Prikbord

Rampokan
Berichten

Rampokan diende als inspiratiebron voor film De Oost, maar bleef onvermeld

De Oost, een film over de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog en de oorlogsmisdaden die Nederland daar beging. is momenteel te zien in de bioscoop (het mag weer) en bij Amazon Prime. Wie goed kijkt en zijn of haar klassiekers kent, kan met enige regelmaat scènes voorbij zien komen die verdacht veel lijken op scènes uit Rampokan, de graphic novel van Peter van Dongen over hetzelfde onderwerp. Navraag leert dat Van Dongen dit ook al was opgevallen.

Rampokan-integraal“Ik wist al een paar jaar dat de film in productie was en dat Rampokan daarbij als één van de bronnen gebruikt werd. Toen ik de trailer zag, bekroop me het gevoel dat één en ander er wel erg bekend uitzag. Een ingezonden brief in de NRC bevestigde dat ik niet de enige was die het zag en dat was voor mij de reden toch eens contact op te nemen met de producent. Ik kreeg een email van hem terug: ‘Dat een stuk inspiratie heeft doorgesijpeld zal zeker wel het geval zijn’, schreef hij daarin.”

In de brief waar Van Dongen naar verwijst, beschreef een NRC-lezer een aantal gelijkenissen tussen De Oost en Rampokan. De meest frappante overeenkomst is een muur beklad met de kreet ‘DUTCH GO HOME!’. Die leus heeft nooit bestaan en is door Van Dongen destijds zelf bedacht als variant op ‘Yankee go home!’. “Ze hebben natuurlijk veel meer boeken, documentaires en ander documentatiemateriaal gebruikt, Rampokan was niet hun enige bron. Jim Taihuttu, de regisseur, kon zich uiteindelijk niet meer herinneren waar hij de slogan had gezien, vandaar dat mijn naam niet in de aftiteling wordt vermeld. Inmiddels heeft hij toegegeven dat het letterlijk uit Rampokan is overgenomen.”

Van Dongen verdenkt de makers niet van opzet en heeft geen behoefte de zaak groot op te blazen. “We hebben vast uit dezelfde informatiebronnen geput. En strips en storyboards hanteren natuurlijk een zelfde, universele beeldtaal.” De meeste scènes die gelijkenissen vertonen, zoals een shot van een brug in kikvorsperspectief, of een man ‘zwevend’ onder water, zijn inderdaad redelijk generiek, waardoor moeilijk te bewijzen valt dat ze geïnspireerd zijn op scènes uit Rampokan. “Maar toch… als je weet dat de regisseur een fan is en mijn boek als inspiratiebron heeft gebruikt, dan zie je de overeenkomsten. Dat is niet erg, maar het is wel fijn in zo’n geval vermeld te worden.”

Dat het hoofdpersonage in De Oost Johan heet, net als de hoofdpersoon in Rampokan, is volgens Van Dongen toeval: “De overgrootvader van regisseur Jim Taihuttu heette Johan, vandaar. Mijn opa, ook KNIL-militair, had de naam Johan als tweede naam.” Die overeenkomst mag dan toeval zijn, het maakt de verwarring er niet minder op.

Inmiddels is er een oplossing gevonden. In interviews wordt Van Dongen vanaf nu genoemd en de interesse die door de film is ontstaan, zal benut worden om een shortlist te presenteren van de vijf belangrijkste boeken die bij de productie zijn gebruikt. Boeken die de acteurs overigens meekregen om zich voor te bereiden op hun rol. Rampokan hoort daar dus ook bij en krijgt zo, via een omweg, toch nog de lof die het verdient.

 

De header en onderstaande beelden zijn afkomstig uit de trailer van De Oost (Amazon Prime Video) en de oorspronkelijke uitgave van Rampokan (Oog & Blik/De Harmonie).

 

 

 

Aimee-de-Jongh
Berichten

Aimée de Jongh: “Als ik rustig de tijd neem komt mijn werk op zijn hoogste niveau”

Dagen van Zand, de nieuwe beeldroman van Aimée de Jongh verscheen afgelopen 21 mei. Het betreft een verhaal dat zich afspeelt in het Oklahoma tijdens de Grote Depressie, midden in een van de grootste ecologische rampen van de twintigste eeuw: de Dust Bowl; verwoestijning veroorzaakt door een te intensieve bebouwing van het land.

Het hoofdpersonage in De Jonghs boek is fotograaf. Een van de vele, gestuurd door de Amerikaanse overheid in een poging het leed op film vast te leggen. Sommige van deze fotografen zoals Dorothy Lange, Arthur Rothstein en Walker Evans werden later beroemd.

Op bezoek bij Aimée in Rotterdam kregen we te horen wat de succesvolle stripauteur over haar nieuwste boek te vertellen heeft.

 

Berichten

Tillie Walden verstript het levensverhaal van icoon-in-wording Girl in Red

Je hebt vast weleens een groot bestand verstuurd met WeTransfer, de website die ooit in 2009 begon in een Amsterdams zolderkamertje (of een ander kamertje, maar dit schuurt prettig tegen de krantenjongen/miljonair utopie aan). De schermvullende afbeeldingen, die tijdens het verzenden in de achtergrond staan, worden sinds 2018 verzorgd door een apart platform genaamd WePresent. Sinds zij het overnamen passen er ook hele artikelen in. Bijvoorbeeld over stripmakers.

Zo mocht Chris Ware vertellen over Rusty Brown, Jamie Hewlett over (onder meer) de Gorillaz, Anna Mill over Square Eyes en Luke Pearson over Hilda. Op dit moment kun je een exclusief verhaal lezen over de muzikante Girl in Red, getekend door Tillie Walden. Als je niet weet wie Walden is, dan wordt het hoog tijd voor een introductie. Tillie Walden is een jonge Amerikaanse stripmaakster die op haar 18e haar eerste boek publiceerde, op haar 21e haar autobiografie en die afgelopen jaar, op haar 25e, haar zesde boek uitbracht. Het is ook geen flauw werk. Ze is al vier keer genomineerd voor een Eisner Award, waarvan er ze er twee verzilverde.

Het meest opvallende aspect aan Waldens oeuvre, is dat het nauwelijks mannelijke personages bevat. Als ze überhaupt rondlopen, dan falen ze steevast voor de Bechdel-test. Walden is lesbisch, had haar coming-out op haar 16e en als je Spinning hebt gelezen, dan weet je dat men daar in Texas, ook vandaag de dag, niet op zit te wachten. Het lijkt wel alsof Walden als tegengif voor haar slechte ervaringen ervoor gekozen heeft precies dat te doen wat mannelijke schrijvers al millennia straffeloos doen, namelijk het weglaten van de andere sekse. Grappig genoeg mis je het niet, maar valt het wel op, wat je direct confronteert met de ongelijkheid in onze samenleving. Dat Walden nergens de moeite neemt deze keuze te verantwoorden of zelfs maar te benoemen, maakt haar statement des te sterker.

Niet verrassend gaat haar WePresent strip, Girl in Red, dan ook over een lesbische muzikante, namelijk de Noorse Marie Ulven, die optreedt onder haar pseudoniem Girl in Red. Met haar 22 jaar is ook Ulven een groot talent, die dankzij haar uitgesproken teksten al een grote schare volgelingen heeft weten te verzamelen, met name in de LHBTI+ gemeenschap. In het verhaal ontdekken we dat de vraag “luister jij naar Girl in Red?” inmiddels zelfs een verkapte manier is om te polsen of iemand lesbisch is.

De strip ontstond na een lang gesprek tussen Ulven en Walden dat werd samengevat en uitgeschreven door Lucy Bourton. Het is een beknopte biografie van Marie Ulven geworden, dat helaas kampt met de valkuil waar de meeste biografieën intuinen: de alwetende verteller.  Dankzij de dromerige tekeningen van Walden, waarin ze regelmatig meerdere beelden laat samenvloeien, valt er toch genoeg te genieten. Binnenkort verschijnt het eerste album van Girl in Red en dan zal ongetwijfeld ook deze strip naar voren geschoven worden. Ulven zelf is er in ieder geval erg gelukkig mee.

 


Nieuwsgierig geworden naar het werk van Tillie Walden? Ook On a Sunbeam, haar dikste boek tot nu toe, kun je gratis lezen als webcomic.

 

Graphic Novels The Real History
Berichten

Als Will Eisner niet de eerste graphic novel maakte, wie dan wel?

Je bent ongetwijfeld bekend met A Contract with God en het feit dat dit beschouwd wordt als de eerste graphic novel. Will Eisner maakte het boek in 1978 en creëerde daarmee – zonder het op dat moment te beseffen – een mijlpaal in de stripgeschiedenis. Hij noemde het een graphic novel, maar die term sloeg pas aan nadat Art Spiegelman in 1992 een Pulitzer Prize had gekregen voor Maus.

Er is altijd veel verzet geweest. Tegen het onderscheiden van de graphic novel als apart genre, maar ook tegen het idee dat A Contract with God de eerste was. In Europa geven we het predikaat liever aan de ‘auteursstrip’ De ballade van de zilte zee van Hugo Pratt, die in 1967 verscheen en de Japanners wijzen graag naar hun eerste ‘gekiga’, Black Blizzard, gemaakt door Yoshihiro Tatsumi in 1956. Deze chauvinistische kift is begrijpelijk, maar er zijn ook Amerikanen die betwisten dat Eisner de eerste was.

Warren Bernard, organisator van de Small Press Expo (of SPX), een stripfestival dat elk jaar plaatsvindt in een voorstad van Washington D.C., is zo’n Amerikaan. Een tijdje terug was hij te gast bij de stripmakers Ed Piskor en Jim Rugg om op hun youtube kanaal Cartoonist Kayfabe een aantal boeken te laten zien die wat hem betreft meer aanspraak maken op de titel ‘eerste graphic novel’. In de aflevering Graphic Novels – The REAL History kijkt de camera bovenop een tafel met oude stripboeken. Veelal eerste drukken, sommige getooid met een handtekening op het schutblad. De handen van Bernard bladeren door de boeken heen terwijl hij zijn betoog houdt.

Slaapverwekkend? Allesbehalve! Warren Bernard weet zijn argumenten even meeslepend als overtuigend uiteen te zetten. Daarbij wordt hij regelmatig aangevuld door Piskor en Rugg die zich qua kennis en anekdotes niet onbetuigd laten. Wat het vooral zo leuk maakt is de enorme diversiteit die we te zien krijgen. Van de krasserige platen van Jules Feiffer, via de houtsneden van Frans Masereel tot de kleurexplosies van Guy Peellaert. Tekstloos, ballonloos, of kaderloos, als pocket, in oblong formaat of als kloeke harde kaft, in bonte kleuren of gestoken zwart-wit, op glimmend wit papier of vergeelde pulp… het komt allemaal voorbij. Een paar keer wordt erbij gezegd dat de strip niet voldoet aan Scott McClouds definitie van een strip, om daar direct aan toe te voegen dat dat nu juist de charme vormt.

Het zijn ruim vijfentwintig fascinerende minuten waarin steeds duidelijker wordt dat het onbegonnen werk is een onbetwiste eerste incarnatie van een literair genre aan te wijzen binnen een medium dat zo veelzijdig is als de strip. En dan hebben ze – zo verzucht Jim Rugg bijna aan het eind – de Japanse strips er nog niet eens bij gepakt. “The origins of graphic novels certainly have a lot of roots”, aldus Rugg en zo is het maar net.

 
 

 

 

Berichten

Een nieuw stripblad lanceren in deze tijden is moedig: MaXiX doet het toch

Er is behoorlijke moed voor nodig om in deze onzekere tijden een nieuw stripblad te beginnen. En toch doet Dirk De Graef uit Mechelen het. Samen met zijn Nijmeegse kompaan Niek Hermsen kiest hij voor de vlucht naar voren: op 18 maart aanstaande verschijnt het eerste nummer van het gloednieuwe stripblad MaXiX, een klassiek striptijdschrift met een mix van Vlaams en Nederlands werk, aangevuld met vertaalde strips van elders.

Moedig omdat de boekhandels, stationskiosken en stripwinkels in Nederland nog niet volledig open zijn. Het publiek kent het blad immers nog niet en wordt zo moeilijk bereikt – tijd om even te snuffelen is er niet. Want dat heeft MaXiX zeker goed voor elkaar: het blad is niet alleen te krijgen in stripspeciaalzaken, maar ook bij vestigingen van Ako, Bruna, Marskramer, The Read Shop en de boekenwinkels van de Bijenkorf. Een flink bereik, dat is buitengewoon.

In januari verscheen al een kennismaking: het zogenaamde nulnummer, dat op het omslag een tikje verwarrend “het eerste nummer” werd genoemd. Bijzonder was dat er al meteen een vervolgverhaal van start ging, dat in het officiële nummer 1 dus vrolijk verder gaat. Geen zorgen: voor 7 euro krijgt de nieuwe lezer het eerste nummer samen met het nulnummer. Niemand zal iets missen.

Dat vervolgverhaal is Een verbluffend avontuur van Jules door Emile Bravo (Dagboek van een fantast, Hoop in bange dagen) over een jongetje dat naar een andere planeet gaat. Ook Benoit Ers en Vincent Dugomier (van het geweldige Kinderen in het verzet) staan met een vervolgstrip in MaXiX: Hell School gaat over de perikelen op een privéschool, ergens op een eiland in de Middellandse zee.

Verderop haakt Mario Boon aan met Onze oorlog, slaan Daniel van den Broek en Robbert Damen de handen ineen voor een strip over de jonge Jules Verne en brengen Willem Ritstier en Michiel Offerman de strip Luthon-Höge. De strips, ook de korte verhalen en de eenpagina-afleveringen zijn van klassieke snit: avonturen op de Franco-Belgische leest geschoeid. Dat blijkt ook uit de veilige leeftijdsduider ‘voor jong en oud’. Het blad gokt op de grootst gemene deler, al voelt het meer voor kinderen en jongeren: vooral omdat die in veel strips de hoofdrollen spelen.

MaXiX heeft 68 pagina’s en zal vanaf maart maandelijks verschijnen. Een jaarabonnement kost € 77,50, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Drie nummers uitproberen gaat voor de schappelijke prijs van twee tientjes. Meer informatie over de inhoud en abonnementen vind je op de website.

Berichten

Wie is de milieuvriendelijkste superheld?

Het einde van het jaar nadert en dat is het moment waarop de lijstjes gemaakt worden. De leukste die we tot nu toe zijn tegengekomen is niet de lijst van de superheld die het meeste geld heeft verdiend, ook niet de superheld die de meeste schurken achter de tralies heeft gekregen, maar die van de meest milieuvriendelijke superheld.

Dit vermakelijke onderzoek is uitgevoerd door het Britse bedrijf Save on Energy, dat een website beheert waar mensen energieleveranciers kunnen vergelijken en kunnen overstappen. Zij hebben ingezoomd op een 30-tal superhelden die bekend zijn van de Marvel en DC films en dan met name X-Men, Avengers, Guardians of the Galaxy en de Justice League of America. Dus een potentiële kandidaat als Captain Planet is helaas uitgesloten voor deelname.

Om de helden te kunnen beoordelen werden er een aantal criteria opgesteld waar ze op konden scoren. Hoe is de levensstijl van de helden, hoe verplaatsen ze zich, welke krachten en wapens hebben ze, hoe kregen ze die en schaden ze het milieu als ze die gebruiken? Om dat laatste te kunnen beoordelen werden de meest recente films bekeken. Per criterium werd de meest positieve bijdrage beloond met 30 punten, de nummer twee kreeg er 29 en zo verder tot een 1 voor de minst positieve bijdrage.

Winnaars

StormStorm eindigde op derde plaats. Zij scoorde op veel van de criteria hoog, maar omdat ze, volgens dit onderzoek, toch iets te vaak gebruik maakt van de vliegtuigen van de X-Men heeft ze daar een paar punten laten liggen. Vliegtuigen gebruiken nu eenmaal een hoop brandstof wat niet goed is voor het milieu.

AquamanAquaman is op plaats twee geëindigd. Als inwoner van de meren en zeeën merkt hij natuurlijk direct de negatieve effecten van de vervuiling van de aarde. Hij is echter niet subtiel in het gebruik van zijn krachten, aldus de onderzoekers. En daardoor veroorzaakt hij ook negatieve effecten. Dat zorgt ervoor dat hij met één punt verschil met de tweede prijs er vandoor gaat.

Spider-ManDe absolute winnaar en meest milieuvriendelijke superheld is ook gelijk de meest vriendelijke buurtsuperheld van New York: Spider-Man. Doordat hij door de stad webt, stoot hij niets uit, bovendien heeft Spider-Man niet het vermogen om met zijn krachten het milieu op een negatieve manier te beïnvloeden. Dit alles en zijn verantwoordelijke manier van leven hebben hem net boven Aquaman geplaatst.

En verliezers

Iron ManEn als er winnaars zijn, zijn er ook verliezers. In dit geval is het Iron Man die onderaan de lijst bungelt. Tony Stark begon zijn carrière als ontwerper van, en handelaar in wapens. Die hadden een nogal verwoestend effect op de doelen waarop ze werden afgevuurd, met daarbij natuurlijk ook negatieve effecten voor het milieu. Ook de wijze van transport (in een jet, of in een pak) worden hem aangerekend. Tenslotte scoorde Iron Man laag in gevechten door veel schade en verwoestingen. Dit alles laat Iron Man onderaan de lijst van meest milieuvriendelijke superhelden belanden.

Daarmee verliest hij het overigens nipt van de Hulk die slechts 1 punt meer wist te scoren. Opmerkelijk, want als je toch één groene superheld zou mogen noemen…

ecofriendly-superheroes

Erik Kriek
Berichten

Kriek en Knol tonen aanstekelijk enthousiasme in promo voor Creek Country

Creek CountryDeze week verscheen een nieuw boek van Erik Kriek: Welcome to Creek Country (pun intended). Verwacht geen nieuwe In the Pines of De Balling, het is namelijk geen strip, maar een boekje vol met helden van de country, bluegrass en folk van de laatste 150 jaar. Kriek – zelf banjospeler – heeft een selectie gemaakt van 50 artiesten waar hij (tijdens het tekenen) graag naar luistert.

Bij elke spread staat op de rechterpagina een muzikant of muzikanten afgebeeld in stemmig zwart-wit met steunkleur, voorzien van de naam in een bijpassende typografie. Een werkje dat Kriek wel is toevertrouwd. Op de linkerpagina staat telkens een korte biografie van de geportretteerden. Het resultaat doet denken aan R. Crumb’s Heroes of Blues, Jazz & Country en dat is zeker geen kritiek.

Achterin bevindt zich als kers op de taart een CD waarop de Blue Grass Boogiemen samen met Tim Knol (en The Lasses) een aantal nummers ten gehore brengen. Voor de liefhebbers van vinyl is er ook een elpee gemaakt. Tijdens de opnames werd een video geschoten die terug te vinden is op youtube. Het is erg leuk om te zien hoe Kriek als een kind in de snoepwinkel de microfoons staat te bewonderen, hoe Tim Knol glundert over het opname apparaat en hoe beide heren elkaar lof toezingen. Vier minuten aanstekelijk enthousiasme.

Cooper & Martinez: It's a bird
Berichten

Central Park vogelaar maakt gratis comic over racistisch incident

Cooper & Martinez: Represent 01: Its a BirdVanaf het moment dat de beelden van George Floyd de wereld rondgingen, lagen de verhoudingen tussen wit en zwart Amerika onder een vergrootglas. Een van de eerste, ogenschijnlijk triviale incidenten dat daardoor voorpaginanieuws werd, was dat van vogelaar Christian Cooper (YouTube). Hij stond naar vogels te kijken in Central Park toen een loslopende hond voorbij liep. Dat is tegen de regels, dus vroeg Christian de eigenaar of ze hem aan de lijn wilde doen. De vrouw werd kwaad, belde de politie en zei: “Er is hier een Afrikaans-Amerikaanse man, ik ben in Central Park, hij filmt me en bedreigt mij en mijn hond.”

Als je de afgelopen maanden niet onder een steen hebt geleefd, komt dit je waarschijnlijk bekend voor. Wat je vast nog niet wist, is dat de man in kwestie ooit als redacteur werkte voor DC Comics. DC benaderde Cooper met de vraag of hij zijn ervaring wilde vertalen naar een stripverhaal. Dat wilde hij wel. Het werd een verhaal over een jonge vogelaar die door zijn verrekijker de beeltenissen ziet van zwarte mensen, gedood tijdens confrontaties met de politie. Het eindigt met het voorval tussen Cooper en de vrouw in Central Park. Achterin bevindt zich nog een klein dossier over de geportretteerde slachtoffers.

Cooper & Martinez: It's a BirdDe vrouw in de strip lijkt overigens nauwelijks op de oorspronkelijke persoon. Cooper heeft herhaaldelijk aangegeven dat hij er niet op uit is om de vrouw persoonlijk aan te vallen en heeft ook geen aanklacht ingediend. Het gaat hem om het aankaarten van een fundamenteel probleem in de Amerikaanse samenleving. “Wat mij overkwam is bijna verwaarloosbaar als je dat vergelijkt met de fatale afloop voor George Floyd, later diezelfde dag, maar het is wel allemaal het gevolg van dezelfde raciale vooroordelen. Het is dus niet mijn bedoeling de twee situaties met elkaar te vergelijken, maar om te zeggen: ‘zie het patroon’”.

De strip heet It’s a Bird, een verwijzing naar de beroemde zin “It’s a bird! It’s a plane! It’s Superman!” Hij is 10 pagina’s lang, getekend door Alitha E. Martinez en je kunt hem gratis downloaden bij DC Comics (en een aantal andere, grote aanbieders van digitale comics). Het is bovendien het eerste deel van een nieuwe serie, genaamd Represent, waarmee DC “auteurs wil etaleren en introduceren die traditioneel gesproken ondervertegenwoordigd zijn in mainstream comics.” We nemen voor het gemak aan dat DC hiermee doelt op de demografisch groep waartoe de auteurs behoren en niet zozeer de auteurs persoonlijk. Bij It’s a Bird gaat het in dat geval niet alleen om Christian Cooper als Afrikaans-Amerikaan, maar ook om tekenaar Alitha Martinez, een kind van migranten, die ooit nog gedeporteerd werd.

Berichten

Bommel Literatuurgids: Tachtig jaar Bommel opgesnord en gerangschikt

Geen enkel aspect van de vaderlandse strip is zo nauwkeurig, grondig en vooral compleet gedocumenteerd als het werk van Marten Toonder en dan vooral dat rond de avonturen van Bommel en Tom Poes. De Bommelsaga, zoals de complete verzameling verhalen wordt genoemd die onder supervisie van Marten Toonder tussen 1941 en ’86 verscheen, bestaat uit 177 tekststrips. Wie de witte reeks met daarin alle verhalen naast elkaar zet, komt op een mooi aantal decimeters uit.

Maar daar is het in die jaren niet bij gebleven: naast het werk zelf verscheen er een niet aflatende stroom boeken over de strip, in al zijn facetten. Deze stapel secundaire werken steekt qua centimeters de strip zelf naar de kroon: nog ieder jaar publiceren onderzoekers, journalisten, verzamelaars, vertalers en afficionado’s boeken en artikelen over Toonder, Tom Poes en Bommel.

Onlangs werden er weer drie centimeters noest onderzoekswerk aan de secundaire bibliotheek toegevoegd: van Toonder-kenners Klaas Driebergen en Hugo Klooster verscheen de Bommel Literatuurgids. Dit fraai bezorgde werk biedt een overzicht van de grote hoeveelheid boeken en artikelen die er in een periode van tachtig jaar zijn verschenen over het Bommel-oeuvre van Marten Toonder. Het onderschrift op het voorplat, in de kleuren van Bommels jasje, luidt ‘een overzicht van tachtig jaar Bommelstudie’.

De auteurs spreken zelf van de eerste secundaire Toonderbibliografie. Zij rangschikten in het boek meer dan 3500 publicaties over de Bommelstrip, die verschenen van 1941 tot nu. Vijf uitgebreide indexen wijzen de lezer de weg in al deze literatuur. Indrukwekkend, maar tegelijkertijd nadrukkelijk geen leesboek: alle publicaties worden genoemd en per jaar gerangschikt, maar staan er zelf niet in. Logisch misschien, maar toch gemeld: wie zoveel artikelen wil publiceren heeft meer nodig dan de toch al forse 320 pagina’s*.

Een echt naslagwerk dus, en dat beseften de beide samenstellers ook. Daarom is er het een en ander aan het boek toegevoegd: een uitgebreid voorwoord van voormalig Bommel-uitgever en stripcollectionneur Hans Matla, die zijn zinnen breidt in de stijl van Toonder, en een inleiding van de samenstellers zelf. De pagina’s van het literatuuroverzicht worden verluchtigd met Bommelillustraties en citaten van Marten Toonder.

Hoewel de makers er alles aan hebben gedaan om het zo lezenswaardig mogelijk te maken, is het geen boek dat de lezer van A tot Z gaat zitten doorvlooien. Daar is de chronologische literatuurlijst uiteindelijk te droog voor – en niet als zodanig bedoeld, vooral. Toch zit er een onvermoed vrolijk overzicht in: de index van figuren. Daarin staan alle ooit vermelde figuren uit de Bommelstrip op alfabetische volgorde gezet, van Argus tot Zwarte Zwadderneel.

Voor de gemiddelde lezer, of zelfs de Bommelfan van weleer, is dit misschien een stap te ver. De Bommel Literatuurgids lijkt vooral een uitkomst voor onderzoekers, verzamelaars en de echte die-hard fanaat. Dat kan goed, maar vergis je niet in de omvang van deze fanatieke club. De Marten Toonder Verzamelaars Club, uitgever van het driemaandelijkse Toondertijd, heeft meer dan 4000 leden. Er verschijnen nog steeds – en aan de lopende band – luxe verzamelaarsedities, losse albums en overzichtswerken van en rond het werk van Toonder én er zijn vergevorderde plannen om in Groenlo een heuse Bommelwereld te bouwen: een museum annex pretpark in de beste Toonder-traditie, compleet met kasteel Bommelstein.

Reken er maar op dat er over tien jaar een addendum bij de Bommel Literatuurgids verschijnt. Het is zeker niet zo dat er met deze complete publicatie iets is afgesloten: Bommel blijft nog wel een tijdje – vooral omdat hij nooit is weggeweest.

Klaas Driebergen en Hugo Klooster – Bommel Literatuurgids. Uitgeverij Klaas Driebergen. 320 pagina’s, hardcover. € 19,99.


* Makkelijk praten: nu alle publicaties zo handig bij elkaar staan, is het wellicht een idee om deze online beschikbaar te maken, voor iedereen om te lezen. Dat zou een geweldig project zijn, in omvang én relevantie.

Berichten

Het Stripschap bewijst opnieuw niet van deze tijd te zijn met jurysamenstelling Stripschapprijs

Een bijzonder bericht in het onlangs verschenen nummer 79 van Stripnieuws, het ledenblad van het Stripschap. Onder de titel De nieuwe commissie voor de Stripschapprijzen wordt alvast bekend gemaakt wie de nieuwe juryleden zijn: zij die bepalen wie in 2021 onder meer de oeuvrepijs ontvangt.

Bestond de commissie in de afgelopen editie(s) nog uit zes personen, dit jaar is er volgens het bericht gekozen voor een achttal commissieleden. De reden klinkt op zich logisch: de uitbreiding is bedoeld “voor nog meer diepgang”.

Vreemd wordt het als blijkt dat de huidige laureaat, Wasco, niet zoals gebruikelijk van de partij is: iedere winnaar mag het jaar erop plaatsnemen in de commissie. Waarom deze keer niet? Volgens het stuk “om het spannend te houden en de stand van zaken meer in de breedte te trekken”. Dat is een bijzondere woordkeuze voor een rare maatregel. Alsof het met Wasco in de jury niet spannend zou zijn – stel je de discussie eens voor die hieraan vooraf is gegaan. De winnaar van 2020 moet een jaar wachten en mag voor de editie van 2022 alsnog aanhaken: de spanning en de “breedte van de stand van zaken” gelden dus precies voor één jaar.

Toen we Wasco om een reactie vroegen, reageerde hij verrast: “Ik weet nergens van. Maar los van wat er besloten is en de gekke argumenten die ze blijkbaar bedacht hebben, verbaast het me niet dat ze mij hierover niet hebben ingelicht. Het Stripschap laat zich zelden van hun betrokken kant zien. Tijdens de uitreiking van de Stripschapprijs was er bijvoorbeeld niemand van het Stripschap aanwezig. Alle plichtplegingen werden overgelaten aan anderen.”

OK Boomer!

Terug naar de commissie, want wie zijn dan die spannende commissieleden die de stand van zaken meer in de breedte gaan trekken? Om te beginnen zijn het acht witte mannen en nul vrouwen. Meer dan de helft van de mannen zijn zestigplussers: Aloys Oosterwijk, Hans van der Lande, Aad van der Peet, Fred de Heij en Aat Hendrikson. Hans van der Peet (59) drukt het gemiddelde ook niet echt omlaag, Marco Luk en Marvin Lancel zijn iets jonger – vast om het avontuurlijk te houden en om als weerwoord te fungeren mocht er kritiek komen op de grijsheid van de commissie. Ook bijzonder is het dat Oosterwijk en De Heij als Stripschapprijswinnaars (respectievelijk van 2007 en 2014) al eerder zitting hadden in de commissie.

Zonder twijfel zijn de uitverkorenen capabel en prima in staat een stripmaker op het schild te hijsen, maar met de samenstelling laat het Stripschap zich beslist niet van een sterke kant zien. Het is compleet eenzijdig: geen jeugdigheid, geen vrouwen, geen diversiteit, en daarmee geen vertegenwoordiging van een heel grote groep striplezers – om nog te zwijgen over het gebrek aan voeling met de samenleving. Hoezo breedte? Welke diepgang?

Voor een vereniging die als doel heeft “de waardering te bevorderen voor het beeldverhaal in het algemeen en het Nederlandse beeldverhaal in het bijzonder” is dit een magere actie. De commissie is hooguit een doorsnee van de eigen achterban en heeft niets te maken met de vaderlandse stripwereld in al zijn verscheidenheid. Eigenlijk bewijst het Stripschap nog maar eens niet meer van deze tijd te zijn.

1 2 3 6
Page 1 of 6