Prikbord

substack-comics
Berichten

Nieuwkomer Substack belooft behoud van rechten en snoept zo topauteurs weg bij DC en Marvel

Afgelopen jaar heeft zich een nieuwe speler gemeld in de comics-scene: Substack. Dat is een website waarop je terecht kunt voor (betaalde) blogs en nieuwsbrieven over een grote verscheidenheid aan onderwerpen. Ontdek je een auteur die je bevalt, dan neem je een betaald abonnement en kun je vanaf dat moment alles lezen wat die persoon schrijft. Dankzij de wereldwijde corona lockdown heeft Substack enorm veel nieuwe abonnees mogen verwelkomen. Het geld dat ze daarmee verdiend hebben, investeren ze nu in comics. Nick Spencer is aangetrokken om voor Substack een comics tak op te zetten. Hij stopt daarom met het schrijven van The Amazing Spider-Man, Marvels vlaggenschip. Er hebben zich al meer grote namen gecommitteerd: Jonathan Hickman, Molly Ostertag, Al Ewing, James Tynion IV, Scott Snyder en Skottie Young, om er een paar te noemen.

Jonathan-Hickman
Jonathan Hickman

De comic makers zullen vanaf nu alleen nog maar te volgen zijn via Substack. Dat houdt in dat een aantal van hen helemaal zal stoppen met sociale mediakanalen als Twitter, Instagram en Facebook, terwijl anderen minder zullen plaatsen en/of naar Substack zullen verwijzen. Als je voortaan iets wilt weten van deze mensen moet je naar Substack waar je ‘twitter-achtige’ berichten van de makers zult kunnen lezen.

Je kunt echter ook een betaald abonnement nemen. Als je bereid bent 7 dollar per maand te betalen, krijg je toegang tot alles wat er door één specifieke auteur wordt gemaakt. Voor 70 dollar per jaar krijg je ook nog toegang tot leuke extra’s, zoals eventuele chatsessies, unieke content en wellicht gesigneerde tekeningen. Een abonnement geeft echter niet de garantie dat je elke maand een nieuwe comic kunt lezen. Niet elke auteur werkt daarvoor snel genoeg.

Molly-Ostertag
Molly Ostertag

Een aantal makers zal voor de (grote) uitgeverijen blijven werken als ‘work-for-hire’, maar er zijn ook makers, zoals Jonathan Hickman, die ervoor kiezen om exclusief te gaan werken via Substack. Dat wordt vooralsnog beloond met flinke voorschotten. Dat van James Tynion IV schijnt bijvoorbeeld tegen een half miljoen dollar aan te hikken. Een ander voordeel voor de makers is dat ze alle rechten op hun creaties behouden. Op het moment dat auteurs hun werk willen laten drukken, zijn ze vrij dat te doen. Kiezen ze ervoor dat volledig in eigen beheer te doen, dan zijn de verdiensten voor 100% voor henzelf.

Dat geldt ook voor verfilmingen en andere spin-offs. Superheldenfilms halen miljoenen dollars binnen, maar comic makers – vaak de bedenkers van de verhaallijnen in de films – zien daar maar weinig van terug. Alle rechten zijn immers in handen van de uitgeverijen. Alleen als je je eigen verhaal op het grote of kleine scherm krijgt wordt het lucratief. Het legde Robert Kirkman en zijn Walking Dead, Mark Millar met zijn Kingsman en Kick-Ass en Brian K. Vaughan met Y: The Last Man in ieder geval geen windeieren.

Skottie-Young
Skottie Young

De belangrijkste eis die Substack hier tegenover stelt, is dat elke maker een van tevoren afgesproken aantal nieuwsberichten moet plaatsen in het eerste jaar en dat Substack 85% van de inkomsten krijgt die het abonnement in die periode oplevert. Daarna roomt Substack nog maar 10% af en is de rest voor de auteur. Belangrijkste reden voor dit opportunisme is enerzijds de groeiende markt voor online strips en anderzijds het succes van Kickstarter, waar alleen al dit jaar ruim 1.200 stripprojecten succesvol werden gefinancierd voor de lieve som van 18,6 miljoen dollar.

Zal dit de comic makers helpen om als zelfstandigen een meer structurele en consistente bron van inkomsten te genereren? Dat moet nog blijken. De bekende auteurs die momenteel als eerste de overstap wagen zullen daar ongetwijfeld makkelijker in slagen dan de minder grote goden die daarna zullen volgen. Ook voor nieuwkomers is het maar de vraag of het loont, al zullen ze wel profiteren van het feit dat de in de steek gelaten uitgevers op zoek gaan naar nieuw talent om de weggelopen auteurs te vervangen.

James-Tynion-IV
James Tynion IV

Of dit alles voor de lezer ook zo gunstig uitpakt, is nog maar de vraag. Het is een abonnement, dus ook als een auteur niets produceert, betaalt de abonnee. En alles is digitaal, terwijl de meeste verzamelaars bij voorkeur iets tastbaars hebben. Er zullen vast auteurs zijn die prenten en andere extra’s gaan aanbieden en als er comics en albums gedrukt worden dan zijn ze ongetwijfeld via Substack verkrijgbaar, maar de kans is groot dat voor al dat fraais extra betaald moet worden, ook al is het mogelijk met korting.

Het lijkt niet reëel te denken dat Substack net zo’n grote revolutie teweeg gaat brengen als Image Comics, dat Marvel begin jaren negentig alle toptekenaars wist te ontfutselen en binnen een aantal jaar 40% marktaandeel pakte. Daarvoor zijn er de laatste jaren al te veel andere alternatieven bijgekomen, zoals webtoons en crowdfunding. Zeker is wel dat hiermee voor stripmakers een nieuwe manier is toegevoegd om hun werk aan de wereld te tonen en daarmee inkomsten te genereren.

Berichten

Mijn gehandicapte broer en ik: Jordy (rolstoel) en Camiel (eikel) nemen de dag door

De stripfiguren Camiel en Jordy Derkx in het echt bepaald geen kleine jongens. Op Tiktok, Instagram en Facebook hebben de twee Brabantse broers een trouwe schare fans die daar op de hoogte worden gehouden van hun dagelijkse dingetjes. In Mijn gehandicapte broer en ik, waarvan onlangs een tweede stripboek verscheen, zijn alle strips gebundeld die Camiel maakte over hun gesprekken en belevenissen.

Het begon zes jaar geleden, toen kunstacademie-student Camiel strips ging maken over de gesprekken die hij had met zijn broer Jordy. Daarmee is hij sindsdien nooit opgehouden. Intussen woont en werkt Jordy op een zorgboerderij in het Brabantse Oploo en is Camiel werkzaam als ontwerper in Den Bosch. Iedere avond bellen de twee en spreken ze de dag door: van veel van deze gesprekken heeft Camiel eenpaginastrips gemaakt.

In de strip is Jordy ontwapenend. De beschreven situaties zijn geestig en uit het leven gegrepen. Vaak leunen de grappen op een spraakverwarring of een verhaspeling van woorden. Jordy heeft het verstandelijke vermogen van een vijfjarige, en/maar komt daardoor vaak geestig uit de hoek. Hij is vaak lekker brutaal. De running gag is dat Jordy zijn broer een eikel noemt, maar dat nooit meent.

Wie het hele album doorleest ontdekt het plezier van de twee broers: hun telefoongesprekken gaan eigenlijk over niks, maar hebben toch veel zeggingskracht. Ze laten bijvoorbeeld zien hoe het is op een zorgboerderij (“Kun je even de klem van mijn rolstoel losmaken? Ze kunnen echt he-le-maal niks hier”) en wat Jordy zoal doet overdag (“We hebben iets gebakken, het begint met een P.” – “Pepernoten?” “Nee, cake.”) Het is niet constant hilarisch, maar de vaart zit er lekker in en het is vaak tamelijk absurd – zoals het leven zelf. Het tekenwerk is basic en dient de verslaglegging van de gesprekken.Achterop het album staat dat het speciaal voor mantelzorgers, zorgbehoevenden en zorgverleners is bedoeld. Dat klinkt bijna alsof er iets therapeutisch of leerzaams in de verhalen zit. Terwijl, en dat is een verdienste, het toch vooral een lief en vrolijk inkijkje is in het leven van twee verschillende broers die ver van elkaar wonen en elkaar altijd wel iets te vertellen hebben.

Camiel Derkx – Mijn gehandicapte broer en ik 2. Eigen beheer. 40 pagina’s. € 11,99. Te bestellen via mijngehandicaptebroer.nl

 

Berichten

Het legendarische tijdschrift Métal Hurlant verrijst uit het graf

Metal-Hurlant-cover
Voorlopig omslag

In een tijd dat er meer tijdschriften omvallen dan worden opgericht, komt uitgeverij Les Humanoïdes Associés met het verrassende nieuws dat ze het legendarische tijdschrift Métal Hurlant eind dit jaar nieuw leven zal inblazen.

Op 1 januari 1975 verscheen het eerste nummer van het Franse striptijdschrift Métal Hurlant (brullend metaal). Dat nummer wordt op een strip van Richard Corben na volledig gevuld met werk van de oprichters, Jean-Pierre Dionnet, Philippe Druillet en Jean Giraud. Die laatste verzorgt onder zijn kort daarvoor aangemeten pseudoniem Moebius het omslag en maakt zes strips, waarvan twee met Druillet. Zijn meest memorabele bijdrage is een tekstloos verhaal van acht pagina’s onder de titel Arzach. Métal Hurlant bereikt alle hoeken van de wereld en het is met name Arzach dat op talloze stripmakers een onuitwisbare indruk maakt.

Métal Hurlant is op slag een fenomeen en krijgt al snel navolging in andere talen. In Duitsland verschijnt Schwermetal, in Nederland Zwaar Metaal en in de Verenigde Staten Heavy Metal. Alle edities leggen zich toe op het publiceren van grensverleggende schiencfictionstrips voor een volwassen publiek. Dat doen ze met verve; veel stripmakers die furore maken gedurende de jaren 70 en 80 publiceren in deze tijdschriften hun werk, velen als debutant. Maar als de klad komt in de tijdschriftenmarkt krijgt ook Métal Hurlant het moeilijk. Het laatste nummer verschijnt in 1987. Uitgeverij Les Humanoïdes Associés probeert het nog een keer in 2002, maar trekt de stekker er al uit in 2004.

Metal-Hurlant-03Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Fabrice Giger, redacteur en eigenaar van Les Humanoïdes Associés, en Vincent Bernière, redacteur en journalist, waren vastbesloten het blad een derde leven te geven. Middels een crowdfunding campagne op het Franse platform KissKissBankBank zijn ze er zojuist in geslaagd zo’n 3.000 abonnees te werven, waarmee een eerste jaar van vier nummers gegarandeerd is. Het project haalde 1365 % van het streefbedrag op en wist al ruim 10.000 exemplaren te verkopen van het eerste nummer. Het (Franse) publiek is dus duidelijk enthousiast over deze reïncarnatie.

De redactie bevat onder meer Ugo Bienvenu (Systeemvoorkeuren, Sukkwan Island) en Jerry Frissen (Simak, Meta-Baron) en het eerste nummer zal gevuld worden met werk van onder andere Fabien Vehlmann, Brian Michael Bendis, Matt Fraction, Mark Waid, Jaouen Salaun en zal redactionele bijdragen bevatten van Enki Bilal en William Gibson en vele anderen. Reken er maar op dat er nog veel meer auteurs aan dat rijtje zullen worden toegevoegd.

Metal-Hurlant-04Elk nummer wordt 288 pagina’s dik (met ongeveer 220 pagina’s strip en 60 pagina’s redactionele bijdragen) en zal het midden houden tussen een boek en een tijdschrift. Een mook noemen ze het zelf, waarmee de redactie gelijk een gooi doet naar de prijs voor het lelijkste leenwoord van het jaar. Vier keer per jaar zal er zo’n boekwerk verschijnen. Om de druk een beetje van de ketel te halen zullen de even nummers oud werk bevatten en onder de naam Métal Hurlant Vintage door het leven gaan. De oneven nummers worden gevuld met nieuw werk, dat uit alle windstreken wordt gehaald.

De auteursnamen die zijn vrijgegeven verraden vooral bijdragen uit Frankrijk en de Verenigde Staten, maar men is vastbesloten om daar ook auteurs uit Zuid-Oost Azië en andere regio’s aan toe te voegen. Het is die diversiteit en het gebruik van een thema om alle verhalen elk nummer met elkaar te verbinden die van Métal Hurlant weer het toonaangevende, grensverleggende tijdschrift moeten maken dat het ooit was. Het eerste nummer heeft als thema de nabije toekomst en moet eind september in de winkel liggen.

Wie het water al in de mond loopt, maar onvoldoende Frans beheerst, mag zich overigens ook verheugen. Begin 2022 zal er een Engelstalige editie verschijnen. Het enige wat we nog niet precies weten is de winkelprijs, maar aangezien abonnees 20 euro per nummer gaan betalen, lijkt het erop dat die alleszins schappelijk zal zijn.

Metal-Hurlant-02

Berichten

De geboorte van een Nieuwe Garde omslag: van schets tot gedrukt tijdschrift

We kondigden het 22 juni al aan, maar vandaag is het dan zover: het Nieuwe Garde tijdschrift, uitgegeven door de 9e Kunst, is vanaf nu te koop! Daarmee is het eerste tastbare bewijs van de Nieuwe Garde, de nieuwe lichting stripmakers, een feit. Het is slechts een voorproefje van de dikke anthologie die we dit najaar zullen uitbrengen, gevuld met zo’n zestig nieuwe stripmakers.

Het Nieuwe Garde tijdschrift wordt getooid door een omslag van Helene Lespagnard. Het begon met een paar afgekeurde schetsjes die oorspronkelijk gemaakt waren voor een ander project. De sfeer in die schetsjes leek ons perfect te passen bij de Nieuwe Garde. Helene begreep gelijk wat we bedoelden en ging enthousiast aan de slag. Hieronder vertelt ze over de totstandkoming van het omslag.

 

« Dit zijn verschillende kleine schetsjes van ideeën die ik had voor het maken van de cover.  Ik wilde er sowieso een klassieke en mythische ‘touch’ aan geven. Hierbij heb ik veel gekeken naar klassieke schilderijen.

» Uit deze schetsjes ging mijn voorkeur naar één die ik groter ben gaan uitwerken. Ik ging denken aan welke beestjes en/of planten ik nog allemaal kon toevoegen aan de tekening en nog andere vragen doken op:  “Hoe zou ik het harnas gaan uitwerken van de ridder?” “Zou hij een helm dragen?” “Welke keuze van kleuren ga ik maken?” Allemaal vragen waarvan ik de antwoorden ging vinden in deze schets.

« Op de computer ben ik mijn pagina gaan herstructureren om de titel er in te laten passen. Ik besloot om achter de ridder nog een bende mythische figuren te tekenen die de nieuwe striptekenaars in opkomst zijn. Het idee van: “Ze komen eraan”.

» Mijn gereorganiseerde schets ben ik gaan afdrukken. De print heb ik op de lichtbak gelegd en heb ik overgetekend op een dikker papier om op te gaan schilderen met gouache. Hier en daar ben ik de tekening wat verder gaan uitwerken of bepaalde zaken opnieuw gaan tekenen. En dan schilderen!

« Het leek me fijn om de ridder een grote rode en felle cape te geven die alle aandacht trok. Ik begin ook altijd met de figuur eerst te schilderen. Puur voor het plezier.

» Nadat de ridder grotendeels was uitgewerkt begon ik aan de grote vlakken. Zo krijg je al een globaal beeld van hoe de cover eruit gaat zien.

« Wanneer de grote vlakken zijn geschilderd, komen de beestjes, planten en details aan de beurt. De cover ziet er meestal al “bijna” klaar uit na de geschilderde grote vlakken, maar de meeste tijd kruipt vaak in het uitschilderen van de kleine details.

» Voor de planten onderaan heb ik me geïnspireerd op vleesetende planten. Ik vond het zo fijn om elk klein haartje te schilderen en me hier helemaal in te laten verliezen. Ook ben ik verschillende soorten slangen gaan opzoeken voor de patronen op de rug.

« Vervolgens ben ik het boomgewas in de achtergrond gaan uitwerken. Het leek me leuk om hier een beetje een onrealistisch patroontje aan te gaan geven.

» Ik wilde het gras ook nog een subtiele textuur geven en voegde hier en daar was lichtere stukken toe.

Mijn lettering voor de vlag werkte ik uit op een apart stukje papier. Zo had ik een beetje de vrijheid om deze uit te zoeken. Ik koos ervoor dat ik die combinatie van het moderne en klassieke hierin opnieuw wilde krijgen. Na wat prutsen en zoeken is dit de vlag geworden.

En toen was de cover plots af! Klaar voor het magazine om gelezen te worden door jullie!

Berichten

Wordt strip de derde Boon, of wordt de Boon een strip? Touwtrekken om de Vlaamse literatuurprijs

Op woensdag 17 maart maakte de vzw Vlaamse Literatuurprijs bekend dat er een nieuwe literatuurprijs in het leven was geroepen: de Boon. Er zijn twee categorieën, te weten jeugdliteratuur en fictie/non-fictie. Het geldbedrag dat met de Boon is gemoeid, bedraagt 50.000 euro per categorie. Dat is niet alleen een flink bedrag, maar het feit dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen literatuur voor volwassenen en literatuur voor jongeren is bovendien bijzonder. Het betekent in ieder geval dat de Boon voor jeugdliteratuur qua prijzengeld terstond de grootste kinderboekenprijs is in de Lage Landen.

Binnen de stripwereld werd dit nieuws met gemengde gevoelens ontvangen. Dat er een nieuwe, prestigieuze literatuurprijs in het leven is geroepen is natuurlijk mooi nieuws. Dat de organisatie in haar promotie sterk hamert op diversiteit en dat de Boon een prijs moet zijn voor iedereen is sympathiek en conform de tijdgeest. Maar dat stripboeken ondanks deze beloftevolle woorden uitgesloten zijn van deelname is onbegrijpelijk. In Barbarië (dat land ten noorden van Vlaanderen) zou men daar misschien nog mee wegkomen, maar in België, bakermat van de Europese strip, liet de stripwereld dat niet over haar kant gaan.

De algemene aanvaarding van strips en graphic novels als een volwaardig literair medium is intussen al enkele decennia in de maatschappij doorgedrongen, maar dus helaas nog niet tot de commissie

Op 29 maart volgde dan ook een open brief, geïnitieerd door Pinceel Stripverspreiding en ondertekend door Vlaamse en Nederlandse uitgeverijen die regelmatig werk van Nederlandse stripmakers uitgeven. Daarin werd gepleit voor het openstellen van de Boon voor deelname van stripboeken: “Jaarlijks verschijnen meer dan voldoende kwalitatieve, spannende, diepgravende, sociaal-relevante en kunstzinnige strips en graphic novels, die hun voet kunnen zetten naast de titels die momenteel wel in aanmerking komen voor beide Boon-categorieën; fictie/non-fictie en kind/jeugd. Onze boeken worden verkocht via dezelfde verkoopkanalen en worden gekocht door dezelfde kwaliteits-zoekende lezers. De algemene aanvaarding van strips en graphic novels als een volwaardig literair medium is intussen al enkele decennia in de maatschappij doorgedrongen, maar dus helaas nog niet tot de commissie waar dit reglement werd samengesteld.”

Er werd meteen actie ondernomen: Vzw Vlaamse Literatuurprijs vroeg Literatuur Vlaanderen – de Vlaamse evenknie van het Nederlands Letterenfonds – een dialoog aan te gaan met de betreffende uitgeverijen en naar aanleiding daarvan een advies uit te brengen. Dat gesprek vond intussen plaats en daarop werd besloten zoveel mogelijk andere (strip)uitgeverijen om hun mening te vragen. Afgelopen zaterdag 26 juni is om die reden een mail verstuurd met precies die vraag en het verzoek vóór komende vrijdag, 2 juli, te antwoorden. Veel bedenktijd is er dus niet, zoals ook de uitleg schaars is over hoe de organisatie de geboden opties in de praktijk wil uitwerken.

Er zijn feitelijk twee keuzes: of de huidige prijzen worden opengesteld voor deelname van stripboeken, zodat deze op gelijke voet met romans kunnen strijden om de eer, of er wordt een aparte prijs in het leven geroepen, specifiek voor stripboeken.

Een Boon voor strips

We belden met Ann Jossart (uitgeverij Oogachtend, Pinceel Stripverspreiding en initiatiefnemer van de open brief) en Rob van Bavel (Uitgeverij L), beide voorstander van deelname van stripboeken in de bestaande categorieën, en vroegen ons hardop af of een aparte categorie voor strips niet beter zou zijn.

Verschil is er altijd, waarom zou dat in dit geval ineens onoverkomelijk zijn?

9e Kunst: Belangrijkste argument om een aparte categorie toe te voegen is dat de strip een zelfstandig medium is. Geen kunst, geen literatuur, maar een tussenvorm die facetten van kunst en literatuur combineert. Een directe vergelijking tussen roman en strip gaat daarom mank. Het is een verhaal van appels en peren.

Ann Jossart: Maar nee, het is een verhaal van twee soorten appels. Doordat de jury de literaire kwaliteiten moet beoordelen is het verschil tussen romans en strips lang niet zo groot. Natuurlijk is er een verschil, maar dat is er ook als je diverse genres met elkaar vergelijkt binnen hetzelfde medium. Verschil is er dus altijd, waarom zou dat in dit geval ineens onoverkomelijk zijn? De organisatie vergeet dat de lezers van graphic novels en die van literatuur voor een belangrijk deel overlappen, dat zijn geen strikt gescheiden werelden. Graphic novels verkopen doorgaans zelfs beter in de algemene boekhandel. Voldoende mensen kunnen beide naar waarde schatten en je mag verwachten dat ook een jury daar mee om kan gaan.

Rob van Bavel: We maken dat onderscheid tussen graphic novel en literatuur veel groter dan het werkelijk is. Een grote boekhandel in Nederland had haar stripcollectie aanvankelijk een plek gegeven tussen de literaire genres, maar besloot de afdeling later toch te verhuizen. Stonden de strips ineens tussen de ramsj en de bordspellen. We verkochten ineens nog maar de helft. Daaraan zie je dat als je strips op een ‘verborgen’ plek neerzet, enkel nog de liefhebbers moeite doen de afdeling op te zoeken. Zet je het gewoon in de loop, dan pakken ineens allerlei mensen iets mee. Blijkt de drempel lang niet zo hoog.

Ik wil mijn auteurs kunnen vertellen dat ik hun werk ook kan insturen voor een literaire prijs

9eK: Als er in één categorie gestreden wordt, is het maar de vraag in hoeverre de strip daarmee op gelijke hoogte wordt gezet. De kans is groot dat de jury romans en strips beoordelen met de criteria die vooral op romans van toepassing zijn, waardoor deze automatisch aan het langste eind trekken. Wat wint de strip als het een oneigenlijke strijd keer op keer verliest? Een aparte categorie voor strips garandeert tenminste dat er elk jaar een stripboek met een Boon in het nieuws komt.

RvB: Het gaat eerst en vooral om erkenning. De strip moet als volwaardige speler meedoen en dat is meer waard dan de prijs winnen. Een stripboek is een boek, net als een roman. Waarom dan niet over de verschillen heen stappen en beide op een gelijkwaardige manier als boek beoordelen? Als dat gebeurt, als mensen horen dat stripboeken in de longlist of shortlist staan, schouder aan schouder met schrijvers die ze kennen en waarderen, dan doe je ineens voor vol mee, ook als het bij een nominatie blijft.

AJ: Maak je voor de strip een aparte categorie dan kan het publiek die negeren. Dat lukt niet als er maar één categorie is. Zo zien meer mensen de genomineerde graphic novels. En wat ik net zo belangrijk vind: ik wil mijn auteurs kunnen vertellen dat ik hun werk ook kan insturen voor een literaire prijs, niet enkel voor een stripprijs die eens per twee jaar het volledige stripveld wil overschouwen met alle genres op een hoop, waaruit dan één ‘beste album’ gekozen wordt. Dát is pas appelen met peren vergelijken.

Het is vrijwel zeker dat een categorie voor stripboeken niet gelijkwaardig behandeld zal worden

9eK: Wat betreft de erkenning, als de Boon de literaire prijs is van Vlaanderen, dan is de winnaar van een Boon automatisch gelauwerd omwille van haar literaire kwaliteiten, ongeacht of dit een roman of strip is. Het aanzien zou gelijkwaardig moeten zijn, mits – en dat is wel de voorwaarde – de organisatie haar voornemen alle categorieën gelijkwaardig te belonen en te behandelen ook toepast op de categorie voor strips.

RvB: In het eerste overleg tussen de ondertekenaars van de open brief en de adviesgroep van Literatuur Vlaanderen werd gesteld dat men momenteel niet het geld had om de winnaar van een derde categorie hetzelfde bedrag toe te kennen. Dat komt mede doordat men bang is dat ook anderen om een categorie zullen vragen, bijvoorbeeld voor poëzie. Tegelijkertijd wil men ook niets afdoen van het bedrag van de huidige twee categorieën. Het is dus vrijwel zeker dat een categorie voor stripboeken niet gelijkwaardig behandeld zal worden.

AJ: Het zal niet de eerste keer zijn dat de strip weer een uitzonderingspositie krijgt. Ik ben dat beu, ik wil dat niet meer. Bovendien kon niemand van de organisatie iets concreets vertellen, zo waren we dus helemaal niet overtuigd dat er in de nabije toekomst (bijvoorbeeld 2022 ) daadwerkelijk een Boon voor strips georganiseerd zou kunnen worden.

Het is tijd dat we de volgende stap nemen

9eK: Een voordeel van een aparte categorie is dat het juryrapport elk jaar kan onderstrepen dat de strip een zelfstandig en waardevol medium is, met haar eigen, unieke mogelijkheden en haar eigen (literaire) merites.

RvB: De stripwereld strijdt al heel lang voor acceptatie, om als reguliere speler gezien te worden door de rest van de boekenwereld en niet als apart clubje. Als je je opstelt als een buitenbeentje, blijf je ook een buitenbeentje. Daar winnen we niets mee. Het is tijd dat we de volgende stap nemen.

AJ: Als ik zie dat Aimée de Jongh wordt uitgenodigd om te komen praten over Dagen van zand bij Brommer op zee en daar gewoon serieus genomen wordt, dan denk ik ook dat de tijd er rijp voor is.

Berichten

Eisner Award nominatie voor Tilburgs onderzoek Who Understands Comics

Neil Cohn: Who Understands ComicsAfgelopen weken werden de nominaties voor de Eisner awards bekend gemaakt. Waar normaal alle aandacht begrijpelijkerwijs uitgaat naar de genomineerde strips, gaat mijn aandacht als onderzoeker ook altijd uit naar de categorie “best academic/scholarly work.” Hier vond ik het werk van een in Tilburg werkende Amerikaanse onderzoeker Neil Cohn, die strips onderzoekt vanuit een neurolinguïstisch perspectief. Ik sprak met Cohn over de nominatie van zijn Who Understands Comics: Questioning the Universality of Visual Language Comprehension.

Cohn liet weten dat hij erg verrast was. Hij kwam erachter doordat een andere striponderzoeker hem tagte in een tweet over de nominatie. Momenteel probeert Cohn vooral zijn verwachtingen te temperen. Hij weet dat de insteek van zijn boek vrij uniek is in relatie tot de andere genomineerden, maar durft nog niet te veel te hopen.

In Who Understands Comics bespreekt Cohn de breed gedragen aanname dat strips of in sequentie geplaatste beelden universeel te begrijpen zijn. Deze aanname ligt ten grondslag aan het idee dat strips infantiel of simpel zouden zijn en zelfs aan het gebruik van strips in een educatieve setting. Door bestaand onderzoek over dit onderwerp aan elkaar te koppelen is Cohn tot de conclusie gekomen dat deze aanname niet klopt. Strips zijn geen universeel begrijpelijke taal. In plaats daarvan vereisen strips bestaande kennis om begrepen te kunnen worden.

Momenteel werkt Cohn in Tilburg aan een ERC starting grant aan software die in staat zal zijn de visuele kenmerken van strips te analyseren. Met deze software gaat Cohn ongeveer 1.500 strips uit 50 verschillende landen analyseren om te kijken of er cross-culturele patronen of verschillende visuele talen te vinden zijn. Alle data die met dit onderzoek beschikbaar wordt gemaakt is vrij toegankelijk en Cohn hoopt dan ook dat zijn onderzoek voor andere onderzoekers als springplank kan fungeren. Mocht je meer willen weten over Cohn en zijn onderzoek, kijk dan op Visual Language Lab. of lees het interview met Cohn dat onlangs verscheen bij Univers: ‘Strips lijken misschien eenvoudig, maar er zit zoveel meer complexiteit in’.

 

Berichten

Mooi nieuws van 9e Kunst! Hier is de Nieuwe Garde…

Hier zijn ze! De tekenaars van De Nieuwe Garde zijn in aantocht! De stripmakers van morgen komen naar ons toe om nooit meer weg te gaan. Vanaf nu zal iedereen weten welke auteurs de komende jaren de stripwereld bevolken.

Met het Nieuwe Garde tijdschrift presenteren we ons voor het eerst aan het grote publiek. In het tijdschrift staan de verkenningstroepen, want straks – in het najaar – meldt de Nieuwe Garde zich met meer dan zestig stripmakers sterk. Dan verschijnt de anthologie, het overzichtswerk waarover gesproken gaat worden. Zo is het tijdschrift bedoeld: als vriendelijke opmaat naar de grote Nieuwe Garde-anthologie.

De Nieuwe Garde is een project van 9e Kunst. Hiermee willen we ons inzetten voor jonge stripmakers. Dat doen we omdat we veel jong talent om ons heen zien, met een groot hart voor de strip. Al jaren klinkt de noodkreet dat de stripwereld vergrijst, dat er te weinig nieuwe, jonge lezers bijkomen en dat het voortbestaan van de toch al kleine Nederlandstalige stripwereld hierdoor onzeker is.

Tegelijk krijgen jonge stripmakers maar mondjesmaat voet aan de grond en daardoor zijn ze te weinig zichtbaar voor het publiek. Dat moet echt anders.
De strip verdient het om te groeien, om nieuwe generaties aan zich te binden en om voor altijd te blijven. Iedereen moet zich thuis voelen in dit magische medium. Vandaar dat Nieuwe Garde zo nodig is.

Samenwerking met de stripwereld

We zijn voortvarend van start. Achter de schermen zijn we al bijna een jaar bezig met Nieuwe Garde. Het mooie is dat we het allemaal niet alleen doen. Helemaal niet zelfs! We krijgen veel steun uit de stripwereld, zij helpen ons om onze plannen te realiseren. Want iedereen weet: alleen samen kunnen we grote stappen zetten.

Het tijdschrift is mogelijk gemaakt door uitgevers en betrokkenen uit de Nederlandstalige stripscène: de uitgeverijen Scratch, Oogachtend, Uitgeverij L, Concerto en Sherpa, samen met Cross Comix, stripwinkel Akim, Debutantenfonds Beeldverhaal, Pictoright, Stripgids, Zone 5300, Eppo, Pinceel en Strips in voorraad. Zij dragen bij en onderschrijven onze ambities én die van de jonge stripmakers.

Wat kun je verwachten?

Het Nieuwe Garde tijdschrift is vanaf 8 juli verkrijgbaar in stripwinkels in Nederland en Vlaanderen. Het eenmalige blad van 48 pagina’s kost € 3,95. Abonnees van Zone 5300 en Stripgids krijgen het als cadeau bij het eerstvolgende nummer meegestuurd.

Naast strips van Karin Blaauwijkel, Mélanie Corre, Hanne Dewachter, Dido Drachman, Valentijn Hamel, Sabrina Kooijmans, Melanie Kranenburg, Bob op ‘t Land, Tim Layae, Charlotte Pasveer, Lode Peeters, Emma Ringelding, Hugo Seriese, Indi Vos en Sarah San van der Wagt, lees je artikelen van Aimée de Jongh, Frits Jonker, Peter Moerenhout, Tamara Ansing en Stefan Nieuwenhuis. De prachtige cover is van Helene Lespagnard. Wommol maakte een uitneembaar miniboekje in het hart van het blad.

Rampokan
Berichten

Rampokan diende als inspiratiebron voor film De Oost, maar bleef onvermeld

De Oost, een film over de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog en de oorlogsmisdaden die Nederland daar beging. is momenteel te zien in de bioscoop (het mag weer) en bij Amazon Prime. Wie goed kijkt en zijn of haar klassiekers kent, kan met enige regelmaat scènes voorbij zien komen die verdacht veel lijken op scènes uit Rampokan, de graphic novel van Peter van Dongen over hetzelfde onderwerp. Navraag leert dat Van Dongen dit ook al was opgevallen.

Rampokan-integraal“Ik wist al een paar jaar dat de film in productie was en dat Rampokan daarbij als één van de bronnen gebruikt werd. Toen ik de trailer zag, bekroop me het gevoel dat één en ander er wel erg bekend uitzag. Een ingezonden brief in de NRC bevestigde dat ik niet de enige was die het zag en dat was voor mij de reden toch eens contact op te nemen met de producent. Ik kreeg een email van hem terug: ‘Dat een stuk inspiratie heeft doorgesijpeld zal zeker wel het geval zijn’, schreef hij daarin.”

In de brief waar Van Dongen naar verwijst, beschreef een NRC-lezer een aantal gelijkenissen tussen De Oost en Rampokan. De meest frappante overeenkomst is een muur beklad met de kreet ‘DUTCH GO HOME!’. Die leus heeft nooit bestaan en is door Van Dongen destijds zelf bedacht als variant op ‘Yankee go home!’. “Ze hebben natuurlijk veel meer boeken, documentaires en ander documentatiemateriaal gebruikt, Rampokan was niet hun enige bron. Jim Taihuttu, de regisseur, kon zich uiteindelijk niet meer herinneren waar hij de slogan had gezien, vandaar dat mijn naam niet in de aftiteling wordt vermeld. Inmiddels heeft hij toegegeven dat het letterlijk uit Rampokan is overgenomen.”

Van Dongen verdenkt de makers niet van opzet en heeft geen behoefte de zaak groot op te blazen. “We hebben vast uit dezelfde informatiebronnen geput. En strips en storyboards hanteren natuurlijk een zelfde, universele beeldtaal.” De meeste scènes die gelijkenissen vertonen, zoals een shot van een brug in kikvorsperspectief, of een man ‘zwevend’ onder water, zijn inderdaad redelijk generiek, waardoor moeilijk te bewijzen valt dat ze geïnspireerd zijn op scènes uit Rampokan. “Maar toch… als je weet dat de regisseur een fan is en mijn boek als inspiratiebron heeft gebruikt, dan zie je de overeenkomsten. Dat is niet erg, maar het is wel fijn in zo’n geval vermeld te worden.”

Dat het hoofdpersonage in De Oost Johan heet, net als de hoofdpersoon in Rampokan, is volgens Van Dongen toeval: “De overgrootvader van regisseur Jim Taihuttu heette Johan, vandaar. Mijn opa, ook KNIL-militair, had de naam Johan als tweede naam.” Die overeenkomst mag dan toeval zijn, het maakt de verwarring er niet minder op.

Inmiddels is er een oplossing gevonden. In interviews wordt Van Dongen vanaf nu genoemd en de interesse die door de film is ontstaan, zal benut worden om een shortlist te presenteren van de vijf belangrijkste boeken die bij de productie zijn gebruikt. Boeken die de acteurs overigens meekregen om zich voor te bereiden op hun rol. Rampokan hoort daar dus ook bij en krijgt zo, via een omweg, toch nog de lof die het verdient.

 

De header en onderstaande beelden zijn afkomstig uit de trailer van De Oost (Amazon Prime Video) en de oorspronkelijke uitgave van Rampokan (Oog & Blik/De Harmonie).

 

 

 

Aimee-de-Jongh
Berichten

Aimée de Jongh: “Als ik rustig de tijd neem komt mijn werk op zijn hoogste niveau”

Dagen van Zand, de nieuwe beeldroman van Aimée de Jongh verscheen afgelopen 21 mei. Het betreft een verhaal dat zich afspeelt in het Oklahoma tijdens de Grote Depressie, midden in een van de grootste ecologische rampen van de twintigste eeuw: de Dust Bowl; verwoestijning veroorzaakt door een te intensieve bebouwing van het land.

Het hoofdpersonage in De Jonghs boek is fotograaf. Een van de vele, gestuurd door de Amerikaanse overheid in een poging het leed op film vast te leggen. Sommige van deze fotografen zoals Dorothy Lange, Arthur Rothstein en Walker Evans werden later beroemd.

Op bezoek bij Aimée in Rotterdam kregen we te horen wat de succesvolle stripauteur over haar nieuwste boek te vertellen heeft.

 

Berichten

Tillie Walden verstript het levensverhaal van icoon-in-wording Girl in Red

Je hebt vast weleens een groot bestand verstuurd met WeTransfer, de website die ooit in 2009 begon in een Amsterdams zolderkamertje (of een ander kamertje, maar dit schuurt prettig tegen de krantenjongen/miljonair utopie aan). De schermvullende afbeeldingen, die tijdens het verzenden in de achtergrond staan, worden sinds 2018 verzorgd door een apart platform genaamd WePresent. Sinds zij het overnamen passen er ook hele artikelen in. Bijvoorbeeld over stripmakers.

Zo mocht Chris Ware vertellen over Rusty Brown, Jamie Hewlett over (onder meer) de Gorillaz, Anna Mill over Square Eyes en Luke Pearson over Hilda. Op dit moment kun je een exclusief verhaal lezen over de muzikante Girl in Red, getekend door Tillie Walden. Als je niet weet wie Walden is, dan wordt het hoog tijd voor een introductie. Tillie Walden is een jonge Amerikaanse stripmaakster die op haar 18e haar eerste boek publiceerde, op haar 21e haar autobiografie en die afgelopen jaar, op haar 25e, haar zesde boek uitbracht. Het is ook geen flauw werk. Ze is al vier keer genomineerd voor een Eisner Award, waarvan er ze er twee verzilverde.

Het meest opvallende aspect aan Waldens oeuvre, is dat het nauwelijks mannelijke personages bevat. Als ze überhaupt rondlopen, dan falen ze steevast voor de Bechdel-test. Walden is lesbisch, had haar coming-out op haar 16e en als je Spinning hebt gelezen, dan weet je dat men daar in Texas, ook vandaag de dag, niet op zit te wachten. Het lijkt wel alsof Walden als tegengif voor haar slechte ervaringen ervoor gekozen heeft precies dat te doen wat mannelijke schrijvers al millennia straffeloos doen, namelijk het weglaten van de andere sekse. Grappig genoeg mis je het niet, maar valt het wel op, wat je direct confronteert met de ongelijkheid in onze samenleving. Dat Walden nergens de moeite neemt deze keuze te verantwoorden of zelfs maar te benoemen, maakt haar statement des te sterker.

Niet verrassend gaat haar WePresent strip, Girl in Red, dan ook over een lesbische muzikante, namelijk de Noorse Marie Ulven, die optreedt onder haar pseudoniem Girl in Red. Met haar 22 jaar is ook Ulven een groot talent, die dankzij haar uitgesproken teksten al een grote schare volgelingen heeft weten te verzamelen, met name in de LHBTI+ gemeenschap. In het verhaal ontdekken we dat de vraag “luister jij naar Girl in Red?” inmiddels zelfs een verkapte manier is om te polsen of iemand lesbisch is.

De strip ontstond na een lang gesprek tussen Ulven en Walden dat werd samengevat en uitgeschreven door Lucy Bourton. Het is een beknopte biografie van Marie Ulven geworden, dat helaas kampt met de valkuil waar de meeste biografieën intuinen: de alwetende verteller.  Dankzij de dromerige tekeningen van Walden, waarin ze regelmatig meerdere beelden laat samenvloeien, valt er toch genoeg te genieten. Binnenkort verschijnt het eerste album van Girl in Red en dan zal ongetwijfeld ook deze strip naar voren geschoven worden. Ulven zelf is er in ieder geval erg gelukkig mee.

 


Nieuwsgierig geworden naar het werk van Tillie Walden? Ook On a Sunbeam, haar dikste boek tot nu toe, kun je gratis lezen als webcomic.

 

1 2 3 7
Page 1 of 7