toevallig. Lovecrafts verhalen verschenen vanaf de jaren twintig in pulp magazines: goedkoop gedrukte werken, die het voor de verkoop vooral moesten hebben van hun buitenissige covers. Net zoals de comics die in deze periode opkwamen als genre. En nadat horror en comics volwassen werden, werd die band alleen maar hechter.

Door de jaren hebben tientallen stripmakers zich op Lovecraft gestort. Zozeer zelfs dat er binnen de Lovecraft-strips weer subgenres zijn ontstaan. In dit blog bespreek ik er drie, maar dat is niet alles. Bovenal wil ik een lans breken voor Alan Moore’s Providence, dat in mijn ogen de meest originele benadering is tot Lovecrafts werk.

Lovecraft schreef zijn verhalen in de jaren 1920 en 1930 als pulp-auteur. De term “pulp” komt van het goedkope papier waarop deze magazines gedrukt werden – gemaakt van houtpulp – maar verwees evengoed naar de vaak “goedkope” inhoud. Pulpmagazines waren razend populair, maar onderscheidden zich – volgens de critici – van de echte literatuur door hun oppervlakkige karakter: actie kwam op de eerste plaats, terwijl diep uitgewerkte plots of gelaagde personages zelden aan bod kwamen. De populairste genres waren misdaad, fantasy, sciencefiction en horror.

Terwijl Lovecraft zijn “goedkope” horrorverhalen schreef, kwam de strip op als een gelijkaardig pulpgenre. Net als Lovecrafts werk werden strips lange tijd weggezet als simpel tijdverdrijf voor de massa – zonder enige literaire diepgang of complexiteit.

Inmiddels is dat beeld flink veranderd. Lovecraft wordt vandaag erkend als een invloedrijk én literair auteur. En hoewel het bij strips wat langer duurde, worden ook zij nu serieus genomen als volwaardig literair genre. Die dubbele ontwikkeling heeft geleid tot een boeiende kruisbestuiving: hoe meer Lovecrafts werk als literatuur wordt beschouwd, hoe vaker het dient als inspiratie voor hoogwaardige graphic novels.

Stripauteurs en illustratoren hebben altijd al een bijzondere band gehad met Lovecraft. Ze maakten geïllustreerde edities van zijn werk, verstripten zijn verhalen en brachten zelfs graphic biographies uit. Wat opvalt aan recente projecten, is dat ze steeds doordachter en gelaagder worden. De relatie met Lovecraft is niet langer alleen gebaseerd op bewondering, maar ook op een kritische en creatieve herinterpretatie van zijn werk.

Cosmic horror, the Cthulhu Mythos and the Issue of Style

Voor stripmakers is Lovecrafts werk als een snoepwinkel. Alles aan Lovecraft leent zich tot tekenen, visualiseren, bewerken en overdrijven. Alleen al zijn portret spreekt tot de verbeelding. Maar ook zijn monsters, zijn obsessies en de stijl van zijn verhalen.

Want Lovecraft bracht iets radicaal nieuws in het horrorgenre. Hij vertelde zijn verhalen ‘verkeerd om’. Vergelijk Dracula met Cthulhu, en je snapt het verschil meteen. In het begin is Dracula angstaanjagend, maar aan het einde van het verhaal wordt duidelijk hoe je hem kunt verslaan – met knoflook en een kruis. Kennis verlost ons.

Maar in The Call of Cthulhu komt de echte horror pas op het einde, wanneer onthuld wordt dat deze oeroude, buitenaardse entiteit ooit de aarde beheerste – en dat waarschijnlijk wéér zal doen. Hoe meer we ontdekken over Cthulhu en zijn universum, hoe duidelijker het wordt dat we onbeduidend zijn. Er is geen kans op ontsnapping of overwinning. Het enige wat ons rest is acceptatie of waanzin.

En met Cthulhu zijn we er nog niet. Net als bij Sherlock Holmes heeft Lovecraft zijn verhalen met elkaar verbonden. Ze verwijzen naar elkaar en bouwen aan een groter geheel – een soort universum vol god-achtige wezens zoals Cthulhu, Dagon en Shoggoth. Zelfs als je álles leest, heb je maar een glimp opgevangen van het grotere plaatje. Precies zoals zijn personages nooit het hele kosmische raadsel kunnen bevatten.

Dat laatste punt benadrukt Lovecraft met zijn schrijfstijl. Lovecrafts verhalen zijn vaak opgebouwd als dagboeken, rapporten of brieven van wetenschappers en geleerden. Die vertelvorm – formeel, academisch en afstandelijk – past bij zijn filosofie: de waarheid ontgaat ons. De lezer kijkt mee over de schouder van de wetenschapper, ziet dat deze ernaast zit, maar beseft tegelijkertijd dat hem zelf ook van alles ontgaat.

Drie klassieke benaderingen

De verhalen van Lovecraft verschijnen doorgaans zonder illustraties. Dat is vreemd, omdat Lovecraft zijn monsters tot in detail beschreef en zelf ook tekeningen maakte. Hier ligt een kans voor graphic novels en strips. Zij kunnen zijn wereld visueel tot leven te brengen. Dat is inmiddels zo vaak gedaan, dat er drie subgenres te onderscheiden zijn.

Allereerst zijn er ‘klassieke’ stripbewerkingen van de Lovecraft-verhalen. Daarin gaat het erom de verhalen zo getrouw mogelijk weer te geven. Deze strips hebben mij de wereld van Lovecraft ingetrokken. Onovertroffen is Het onzienbare door Erik Kriek, waarin vijf verhalen verbeeld worden. Met zijn zwart-wit stijl en stevig gebruik van schaduwen brengt hij een ode aan de oude pulps. En door afwisselend statische en dynamische scenes te gebruiken neemt hij de wat stijve, ingetogen schrijfstijl van Lovecraft als beginpunt om vandaaruit te bewegen naar actiescenes.

Eveneens gericht op getrouwe weergave zijn graphic biographies zoals He Who Wrote in Darkness door Nikolavitch en Gervasio. In deze strip wordt rechttoe rechtaan de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven van Lovecraft opgedist. We leren dat hij er antisemitische ideeën op nahield (hoewel zijn beste vriend Joods was en daar pas na de dood van Lovecraft achterkwam), maar ook dat hij verzot was op schepijs. De tekenstijl is traditioneel en effectief. Maar in het werk gebeurt weinig spannends.

Interessanter zijn dan de werken waarin Lovecrafts leven en literatuur door elkaar heen gaan lopen. Denk aan The Strange Adventures of H.P. Lovecraft door Carter en Salmons. Hetzelfde gebeurt in Lovecraft door Rodionoff en Breccia. Lovecraft is daarin een soort profeet en zijn verhalen vertellen van een wereld voor monsters die op het punt staat de onze te overrompelen. Ja, Lovecraft was daadwerkelijk afwezig, contactgestoord en afstandelijk, maar dat kwam omdat hij voortdurend bezig was de poort naar het helse Andere te dichten. Onzin natuurlijk, maar het geeft de makers kans om visuele trips door Lovecrafts wereld te creëren en Lovecraft daar zelf slachtoffer van te maken. Ze eindigen met de onheilspellende woorden: “For the time being, the gate remains closed.”

De meester aan het werk

Maar van alle moderne interpretaties van H.P. Lovecraft steekt er voor mij één met kop en schouders bovenuit: Alan Moore’s stripromans Neonomicon en Providence. Moore, bekend van Watchmen en V for Vendetta, heeft niet zomaar een eerbetoon gemaakt – hij heeft een literaire en visuele meesterzet geleverd.

Wat maakt zijn werk zo bijzonder? Allereerst het feit dat Moore Lovecrafts verhalen, wezens en mythologieën samenweeft tot één coherent universum. Zijn aanpak doet daarbij denken aan zijn eerdere League of Extraordinary Gentlemen, waarin hij negentiende-eeuwse pulp-karakters in één wereld plaatste. Elk detail – van locaties tot namen – verwijst naar Lovecrafts wereld. Hoe beter je Lovecraft kent, hoe rijker Moore’s verhaal wordt. Providence voelt als een puzzel waarvan de stukken langzaam in elkaar vallen.

Maar daarnaast werpt Moore een kritische blik op Lovecraft zelf. Lovecrafts werk zit vol racistische en seksistische stereotypes en ondertonen. Moore negeert dat niet, maar speelt er juist mee. Zijn hoofdpersonage, Robert Black, is een Joodse, homoseksuele journalist – precies het type dat Lovecraft zou hebben gemeden. Via Black onderzoekt Moore wat er schuilgaat onder het ‘normale’ Amerika – en laat hij zien hoe Lovecrafts angsten ook sociaal en cultureel geladen zijn.

Wat Moore’s werk echt uniek maakt, is hoe hij Lovecrafts verhalen over de onvermijdelijke ondergang van de westerse rationele wereld transformeert tot een soort profetie. In Providence worden de kosmische verschrikkingen realiteit doordat Black ze onderzoekt en ontdekt. De horror wordt letterlijk tot leven gewekt door het lezen van Lovecraft zelf. En de titel zegt alles: Providence (voorzienigheid). De titel is een knipoog naar Lovecrafts woonplaats, maar ook naar zijn grafsteen met de woorden: “I am Providence”.

Illustrator Jacen Burrows levert een ware krachttoer in Moore’s twee boeken. Lovecrafts verhalen hebben iets broeierigs. Hij beschrijft de wereld zoals hij is, maar tegelijkertijd klopt er iets niet. Onder de oppervlakte gaan monsters schuil. En hoe beter je kijkt, hoe sneller het misgaat. Burrows spiegelt dat gegeven met een naturalistische stijl, die telkens ook wat off is. Niets is wat het lijkt, lijkt hij te willen zeggen – en dat is precies waar het Moore om te doen is.

Berichten

Classic to Graphics 2: Koning Arthur als twee legendes in twee strips

Klassieke verhalen worden telkens opnieuw verteld – ook in strips – en blijven daardoor fris. Maar wat maakt deze verhalen zo bijzonder? En hoe veranderen ze door de tijd? In Classic to Graphics gaat Bart van der Steen op onderzoek uit. In de tweede aflevering van onze zomerserie bespreekt hij de stripwereld van Koning Arthur.

Koning Arthur is nooit echt gestorven. Tenminste, zo gaat de legende. Na een zwaar gevecht met zijn zoon Mordred werd hij zwaargewond naar het mysterieuze eiland Avalon gebracht door zijn halfzus. En daar ligt hij nog steeds, wachtend op de dag dat Engeland hem weer nodig heeft. Daarom wordt hij de “once and future king” genoemd.

Hoewel het verhaal mythologisch klinkt – en dat is het ook – besloot koning Hendrik II (1133–1189), ruim zeshonderd jaar later, om voorgoed af te rekenen met het idee dat Arthur nog leefde. Zijn plan? Bewijs vinden dat Arthur écht dood was, door zogenaamd zijn graf te ontdekken bij Glastonbury Abbey.

Waarom? Omdat Welshe rebellen in opstand waren gekomen en verklaarden dat niet Hendrik, maar Arthur hun ware koning was. Door een nieuwe versie van het verhaal te lanceren – eentje waarin Arthur gewoon begraven lag – hoopte Hendrik die geruchten te stoppen.

Hier zie je maar: zelfs als het ‘maar een verhaal’ is, kan de legende van Arthur mensen in beweging brengen. Zelfs tot opstand aan toe. En daar kwam weer een tegenverhaal uit voort – ook verzonnen, maar met echte impact.

Tegenwoordig lijkt het misschien vergezocht dat mensen nog in actie komen voor een mythische koning. Maar fictie kan nog steeds echte daden uitlokken. Denk bijvoorbeeld aan verhalen over een ‘gestolen verkiezing’ die mensen zover krijgen om een parlementsgebouw te bestormen.

De onderhuidse kracht van Arthur is misschien minder explosief, maar zijn populariteit leeft nog steeds voort. Hij duikt overal op: in romans, animaties, films en in strips. In dit stuk bespreek ik twee graphic novels over koning Arthur. Niet alleen omdat ze slim geschreven en visueel indrukwekkend zijn, maar ook omdat ze op een slimme manier teruggrijpen op de oude Arthurlegendes.

Twee canonieke koning Arthurs

Volgens de overlevering was Koning Arthur een zesde-eeuwse Engelse vorst. Historisch gezien is de kans klein dat hij echt heeft bestaan, maar volgens de overlevering bracht hij orde en rust in een door oorlog en wetteloosheid verscheurd Engeland. Hij zou het land hebben verdedigd tegen buitenlandse indringers en een eind hebben gemaakt aan een periode vol anarchie en machtsmisbruik door lokale krijgsheren. Arthur richtte de Orde van de Ridders van de Ronde Tafel op en gaf het startschot voor de zoektocht naar de Heilige Graal.

Vanaf de negende eeuw werd de legende van koning Arthur populair in zowel Groot-Brittannië als Frankrijk. In de twaalfde eeuw kreeg het verhaal langzaam maar zeker zijn vaste vorm. Lange tijd bestonden er allerlei versies van het Arthurverhaal naast elkaar, maar twee daarvan sprongen eruit – en precies die twee zouden uiteindelijk hun weg vinden naar de wereld van de strip.

Het eerste canon: Le morte d’Arthur

De meest gezaghebbende versie van de Arthurlegende werd aan het einde van de vijftiende eeuw opgeschreven door ridder, politicus en schrijver Sir Thomas Malory: Le Morte d’Arthur (1485). Natuurlijk bestonden er al eerdere versies, zoals Geoffrey of Monmouths Historia Regum Britanniae (ca. 1135), Wace’s Roman de Brut (1155), de werken van Chrétien de Troyes (ca. 1135/1140–1190) en het Lancelot-en-prose (1215–1230). Maar Malory’s versie springt eruit als een van de toegankelijkste en complete vertellingen van het Arthurverhaal tot dan toe.

Dat Malory juist de Arthurlegende koos, was geen toeval. Hij had gevochten in de Rozenoorlogen (1455–1485), een burgeroorlog die Engeland dertig jaar lang verscheurde. Tijdens die oorlog werd Malory gevangen genomen en opgesloten. Terwijl het geweld buiten doorging, keerde hij zich – vanuit zijn cel – tot Arthur: de mythische koning die ooit vrede en orde bracht in een verdeeld land.

Malory verzamelde alle Arthurverhalen die hij kon vinden en smeedde ze samen tot één samenhangend geheel. Zijn versie werd lange tijd dé standaard.

Hoewel Malory in het Engels schreef, kreeg het boek van zijn uitgever een Franse (en grammaticaal onjuiste) titel. Le Morte d’Arthur was oorspronkelijk de titel van het laatste hoofdstuk, een verwijzing naar oudere Franse versies van de legende. Door deze titel aan het hele boek te geven, kreeg het verhaal een donkere ondertoon. Vanaf de eerste pagina weet de lezer dat het slecht zal aflopen: ondanks al zijn heldendaden zal Arthur uiteindelijk sterven – verraden en gedood door zijn eigen zoon Mordred. Zo krijgt het verhaal iets tragisch, bijna Grieks: het einde staat vast, en juist de pogingen om het noodlot te ontwijken leiden tot de ondergang.

Le Morte d’Arthur is bedoeld als een soort compendium, wat het niet per se makkelijk leesbaar maakt. De lezer krijgt een stortvloed aan personages voorgeschoteld, wiens verhalen gelijktijdig en met elkaar verweven worden verteld – een verteltechniek die doet denken aan hoe Marvel-films en -series tegenwoordig met elkaar verbonden zijn (deze techniek heet entrelacement).

Toch verschilt Malory’s aanpak van die van Marvel. Waar moderne verhalen vaak focussen op het ‘waarom’, richt Malory zich vooral op het ‘wat’: hij beschrijft wat de personages doen en wat hen overkomt, maar er is weinig ruimte voor innerlijke dialogen, karakterontwikkeling of persoonlijke motivaties.

Het tweede canon: The once and future king

Heel anders is de tweede moderne canonieke versie van de Arthurlegende: The once and future king van T.H. White (1958). Eind jaren dertig besloot de voormalig leraar White het Arthurverhaal opnieuw te vertellen, grotendeels gebaseerd op Malory. Net als Malory leefde White in een tijd van oorlog. Engeland werd geconfronteerd met interne verdeeldheid en dreiging van buitenaf. En dus wendde ook hij zich tot koning Arthur – de koning die ooit orde en vrede had gebracht in een verscheurd land.

Maar White koos voor een lossere, humoristische stijl. Merlijn is bijvoorbeeld een verstrooide tovenaar die achterstevoren door de tijd leeft. Het ‘Questing Beast’ – in de oorspronkelijke verhalen nog een angstaanjagend monster – wordt bij White een soort komische sidekick. Halverwege de reeks merkt White zelfs terloops op: “Arthur was not one of those interesting characters…”

Toch zit White’s vertelwijze slim in elkaar. In plaats van alles te willen vertellen, zoals Malory deed, kiest White ervoor zich te richten op een klein aantal personages, hun innerlijke drijfveren en de relaties tussen hen. En juist daardoor komen sommige momenten des te harder binnen. Bijvoorbeeld wanneer hij de relatie tussen Lancelot en Arthur beschrijft, of Arthurs laatste avond voor het gevecht met Mordred. Op zulke momenten maakt de humor plaats voor oprechte tragiek. White’s versie is tot op de dag van vandaag de populairste moderne hervertelling van het Arthurverhaal.

Twee canons: twee comics

Het verschil tussen de twee belangrijkste canonieke versies van de Arthurlegende zie je duidelijk terug in twee graphic novels. Natuurlijk zijn er tientallen strips over koning Arthur, maar hier focus ik op deze twee.

De eerste is Le Morte d’Arthur, geschreven door John Matthews en getekend door Will Sweeney. Matthews is een internationaal gerenommeerde Arthurkenner – hij was onder andere historisch adviseur bij de film King Arthur uit 2003 – en Sweeney is striptekenaar, illustrator en designer. Hun graphic novel blijft dicht bij het bronmateriaal: het werk van Malory. De toon en de tekenstijl zijn serieus en realistisch, wat het verhaal een mythische, saga-achtige sfeer geeft.

In het voorwoord zegt Matthews dat hij geprobeerd heeft om de wirwar van verhalen iets toegankelijker te maken, en om op z’n minst een glimp te geven van de motivaties van de vele personages. Maar de grote kracht van dit stripboek zit in de trouw aan Malory: zowel qua toon als qua structuur. Dat blijkt ook uit het tekenwerk dat degelijk en traditioneel van vorm is. Oorspronkelijk was dit bedoeld als een vierdelige reeks, maar helaas is tot nu toe alleen het eerste deel verschenen.

Once & Future

Heel anders is de aanpak van Once & Future. Net zoals White’s Once and Future King een losse bewerking was van Le Morte d’Arthur, is deze comic een vrije, humoristische adaptatie, maar wel stevig geworteld in de wereld van de Arthurlegendes.

Wat is het verhaal? In 2020 vindt een groep Engelse white nationalists het zwaard Excalibur en wekken daarmee Arthur weer tot leven. Ze hopen dat hij orde en eenheid zal brengen, maar dan op hun manier: door alle minderheden het land uit te zetten. Maar eenmaal herrezen blijkt Arthur een Romano-Britse koning te zijn – een doodsvijand van de Angelsaksische ‘indringers’ die Engeland vanaf de zevende eeuw binnentrokken. Voor Arthur betekent ‘orde herstellen’ dus: alle huidige bewoners van de Britse eilanden verdrijven.

In plaats van een nieuw begin dreigt Arthur het land in totale ondergang te storten. Nu is het aan een groep hippies en buitenstaanders om het op te nemen tegen deze genocidale zombie-koning. Hun enige wapen – naast zwaarden, geweren en explosieven – is hun kennis van de verschillende versies van de Arthurlegende. In Once & Future, net als in de openingsanekdote van deze blog, geldt: elk verhaal dat door anderen wordt geloofd, krijgt kracht. Het kan zelfs oude, mythische zombie-koningen tot leven wekken.

Nieuwe versies van het Arthurverhaal bedenken wordt zo de enige manier om de dreiging van terugkerende, haatdragende mythen te bestrijden. Deze graphic novel is een slimme, conceptuele bewerking van de legende – helemaal in de geest van Whites speelse kijk op Malory’s Morte d’Arthur.

Natuurlijk is de serie meer dan alleen een literair spel met obscure teksten. Het bevat ook spectaculaire actiescènes en prachtig artwork. Maar wat Once & Future echt bijzonder maakt, is dat het verhaal alleen maar rijker en spannender wordt als je iets weet over de Arthurverhalen – of beter gezegd: Arthurverhálen.

Dus, wil je de Arthurlegende ontdekken én goede strips lezen? Pak dan vooral Morte d’Arthur en Once & Future erbij.

Berichten

Classic to Graphics 1: de stripwereld van Sherlock Holmes

Klassieke verhalen worden telkens opnieuw verteld – ook in strips – en blijven daardoor fris. Maar wat maakt deze verhalen zo bijzonder? En hoe veranderen ze door de tijd? In Classic to Graphics gaat Bart van der Steen op onderzoek uit. In de eerste aflevering van onze zomerserie bespreekt hij de stripwereld van Sherlock Holmes.

Als ik ooit de kans zou krijgen om mijn eigen concept store te beginnen, dan zou ik die wijden aan Sherlock Holmes-stripboeken. Want geloof het of niet: er zijn inmiddels genoeg titels om een hele winkel mee te vullen. Van Sherlock Bones tot A Study in Emerald – de lijst met Holmes-comics is eindeloos. Wat is toch het geheim achter het succes van Sherlock Holmes? En hoe vertaalt die populariteit zich naar strips en graphic novels? Tijd voor een deep dive in de wereld van Sherlock strips.

Arthur Conan Doyle publiceerde zijn eerste Holmes-novelle in 1886. Al snel doorbrak Holmes de grenzen van de literatuur en inmiddels noemt het Guinness Book of Records hem het personage dat het meest is overgelopen naar andere formats – van toneelstukken en tv-series tot films en natuurlijk stripboeken.

Vanaf het begin hebben visuele kunstenaars een enorme rol gespeeld in Holmes’ succes. Illustrator Sidney Paget gaf hem z’n iconische pet en cape, en acteur William Gillette voegde daar de kenmerkende gebogen pijp aan toe. Samen legden ze de basis voor het beeld van Holmes zoals we dat vandaag kennen.

Inmiddels bestaat er een enorme hoeveelheid Sherlock Holmes-strips. Verschillende blogs hebben geprobeerd een overzicht te maken, maar een complete lijst samenstellen lijkt haast onmogelijk. Niet alleen zijn er enorm veel titels, ze beslaan ook een enorme variatie aan stijlen en genres. Van serieuze historische interpretaties tot satirische heruitvindingen – de mogelijkheden om iets nieuws te doen met dit allesbehalve nieuwe personage lijken eindeloos. Maar waarom is Sherlock Holmes eigenlijk nog steeds zo populair?

Het origineel van Conan Doyle

Toen ik tien jaar geleden begon met het lezen van Sherlock Holmes, was het onmogelijk om die boeken neutraal te benaderen. De hedendaagse popcultuur is verzadigd met Sherlock Holmes-films en tv-series, die allemaal op hun eigen manier teruggrijpen op de originele verhalen. Terwijl ik Conan Doyles verhalen las, werd ik continu herinnerd aan latere interpretaties. Daardoor was het lastig om Conan Doyle op zijn eigen merites te waarderen.

Toch heeft Doyle een fictieve wereld gecreëerd die zich perfect leent voor toneel, hoorspelen, films en tv. De souplesse waarmee Holmes tussen verschillende media beweegt, helpt te verklaren waarom hij zo succesvol werd. Maar welke elementen uit die verhalen spreken dan zo tot de verbeelding? Wat maakt dat andere makers telkens hun eigen draai aan het karakter willen geven?

Ten eerste was Conan Doyle een meester in dialogen. Ook al zei Sherlock Holmes nooit letterlijk: ‘Elementary, my dear Watson’, een groot deel van de aantrekkingskracht zit in de dynamiek tussen Watson en Holmes. Geen enkele andere detective zou zoiets zeggen als: ‘Once you eliminate the impossible, whatever remains, no matter how improbable, must be the truth.’

Ten tweede zit er een speels meta-niveau in de verhalen, doordat Watson de verteller is. Holmes ziet dingen die Watson compleet ontgaan, maar die Watson dan later tóch beschrijft – en dat roept de vraag op hoe betrouwbaar Watson nu eigenlijk is. Het wordt nog interessanter als Watson zelf toegeeft dat hij bepaalde dingen voor zich houdt, of wanneer hij verwijst naar zaken die Holmes heeft opgelost zonder dat hij erbij was. Als lezer kun je Watson dus niet zomaar op z’n woord geloven; je moet actief meedenken. Zo nodigt Conan Doyle je eigenlijk uit om zélf de Sherlock Holmes van het verhaal te worden.

En dan zijn er natuurlijk nog de bizarre onthullingen. Latere detectiveschrijvers zoals Agatha Christie en Ellery Queen speelden een ander spel met hun lezers. Zij gaven de lezer alle info die zij nodig had om het mysterie zélf op te lossen. Maar bij Conan Doyle werkt dat anders. Hoewel Holmes zijn methodes vaak ‘wetenschappelijk’ noemt (‘eliminate the impossible’), krijgt de lezer meestal niet de kans om zelf het raadsel op te lossen.

In plaats daarvan komt Holmes aan het eind met een onthulling die gebaseerd is op info die tot dan toe werd achtergehouden. De ‘wow’-factor zit ’m dus niet in het moment waarop de puzzelstukjes in elkaar vallen, maar in het moment waarop Holmes ineens een heel nieuw plaatje laat zien.

Van Victoriaans Engeland tot wereldwijd icoon

Hoewel Sherlock Holmes werd bedacht in het Engeland van de late negentiende eeuw, is zijn populariteit in de loop der tijd flink gegroeid én geglobaliseerd. Holmes speelt de hoofdrol in populaire Britse tv-series, Hollywoodfilms en zelfs Japanse manga. Hij is vandaag de dag net zo geliefd in de VS als hij ooit was in communistisch Joegoslavië. Hoe valt dat te verklaren?

Zoals eerder gezegd: een deel van de verklaring zit in de wereld die Conan Doyle wist te creëren. Zijn verhalen werken dankzij de scherpe dialogen, het perspectief van Watson als verteller en de bizarre plot twists. Maar ze werken óók in andere vormen, zoals films en strips.

Naarmate Conan Doyle werd gepusht om steeds meer Holmes-verhalen te schrijven, kregen de avonturen een bijna vaste formule: bepaalde elementen moesten simpelweg terugkomen. Juist dat maakte de verhalen makkelijk te vertalen naar andere media zoals hoorspelen, tv-series en comics. Snedige dialogen, onbetrouwbare vertellers, slimme plots en verrassende onthullingen doen het gewoon goed – of dat nu op papier, op het podium of op het scherm is. En laat dat nu precies zijn waar Hollywood op floreert.

Voor makers zit er ook extra aantrekkingskracht in het feit dat het publiek de wereld van Holmes al zó goed kent. Dat biedt de keuze: speel je in op wat mensen verwachten, of gooi je juist alles omver? Hervertellingen van Sherlock Holmes spelen continu een spel met het publiek, door te switchen tussen wat je denkt te weten en wat nog onbekend is binnen de Holmes-canon.

Maar de wereldwijde en blijvende populariteit van Holmes valt niet alleen te verklaren door de slimme verhaalelementen of het feit dat ze makkelijk vertaalbaar zijn naar andere media. Dat Holmes net zo goed werkte in hedendaags Amerika als in communistisch Joegoslavië, heeft óók te maken met de manier waarop Conan Doyle misdaad wist te ‘depolitiseren’.

Holmes wist veel – maar wilde vooral níet alles weten

Watson ontdekte al vroeg in hun vriendschap een essentieel feit over Sherlock Holmes: ‘Zijn onwetendheid was net zo opvallend als zijn kennis.’ Hoewel Holmes ongeëvenaard is in het oplossen van misdaden, interesseert hij zich nauwelijks voor andere zaken. Volgens Watson wist hij ‘bijna niets’ over moderne literatuur, filosofie of politiek.

Toen Watson hem hiermee confronteerde, legde Holmes uit dat hij het menselijk brein zag als een ‘kleine kamer’ met een beperkte opslagcapaciteit. ‘Voor elk nieuw feitje dat je toevoegt, vergeet je een ander.’ Dus: om effectief te blijven als detective, mag zijn hoofd niet vol raken met nutteloze feiten. En onder ‘nutteloze feiten’ verstaat hij dus (onder andere) literatuur, filosofie en politiek.

Voor iemand die zo goed is in het oplossen van misdaad, weet Holmes opvallend weinig (en geeft hij ook niets om) de maatschappelijke oorzaken van criminaliteit. In de wereld van Holmes is misdaad los geschakeld van haar sociale of politieke context. En misschien zit daar wel een deel van zijn blijvende succes.

In zijn Sociale geschiedenis van de misdaadroman (1987) stelde Ernest Mandel dat Sherlock Holmes zo populair werd omdat hij perfect past bij het wereldbeeld van de hogere klassen. Holmes is onafhankelijk en zelfvoorzienend – hij lost misdaden op omdat hij dat wil, niet omdat hij ervan moet leven. Hij gebruikt wetenschap en logica, maar op een virtuoze manier, niet volgens de vaste volgorde en regels van de politie. Zijn tegenstanders zijn bijna allemaal briljante gentlemen-criminelen, waardoor misdaad oplossen eerder een intellectueel spelletje is dan iets anders. Hij hoeft zijn handen nauwelijks vuil te maken.

En dan zijn er nog de criminelen zelf: bizarre, bijna karikaturale figuren zoals Moriarty (de professor van de misdaad), de Red-Headed League of de Molly Maguires. In de wereld van Conan Doyle zijn criminelen abnormaal, gek of kwaadaardig. Vragen over de maatschappelijke oorzaken van criminaliteit worden handig vermeden. Kortom, Engeland (of waar het verhaal zich ook afspeelt) zou een vredige plek zijn – als er maar geen boeven waren.

Misschien is dát de reden waarom Holmes nog steeds zo populair is. Een mooi voorbeeld van hoe ‘apolitiek’ de verhalen zijn: niet zo lang geleden werd de BBC’s Sherlock-serie vertoond op een filmfestival in Noord-Korea als onderdeel van een diplomatieke goodwill-missie.

Vier typen Sherlock Holmes-strips

Veel mensen kennen Sherlock Holmes van films of series, maar (strip)tekenaars hebben een minstens zo grote rol gespeeld in het ontstaan én voortbestaan van het Holmes-universum. Na Sidney Paget hebben talloze tekenaars bijgedragen aan de steeds rijkere wereld van Holmes. Stripauteurs lieten ook zien op hoeveel verschillende manieren je een Sherlock-verhaal kunt vertellen. Grofweg kunnen we deze Holmes-hervertellingen opdelen in vier subgenres.

1. De klassieke hervertelling

De oudste vorm is de ‘klassieke’ Sherlock. In dit genre blijven makers zo dicht mogelijk bij de originele verhalen van Conan Doyle. Holmes en Watson leven in het Engeland van de negentiende eeuw en lossen misdaden op zoals Doyle ze ooit opschreef. De kracht van deze versies zit in hun trouw aan het origineel, maar ook in het vermogen van stripmakers om de verhalen in een vlottere, visueel aantrekkelijke stijl te gieten die goed aansluit bij de moderne lezer.

Een prachtig recent voorbeeld is de stripbewerking van de vier originele Holmes-romans door Ian Edginton en I.N.J. Culbard. Ze behouden de negentiende-eeuwse sfeer, maar brengen de verhalen terug tot hun essentie. Alles wordt in een strak tempo verteld, met een tekenstijl die slim schakelt tussen realistisch en cartoonesk. Zo blijven zowel de spanning als de humor van Conan Doyle bewaard. Culbard slaagt er bovendien in om de dynamiek tussen Holmes en Watson niet in woorden, maar in blikken en houdingen over te brengen – de spanning en het wederzijdse respect spat van de pagina’s.

2. Holmes ontmoet andere iconen

Een tweede genre – al snel razend populair – plaatst Sherlock naast of tegenover andere historische of fictieve figuren. Denk aan Dracula, Frankenstein of Harry Houdini. Een bekend voorbeeld is A Study in Emerald van Neil Gaiman. Gaiman situeert Holmes in het universum van H.P. Lovecraft in een verhaal waarvan de rillingen over je lijf lopen. Niet alleen mengt Gaiman het detective-genre met horror, ook gebruikt Gaiman het verhaal om het conservatieve karakter van het detective-verhaal te benadrukken – net zoals Mandel al eerder deed. Want voor wie werkt Holmes nu eigenlijk? Wat als hij niet king en country dient, maar juist optreedt als beschermer van de orde van ‘Great Old Ones’? Zijn verhaal wordt zo een slimme kritiek op het apolitieke karakter van de originele Holmes-verhalen.

3. Holmes in het heden

Het derde genre verplaatst Sherlock naar het nu. Denk daarbij aan de populaire BBC-serie met Benedict Cumberbatch en Martin Freeman, of Elementary van CBS. Ook in stripvorm is dit genre succesvol, zoals blijkt uit Watson and Holmes van Bollers en Leonardi. Maar Bollers en Leonardi gaan een stap verder: zij verplaatsen Holmes en Watson naar Harlem en maken van hen twee Afro-Amerikaanse hoofdrolspelers. Ze volgen de klassieke Holmes-formule, maar gebruiken het verhaal ook om thema’s als racisme, stedelijk verval en criminaliteit aan de kaak te stellen. Kortom, een moderne twist met inhoud.

4. Satire en parodie

Tot slot zijn er nog de satire en parodie – en dat begon verrassend genoeg bij Conan Doyle zelf. Conan Doyle schreef weliswaar drie Holmes-parodieën, maar toen schrijver Maurice Leblanc een verhaal schreef over Arsène Lupin die Holmes te slim af was, was de grap voorbij en dreigde Conan Doyle met een rechtszaak. Als reactie hernoemde Leblanc de tegenstander van Lupin tot ‘Herlock Sholmes’. En zo begon een traditie van humoristische Holmes-alterego’s – denk aan stripfiguren als Sherlock Bones.

Een bijzondere Holmes-parodie komt uit Joegoslavië: de Herlock Sholmes-strips van tekenaar Julio Radilovic (‘Jules’) en scenarist Zvonimir Furtiner. Het duo maakte furore in de jaren 70 met hun strips over Joegoslavische partizanen in WOII. Maar vóór die tijd creëerden ze Herlock Sholmes: een onhandige detective die misdaden oplost – niet dankzij, maar ondanks zichzelf. Deze verhalen werkten over grenzen en ideologieën heen, precies zoals de originele Sherlock dat ook deed. En ook zij worden opnieuw heruitgegeven – recent nog in het Duits en Nederlands.

Sherlock-strips die buiten de lijntjes kleuren

Met Sherlock Holmes creëerde Conan Doyle een karakter dat eindeloos opnieuw kan worden uitgevonden. Lezers en kijkers kunnen eindeloos vergelijken welke versie van Holmes hun favoriet is, terwijl makers alle vrijheid hebben om hun eigen draai te geven aan een inmiddels tijdloos figuur.

Grofweg zijn er vier typen Sherlock Holmes-verhalen en de wereld van Sherlock-strips omvat al deze varianten. Maar strips hebben één voordeel tegenover films en tv-series: doordat ze minder kosten om te maken, is er meer ruimte voor experiment en creativiteit. Stripmakers hoeven geen miljoenen aan kaartverkoop binnen te halen en kunnen dus lekker buiten de lijntjes kleuren.

En dat loont! Terwijl de film Holmes & Watson (2018) flopte in de bioscoop, ligt inmiddels deel 4 van Jules en Furtiner’s Herlock Sholmes gewoon in de winkel. A Study in Emerald van Neil Gaiman blijft je achtervolgen, en Watson and Holmes van Bollers en Leonardi houden ons een spiegel voor: wat zeggen de hedendaagse, ‘apolitieke’ Holmes-versies (zoals die van Cumberbatch of Elementary) eigenlijk over onze tijd?

Conan Doyle zelf mag dan wat in de vergetelheid raken, zijn creatie leeft als nooit tevoren. En als je écht van Sherlock Holmes houdt? Dan moet je zeker eens een stripwinkel binnenlopen.

Berichten

8 maart in Grote Kerk in Zwolle: de vierde Nieuwe Garde Stripmarkt met 150 makers!

Op 8 maart 2025 vindt in de Grote Kerk Academiehuis in Zwolle de vierde editie van het Nieuwe Garde Stripmarkt plaats. Met 150 jonge, diverse en vernieuwende stripmakers uit Nederland en België is het Academiehuis Grote Kerk in hartje Zwolle weer tot de nok gevuld met strips, merchandise, comics, manga en meer. De markt is van 10 tot 17 uur en de toegang is gratis.

Er zijn workshops voor kinderen en volwassenen: Indi Vos maakt doorgeefstrips met kinderen, Octavia Roodt maakt stripgedichten met het publiek en Grafisch Atelier het Lichthuis gaat de hele dag RISO-printen. Daarnaast is er een expositie met werk van studenten van ArtEZ Zwolle en het LUCA School of Arts in Brussel, waarmee de nieuwste generatie stripmakers zich presenteert aan het publiek.

Het festival wordt afgesloten met een borrel en expositie bij culturele broedplaats de Achtergracht, vanaf 19:30. Deze avond wordt georganiseerd in samenwerking met het Zwolse stripmakerscollectief Lovely, dat tijdens de borrel hun werk exposeert.

Het laatste nieuws lees je op de Instagram-pagina van het Nieuwe Garde Festival.

Ook belangrijk is wie er allemaal van de partij zijn. Dat zijn Evelien Zeilstra, Marianne Elsendoorn, Miel Vandepitte, Hasker Brouwer, George Adegite, Marsha Peters, Karim Khamis, Benjamin Paulus, Pieter Brouwer, Bob Op ‘t Land, Fijke Pellicaan, Nova de Hoo, Matt Baaij, Alessa Rikken, Jan-Willem Spakman, Guus Møystad, Bibi Anker, Kees van Hattum, Irene Schiphorst, Wilbert van der Steen, Amber Rijcken, Jeroen Funke, Hollace Blijleven, Evi Nijs, Teuntje Fleur, Esther van de Bund, Hillianne Leupen, Suze Scholten, Niek van Ooijen, Tanne van Woensel, Kimmicomics, Geoscrolls, Sanne Knijpstra, Gijs Kreutzkamp, Danique van Polen, Bryan Rijkeboer, Skelte Siweris Braaksma, Janine Veenstra, Celestine Kronberger, Melanie Kranenburg, Rob van Barneveld, Chad Bilyeu, Juliette de Wit, Tim van Iersel, Karin Blaauwijkel, Octavia Roodt, Indi Vos, Jonah Kracht, Vick Henriquez, Nienke de Ruiter, Wick Gloudemans, Mars Oosterveld, Christa de Jong, Seb Schele, Sarah van den Dool, Mi kee van den Bor, Kenny Rubenis, Laura Wronski, Zoe Sloep, Matthias Kramer, Isa Boorsma, Floor van den Brink, Johan de Rooij, Rachelle Meyer, Roxanne Lucker, Abe Borst, Renaat van Vuuren, Michael Visser, Nadia van Kooten Townsend, Ben Boin, Milou van Montfoort, Farah Kassim Junah, Alexander Hendricks, Danibal, Joshua Peeters, Sarah Pannekoek, Iede van der Wal, Janine Janssen, Dimitri Lak, Argibald, Collectie Hoekhuis, Nik Heemskerk, Jasper Rietman, Super-Kip Art, Illya Ilić, Anastasia Krylova, Micha Huigen, Omer Hoffmann, Aranka Mulder, Valentijn de Wagt, Ruben Gringhuis, Merel Moonen, Jordi Zelle, Nik van der Meulen, Dennis de Bruin, Sarah van Zoggel, Donna de Waele, Noah Wijdeven, Het Lichthuis, Ckoe, Ditmer de Heer, Eva Idema, Eva Vlieger, Jeroen van Wijngaarden, 9eKunst, Zone 5300, BRUL!, Studio Hoekhuis, Lovely, Bries en de studenten van ArtEZ. 

De poster en het campagnebeeld van de vierde Nieuwe Garde Stripmarkt is gemaakt door Sarah Pannekoek.


Nieuwe Garde is een initiatief van 9e Kunst en wordt mede mogelijk gemaakt door gemeente Zwolle, Pictoright Fonds, stichting Het Hervormd Weeshuis, Gastvrij Zwolle, ArtEZ University of the Arts en Zwolle Fonds.

Berichten

Wordt De Bondgenoten de Belgische Maus?

De Vlaamse literatuurprijs de Boon gaat zijn vierde editie in en dit jaar is het extra spannend want er bestaat een kans dat er geschiedenis wordt geschreven.  Voor het eerst is er namelijk een stripboek in geslaagd door te dringen tot de shortlist van 5 genomineerden: De Bondgenoten van Brecht Evens. Als het dit boek lukt de nominatie te verzilveren, zal dat de eerste keer zijn dat er een Nederlandstalige literatuurprijs wordt uitgerijkt aan een stripmaker. Er is overigens ook een publieksprijs, maar daarover later meer.

De Bondgenoten, Brecht EvensIn maart 2021 werd de Boon in het leven geroepen: een prestigieuze Vlaamse literatuurprijs voor het beste Nederlandstalige boek. Maar stripboeken deden niet mee. Kort daarop kwam Pinceel Stripverspreiding met een open brief waarin men een lans brak voor deelname van literaire strips. Conform het diversiteitsprincipe waar de organisatie zich zo hard over op de borst klopte, maar ook en vooral omdat er inmiddels voldoende graphic novels verschijnen die qua literaire kwaliteiten niet onderdoen voor romans.

De organisatie bleek ontvankelijk voor deze argumenten en men vroeg uitgevers of er een aparte categorie moest worden toegevoegd, of dat de strip gewoon mee mocht strijden naast de romans. De 9e Kunst interviewde destijds Ann Jossart en Rob van Bavel die duidelijk voorstander waren van die laatste optie. Aldus werd ook besloten. Vorig jaar wist Michaël Olbrechts met Galapagos het al tot de longlist te schoppen en nu heeft Brecht Evens dus zowaar de shortlist bereikt met het eerste deel van De Bondgenoten.

“Strips van auteurs als Brecht Evens bevolken dezelfde boekenkasten als de andere genomineerde Boon-titels. En beeldverhalen kunnen, net als de louter uit woord opgetrokken boeken uit de selectie, verhalen zijn die raken, die de moeite zijn om te worden verteld.”

Uitgever Ann Jossart wist het belang van deze nominatie uitstekend te verwoorden: “Eindelijk worden strips echt opgenomen in de bredere literaire wereld. We zijn blij dat een organisatie als de Boon de moed en visie toont om op actieve en positieve wijze bij te dragen aan de algemene acceptatie van de strip als literair medium. Want net als de wereld van de roman, de jeugdliteratuur of het non-fictieboek kent het stripmedium vele kamers. Strips van auteurs als Brecht Evens bevolken dezelfde boekenkasten als de andere genomineerde Boon-titels. En beeldverhalen kunnen, net als de louter uit woord opgetrokken boeken uit de selectie, verhalen zijn die raken, die de moeite zijn om te worden verteld. Die een zekere urgentie bevatten, en een zeker meesterschap aan de dag leggen. Die een unieke, en soms – zoals in het geval van Brecht Evens’ De Bondgenoten – wonderlijke band smeden tussen woord en beeld. Dat dat besef er is bij de jury van de Boon, is een heel bemoedigende boodschap. En het is ook een belangrijk teken naar de boekhandels en de lezers: wij bestaan. En het is de moeite om ons te ontdekken.”

De Bondgenoten, Brecht EvensDe komende tijd zal er in Vlaanderen veel aandacht besteed worden aan de vijf boeken en hun makers. Door meerdere partijen en middels een breed aantal media. Dat betekent dat Brecht Evens en De Bondgenoten ook onder de aandacht zullen worden gebracht van lezers die stripboeken doorgaans links laten liggen. Doordat deze media niet tot de stripbubbel behoren, zal het signaal bovendien des te sterker overkomen. Alleen dat al mag gezien worden als belangrijke winst en het is te hopen dat men ook in Nederland wat van deze promotie meekrijgt.

De onthulling van de winnaar en de uitreiking van de Boon 2025 vindt plaats op 25 maart in de Schouwburg in Leuven. Maar behalve de juryprijs is er ook een publieksprijs, wat betekent dat De Bondgenoten twee keer kans maakt. Breng je stem uit vóór 21 maart en help Brecht Evens aan die welverdiende erkenning. Het zou ook een belangrijke stap voorwaarts betekenen voor de Nederlandstalige strip in het algemeen. Binnen de Lage Landen misschien wel zo’n zelfde schokgolf die de Pulitzer Prize voor Maus van Art Spiegelman wereldwijd teweegbracht.

Aimee_de_Jongh_Lord of the Flies
Berichten

De Kunsthal-expositie StoryLines vormt een geslaagde introductie tot het werk van Aimée de Jongh

Lord of the Flies © William Golding, 1954. Courtesy of William Golding Ltd. Bewerking en illustraties © Aimée de Jongh, 2024


Het is niet de eerste keer dat de Kunsthal in Rotterdam een expositie wijdt aan het werk van een stripmaker, maar niet eerder was die stripmaker zo jong. Aimée de Jongh (1988) timmert echter al aardig wat jaren aan de weg als stripauteur, illustrator en animator en met veel succes. En nu is een substantieel deel van haar oeuvre te zien in dit vooraanstaande museum in haar thuisstad.

Wie op de tweede etage van de Kunsthal uit de lift komt, stapt meteen de getekende wereld van Aimée de Jongh binnen. Een vriendelijke wereld, maar geen wereld van oppervlakkige, lichtvoetige onderwerpen. In deze show wordt het werk van De Jongh getoond aan de hand van thema’s die voor haar van belang zijn, zoals migratie, geschiedenis en menselijke relaties. Onder de kop ‘Migratie in beeld’ kan de bezoeker bijvoorbeeld kennismaken met verschillende journalistieke stripreportages die de Rotterdamse illustrator de afgelopen jaren heeft gemaakt. Zoals ‘De Wachtkamer van Europa’ – waarvoor zij in 2017, in opdracht van NRC, vluchtelingenkampen op Lesbos bezocht –  en ook ‘De bomen in Ter Apel hebben namen’ (2022), een getekende reportage uit het gelijknamige AZC.

Aimée de Jongh StoryLines Kunsthal RotterdamIn de expositie zijn enkele ruimtes gewijd aan eerdere graphic novels van De Jongh. Bijvoorbeeld Bloesems in de herfst (2018): een liefdesgeschiedenis van twee senioren, waarvoor zij samenwerkte met de bekende Franse scenarist Zidrou, en Dagen van zand (2021), dat het verhaal vertelt van de Amerikaanse ‘Dustbowl’ uit de jaren 30 en de mensen die voor deze milieuramp vluchtten.

Aimée de Jongh StoryLines Kunsthal RotterdamOveral is goed te zien dat curator Charlotte Martens en haar team, die verantwoordelijk waren voor de samenstelling en inrichting van de tentoonstelling, hun vak verstaan. De inrichting van de expositieruimtes is aantrekkelijk en overzichtelijk: zo worden er naast muur vullende afbeeldingen ook originele tekeningen en schetsen gepresenteerd, is er een vitrine gewijd aan de research voor Dagen van zand (De Jongh reisde hiervoor door de Verenigde Staten), kunnen de graphic novels, bungelend aan een koord in de expositieruimte, door de bezoeker ingezien worden en wordt de tentoonstelling begeleid door informatieborden met (niet teveel) tekst in het Nederlands en Engels. De typografie werd verzorgd door Erik de Graaf. Hier en daar wordt gebruik gemaakt van soundscapes: bij Dagen van zand is dat hillbilly muziek.

Verreweg de grootste ruimte is gewijd aan De Jonghs meeste recente graphic novel Lord of the flies, een verstripping van de roman van William Golding uit 1954, die in september verscheen. Ook hier: originele illustraties, vitrines met objecten en schetsen, maar bijvoorbeeld ook bladzijden met thumbnails. Het geluid in deze ruimte bestaat uit vogelgezang en andere junglegeluiden. 

Aimée de Jongh StoryLines Kunsthal RotterdamIn het educatieve deel Schets je verhaal kan je, na het bekijken van een kort filmpje waarin Aimée de Jongh haar werkproces laat zien, zelf aan de slag met het maken van schetsen op een lichtbak.

Er zit een leuk wedstrijdelement aan vast: wie zijn of haar geschetste verhaal inlevert, maakt kans op een gesigneerd boek. Het is kenmerkend voor deze laagdrempelige tentoonstelling, die zeker ook de moeite waard is voor wie weinig tot niets van strips weet. Zo wordt het verschil tussen strips en graphic novels uitgelegd, en bij twee korte animatiefilmpjes van De Jongh wordt verteld wat digitale 2D-animatie nu eigenlijk is. En zoiets simpels als het in een vitrine naast elkaar presenteren van verschillende stappen in het inkleurproces van een pagina uit Lord of the flies, maakt bijvoorbeeld duidelijk hoe belangrijk kleurstelling en inkleuring in strips kan zijn. 

Maar deze tentoonstelling is in de eerste plaats natuurlijk een hulde aan en een – geslaagde – introductie van de kunstenaar Aimée de Jongh. In de museumwinkel is merchandise van haar te koop: naast ansichtkaarten en gesigneerde posters zijn dat de graphic novels die zij de afgelopen jaren heeft gemaakt, waaronder Lord of the flies

Op 24 november a.s. geeft Aimée de Jongh een artist talk bij de tentoonstelling.

Aimée de Jongh StoryLines
5 oktober 2024 t/m 2 februari 2025
Kunsthal Rotterdam, zaal 4
Toegang volwassene: €18, Museumjaarkaart: gratis.

Berichten

Mijn top 5: Sterric

Kies vijf boeken die je goed vindt en die je gevormd, beïnvloed of geïnspireerd hebben als stripmaker. Die vraag stelden we aan niet zomaar een aantal stripmakers: wij kozen voor striptekenaars die we tegenkwamen op de Nieuwe Garde stripmarkt, bij de presentatie van Dit lichaam van ons in Haarlem en op plekken waar veel jonge makers zijn. Met het idee dat dat vast spannende lijstjes oplevert. In de negende en laatste aflevering van deze zomerserie:

Sterric

1 Hayao Miyazaki – Nausicaä of the valley of the wind (Viz)

We kennen hem allemaal: de cynische, kettingrokende, pacifistische animatieregisseur Hayao Miyazaki, bekend van zijn animatiestudio Studio Ghibli. In zijn oeuvre van films regisseerde hij menig film vol nostalgie, sprookjesachtige fantasie, en sterke ondertonen van kritiek op menselijk geweld. Maar niet iedereen is even bekend met zijn werk vóór Studio Ghibli. Miyazaki heeft namelijk één stripreeks getekend voordat hij fulltime animatiefilms ging maken. En wanneer je deze strip leest, wordt het snel duidelijk dat het echt een groot verlies is dat Miyazaki een animatieregisseur is geworden.

Nausicaä is de manga die ik kan aanraden voor een generatie van stripliefhebbers die niet zijn opgegroeid met manga. Deze serie komt namelijk uit de jaren 80 en heeft veel gemeen met de actie avonturen strips uit die periode en kan dus een makkelijke instap zijn om eens een strip uit Japan te proberen. Miyazaki citeert onder andere Moebius als één van zijn inspiraties voor deze strip, en dat voel je. Nu heb je grappig genoeg supergetalenteerde moderne striptekenaars zoals Linnea Sterte die Moebius en Miyazaki citeren als hun grootste inspiraties, dus zo zie je hoe deze werken invloed blijven hebben.

Nausicaä is een masterclass in fantasiewerelden bouwen, terwijl het ook een harde filosofische kern bewaakt die Miyazaki geen moment uit het oog verliest. Deze stripreeks gaat namelijk over de verschrikkingen van de oorlog en hoe de mensheid zichzelf nog eerder vernietigd dan dat het op kan houden met vechten.

Wat heel bijzonder is aan dit verhaal is dat Miyazaki je eerst aan de hand mee neemt door de verschikkingen van de oorlog. Daarna naait hij je een oor aan door je te overtuigen om sympathie te voelen voor hen die de aarde actief aan het vernietigen zijn. Het narratief dat vaak wordt gebruikt tijdens oorlog is: “als jij de vijand niet eerst dood, zal hij jou doden, dus oorlog is noodzakelijk.” Nausicaä heeft een antwoord voor dit dilemma, en als je benieuwd bent welk Miyazaki antwoord voor dit eeuwenoude dilemma heeft gevonden, kan ik je alleen aanraden om deze strip te lezen.

2 Alan Moore & Dave Gibbons – Watchmen (DC comics)

Watchmen is een klassieke Amerikaanse strip die vaak bovenaan de lijstjes van beste superheldenstrips staat. En die plek is zeer verdiend, ook al zou ik wel zeggen dat Watchmen nauwelijks een superheldenstrip is. Het is een cynische strip over oorlog. Net zoals Nausicaä is deze strip in de periode van de Koude Oorlog geschreven, waardoor delen van het verhaal dezelfde vraagstellingen hebben. Alleen is de uitkomst compleet anders. Zo is het een interessant contrast, waarbij Watchmen een uitgesproken cynische positie inneemt.

In Watchmen verkent Moore de rol die het icoon van de Amerikaanse superheld zou hebben in de ‘huidige’ maatschappij van de Koude Oorlog. Wat zou hun rol in een conflict zoals de Vietnamoorlog zijn? En hoe stop je zoiets als de dreiging van de nucleaire oorlog als superheld? Vergelijkbaar met de cynische blik in de comic The Boys, over hoe sociale media en de consumentenmaatschappij een grote rol speelt bij de superhelden van nu, zo zie je hoe in Watchmen een soortgelijk maatschappelijk relevant vraagstuk van de jaren tachtig verkend wordt. De invloed van Watchmen in allerlei nieuwe comics en strips is absoluut niet te missen.

Het tekenwerk van Dave Gibbons is een fantastisch voorbeeld van striptekenkunst. Hij gebruikt het klassieke 3×3 raster zeer effectief, past een paar heel bijzondere trucs met tijd toe en maakt bijzondere scenes met spiegelende verhaalelementen, thema’s en karakters die het verhaal helpen te verkennen.

3 Kerascoët & Hubert – Beeldschoon (Hum!)

Beeldschoon is absoluut mijn favoriete sprookje. Het is alleen een sprookje dat je misschien beter niet met je kinderen kan lezen. Beeldschoon is een fantastisch uitgebreid verhaal dat inspiratie haalt uit oud Europese sprookjes en mythes.

Het viswijf Sardine doet een wens bij de fee Mab om beeldschoon te worden. Helaas heeft de magie van Mab altijd een duister randje, en Sardine wordt zo magisch mooi dat elke man haar moet begeren. Koninkrijken vallen en herrijzen onder haar magische schoonheid. Soms is ze het slachtoffer en soms is zij het kwaad in het verhaal. Een heerlijk genuanceerd verhaal met het mooie- maar ook zeker humoristische tekenwerk van het duo Kerascoët.

Ik kan iedereen aanraden om minstens één album te lezen van Kerascoët. Er zijn weinig tekenaars die naar mijn mening zo gedoseerd zoveel horror brengen als dit duo. Hun werk is vol felle kleuren en lieve vormen, en een goed voorbeeld van hoe juist het contrast tussen beeld en verhaal elkaar kunnen versterken. Ik vind hun werk heel inspirerend met hoeveel ze weten te bereiken met juist zo weinig.

4 Inio Asano – Goodnight Punpun (VIME)

Goodnight Punpun is een strip die je echt beter kan ervaren dan dat iemand hem probeert samen te vatten. Toch zal ik hier mijn best doen. Het verhaal is tragisch, nostalgisch en heel nihilistisch. Goodnight Punpun is een verhaal in een stijl die ongekend is. Het verhaal volgt het leven van Punpun van kindertijd tot jongvolwassen. Hij heeft last van chronische depressie net zoals de rest van zijn familie. Het verhaal wordt verteld alsof je Punpun altijd van een afstandje waarneemt, waardoor je het gevoel krijgt dat jij als lezer samen met Punpun gedissocieerd wordt van zijn leven.

Gooi in deze mix allerlei surrealistische ervaringen, manifestaties van de auteur als God, en Punpun wordt een heel bijzondere leeservaring. Inio Asano maakt er een kunst van hoe hij de innerlijke gevoelens van Punpun met abstracte tekeningen en absurdistische situaties uitbeeldt, iets wat uitzonderlijk moeilijk is in het stripmedium. Punpun is tragisch en verdrietig, maar zeker de moeite waard als je aan de hand wil worden genomen voor een emotionele ervaring die weinig andere strips brengen.

5 David Mazzucchelli – Asterios Polyp (Oog & Blik / Bezige Bij)

Asterios Polyp is een strip die blijft verbazen, een echte titel voor de stripmaker. Asterios Polyp is voor mij een meesterwerk van lay-out en stijlkeuzes. Het is een ontzettend technisch boek dat tot in elk kader en strookje lijkt uitgedacht. Geen woord lijkt te veel, geen pagina voelt verwarrend ondanks de vervreemdende lay-outs.

Raar genoeg is Polyp te vergelijken met Punpun. Niet in stijl, maar wel in hoe de illustraties gebruikt worden om de menselijke staat van het zijn te verkennen. Polyp vindt betekenis in de kleine menselijke interacties en de connecties die we bouwen, en weet met slimme lay-outs en scherpe fragmenten een volledig beeld te tonen van het leven dat Polyp voor zichzelf heeft opgetrokken. Soms teder of wijs, maar altijd een visueel spektakel met meesterlijk teken- en schrijfwerk van David Mazzucchelli.

Het verhaal volgt Asterios Polyp, een conceptuele architect die op een roadtrip gaat na dat zijn appartement is afgebrand. Door de loop van zijn reis ontdekken we aspecten van zijn scheiding en hoe zijn ex-vrouw diepte gaf aan zijn structurele bestaan. Daarnaast verkennen we zijn gevoelens rondom zijn bejaarde ouders, de recente dood van zijn vader en een hoop andere aspecten van zijn leven die hem hebben gebracht naar dit moment.

 

Berichten

Mijn top 5: Esther van de Bund

Kies vijf boeken die je goed vindt en die je gevormd, beïnvloed of geïnspireerd hebben als stripmaker. Die vraag stelden we aan niet zomaar een aantal stripmakers: wij kozen voor striptekenaars die we tegenkwamen op de Nieuwe Garde stripmarkt, bij de presentatie van Dit lichaam van ons in Haarlem en op plekken waar veel jonge makers zijn. Met het idee dat dat vast spannende lijstjes oplevert. In de achtste aflevering van deze zomerserie:

Esther van de Bund

1 Eiichiro Oda – One Piece (Shueisha)

Het lijkt een simpele shonen serie formule: een goedlachse, enigszins domme protagonist die elke keer een moeilijker vijand moet verslaan om zijn droom te bereiken, One Piece is echter meer dan een succesvolle verhalenformule. Luffy’s droom is om de legendarische schat; de One Piece te vinden en koning van de piraten te worden, maar dat kan hij niet alleen. Dus zoekt hij naar een capabele bemanning om avontuur en vriendschap mee te delen. Zijn omgeving neemt hem door zijn lollige gedrag en ambitieuze claim eerst niet serieus, maar door zijn acties verandert hij de mensen en wereld om zich heen. Al lezend ga je meeleven met Luffy en zie je hoe hij en zijn crew, die de Straw Hats genoemd worden, niet alleen fysiek, maar ook persoonlijk groeien. De belangrijkste thema’s door de serie heen zijn vriendschap en het waarmaken van je dromen. Van alle lange manga series die ik heb gelezen, is dit de eerste waarbij ik de wereld en haar inwoners zo goed uitgediept zie worden. Door de jaren heen heeft deze serie me laten lachen, huilen en houd ik mijn hart soms vast bij de spannende avonturen die de Straw Hats samen meemaken.

One Piece is niet voor niets de best verkopende strip allertijden, in de harten gesloten door lezers van alle leeftijden. Naast meerdere films is er nu ook een live action serie van gemaakt die populair genoeg is dat er een tweede seizoen komt en die kun je, net als het laatste anime seizoen, kijken op Netflix. Voor iedereen die overweegt om aan One Piece te beginnen, raad ik van harte aan om de strips te lezen. Het lijkt veel, maar manga zijn filmisch van opzet waardoor je snel door een volume heen bent.

One Piece is een serie waar ik inmiddels mee ben opgegroeid en waardoor ik vele vriendschappen heb gemaakt met medefans. Ik denk dat ik voor velen spreek als ik hoop dat Oda-sensei in goede gezondheid blijft verder tekenen en ik enorm uitkijk naar de finale van de serie. Want ja, die is in zicht!

2 CLAMP – XXXholic (Del Rey)

Bovennatuurlijke sprookjesachtige verhalen met stijlvolle outfits, jugendstil geïnspireerde coverillustraties en sierlijk tekenwerk in stijlvol zwart-wit? Yes, please!

De serie gaat over Watanuki, een middelbare scholier die geesten kan zien, maar zich niet tegen hen kan beschermen. Om zijn leed compleet te maken, maakt zijn gave hem een gewilde prooi voor deze bovennatuurlijke wezens. Als hij voor de zoveelste keer aan een geest probeert te ontkomen, ontmoet hij de mysterieuze Yuuko die een eigenaardige winkel heeft en wensen vervult. Eigenlijk wil Watanuki niets met al deze rare zaken te maken hebben, maar volgens Yuuko is dit geen toevallige ontmoeting en zijn ze nu door ‘hitsuzen’ (het lot) verbonden. Wensen in vervulling laten gaan is echter niet gratis, er moet een betaling van gelijke waarde tegenover staan. In ruil voor het vervullen van zijn wens moet hij voor haar komen werken. Watanuki is als wees opgegroeid, goed in huishouden en koken, maar heeft niet echt vrienden. Dankzij zijn werk bij Yuuko, komt Watanuki langzaam uit zijn schulp, leert hij vrienden maken en beter omgaan met alle vreemde dingen die hij kan zien.

De verhalen lezen als korte spannende bovennatuurlijke mysteries en blijven luchtig met de komische dynamiek die de personages samen hebben. De serie zit bomvol verwijzingen naar andere series van CLAMP, pop culture (hetzij soms wat gedateerd) en is een tweeluik met de serie Tsubasa Reservoir Chronicles. Ook zonder voorkennis kun je het verhaal goed volgen. Uitgeverij Del Rey heeft namelijk aan het einde van elk volume een index waarin belangrijke cultuurelementen en verwijzingen worden uitgelegd. Superinteressant en leerzaam!

CLAMP is een collectief van vrouwelijke tekenaars die meerdere iconische strips gemaakt hebben, zoals Card Captor Sakura, Chobits en Magic Knight Ray Earth. XXXholic heeft met haar hoog esthetische ontwerpen, gestileerde lijnvoering, scherpe zwart/wit contrasten en duistere mysteries een speciaal plekje in mijn hart veroverd.

3 Emily Carroll – Through the woods (Faber & Faber)

Als ik een favoriet boek moet uitzoeken en het mag geen manga of langere serie zijn, dan kies ik Through the woods. Vijf korte horrorverhalen die na het lezen door mijn hoofd zijn blijven spoken. Emily Carroll is op dit moment mijn favoriete vrouwelijke stripmaker en meester in intrigerende verhalen die onder je huid kruipen. Haar poëtische manier van vertellen, het dynamische lijnwerk dat op de juiste plekken gedetailleerd of juist gestileerd is en haar sfeervolle gebruik van kleur trekken je langzaam en zeker de macabere wereld van haar duistere sprookjes in.

Ik ben buitengewoon gecharmeerd van de manier waarop ze haar bladspiegels indeelt en hoe ze bomen en vrouwen uit haar pen laat vloeien. Gecombineerd met de prachtige vormgeving maakt het een boek dat ik eindeloos kan herlezen en zou willen opeten in de hoop dat ik ooit net zulke goeie strips maak.

4 Ulli Lust – Vandaag is de laatste dag van de rest van je leven (Scratch Books)

Het is rauw, punk, onverwacht intiem en het leest als een trein. Een autobiografische strip die begint met dagboeksnippers van Ulli en rake tekeningen waarin ze je meeneemt door haar tienerjaren en de punkscene in Duitsland. Ze raakt bevriend met de nymfomane Edi, die haar overhaalt om samen in Italië te ‘overwinteren’. De twee jonge meiden gaan samen op reis, met de minimalistische uitrusting van één slaapzak, een schoon shirt, een zakmes en een paar shilling (nog geen euro). Ulli komt er snel achter dat Edi niet de betrouwbaarste vriendin en reispartner is, maar weigert haar in de steek te laten.

De dingen die ze samen meemaken zijn soms hartverscheurend en dan weer hartverwarmend. Ulli weet ingewikkelde thema’s en complexe emoties te verbeelden in vlotte tekeningen en ze hanteert een tempo dat haarfijn de stilte of sneltreinvaart waarop dingen gebeuren weet te vangen. Ze heeft een bijzonder persoonlijk, scherp en aangrijpend boek getekend dat me raakte tot in mijn kern.

5 Tatsuki Fujimoto – Look Back (VIZ media)

Door de hitmanga Chainsaw Man wist ik al dat Tatsuki Fujimoto verschrikkelijk goed kan tekenen, met deze one shot laat hij een compleet andere kant zien van zijn werk.

Op de middelbare school zijn de humoristische schoolkrantenstripjes van de zelfverzekerde Fujino erg populair. Wanneer ze gevraagd wordt om een van deze twee stroken af te staan aan een ander meisje met pleinvrees, lijken haar strips opeens lui en amateuristisch naast de gedetailleerde en verzorgde tekeningen van Kyomoto. Dit motiveert haar om beter te leren tekenen, met alle frustraties van dien. Als de twee elkaar uiteindelijk ontmoeten, ontwikkelen ze een vriendschap rondom het maken van manga.

Over de loop van tijd tekenen ze meerdere verhalen die goed ontvangen worden en krijgen zelfs het aanbod voor een anime! Kyomoto wil echter graag naar de kunstacademie, dus scheiden hun wegen en tekent Fujino in haar eentje stug door. Op een dag op krijgt ze het verschrikkelijke nieuws dat Kyomoto slachtoffer is geworden van een steekpartij op de kunstacademie. Overweldigd door schuldgevoel dat hun drive om te tekenen Kyomoto indirect naar haar dood heeft geleid, stopt Fujino met tekenen en gaat ze terug naar het huis waar Kyomoto woonde. Daar kijkt ze terug op hun vriendschap en hoe hun leven anders had kunnen lopen. Ik kon niet stoppen met lezen, noch de tranen tegenhouden die vloeiden bij elke nieuwe bladzijde.

Look Back is een prachtige terugblik (haha) op het harde werk en soms eenzame bestaan van een stripmaker. Fujimoto heeft een prachtige balans tussen realistische achtergronden en gestileerde personages die heel echt aanvoelen. Ik bewonder de manier waarop hij op een supermenselijke manier emoties, lichaamstaal en levendige situaties tekent. Zijn tempo, de bladspiegels en dynamische lijnvoering maken hem in mijn ogen een meesterlijke verhalenverteller.

Er is een mooie Engelse uitgave, maar je kunt hem ook legaal online lezen in de manga app van de uitgever. Het was zo populair dat er een film van is gemaakt die deze zomer is verschenen! Duimen dat die ook in de Nederlandse bioscopen komt!


Er zijn zoveel mooie strips waar ik over wil vertellen en ik vind het vreselijk om te kiezen! AAH! Als dankjewel voor het lezen tot dit punt heb ik nog een paar andere tips waar ik héél blij van word.

Ryoko Kui – Dungeon Meshi / Delicious in Dungeon (Yen Press)

Deze ontdekte ik toen de manga nog niet superlang uit was en was er toen al helemaal weg van! Een frisse twist op het fantasygenre en kookstrips!
Als een groep uitgeputte en uitgehongerde avonturiers vechten tegen de beruchte rode draak uit de dungeon, gaat dat helemaal mis. Falin weet haar broer Laios voor de klappende kaken van de draak weg te duwen en de groep naar veiligheid te teleporteren. Als de groep buiten de dungeon ontwaakt, is Laios erop gebrand om zo snel mogelijk terug te gaan om haar te redden. Alleen Marcille en Chilchuk willen mee, maar zonder goud voor een goede uitrusting en boven alles: proviand, lijkt dit een onmogelijke taak. Laios is echter vastberaden, vrij geobsedeerd met monsterkennis en tot grote horror van Marcille en Chilchuk stelt hij voor om onderweg monsters te eten om te overleven! Ze worden gered van Laios’ kookkunsten door de dwerg Senshi, die hen leert hoe ze daadwerkelijk smakelijke en voedzame maaltijden kunnen maken van alle vreemde levensvormen in de dungeon. Dit onwaarschijnlijke gezelschap leert naarmate ze verder de dungeon in trekken steeds beter te overleven in het mysterieuze ecosysteem dat de dungeon in stand houdt en zullen met spoed haar mysteries moeten doorgronden als ze Falin willen redden.

Het is allemaal superlekker getekend, met oog voor detail, heerlijke gevarieerde character designs en veel gevoel voor humor. Met deze ingrediënten heeft Ryoko Kui een unieke serie neergezet, die afgelopen jaar een vreselijk goede anime adaptatie heeft gekregen op Netflix, en waarschijnlijk alleen nog maar populairder gaat worden.

Emily Carroll – A guest in the house (Faber & Faber)

Adembenemend mooi tekenwerk met een verhaal om de rillingen van te krijgen. Abby is een stille huisvrouw, die haar draai probeert te vinden met haar echtgenoot David en haar stiefdochter Crystal in hun afgelegen huis aan het water. De dood van Crystals moeder zorgt echter voor veel vragen, die blijven rondspoken en steeds verder doorsijpelen in Abby’s leven. De contrasten tussen Abby’s kleurrijke (dag)dromen en de grijze realiteit zijn om van te smullen.

Emily Carroll – When I arrived at the castle (Silver Sprocket)

Bloedmooi getekend, sexy en spannende vertelling over een kattenmeisje met een doel het kasteel van een beeldschone vampier te bezoeken. Hoe langer ze daar verblijft, hoe meer ze gaat twijfelen aan haar missie. Elke pagina voelt als getekende poëzie, het stijlvolle gebruik van rood, wit-zwart spat van de pagina’s en ik kan er geen genoeg van krijgen! Als je houdt van gothic horror kan ik deze van harte aanbevelen. Het enige minpunt is dat er niet meer is.

Lucy Knisley – Relish (First Second)

Dat ik dol ben op eten, strips en de combinatie ervan, is volgens mij geen geheim meer. Lucy tekent op een doeltreffende manier pagina’s die smaken naar meer. Zowel een mooie inkijk op hoe ze opgroeide in verschillende keukens, als bruikbare tips voor in jouw keuken en leuke recepten om uit te proberen!

 

1 2 3 14
Page 1 of 14