Classic to graphics 5: Inferno in beeld van Dante tot Doré
Klassieke verhalen worden telkens opnieuw verteld – ook in strips – en blijven daardoor fris. Maar wat maakt deze verhalen zo bijzonder? En hoe veranderen ze door de tijd? In Classic into Graphics gaat Bart van der Steen op onderzoek uit. In de vijfde en laatste aflevering van onze zomerserie bespreekt hij de stripwereld van Dantes De Goddelijke Komedie.
Wat doe je als je een stad bestuurd hebt, het hebt opgenomen tegen keizer en paus, alles hebt verloren en verbannen wordt uit je geboortestad? Geen twijfel over mogelijk: dan schrijf je een episch gedicht.
Zo verging het Dante. Na jaren van politieke strijd accepteerde hij zijn verlies. Hij trok zich terug in ballingschap en zette zich aan het beschrijven van De Goddelijke Komedie: Een imaginaire reis door de hel, het vagevuur en de hemel. In de hel ontmoet hij politieke tegenstanders die op de meest gruwelijke manier gemarteld worden. In het vagevuur ziet hij oude vrienden terug, die door hard werk hun zielenheil proberen veilig te stellen. En in de hemel wordt hij herenigd met zijn geliefde Beatrice.
In eerdere blogs besprak ik hoe de verhalen van Lovecraft en Kafka zijn verstript. Daarbij merkte ik op dat ik gefascineerd ben door hun ideeën, maar hun boeken met moeite doorkwam. Juist daarom ging ik – nadat ik die werken alsnog had gelezen – op zoek naar goede verstrippingen.
Door De Goddelijke Komedie werd ik echter direct gegrepen. Dante beschrijft niet alleen de hel in geuren en kleuren, maar ook hoe bang hij ervoor is. Korte tijd lijkt hij er alleen voor te staan, omringd door wilde dieren zodat hij geen kant op kan. Maar dan treedt Vergilius aan zijn zijde, die hem door de hel en het vagevuur leidt en hem telkens opnieuw moed inpraat wanneer Dante niet meer verder durft. Maar omdat Vergilius een ‘heiden’ is en nooit gedoopt, moeten ze afscheid nemen wanneer Dante de hemel betreedt – een hartverscheurend moment. Dante heeft niet alleen een episch gedicht geschreven, maar ook een spannend jongensboek.
Die prestatie is des te opmerkelijker omdat hij zich als dichter strenge regels oplegde, allen geïnspireerd op een even streng christendom. Iedere zin moest bestaan uit drie regels van elf lettergrepen. De regels verwijzen naar de Heilige Drie-eenheid en het aantal lettergrepen (33) naar de leeftijd waarop Jezus gekruisigd werd. De zinnen worden in elkaar gehaakt door een straf rijmschema: ABA BCB CDC DED.
Tóch lukt het Dante om een levendig verhaal te vertellen. Dante voegt zich niet naar de vorm, maar zet de vorm naar zijn hand. De worsteling met zijn eigen angsten, de vriendschap met Vergilius en zijn liefde voor Beatrice: hij weet het op vurige en beeldende wijze uit te drukken. Op een levendige manier beschrijft hij de hel en de straffen die zondaars er te wachten staan.
Het is dan ook geen verrassing dat Dante grote kunstenaars inspireerde, zoals Botticelli, William Blake en Salvador Dalí. Meer recent zijn ook striptekenaars begonnen Dante’s avonturen te verbeelden. Daarbij valt op dat het aantal stripbewerkingen beperkt is, maar de diversiteit in vormen en kwaliteit groot. Welke werken springen er echt uit?
Striptekenaars die zich aan Dante wagen, kunnen niet om Doré heen. De 19e-eeuwse etsen van Gustave Doré zijn bijna canoniek te noemen. Ze tonen hoe mensen zich eeuwenlang de hel en het vagevuur voorstelden. Zijn zwart-witbeelden maken volop gebruik van clair-obscur, en Doré verhoogt het drama door een levensechte Dante af te beelden naast afzichtelijke monsters en menselijk lijden zonder weerga. Bovendien laat Doré zien welke indruk deze taferelen maken op Dante zelf. Hij toont dus niet alleen wat Dante ziet, maar ook het effect dat het heeft – op hem én op ons. Luxe-uitgaven van Dante zijn haast altijd geïllustreerd met Doré’s etsen.
In recentere tijden hebben meerdere kunstenaars zich op Dante gestort. Daarbij valt op dat de meesten van hen Doré volgen en in zwart-wit werken. De meesten van hen zijn ook echte ‘indy’ comic makers, hoewel ook Disney en Marvel zich bij tijd en wijle met Dante hebben beziggehouden, bijvoorbeeld in Mickey Mouse en X-Men comics.
Twee vooraanstaande indy artiesten zijn Seymour Chwast (Dante’s Divine Comedy) en Gary Panter (Jimbo’s Inferno). Beiden vertalen Dante naar het heden. Bij Chwast is Dante een detective in Macintosh regenjas, bij Panter is Dante een punker die zijn weg moet zien te vinden uit een shoppingmall, een hel van oppervlakkigheid en consumptiedrang. De werken lijken ook op elkaar omdat beide artiesten gebruikmaken van een grove, directe stijl zonder opsmuk, alsof ze direct met pen op papier werken. Hun werken zijn daarmee twee artistieke statements van makers die geloven dat Dante iets zegt over het heden.
Er zijn echter ook verschillen. Zo is Chwast de enige die de gehele Goddelijke Komedie illustreert, terwijl anderen zich steevast richten op alleen het eerste deel (de hel). Verder toont Chwast zich meer een grafisch ontwerper dan een illustrator. In een vrij koele stijl vat hij verschillende verzen samen tot infographics. Hij lijkt daarmee meer geïnteresseerd in de structuur van het werk dan in de emoties die het verhaal voortstuwen.
Panter gunt zichzelf meer vrijheid in het bewerken van het origineel. Uit alles spreekt een punk attitude en esthetiek. De hel is omgedoopt tot ‘Focky Bocky’, Vergilius is een robot en over de Styx vaart Jimbo/Dante met een gepantserd amfibievoertuig. Telkens blijkt dat Panter Dante goed gelezen heeft, maar het vereist veel gepuzzel en de drukke, grove tekeningen maken het lezen niet echt een feest.
Veel sterker is dan de bewerking van Hunt Emerson, een klassieke striptekenaar. Hem lukt wat de eerder genoemde artiesten niet lukken: Dantes verhaal vertellen als een spannend en grappig stripverhaal. Dante draagt weer zijn traditionele muts, de duivels hebben weer hoorntjes en nauwgezet illustreert Emerson de opeenvolgende cirkels van de hel en de martelingen die er verricht worden. Toch is ook dit geen ‘gewone’ verstripping van Dante, vanwege de vele grappen en grollen. Een cirkel van de hel wordt bewaakt door Margareth Thatcher. Ik moest daar een paar keer flink om lachen, maar Dante was het er niet mee eens geweest.
Onlangs leek de cirkel zich te sluiten toen Paul en Gaëtan Brizzi hun bewerking presenteerden van Dante’s Hel, scherp besproken door Erik Ploegmakers. Met hun stijl grijpen zij direct terug op Doré: de schijnbare potloodtekeningen, het clair-obscur, de statige Vergilius en de huiveringwekkende monsters. Ze vertellen Dante zoals het bedoeld is: plechtig, meeslepend en huiveringwekkend.
Toch kon Dante’s Hel mij niet bekoren. Het artwork is inderdaad indrukwekkend. Maar nooit had ik tijdens het lezen het gevoel dat ik een strip aan het lezen was. Daarvoor vond ik de beelden de statisch, is de vlakverdeling te gemaakt en bleef het me ergeren dat ze geen professionele letteraar hadden aangetrokken. Dante’s Hel blijft daarmee meer een verzameling van – toegegeven: prachtige – beelden dan een echte strip. En als het gaat om losse beelden, dan blijven de etsen van Doré nog altijd onovertroffen. Ze vormen een perfecte aanvulling op Dante’s woorden.
De Goddelijke Komedie blijft lezers trekken met zijn tijdloze verhaal. Het wachten is echter nog altijd op een paar creatieve geesten die Dante op een overtuigende manier de wereld van de strips intrekken.
































































