Prikbord

Cooper & Martinez: It's a bird
Berichten

Central Park vogelaar maakt gratis comic over racistisch incident

Cooper & Martinez: Represent 01: Its a BirdVanaf het moment dat de beelden van George Floyd de wereld rondgingen, lagen de verhoudingen tussen wit en zwart Amerika onder een vergrootglas. Een van de eerste, ogenschijnlijk triviale incidenten dat daardoor voorpaginanieuws werd, was dat van vogelaar Christian Cooper (YouTube). Hij stond naar vogels te kijken in Central Park toen een loslopende hond voorbij liep. Dat is tegen de regels, dus vroeg Christian de eigenaar of ze hem aan de lijn wilde doen. De vrouw werd kwaad, belde de politie en zei: “Er is hier een Afrikaans-Amerikaanse man, ik ben in Central Park, hij filmt me en bedreigt mij en mijn hond.”

Als je de afgelopen maanden niet onder een steen hebt geleefd, komt dit je waarschijnlijk bekend voor. Wat je vast nog niet wist, is dat de man in kwestie ooit als redacteur werkte voor DC Comics. DC benaderde Cooper met de vraag of hij zijn ervaring wilde vertalen naar een stripverhaal. Dat wilde hij wel. Het werd een verhaal over een jonge vogelaar die door zijn verrekijker de beeltenissen ziet van zwarte mensen, gedood tijdens confrontaties met de politie. Het eindigt met het voorval tussen Cooper en de vrouw in Central Park. Achterin bevindt zich nog een klein dossier over de geportretteerde slachtoffers.

Cooper & Martinez: It's a BirdDe vrouw in de strip lijkt overigens nauwelijks op de oorspronkelijke persoon. Cooper heeft herhaaldelijk aangegeven dat hij er niet op uit is om de vrouw persoonlijk aan te vallen en heeft ook geen aanklacht ingediend. Het gaat hem om het aankaarten van een fundamenteel probleem in de Amerikaanse samenleving. “Wat mij overkwam is bijna verwaarloosbaar als je dat vergelijkt met de fatale afloop voor George Floyd, later diezelfde dag, maar het is wel allemaal het gevolg van dezelfde raciale vooroordelen. Het is dus niet mijn bedoeling de twee situaties met elkaar te vergelijken, maar om te zeggen: ‘zie het patroon’”.

De strip heet It’s a Bird, een verwijzing naar de beroemde zin “It’s a bird! It’s a plane! It’s Superman!” Hij is 10 pagina’s lang, getekend door Alitha E. Martinez en je kunt hem gratis downloaden bij DC Comics (en een aantal andere, grote aanbieders van digitale comics). Het is bovendien het eerste deel van een nieuwe serie, genaamd Represent, waarmee DC “auteurs wil etaleren en introduceren die traditioneel gesproken ondervertegenwoordigd zijn in mainstream comics.” We nemen voor het gemak aan dat DC hiermee doelt op de demografisch groep waartoe de auteurs behoren en niet zozeer de auteurs persoonlijk. Bij It’s a Bird gaat het in dat geval niet alleen om Christian Cooper als Afrikaans-Amerikaan, maar ook om tekenaar Alitha Martinez, een kind van migranten, die ooit nog gedeporteerd werd.

Berichten

Bommel Literatuurgids: Tachtig jaar Bommel opgesnord en gerangschikt

Geen enkel aspect van de vaderlandse strip is zo nauwkeurig, grondig en vooral compleet gedocumenteerd als het werk van Marten Toonder en dan vooral dat rond de avonturen van Bommel en Tom Poes. De Bommelsaga, zoals de complete verzameling verhalen wordt genoemd die onder supervisie van Marten Toonder tussen 1941 en ’86 verscheen, bestaat uit 177 tekststrips. Wie de witte reeks met daarin alle verhalen naast elkaar zet, komt op een mooi aantal decimeters uit.

Maar daar is het in die jaren niet bij gebleven: naast het werk zelf verscheen er een niet aflatende stroom boeken over de strip, in al zijn facetten. Deze stapel secundaire werken steekt qua centimeters de strip zelf naar de kroon: nog ieder jaar publiceren onderzoekers, journalisten, verzamelaars, vertalers en afficionado’s boeken en artikelen over Toonder, Tom Poes en Bommel.

Onlangs werden er weer drie centimeters noest onderzoekswerk aan de secundaire bibliotheek toegevoegd: van Toonder-kenners Klaas Driebergen en Hugo Klooster verscheen de Bommel Literatuurgids. Dit fraai bezorgde werk biedt een overzicht van de grote hoeveelheid boeken en artikelen die er in een periode van tachtig jaar zijn verschenen over het Bommel-oeuvre van Marten Toonder. Het onderschrift op het voorplat, in de kleuren van Bommels jasje, luidt ‘een overzicht van tachtig jaar Bommelstudie’.

De auteurs spreken zelf van de eerste secundaire Toonderbibliografie. Zij rangschikten in het boek meer dan 3500 publicaties over de Bommelstrip, die verschenen van 1941 tot nu. Vijf uitgebreide indexen wijzen de lezer de weg in al deze literatuur. Indrukwekkend, maar tegelijkertijd nadrukkelijk geen leesboek: alle publicaties worden genoemd en per jaar gerangschikt, maar staan er zelf niet in. Logisch misschien, maar toch gemeld: wie zoveel artikelen wil publiceren heeft meer nodig dan de toch al forse 320 pagina’s*.

Een echt naslagwerk dus, en dat beseften de beide samenstellers ook. Daarom is er het een en ander aan het boek toegevoegd: een uitgebreid voorwoord van voormalig Bommel-uitgever en stripcollectionneur Hans Matla, die zijn zinnen breidt in de stijl van Toonder, en een inleiding van de samenstellers zelf. De pagina’s van het literatuuroverzicht worden verluchtigd met Bommelillustraties en citaten van Marten Toonder.

Hoewel de makers er alles aan hebben gedaan om het zo lezenswaardig mogelijk te maken, is het geen boek dat de lezer van A tot Z gaat zitten doorvlooien. Daar is de chronologische literatuurlijst uiteindelijk te droog voor – en niet als zodanig bedoeld, vooral. Toch zit er een onvermoed vrolijk overzicht in: de index van figuren. Daarin staan alle ooit vermelde figuren uit de Bommelstrip op alfabetische volgorde gezet, van Argus tot Zwarte Zwadderneel.

Voor de gemiddelde lezer, of zelfs de Bommelfan van weleer, is dit misschien een stap te ver. De Bommel Literatuurgids lijkt vooral een uitkomst voor onderzoekers, verzamelaars en de echte die-hard fanaat. Dat kan goed, maar vergis je niet in de omvang van deze fanatieke club. De Marten Toonder Verzamelaars Club, uitgever van het driemaandelijkse Toondertijd, heeft meer dan 4000 leden. Er verschijnen nog steeds – en aan de lopende band – luxe verzamelaarsedities, losse albums en overzichtswerken van en rond het werk van Toonder én er zijn vergevorderde plannen om in Groenlo een heuse Bommelwereld te bouwen: een museum annex pretpark in de beste Toonder-traditie, compleet met kasteel Bommelstein.

Reken er maar op dat er over tien jaar een addendum bij de Bommel Literatuurgids verschijnt. Het is zeker niet zo dat er met deze complete publicatie iets is afgesloten: Bommel blijft nog wel een tijdje – vooral omdat hij nooit is weggeweest.

Klaas Driebergen en Hugo Klooster – Bommel Literatuurgids. Uitgeverij Klaas Driebergen. 320 pagina’s, hardcover. € 19,99.


* Makkelijk praten: nu alle publicaties zo handig bij elkaar staan, is het wellicht een idee om deze online beschikbaar te maken, voor iedereen om te lezen. Dat zou een geweldig project zijn, in omvang én relevantie.

Berichten

Het Stripschap bewijst opnieuw niet van deze tijd te zijn met jurysamenstelling Stripschapprijs

Een bijzonder bericht in het onlangs verschenen nummer 79 van Stripnieuws, het ledenblad van het Stripschap. Onder de titel De nieuwe commissie voor de Stripschapprijzen wordt alvast bekend gemaakt wie de nieuwe juryleden zijn: zij die bepalen wie in 2021 onder meer de oeuvrepijs ontvangt.

Bestond de commissie in de afgelopen editie(s) nog uit zes personen, dit jaar is er volgens het bericht gekozen voor een achttal commissieleden. De reden klinkt op zich logisch: de uitbreiding is bedoeld “voor nog meer diepgang”.

Vreemd wordt het als blijkt dat de huidige laureaat, Wasco, niet zoals gebruikelijk van de partij is: iedere winnaar mag het jaar erop plaatsnemen in de commissie. Waarom deze keer niet? Volgens het stuk “om het spannend te houden en de stand van zaken meer in de breedte te trekken”. Dat is een bijzondere woordkeuze voor een rare maatregel. Alsof het met Wasco in de jury niet spannend zou zijn – stel je de discussie eens voor die hieraan vooraf is gegaan. De winnaar van 2020 moet een jaar wachten en mag voor de editie van 2022 alsnog aanhaken: de spanning en de “breedte van de stand van zaken” gelden dus precies voor één jaar.

Toen we Wasco om een reactie vroegen, reageerde hij verrast: “Ik weet nergens van. Maar los van wat er besloten is en de gekke argumenten die ze blijkbaar bedacht hebben, verbaast het me niet dat ze mij hierover niet hebben ingelicht. Het Stripschap laat zich zelden van hun betrokken kant zien. Tijdens de uitreiking van de Stripschapprijs was er bijvoorbeeld niemand van het Stripschap aanwezig. Alle plichtplegingen werden overgelaten aan anderen.”

OK Boomer!

Terug naar de commissie, want wie zijn dan die spannende commissieleden die de stand van zaken meer in de breedte gaan trekken? Om te beginnen zijn het acht witte mannen en nul vrouwen. Meer dan de helft van de mannen zijn zestigplussers: Aloys Oosterwijk, Hans van der Lande, Aad van der Peet, Fred de Heij en Aat Hendrikson. Hans van der Peet (59) drukt het gemiddelde ook niet echt omlaag, Marco Luk en Marvin Lancel zijn iets jonger – vast om het avontuurlijk te houden en om als weerwoord te fungeren mocht er kritiek komen op de grijsheid van de commissie. Ook bijzonder is het dat Oosterwijk en De Heij als Stripschapprijswinnaars (respectievelijk van 2007 en 2014) al eerder zitting hadden in de commissie.

Zonder twijfel zijn de uitverkorenen capabel en prima in staat een stripmaker op het schild te hijsen, maar met de samenstelling laat het Stripschap zich beslist niet van een sterke kant zien. Het is compleet eenzijdig: geen jeugdigheid, geen vrouwen, geen diversiteit, en daarmee geen vertegenwoordiging van een heel grote groep striplezers – om nog te zwijgen over het gebrek aan voeling met de samenleving. Hoezo breedte? Welke diepgang?

Voor een vereniging die als doel heeft “de waardering te bevorderen voor het beeldverhaal in het algemeen en het Nederlandse beeldverhaal in het bijzonder” is dit een magere actie. De commissie is hooguit een doorsnee van de eigen achterban en heeft niets te maken met de vaderlandse stripwereld in al zijn verscheidenheid. Eigenlijk bewijst het Stripschap nog maar eens niet meer van deze tijd te zijn.

Berichten

Kijken: Craig Thompson en Noah van Sciver delen geweldige anekdotes in boeiend gesprek

De Amerikaanse stripmaker Noah van Sciver is niet van de luie soort. Wie zijn autobiografische verhalen leest en zijn albumproductie in de gaten houdt, weet dat hij een harde werker is. Nu zijn driedelige reeks beslommeringen van de wanna-be dichter Fante Bukowski in een prachtige verzamelband is verschenen, stort Van Sciver zich op een nieuw avontuur. Op zijn verse YouTube-kanaal interviewt hij interessante collega’s over hun actuele werk en wat verder ter tafel komt. Gewoon split screen, geen fancy toestanden. De gesprekken zijn onderhoudend en informatief, op het gezellige af.

De interessantste aflevering tot op heden is zijn gesprek met Craig Thompson (Good-bye Chunky Rice, Blankets (Denken van sneeuw), Habibi) over diens nieuwe project Ginseng Roots, een seriële comic van twaalf delen over de ginseng teelt in Wisconsin waar Thompson werkte in zijn tienerjaren.

Thompson en Van Sciver zijn op dreef; ze hebben veel gemeen. Wie hun oeuvres kent weet dat ze beiden een uitzonderlijke religieuze jeugd hebben meegemaakt. Over Thompsons jonge jaren gaat het uiteraard als Ginseng Roots ter sprake komt. Thompson deelt een paar geweldige anekdotes, over Benoit Peeters en Maurice Sendak.

Het mooie van het gesprek is dat Thompson de bal soms subtiel terugkaatst, waarmee de luisteraar ook Van Sciver beter leert kennen.

Wie meer wil weten over Ginseng Roots kan zich nog een stief kwartiertje vermaken met een uitgebreid interview dat Winconsin Public Radio had met Thompson over zijn nieuwe strip:

De losse delen van Ginseng Roots zijn in Nederland en Vlaanderen te krijgen in de betere comic- en stripspeciaalzaak. Een abonnement is ook mogelijk, direct van de uitgever. Dan komt er ook nog een foedraal bij om de losse deeltjes in te bewaren.

Het gesprek van Noah van Sciver en Craig Thompson kijk je hier:

Previews APR2020
Berichten

Amerikaanse stripwereld weer aan de slag, eerste bestellingen hoopvol

Zoals we laatst al meldden, zit de Amerikaanse stripwereld momenteel zo goed als op slot, doordat Diamond Distributors – de belangrijkste distributeur met een effectief monopolie op eerste uitgaven – zulke grote problemen heeft door de corona-crisis dat ze besloot geen artikelen meer te leveren en uitgevers en winkels voorlopig niet te betalen. Een maatregel die op zijn zachtst gezegd niet met veel enthousiasme werd ontvangen.

Diamond logoDe geruchtenmachine over de staat van Diamond draaide al snel op volle toeren. Reden voor Dan Shahin van Comic Book News om CEO Steve Geppi uit te nodigen voor een (live) videogesprek op youtube met een aantal uitgevers. De grootste drie, Marvel, DC en Image lieten weten niet op zo’n korte termijn aan te kunnen schuiven, maar Gary Groth (Fantagraphics), Ross Richie (Boom! Studios), Dirk Wood (IDW) en Mike Richardson (Dark Horse) namen de uitnodiging aan. Van dit viertal is Gary Groth zonder meer de meest kritische. Niet alleen op de huidige situatie, maar sowieso op de stripmarkt zoals deze in de VS al decennialang bestaat. Groths belangrijkste kritiek was onlangs te lezen bij The Comics Journal, kort nadat hij was hersteld van een COVID-19 infectie. In zijn ogen is de stripwereld veel te afhankelijk van losse comics. Deze comics, of floppies zoals ze ook vaak genoemd worden, blijven volgens Groth als eerste liggen ten tijden van een crisis en maken de sector kwetsbaar voor dit soort gebeurtenissen.

Dirk Wood van IDW vroeg zich af of Diamond van plan was iets te veranderen zodra de wereld langzaamaan weer de oude wordt. Geppi verwacht dat de gevolgen van deze crisis nog lang voelbaar zullen zijn en Diamond is daarom ook bezig om in de hele keten veranderingen aan te brengen. Welke dat zijn liet hij in het midden, maar hij wilde wel vast verklappen dat het gevolgen zou hebben voor iedereen, inclusief de lezers.

VideoAanstaande 20 mei zal er voor het eerst weer een uitlevering plaatsvinden. De keten start daarmee langzaam weer op. Mike Richardson van Dark Horse vroeg zich af hoeveel winkels er nog over zijn en hoeveel ze hebben besteld. Geppi gaf toe dat er winkeliers waren die het moeilijk hadden, maar zei dat Diamond zijn best deed winkels tegemoet te komen om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk winkels zijn die de crisis overleven. Hij benadrukte dat winkels in zijn ogen nog altijd cruciaal zijn voor een gezonde industrie en dus ook voor Diamond. Gelukkig stemmen de eerste nieuwe bestellingen hoopvol, met betere cijfers dan vorig jaar rond deze tijd, wat erop lijkt te wijzen dat de klanten de stripwereld trouw zijn gebleven en de industrie nog steeds in leven is.

Op de vraag hoe de uitgevers dachten over Diamonds besluit om niemand meer uit te betalen, reageerden alle uitgevers met een zekere mate van begrip. Gelukkig maken de meeste voor nabestellingen ook gebruik van andere distributeurs. Die betalen wel, dus dat haalt de druk enigszins van de ketel.

Op de vraag waarom Diamond zich genoodzaakt zag tot de draconische maatregel niemand meer uit te betalen, moest Geppi het antwoord schuldig blijven. Met enig draaikonten richtte hij zijn blik op de toekomst en liet weten dat iedereen uiteindelijk betaald zal worden en dat Diamond zich opmaakt voor een offensief om strips hipper te maken dan ooit, zodra de wereld het normale leven weer oppakt. Hoe dat offensief eruit gaat zien liet Geppi in het midden, maar hij hintte wel naar het feit dat veel tv-series die momenteel zo populair zijn – en tijdens deze crisis meer dan ooit bekeken worden – oorspronkelijk stripverhalen zijn en dat lang niet iedereen daarvan op de hoogte is.

Berichten

Ontmoet Amabie, de yokai die ons beschermt voor covid-19

Vergeet Pikachu en Hello Kitty, het figuurtje dat Japan op dit moment stevig in haar ban heeft, heet Amabie (spreek uit: aa-maa-bie-jee).

Zij is de legendarische zeemeermin-yokai met drie poten, die naar verluidt uit de zee tevoorschijn komt en een overvloedige oogst of een epidemie aankondigt. Op die oogst moeten we nog wachten, de epidemie is ons intussen overkomen.

Deze Amabie (wiki) is een yokai: een geest, een bovennatuurlijk wezen uit de Japanse folklore. Het verhaal gaat dat Amabie helpt als er een epidemie uitbreekt: “laat mensen een tekening van mij zien en ze zullen worden gered”.

En dat is wat de Japanse stripmakers in gang hebben gezet: op social media, vooral op Twitter, delen zij hun eigen versies van Amabie. Bedoeld voor wie het maar wil zien, voor iedereen die gered wil worden.

Als er een Japanse stripmaker is die zich bij leven en welzijn heeft bezig gehouden met yokai, dan is het Shigeru Mizuki (wiki). In zijn wereldberoemde Kitaro-strips draait het immers om een eenogig figuurtje dat half mens half yokai is: deze Kitaro is de ideale intermediair tussen gewonemensenwereld en die van de geesten. Veel Japanse mangaka verwijzen dan ook naar deze grootmeester van de yokai-strip.

Maar daar blijft het niet bij. Ook de Japanse overheid heeft Amabie omarmt als figuurtje dat mensen waarschuwt voor de gevaren van het coronavirus. Zo is deze Amabie is no time uitgegroed tot de nationale mascotte van de strijd tegen covid-19.

Intussen is Amabie ook buiten de landsgrenzen gesignaleerd. Riad Sattouf, de Franse auteur van de succesvolle strip De arabier van de toekomst en groot fan van het werk van Mizuki, heeft zich niet onbetuigd gelaten: op zijn Twitter heeft hij een prachtige Amabie getekend, in de hoop dat ook in Europa en de rest van de westerse wereld deze langharige zeemeermin met eendenbek haar ‘werk’ kan doen. Hoe meer mensen haar zien, des te sneller zullen we covid-19 eronder krijgen.

Sattouf heeft de aanzet gegeven. Laten we eens zien welke stripmakers zijn voorbeeld volgen, te beginnen in Nederland en Vlaanderen. Wie voelt zich geroepen? Hashtag #Amabie.

Eppo_corona_01
Berichten

Lange dagen thuis? Eppo 4 Free helpt je erdoorheen

Eppo_corona_03In deze tijden van crisis worden er links en rechts initiatieven georganiseerd om de noodgedwongen thuis bivakerende mensch van de nodige verstrooiing te voorzien. Stripblad Eppo doet een geweldige duit in het zakje en zet daarom om de dag (behalve in het weekend) een gratis, digitale Eppo online, onder de titel Eppo 4 Free.

Elk nummer van 36 pagina’s is gevuld met strips uit het rijke Eppo-archief. Het is hoofdzakelijk humoristisch werk van een strook tot enkele pagina’s, afgewisseld met korte verhalen en artikelen, maar als uitsmijter staat het eerste verhaal van Ythaq (door Arleston en Floch) er ook tussen. Inmiddels zijn er drie nummers verschenen. Op de website van stripblad Eppo kun je ze direct online lezen. Nog makkelijker is om je te abonneren, dan worden ze automatisch naar je toegestuurd.

Nieuws

Luisteren: Daniel Clowes vertelt over zijn leven en werk

Wie Daniel Clowes ooit trof op een beurs of stripfestival zag vast een ingetogen en rustige verschijning die niet werkelijk contact leek te maken met zijn omgeving. Clowes noemt zichzelf een toegewijde en daarom wellicht wat saaie stripmaker.

Des te opvallender is het dat Clowes vrijuit en enthousiast praat in de nieuwste RiYL-podcast – Recommended if You Like.

In aanloop naar de verschijning van zijn nieuwe koffietafelboek Original Art: Daniel Clowes, dat op 12 februari verschijnt, sprak hij met RiYL-host Brian Heater. Heater is de perfecte interviewer, eentje die niet zelf op de voorgrond hoeft en die de gast alle ruimte geeft om na te denken, stiltes te laten vallen om zo tot diepere inzichten te komen.

Het gesprek met Clowes gaat over diens jeugd, zijn werk, de stripwereld en over zijn voorliefde voor Little Lulu – de perfecte strookstrip die intussen opnieuw integraal wordt uitgegeven.

Recommended if You Like gaat al heel wat jaren mee. De lijst met gesprekken is imposant: Heater praat niet alleen met stripmakers, maar ook met muzikanten, schrijvers en kunstenaars. Kijk hier voor een compleet overzicht of bezoek zijn RiYL tumblr blog waar elke aflevering vergezeld gaat van een foto en een introductie.

Berichten

Internationaal poëtisch stripproject Duplex krijgt Spaanse editie

Duplex, het internationale project waarbij striptekenaars en dichters samen een grafisch gedicht maken, krijgt een Spaanstalige editie. In navolging van een Nederlands-Vlaamse editie in 2016 en een Britse in 2018 verschijnt deze zomer een album bij Ediciones Marmotilla en Alas Ediciones, met gezamenlijk werk van tien Spaanse duo’s.

Wat Duplex uniek maakt is dat het geen verstrippingen van gedichten betreft. De stripmaker werkt geen kant-en-klaar gedicht uit tot een beeldverhaal. Bij Duplex beginnen dichter en stripmaker gezamenlijk aan het proces van woord en beeld, gunnen en eisen, duwen en trekken, volgens de centrale vraag: hoe verhouden beide kunstvormen zich als ze tot elkaar veroordeeld zijn? De resultaten verrassen en laten het beste van beide werelden zien.

Dat ontstaansproces wordt uitvoerig gedocumenteerd en is een wezenlijk onderdeel van het project. Net als bij de twee eerdere edities zal ook in Spanje een expositie komen waar de toeschouwer kan zien hoe de grafische gedichten tot stand zijn gekomen: welke stappen zijn gezet, welke werkwijze is gehanteerd en op basis van welke onderlinge keuzes.

Het laatste nummer van het Spaanstalige tijdschrift Tebeosfera is in zijn geheel gewijd aan grafische poëzie, met een artikel over het Duplex-project en de plannen voor de Spaanse editie.

Aan de Spaanse Duplex werken de volgende duo’s mee (waarvan de eerste naam steeds de dichter is en de twee de stripmaker): Ana Merino en Sergio García Sánchez; Félix Castañar Pérez en Maribel Conejero; Óscar Rodríguez Martín en Marta Cartú; Fernando Llorente de la Peña en Pablo García Moral; Diego Emiliano Garrido Stratta en Lucas Miguel Carrillo Broeder; Alicia Villares Frías en Rubén Comino Zamora; Juan Luis Mora Aguilar en Sergio Arredondo Garrido; Andrea Mazas García en Gemma Pérez Herrero; Fernando Llorente Haya en Coralí Espuña Ribas; Jorge García Torrego en María Abellán Hernández.

Duplex is een project van Stefan Nieuwenhuis. Voor de Spaanse editie werkt hij samen met Enrique Del Rey Cabero van de Universiteit van Oxford en Kiko Sáez de Adana Herrero van de Universidad de Alcalá.

Meer informatie over Duplex vind je hier. Artikelen over Duplex zijn hier verzameld.

Berichten

Stripmakers storten zich met overgave op doemscenario’s in Aline

De Nederlandse stripbladenmarkt heeft er een nieuwe titel bij. Eentje die zich flink zal roeren als we de intenties mogen geloven die op de openingspagina van eerste nummer van Aline staan vermeld: strips maken om dromen te laten uitkomen, om de wereld om ons heen te verbeteren. Een wereld die nu nog is om moedeloos van te worden. En voorop staat groot het thema vermeld: de beschaving voorbij. We kunnen gevoeglijk aannemen dat Aline kiest voor maatschappelijke betrokkenheid als het vertrekpunt.

Mooi die activistische inslag, maar er is meer: de auteurs van het eerste nummer, een frisse mix van jong en oud, nieuw en gevestigd, hebben hun bijdragen in elkaars aanwezigheid geschreven en getekend. Daartoe zaten ze een aantal dagen in het Amsterdamse cultuurcentrum WG Kunst. Die directe aanwezigheid heeft gezorgd voor een interessante scheppende dynamiek, al betekent dat niet dat de stripmakers aan elkaars werk hebben zitten schaven of dat er allerlei crossovers in gang zijn gezet. Gelukkig maar, de Aline-makers zijn goed van zichzelf. Daarom verschillen de bijdragen enorm, van vrij tot dwingend, van uitleggen tot suggereren.

Neem Wasco, stiekem de drijvende kracht zonder titel van hoofdredacteur: in zijn bijdrage zien we Philip de Pinguin, een van zijn terugkerende figuren, in een bizar verhaal vol ontmoetingen en vragen. Hier en daar worden eens wat zaken aangestipt, maar een werkelijk verband met de wereld om ons heen of onze beschaving heeft het niet. Desondanks is het vermakelijk.

Het engagement is veel directer zichtbaar bij de jonge garde. Bij Anne Staal gaat het nadrukkelijk over hoe onze aarde naar de gallemiezen gaat (“plastic is stom!”), de grafisch interessante bijdrage van Shamisa Debroey verhaalt over de angst om alleen te zijn als de wereld vergaat en Sanne Boekel grijpt de negatieve aspecten van de toerisme-industrie bij de kladden. Bij geen van deze bijdragen valt er iets af te leiden of zelf te ontdekken: de lezer krijgt het verhaal van A tot Z verteld en verklaard. Als dat souffleren iets is van de jonge generatie, dan mag het wat scherper allemaal. Het maakt de lezer lui en dat past niet bij geëngageerde stripkunst. Geef de lezer een gevoel van betrokkenheid: iets met een prikkelende gedachte of het gevoel dat je tegen de haren in wordt gestreken.

Wie zich daaraan onttrekt is Ludwig Volbeda die met zijn vrije werk meer richting illustratie gaat dan naar de klassieke strip. Toch is zijn bijdrage, 99 voortekens, met recht een beeldverhaal. Volbeda vertelt aan de hand van fragmentarische, poëtische zinnen een verhaal dat hij met beelden ondersteunt. Zijn superfijne pentekeningen, die bijna microscopisch zijn, sturen de lezer in een bepaalde gevoelswereld die niet meteen negatief is, maar waar wel een zekere dreiging voelbaar is. Voor wie zich ervoor openstelt, zou je kunnen zeggen. De zinnen zijn ronduit fraai en laten de lezer even bezig zijn: Het water steeg op / we verstonden elkaar niet meer / de kinderen tekenden de zon steeds groter. Die boodschap schuurt en geeft de lezer gelegenheid om zelf na te denken. Wie een bijdrage wil leveren aan het bijsturen van een wereldbeeld, moet de ander ook de gelegenheid bieden iets van zichzelf erin terug te zien.

Zeker geen verloren zaak, want de thema’s van de volgende twee nummers zijn al bekend: vlees en plastic. Ook van die hangijzers waar je je engagement op los kan laten. Wanneer het tweede nummer verschijnt is nog niet bekend. Veiligheidshalve noemt de redactie de verschijningsfrequentie ‘onregelmatig’. Het doemnummer van het forse Aline ligt nu in de betere boekhandel en alle stripwinkels van Nederland voor de sympathieke prijs van 10 euro.

Typex, Ludwig Volbeda, Wasco, Jeroen Funke, Anne Staal, Charlotte Dumortier, Shamisa Debroey en Sanne Boekel – Aline 1, de beschaving voorbij. The Blue Orange, 68 pagina’s. 10,00.

1 2 3 6
Page 1 of 6