Prikbord

Berichten

Luisteren: Tillie Walden vertelt gepassioneerd over haar werk, haar leven (en zombies)

In een gesprek met de onovertroffen, integere interviewer Brian Heater praat de jonge succesauteur Tillie Walden onder meer over het autobiografische Spinning, waarin ze stilstaat bij haar jeugd en seksualiteit.

Ook gaat het interview over On a sunbeam, een scifi-geschiedenis waarmee Walden definitief haar naam vestigde én over haar actuele werk: Clementine, een coming of age verhaal – met zombies – dat speelt in Robert Kirkmans universum van The Walking Dead. Het is een gesprek van vijftig interessante minuten, al hadden het er gerust honderd mogen zijn.

Berichten

DC Comics, Webtoon en de toekomst van (web)comics

Batman Family AdventureEerder dit jaar kondigden Webtoon en DC Comics een samenwerking aan: Webtoon kreeg de kans een aantal strips met DC materiaal te ontwikkelen. De eerste hiervan, Batman: Wayne Family Adventures, verscheen op 8 september en werd onmiddellijk een succes. Volgens CBR had de webcomic na drie dagen al 500.000 abonnees. CBR trekt de vergelijking met DC’s verkoopcijfers van augustus, waarbij de drie bestverkochte DC-strips gezamenlijk zo’n 222.000 strips verkochten. De samenwerking tussen DC Comics en Webtoons is vanuit dat oogpunt een succes – zo’n succes zelfs dat er inmiddels al een live-action miniserie gebaseerd op Batman: Wayne Family Adventures in de maak is. DC Comics is overigens niet de enige Amerikaanse uitgeverij die met Webtoon samenwerkt. Op 22 september verschenen de eerste drie episodes van Big Ethel Energy, een strip die ontstaan is uit de samenwerking tussen Webtoon en Archie Comics. Kortom: de grote uitgeverijen lijken eindelijk webcomics te hebben ontdekt.

Het is goed mogelijk dat in de toekomst grote Amerikaanse uitgevers als DC Comics en Marvel besluiten hun eigen webcomic platform te starten, waarbij het voor lezers mogelijk wordt om strips (gedeeltelijk) gratis te lezen. Een aantal Japanse uitgevers doet dit al, zoals Shueisha, de uitgeverij achter het bekende Japanse maandblad Shonen Jump. Op haar online platform, Manga Plus, publiceert Shueisha zowel delen van hun geprinte titels (meestal de drie eerste en de drie meest recente hoofdstukken), maar ook exclusief online te lezen strips. Het is niet ondenkbaar dat een deel van de Amerikaanse uitgevers in de voetsporen van Shueisha zal treden. Zeker nu er wereldwijd een papiertekort is, wordt de digitale wereld een aantrekkelijke optie voor uitgevers.

EthelDat uitgevers zich nu op de webcomic markt richten, heeft ook een keerzijde. Webcomics hebben vanaf het begin een heel eigen niche ingenomen. Voor een deel heeft dit te maken met de vrijheid die het internet makers biedt. Het publiceren van een webcomic is laagdrempelig, omdat het goedkoop en makkelijk is om online een strip te beginnen. Bovendien ben je niet afhankelijk van een uitgever; je mag zelf bepalen wat je doet. Niets houdt je tegen een strip te beginnen waar uitgevers hun vingers niet aan willen branden, omdat ze je niet kundig genoeg vinden, omdat de strip gebaseerd is op een bestaande franchise, of omdat de strip onderwerpen aansnijdt die moeilijk verkoopbaar zijn. Zo zijn er online veel goede strips verschenen die voorheen niet gepubliceerd konden worden.

Tegelijkertijd bestaan er door die laagdrempeligheid veel webcomics van lage kwaliteit en dat heeft gezorgd voor het stigma dat alle webcomics van lage kwaliteit zouden zijn. Dit stigma is nog steeds niet helemaal verdwenen, onder meer te zien bij het “Originals” systeem waar Webtoon en Tapas mee werken. De Original strips worden gemaakt door makers die een contract met Tapas of Webtoons hebben om de strip exclusief op het betreffende platform te plaatsen. De maker werkt vanaf dat moment in dienst van het platform. In ruil daarvoor krijgt de strip meer promotie en aandacht dan de strips die niet onder contract staan. Webplatformen die Originals aanbieden vervullen daarmee feitelijk de rol van een traditionele uitgeverij.

Original strips hebben meer aanzien en worden door sommige lezers per definitie hoger gewaardeerd dan die van “amateurs”. De vraag is hoeveel ruimte er overblijft voor deze amateurstrips als uitgeverijen als DC ook webcomics gaan aanleveren. Mogen ze blijven, of moeten ze op termijn een alternatief platform zoeken? Is het voor deze makers, die het medium van webcomics als oefenterrein gebruiken, straks nog wel mogelijk een publiek te vinden? En behouden webcomics de vrijheid waar het medium zo om bekend staat, of wordt het straks net zo gecontroleerd als de mainstream markt?

Als Amerikaanse uitgevers het voorbeeld van Shueisha gaan volgen, wordt het voor lezers gemakkelijker om gratis en legaal hun favoriete strips te volgen. Als deze aanpak succesvol blijkt te zijn, kan het een kettingreactie veroorzaken. Het is aannemelijk dat uitgevers in de rest van de wereld zich dan ook meer op webcomics gaan richten. Maar voor makers kunnen deze ontwikkelingen juist betekenen dat zij een groot deel van de vrijheid waar zij voorheen online van konden genieten moeten inleveren.

Het lijkt hoe dan ook onvermijdelijk dat de (online) stripwereld zich de komende jaren flink zal ontwikkelen. Voor de lezers is er dan nog meer te kiezen, maar of de makers hier veel profijt van zullen hebben, valt dus nog te bezien. Voor fans, uitgevers en makers geldt echter: hou deze ontwikkelingen in de gaten.

Karolina Szejda
Berichten

Alle tekenaars van Nieuwe Garde presenteren zich vanaf nu op Facebook en Instagram van de 9e Kunst

Vanaf zaterdag 9 oktober presenteren we iedere dag drie tekenaars die straks in de Nieuwe Garde-anthologie te zien zijn. Dat gebeurt op onze Facebook-pagina en op Instagram.

Op die kanalen ga je de komende maand het werk zien van (in willekeurige volgorde) Wouter Van Ghysegem, Emma Ringelding, Mattias Cruyssaert, Hugo Seriese, Karolina Szejda (die ook de header van dit bericht heeft getekend), Zie Groenen, Danique van Polen, Niek van Ooijen, Maringe Pol, Leeminarium, Kanyanut ter Meulen, Anat Segal, Joris Spanbroek, Sterric, Dido Drachman, Sabrina Kooijmans, Wommol, Karin Blaawijkel, Sanne Knijpstra, Bob op ‘t Land, Mark Verdult, Petra Koelewijn, Gus Moystad, Charlotte Pasveer, Suze Scholten, Gijs Kreutzkamp, Mina Rassouli, Indi Vos, Aiden Yoon, Sarah San van der Wagt, Marco Klein Nijenhuis, Melanie Kranenburg, Anastasia Krylova, Vince Logtenberg, Hanne Dewachter, Maria de Gier, Luna Schuman, Laika Louis, Marsuro, Floor van den Brink, Valentijn Hamel, Coen Vosveld, Miel Vandepitte, Coralie Laudelout, Lode Peeters, Wouter Goudswaard, Tim Layae, Abe Borst, Jolein Kirpestein, Esther van de Bund, Helene Lespagnard, KimmiComics en GeoScrolls, Stephan Louwes, Tamara Ansing, Nik Heemskerk, Mélanie Corre en Inne Haine.

We sluiten de reeks af met de onthulling van de cover van de Nieuwe Garde anthologie, die is gemaakt door Thibau Vande Voorde. Die zie je dus eind oktober. De anthologie zelf ligt eind november in de winkel, papierschaarste of niet.

Elsa-Charretier-header
Berichten

Striptekenaar Elsa Charretier biedt een fascinerende blik in de keuken door op YouTube filmscènes te verstrippen

De meeste stripmakers worden met een potloodje in de hand geboren en hebben er bij hun debuut al vele jaren noeste arbeid op zitten. Zoniet de française Elsa Charretier. Op haar 24e begreep ze dat haar gedroomde carrière als actrice er niet meer van ging komen. Ze legde zich neer bij een leven in loondienst en zakte in een depressie. Haar vriend Pierrick was intussen druk bezig met het uitstippelen van zijn eigen ambitieuze carrière… als stripscénarist. Hij stuurde een synopsis naar Charlie “Walking Dead” Adlard, die hem tot zijn verbazing vroeg of hij in twee weken een aantal pagina’s kon laten zien. Pierrick zei: “Ja, natuurlijk”, legde de telefoon neer en vroeg: “Elsa, denk je dat jij in twee weken kunt leren striptekenen?”

De meeste mensen zouden Pierrick waarschijnlijk vragen of hij het heel erg zou vinden zijn eigen stront op te ruimen, maar Charretier had het gevoel weinig te verliezen te hebben. Ze had nooit interesse gehad in strips, maar knutselde desondanks vijf pagina’s bij elkaar door collages te maken van overgetrokken werk. Adlard was niet overtuigd. Gelukkig zag hij wel voldoende sluimerend talent om op de hoogte te willen blijven en zo werd hij een jaar lang mentor van Charretier. Die besteedde zeven dagen per week aan het verbeteren van haar techniek, las stapels stripverhalen om te zien hoe anderen het deden en spitte eindeloos door secundaire literatuur om zich de theorie achter het stripmaken eigen te maken.

Elsa-CharretierVan al die inspanningen plukken wij nu de vruchten, want sinds kort heeft Charretier besloten haar kennis te delen op YouTube. En dat doet ze goed. Ze vertelt over haar persoonlijke ervaringen, interviewt andere stripmakers (Ed Brubaker en Amanda Connor), bespreekt werk van collega’s (bijvoorbeeld Daytripper), analyseert bijzondere scènes uit andere strips (Deadly Class, Batman: Year One) en verstript scènes uit films (Blade Runner, Jurrassic Park).

Bij dat laatste kiest ze een scène uit een film, legt ze uit wat de scène bijzonder maakt en wat ze daarvan wil terugzien in de strippagina. Ze schrijft hierbij steekwoorden op, maakt kleine infographics en schetst thumbnails. Vervolgens werkt ze haar ideeën ter plekke uit tot een geschetste strippagina. Het is fascinerend om te zien en geeft een uitstekende indruk van de hoeveelheid keuzes die een tekenaar heeft en wat die keuzes betekenen voor de manier waarop je als lezer het verhaal ervaart. Je begrijpt ineens hoe groot de invloed van een tekenaar is (of kan zijn) en waarom we hen in de stripwereld zien als co-auteur.

Als Charretier pagina’s van anderen bekijkt, schetst ze een alternatief en vertelt ze wat daarvan de gevolgen zijn. Hoe de leeservaring, maar ook de impliciete boodschap die in een scène verborgen zit, compleet kan veranderen door een schijnbaar willekeurige ingreep in de cameravoering, het vertelperspectief, of de pagina indeling.

Charretier kan inmiddels leven van haar stripwerk, al is ze zelden de leading artist in de series waaraan ze meewerkt. Als française werkt ze eigenlijk alleen aan Noord-Amerikaanse (superhelden)comics, wat op zich bijzonder is. De strip die Charretier en haar vriend Pierrick Colinet wilden maken kwam er overigens ook. Hij verscheen in 2014 onder de naam Infinite Loop en werd uitgegeven door IDW (en later in het Frans door Glénat). De tekenstijl doet sterk denken aan Darwin Cook en mist hier en daar nog wat finesse, maar als je weet dat de maakster twee jaar eerder nog geen potlood kon vasthouden, kijk je er toch met heel andere ogen naar.

Berichten

Manga Demon Slayer was in 2020 ruim 5 keer groter dan Amerikaanse comics industrie

Manga verkoopt. Je zult het vast eerder gehoord hebben. Alhoewel de Nederlandse vertalingen op een enkele uitzondering na nooit vleugels hebben gekregen (over de precieze oorzaak wordt nog regelmatig druk gediscussieerd), zien we dat manga in vrijwel elke andere taal grif verkocht wordt. Van het Engels wisten we dat natuurlijk al, dat zijn immers de vertalingen die ook hier het meest verkocht worden, maar wie de afgelopen jaren wel eens een Duitse stripwinkel binnen is gelopen, weet dat de kenmerkende kasten vol pockets ook daar niet meer weg te denken zijn. In Frankrijk ontstond afgelopen jaar zelfs nog een politieke rel, toen bleek dat de paar honderd euro zakgeld die de overheid aan jongeren gaf om vrij te besteden aan cultuur, door hen bij voorkeur besteed werd aan manga. Zo’n 50% van het uitgedeelde geld ging er aan op. (Hier zouden we onze handen fijnknijpen over zoveel belezenheid onder jongeren, maar in Frankrijk greep de oppositie het voorval aan om vooral te klagen over het gebrek aan diversiteit.)

Begin jaren negentig, toen het immense succes van Akira de deur op een kier had gezet voor de Zuid-Oost Aziatische strip, probeerde importeur/distributeur Manga Entertainment haar zakken te vullen met het pushen van anime pulp vol seks, geweld en horror. De films, maar ook de strips, kregen hierdoor een slechte naam en veel Europese lezers lieten ze links liggen. Pas toen zo’n tien jaar later de ergste hype voorbij was en ook de betere reeksen onze winkels bereikten, verdwenen de vooroordelen en werd duidelijk dat manga een blijvertje was. Inmiddels is de populariteit wereldwijd groter dan ooit en nog altijd stijgende.

Afgelopen zomer woedde er een discussie op het internet over de ware omvang van de mangaverkoop en hoe deze zich verhoudt tot de verkoop van Amerikaanse comics. Inzet was de serie Demon Slayer, die momenteel records breekt. De reeks van 23 delen gaat over een jongen wiens zus veranderd is in een demon en die samen met haar op zoek is naar een manier om haar te genezen. Hierdoor raken de twee betrokken bij de Demon Slayer Corps, een groep zwaardvechters die tegen demonen vecht.

Blogger/vlogger Andy Matrix plaatste een bericht waarin hij een aantal statistische gegevens naast elkaar zette om aan te tonen dat er van Demon Slayer wereldwijd zoveel exemplaren verkocht zijn, dat de volledige Amerikaanse stripverkoop van 2020 er ongeveer tien keer in past. Anime News Network, dat door hem als een van de bronnen werd geciteerd, nuanceerde deze cijfers later.

Demon Slayer wordt gepubliceerd vanaf 2017. De ontvangst was goed, maar de manga brak dat jaar nog geen potten. In 2019 verscheen de anime serie op tv, waardoor de populariteit van de manga sterk toenam. De verkoop bedroeg dat jaar 10,8 miljoen exemplaren wereldwijd. De Amerikaanse comics industrie kwam in datzelfde jaar aan zo’n 15 miljoen exemplaren, gemeten over de 750 best verkopende titels en was op dat moment dus de grootste van de twee.

De film, Demon Slayer: Kimetsu no Yaiba the Movie: Mugen Train, die in 2020 verscheen, brak alle records. Dat jaar was het de film die het meeste geld had opgebracht (de eerste keer in de geschiedenis dat die eer niet te beurt viel aan een Hollywood-productie), en daarmee was het tevens de best verdienende Japanse film ooit en ook de best verdienende animatiefilm ooit. Het gevolg was dat de verkoop van de manga explosief toenam.

In 2020 werden er 85 miljoen exemplaren verkocht van Demon Slayer, een toename van bijna 800%, terwijl de Amerikaanse stripindustrie al blij was met ongeveer 5%. Gezien de perikelen waar men mee kampte kunnen we ons dat voorstellen. Op basis van het aantal verkochte exemplaren kun je dus zeggen dat Demon Slayer afgelopen jaar ruim 5 keer zo groot was als de volledige Noord-Amerikaanse comics industrie. Omdat de partijen die de cijfers vergaren elk op een andere manier tellen, zijn de cijfers wat lastig vergelijken, maar zelfs met een slag om de arm kunnen we concluderen dat de verschillen enorm zijn en dat dit boekdelen spreekt over de populariteit van manga.

Natuurlijk wordt er ook druk gespeculeerd over mogelijke oorzaken. Waar de meesten het wel over eens zijn, is dat superheldenstrips te oubollig zijn en zich teveel richten op volwassen lezers. De thema’s sluiten te weinig aan bij de belevingswereld van jongeren. Dat geldt ook voor de personages, die in manga meestal bestaan uit tieners die worstelen met de keuzes die ze moeten maken en niet uit getapte superhelden die alles onder controle lijken te hebben. Wat ook gehekeld wordt, is de moeite die het kost om in te stappen. Nieuwkomers die na een superheldenfilm nieuwsgierig zijn geworden naar de strips, weten vaak niet waar ze moeten beginnen. Eerste delen zijn niet meer te krijgen en met de latere avonturen zijn hele schappen te vullen. En wat je ook kiest, de verhalen sluiten nooit aan bij de films. Bij manga is dat duidelijk anders. Ook al staat het bekend om de schier oneindige reeksen, toch is altijd duidelijk waar je moet beginnen: nummer één. Eenmaal begonnen ontvouwt het plot (en de wereld) zich stapsgewijs en niet met zevenmijlslaarzen, en als bonus verschillen de verhalen nooit al te veel van de films. Allemaal factoren die manga toegankelijker maken.

Afgelopen jaar was Demon Slayer de publieksfavoriet, in de toekomst zullen er ongetwijfeld nieuwe reeksen zijn die het stokje overnemen, zoals Demon Slayer dat deed van One Piece. Welke serie het ook wordt, je mag verwachten dat de stijgende lijn in populariteit en verkoop nog wel even zal doorzetten en dat manga in het komende decennium, ook in Nederland en België, steeds prominenter aanwezig zal zijn.

substack-comics
Berichten

Nieuwkomer Substack belooft behoud van rechten en snoept zo topauteurs weg bij DC en Marvel

Afgelopen jaar heeft zich een nieuwe speler gemeld in de comics-scene: Substack. Dat is een website waarop je terecht kunt voor (betaalde) blogs en nieuwsbrieven over een grote verscheidenheid aan onderwerpen. Ontdek je een auteur die je bevalt, dan neem je een betaald abonnement en kun je vanaf dat moment alles lezen wat die persoon schrijft. Dankzij de wereldwijde corona lockdown heeft Substack enorm veel nieuwe abonnees mogen verwelkomen. Het geld dat ze daarmee verdiend hebben, investeren ze nu in comics. Nick Spencer is aangetrokken om voor Substack een comics tak op te zetten. Hij stopt daarom met het schrijven van The Amazing Spider-Man, Marvels vlaggenschip. Er hebben zich al meer grote namen gecommitteerd: Jonathan Hickman, Molly Ostertag, Al Ewing, James Tynion IV, Scott Snyder en Skottie Young, om er een paar te noemen.

Jonathan-Hickman
Jonathan Hickman

De comic makers zullen vanaf nu alleen nog maar te volgen zijn via Substack. Dat houdt in dat een aantal van hen helemaal zal stoppen met sociale mediakanalen als Twitter, Instagram en Facebook, terwijl anderen minder zullen plaatsen en/of naar Substack zullen verwijzen. Als je voortaan iets wilt weten van deze mensen moet je naar Substack waar je ‘twitter-achtige’ berichten van de makers zult kunnen lezen.

Je kunt echter ook een betaald abonnement nemen. Als je bereid bent 7 dollar per maand te betalen, krijg je toegang tot alles wat er door één specifieke auteur wordt gemaakt. Voor 70 dollar per jaar krijg je ook nog toegang tot leuke extra’s, zoals eventuele chatsessies, unieke content en wellicht gesigneerde tekeningen. Een abonnement geeft echter niet de garantie dat je elke maand een nieuwe comic kunt lezen. Niet elke auteur werkt daarvoor snel genoeg.

Molly-Ostertag
Molly Ostertag

Een aantal makers zal voor de (grote) uitgeverijen blijven werken als ‘work-for-hire’, maar er zijn ook makers, zoals Jonathan Hickman, die ervoor kiezen om exclusief te gaan werken via Substack. Dat wordt vooralsnog beloond met flinke voorschotten. Dat van James Tynion IV schijnt bijvoorbeeld tegen een half miljoen dollar aan te hikken. Een ander voordeel voor de makers is dat ze alle rechten op hun creaties behouden. Op het moment dat auteurs hun werk willen laten drukken, zijn ze vrij dat te doen. Kiezen ze ervoor dat volledig in eigen beheer te doen, dan zijn de verdiensten voor 100% voor henzelf.

Dat geldt ook voor verfilmingen en andere spin-offs. Superheldenfilms halen miljoenen dollars binnen, maar comic makers – vaak de bedenkers van de verhaallijnen in de films – zien daar maar weinig van terug. Alle rechten zijn immers in handen van de uitgeverijen. Alleen als je je eigen verhaal op het grote of kleine scherm krijgt wordt het lucratief. Het legde Robert Kirkman en zijn Walking Dead, Mark Millar met zijn Kingsman en Kick-Ass en Brian K. Vaughan met Y: The Last Man in ieder geval geen windeieren.

Skottie-Young
Skottie Young

De belangrijkste eis die Substack hier tegenover stelt, is dat elke maker een van tevoren afgesproken aantal nieuwsberichten moet plaatsen in het eerste jaar en dat Substack 85% van de inkomsten krijgt die het abonnement in die periode oplevert. Daarna roomt Substack nog maar 10% af en is de rest voor de auteur. Belangrijkste reden voor dit opportunisme is enerzijds de groeiende markt voor online strips en anderzijds het succes van Kickstarter, waar alleen al dit jaar ruim 1.200 stripprojecten succesvol werden gefinancierd voor de lieve som van 18,6 miljoen dollar.

Zal dit de comic makers helpen om als zelfstandigen een meer structurele en consistente bron van inkomsten te genereren? Dat moet nog blijken. De bekende auteurs die momenteel als eerste de overstap wagen zullen daar ongetwijfeld makkelijker in slagen dan de minder grote goden die daarna zullen volgen. Ook voor nieuwkomers is het maar de vraag of het loont, al zullen ze wel profiteren van het feit dat de in de steek gelaten uitgevers op zoek gaan naar nieuw talent om de weggelopen auteurs te vervangen.

James-Tynion-IV
James Tynion IV

Of dit alles voor de lezer ook zo gunstig uitpakt, is nog maar de vraag. Het is een abonnement, dus ook als een auteur niets produceert, betaalt de abonnee. En alles is digitaal, terwijl de meeste verzamelaars bij voorkeur iets tastbaars hebben. Er zullen vast auteurs zijn die prenten en andere extra’s gaan aanbieden en als er comics en albums gedrukt worden dan zijn ze ongetwijfeld via Substack verkrijgbaar, maar de kans is groot dat voor al dat fraais extra betaald moet worden, ook al is het mogelijk met korting.

Het lijkt niet reëel te denken dat Substack net zo’n grote revolutie teweeg gaat brengen als Image Comics, dat Marvel begin jaren negentig alle toptekenaars wist te ontfutselen en binnen een aantal jaar 40% marktaandeel pakte. Daarvoor zijn er de laatste jaren al te veel andere alternatieven bijgekomen, zoals webtoons en crowdfunding. Zeker is wel dat hiermee voor stripmakers een nieuwe manier is toegevoegd om hun werk aan de wereld te tonen en daarmee inkomsten te genereren.

Berichten

Mijn gehandicapte broer en ik: Jordy (rolstoel) en Camiel (eikel) nemen de dag door

De stripfiguren Camiel en Jordy Derkx in het echt bepaald geen kleine jongens. Op Tiktok, Instagram en Facebook hebben de twee Brabantse broers een trouwe schare fans die daar op de hoogte worden gehouden van hun dagelijkse dingetjes. In Mijn gehandicapte broer en ik, waarvan onlangs een tweede stripboek verscheen, zijn alle strips gebundeld die Camiel maakte over hun gesprekken en belevenissen.

Het begon zes jaar geleden, toen kunstacademie-student Camiel strips ging maken over de gesprekken die hij had met zijn broer Jordy. Daarmee is hij sindsdien nooit opgehouden. Intussen woont en werkt Jordy op een zorgboerderij in het Brabantse Oploo en is Camiel werkzaam als ontwerper in Den Bosch. Iedere avond bellen de twee en spreken ze de dag door: van veel van deze gesprekken heeft Camiel eenpaginastrips gemaakt.

In de strip is Jordy ontwapenend. De beschreven situaties zijn geestig en uit het leven gegrepen. Vaak leunen de grappen op een spraakverwarring of een verhaspeling van woorden. Jordy heeft het verstandelijke vermogen van een vijfjarige, en/maar komt daardoor vaak geestig uit de hoek. Hij is vaak lekker brutaal. De running gag is dat Jordy zijn broer een eikel noemt, maar dat nooit meent.

Wie het hele album doorleest ontdekt het plezier van de twee broers: hun telefoongesprekken gaan eigenlijk over niks, maar hebben toch veel zeggingskracht. Ze laten bijvoorbeeld zien hoe het is op een zorgboerderij (“Kun je even de klem van mijn rolstoel losmaken? Ze kunnen echt he-le-maal niks hier”) en wat Jordy zoal doet overdag (“We hebben iets gebakken, het begint met een P.” – “Pepernoten?” “Nee, cake.”) Het is niet constant hilarisch, maar de vaart zit er lekker in en het is vaak tamelijk absurd – zoals het leven zelf. Het tekenwerk is basic en dient de verslaglegging van de gesprekken.Achterop het album staat dat het speciaal voor mantelzorgers, zorgbehoevenden en zorgverleners is bedoeld. Dat klinkt bijna alsof er iets therapeutisch of leerzaams in de verhalen zit. Terwijl, en dat is een verdienste, het toch vooral een lief en vrolijk inkijkje is in het leven van twee verschillende broers die ver van elkaar wonen en elkaar altijd wel iets te vertellen hebben.

Camiel Derkx – Mijn gehandicapte broer en ik 2. Eigen beheer. 40 pagina’s. € 11,99. Te bestellen via mijngehandicaptebroer.nl

 

Berichten

Het legendarische tijdschrift Métal Hurlant verrijst uit het graf

Metal-Hurlant-cover
Voorlopig omslag

In een tijd dat er meer tijdschriften omvallen dan worden opgericht, komt uitgeverij Les Humanoïdes Associés met het verrassende nieuws dat ze het legendarische tijdschrift Métal Hurlant eind dit jaar nieuw leven zal inblazen.

Op 1 januari 1975 verscheen het eerste nummer van het Franse striptijdschrift Métal Hurlant (brullend metaal). Dat nummer wordt op een strip van Richard Corben na volledig gevuld met werk van de oprichters, Jean-Pierre Dionnet, Philippe Druillet en Jean Giraud. Die laatste verzorgt onder zijn kort daarvoor aangemeten pseudoniem Moebius het omslag en maakt zes strips, waarvan twee met Druillet. Zijn meest memorabele bijdrage is een tekstloos verhaal van acht pagina’s onder de titel Arzach. Métal Hurlant bereikt alle hoeken van de wereld en het is met name Arzach dat op talloze stripmakers een onuitwisbare indruk maakt.

Métal Hurlant is op slag een fenomeen en krijgt al snel navolging in andere talen. In Duitsland verschijnt Schwermetal, in Nederland Zwaar Metaal en in de Verenigde Staten Heavy Metal. Alle edities leggen zich toe op het publiceren van grensverleggende schiencfictionstrips voor een volwassen publiek. Dat doen ze met verve; veel stripmakers die furore maken gedurende de jaren 70 en 80 publiceren in deze tijdschriften hun werk, velen als debutant. Maar als de klad komt in de tijdschriftenmarkt krijgt ook Métal Hurlant het moeilijk. Het laatste nummer verschijnt in 1987. Uitgeverij Les Humanoïdes Associés probeert het nog een keer in 2002, maar trekt de stekker er al uit in 2004.

Metal-Hurlant-03Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Fabrice Giger, redacteur en eigenaar van Les Humanoïdes Associés, en Vincent Bernière, redacteur en journalist, waren vastbesloten het blad een derde leven te geven. Middels een crowdfunding campagne op het Franse platform KissKissBankBank zijn ze er zojuist in geslaagd zo’n 3.000 abonnees te werven, waarmee een eerste jaar van vier nummers gegarandeerd is. Het project haalde 1365 % van het streefbedrag op en wist al ruim 10.000 exemplaren te verkopen van het eerste nummer. Het (Franse) publiek is dus duidelijk enthousiast over deze reïncarnatie.

De redactie bevat onder meer Ugo Bienvenu (Systeemvoorkeuren, Sukkwan Island) en Jerry Frissen (Simak, Meta-Baron) en het eerste nummer zal gevuld worden met werk van onder andere Fabien Vehlmann, Brian Michael Bendis, Matt Fraction, Mark Waid, Jaouen Salaun en zal redactionele bijdragen bevatten van Enki Bilal en William Gibson en vele anderen. Reken er maar op dat er nog veel meer auteurs aan dat rijtje zullen worden toegevoegd.

Metal-Hurlant-04Elk nummer wordt 288 pagina’s dik (met ongeveer 220 pagina’s strip en 60 pagina’s redactionele bijdragen) en zal het midden houden tussen een boek en een tijdschrift. Een mook noemen ze het zelf, waarmee de redactie gelijk een gooi doet naar de prijs voor het lelijkste leenwoord van het jaar. Vier keer per jaar zal er zo’n boekwerk verschijnen. Om de druk een beetje van de ketel te halen zullen de even nummers oud werk bevatten en onder de naam Métal Hurlant Vintage door het leven gaan. De oneven nummers worden gevuld met nieuw werk, dat uit alle windstreken wordt gehaald.

De auteursnamen die zijn vrijgegeven verraden vooral bijdragen uit Frankrijk en de Verenigde Staten, maar men is vastbesloten om daar ook auteurs uit Zuid-Oost Azië en andere regio’s aan toe te voegen. Het is die diversiteit en het gebruik van een thema om alle verhalen elk nummer met elkaar te verbinden die van Métal Hurlant weer het toonaangevende, grensverleggende tijdschrift moeten maken dat het ooit was. Het eerste nummer heeft als thema de nabije toekomst en moet eind september in de winkel liggen.

Wie het water al in de mond loopt, maar onvoldoende Frans beheerst, mag zich overigens ook verheugen. Begin 2022 zal er een Engelstalige editie verschijnen. Het enige wat we nog niet precies weten is de winkelprijs, maar aangezien abonnees 20 euro per nummer gaan betalen, lijkt het erop dat die alleszins schappelijk zal zijn.

Metal-Hurlant-02

Berichten

De geboorte van een Nieuwe Garde omslag: van schets tot gedrukt tijdschrift

We kondigden het 22 juni al aan, maar vandaag is het dan zover: het Nieuwe Garde tijdschrift, uitgegeven door de 9e Kunst, is vanaf nu te koop! Daarmee is het eerste tastbare bewijs van de Nieuwe Garde, de nieuwe lichting stripmakers, een feit. Het is slechts een voorproefje van de dikke anthologie die we dit najaar zullen uitbrengen, gevuld met zo’n zestig nieuwe stripmakers.

Het Nieuwe Garde tijdschrift wordt getooid door een omslag van Helene Lespagnard. Het begon met een paar afgekeurde schetsjes die oorspronkelijk gemaakt waren voor een ander project. De sfeer in die schetsjes leek ons perfect te passen bij de Nieuwe Garde. Helene begreep gelijk wat we bedoelden en ging enthousiast aan de slag. Hieronder vertelt ze over de totstandkoming van het omslag.

 

« Dit zijn verschillende kleine schetsjes van ideeën die ik had voor het maken van de cover.  Ik wilde er sowieso een klassieke en mythische ‘touch’ aan geven. Hierbij heb ik veel gekeken naar klassieke schilderijen.

» Uit deze schetsjes ging mijn voorkeur naar één die ik groter ben gaan uitwerken. Ik ging denken aan welke beestjes en/of planten ik nog allemaal kon toevoegen aan de tekening en nog andere vragen doken op:  “Hoe zou ik het harnas gaan uitwerken van de ridder?” “Zou hij een helm dragen?” “Welke keuze van kleuren ga ik maken?” Allemaal vragen waarvan ik de antwoorden ging vinden in deze schets.

« Op de computer ben ik mijn pagina gaan herstructureren om de titel er in te laten passen. Ik besloot om achter de ridder nog een bende mythische figuren te tekenen die de nieuwe striptekenaars in opkomst zijn. Het idee van: “Ze komen eraan”.

» Mijn gereorganiseerde schets ben ik gaan afdrukken. De print heb ik op de lichtbak gelegd en heb ik overgetekend op een dikker papier om op te gaan schilderen met gouache. Hier en daar ben ik de tekening wat verder gaan uitwerken of bepaalde zaken opnieuw gaan tekenen. En dan schilderen!

« Het leek me fijn om de ridder een grote rode en felle cape te geven die alle aandacht trok. Ik begin ook altijd met de figuur eerst te schilderen. Puur voor het plezier.

» Nadat de ridder grotendeels was uitgewerkt begon ik aan de grote vlakken. Zo krijg je al een globaal beeld van hoe de cover eruit gaat zien.

« Wanneer de grote vlakken zijn geschilderd, komen de beestjes, planten en details aan de beurt. De cover ziet er meestal al “bijna” klaar uit na de geschilderde grote vlakken, maar de meeste tijd kruipt vaak in het uitschilderen van de kleine details.

» Voor de planten onderaan heb ik me geïnspireerd op vleesetende planten. Ik vond het zo fijn om elk klein haartje te schilderen en me hier helemaal in te laten verliezen. Ook ben ik verschillende soorten slangen gaan opzoeken voor de patronen op de rug.

« Vervolgens ben ik het boomgewas in de achtergrond gaan uitwerken. Het leek me leuk om hier een beetje een onrealistisch patroontje aan te gaan geven.

» Ik wilde het gras ook nog een subtiele textuur geven en voegde hier en daar was lichtere stukken toe.

Mijn lettering voor de vlag werkte ik uit op een apart stukje papier. Zo had ik een beetje de vrijheid om deze uit te zoeken. Ik koos ervoor dat ik die combinatie van het moderne en klassieke hierin opnieuw wilde krijgen. Na wat prutsen en zoeken is dit de vlag geworden.

En toen was de cover plots af! Klaar voor het magazine om gelezen te worden door jullie!

Berichten

Wordt strip de derde Boon, of wordt de Boon een strip? Touwtrekken om de Vlaamse literatuurprijs

Op woensdag 17 maart maakte de vzw Vlaamse Literatuurprijs bekend dat er een nieuwe literatuurprijs in het leven was geroepen: de Boon. Er zijn twee categorieën, te weten jeugdliteratuur en fictie/non-fictie. Het geldbedrag dat met de Boon is gemoeid, bedraagt 50.000 euro per categorie. Dat is niet alleen een flink bedrag, maar het feit dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen literatuur voor volwassenen en literatuur voor jongeren is bovendien bijzonder. Het betekent in ieder geval dat de Boon voor jeugdliteratuur qua prijzengeld terstond de grootste kinderboekenprijs is in de Lage Landen.

Binnen de stripwereld werd dit nieuws met gemengde gevoelens ontvangen. Dat er een nieuwe, prestigieuze literatuurprijs in het leven is geroepen is natuurlijk mooi nieuws. Dat de organisatie in haar promotie sterk hamert op diversiteit en dat de Boon een prijs moet zijn voor iedereen is sympathiek en conform de tijdgeest. Maar dat stripboeken ondanks deze beloftevolle woorden uitgesloten zijn van deelname is onbegrijpelijk. In Barbarië (dat land ten noorden van Vlaanderen) zou men daar misschien nog mee wegkomen, maar in België, bakermat van de Europese strip, liet de stripwereld dat niet over haar kant gaan.

De algemene aanvaarding van strips en graphic novels als een volwaardig literair medium is intussen al enkele decennia in de maatschappij doorgedrongen, maar dus helaas nog niet tot de commissie

Op 29 maart volgde dan ook een open brief, geïnitieerd door Pinceel Stripverspreiding en ondertekend door Vlaamse en Nederlandse uitgeverijen die regelmatig werk van Nederlandse stripmakers uitgeven. Daarin werd gepleit voor het openstellen van de Boon voor deelname van stripboeken: “Jaarlijks verschijnen meer dan voldoende kwalitatieve, spannende, diepgravende, sociaal-relevante en kunstzinnige strips en graphic novels, die hun voet kunnen zetten naast de titels die momenteel wel in aanmerking komen voor beide Boon-categorieën; fictie/non-fictie en kind/jeugd. Onze boeken worden verkocht via dezelfde verkoopkanalen en worden gekocht door dezelfde kwaliteits-zoekende lezers. De algemene aanvaarding van strips en graphic novels als een volwaardig literair medium is intussen al enkele decennia in de maatschappij doorgedrongen, maar dus helaas nog niet tot de commissie waar dit reglement werd samengesteld.”

Er werd meteen actie ondernomen: Vzw Vlaamse Literatuurprijs vroeg Literatuur Vlaanderen – de Vlaamse evenknie van het Nederlands Letterenfonds – een dialoog aan te gaan met de betreffende uitgeverijen en naar aanleiding daarvan een advies uit te brengen. Dat gesprek vond intussen plaats en daarop werd besloten zoveel mogelijk andere (strip)uitgeverijen om hun mening te vragen. Afgelopen zaterdag 26 juni is om die reden een mail verstuurd met precies die vraag en het verzoek vóór komende vrijdag, 2 juli, te antwoorden. Veel bedenktijd is er dus niet, zoals ook de uitleg schaars is over hoe de organisatie de geboden opties in de praktijk wil uitwerken.

Er zijn feitelijk twee keuzes: of de huidige prijzen worden opengesteld voor deelname van stripboeken, zodat deze op gelijke voet met romans kunnen strijden om de eer, of er wordt een aparte prijs in het leven geroepen, specifiek voor stripboeken.

Een Boon voor strips

We belden met Ann Jossart (uitgeverij Oogachtend, Pinceel Stripverspreiding en initiatiefnemer van de open brief) en Rob van Bavel (Uitgeverij L), beide voorstander van deelname van stripboeken in de bestaande categorieën, en vroegen ons hardop af of een aparte categorie voor strips niet beter zou zijn.

Verschil is er altijd, waarom zou dat in dit geval ineens onoverkomelijk zijn?

9e Kunst: Belangrijkste argument om een aparte categorie toe te voegen is dat de strip een zelfstandig medium is. Geen kunst, geen literatuur, maar een tussenvorm die facetten van kunst en literatuur combineert. Een directe vergelijking tussen roman en strip gaat daarom mank. Het is een verhaal van appels en peren.

Ann Jossart: Maar nee, het is een verhaal van twee soorten appels. Doordat de jury de literaire kwaliteiten moet beoordelen is het verschil tussen romans en strips lang niet zo groot. Natuurlijk is er een verschil, maar dat is er ook als je diverse genres met elkaar vergelijkt binnen hetzelfde medium. Verschil is er dus altijd, waarom zou dat in dit geval ineens onoverkomelijk zijn? De organisatie vergeet dat de lezers van graphic novels en die van literatuur voor een belangrijk deel overlappen, dat zijn geen strikt gescheiden werelden. Graphic novels verkopen doorgaans zelfs beter in de algemene boekhandel. Voldoende mensen kunnen beide naar waarde schatten en je mag verwachten dat ook een jury daar mee om kan gaan.

Rob van Bavel: We maken dat onderscheid tussen graphic novel en literatuur veel groter dan het werkelijk is. Een grote boekhandel in Nederland had haar stripcollectie aanvankelijk een plek gegeven tussen de literaire genres, maar besloot de afdeling later toch te verhuizen. Stonden de strips ineens tussen de ramsj en de bordspellen. We verkochten ineens nog maar de helft. Daaraan zie je dat als je strips op een ‘verborgen’ plek neerzet, enkel nog de liefhebbers moeite doen de afdeling op te zoeken. Zet je het gewoon in de loop, dan pakken ineens allerlei mensen iets mee. Blijkt de drempel lang niet zo hoog.

Ik wil mijn auteurs kunnen vertellen dat ik hun werk ook kan insturen voor een literaire prijs

9eK: Als er in één categorie gestreden wordt, is het maar de vraag in hoeverre de strip daarmee op gelijke hoogte wordt gezet. De kans is groot dat de jury romans en strips beoordelen met de criteria die vooral op romans van toepassing zijn, waardoor deze automatisch aan het langste eind trekken. Wat wint de strip als het een oneigenlijke strijd keer op keer verliest? Een aparte categorie voor strips garandeert tenminste dat er elk jaar een stripboek met een Boon in het nieuws komt.

RvB: Het gaat eerst en vooral om erkenning. De strip moet als volwaardige speler meedoen en dat is meer waard dan de prijs winnen. Een stripboek is een boek, net als een roman. Waarom dan niet over de verschillen heen stappen en beide op een gelijkwaardige manier als boek beoordelen? Als dat gebeurt, als mensen horen dat stripboeken in de longlist of shortlist staan, schouder aan schouder met schrijvers die ze kennen en waarderen, dan doe je ineens voor vol mee, ook als het bij een nominatie blijft.

AJ: Maak je voor de strip een aparte categorie dan kan het publiek die negeren. Dat lukt niet als er maar één categorie is. Zo zien meer mensen de genomineerde graphic novels. En wat ik net zo belangrijk vind: ik wil mijn auteurs kunnen vertellen dat ik hun werk ook kan insturen voor een literaire prijs, niet enkel voor een stripprijs die eens per twee jaar het volledige stripveld wil overschouwen met alle genres op een hoop, waaruit dan één ‘beste album’ gekozen wordt. Dát is pas appelen met peren vergelijken.

Het is vrijwel zeker dat een categorie voor stripboeken niet gelijkwaardig behandeld zal worden

9eK: Wat betreft de erkenning, als de Boon de literaire prijs is van Vlaanderen, dan is de winnaar van een Boon automatisch gelauwerd omwille van haar literaire kwaliteiten, ongeacht of dit een roman of strip is. Het aanzien zou gelijkwaardig moeten zijn, mits – en dat is wel de voorwaarde – de organisatie haar voornemen alle categorieën gelijkwaardig te belonen en te behandelen ook toepast op de categorie voor strips.

RvB: In het eerste overleg tussen de ondertekenaars van de open brief en de adviesgroep van Literatuur Vlaanderen werd gesteld dat men momenteel niet het geld had om de winnaar van een derde categorie hetzelfde bedrag toe te kennen. Dat komt mede doordat men bang is dat ook anderen om een categorie zullen vragen, bijvoorbeeld voor poëzie. Tegelijkertijd wil men ook niets afdoen van het bedrag van de huidige twee categorieën. Het is dus vrijwel zeker dat een categorie voor stripboeken niet gelijkwaardig behandeld zal worden.

AJ: Het zal niet de eerste keer zijn dat de strip weer een uitzonderingspositie krijgt. Ik ben dat beu, ik wil dat niet meer. Bovendien kon niemand van de organisatie iets concreets vertellen, zo waren we dus helemaal niet overtuigd dat er in de nabije toekomst (bijvoorbeeld 2022 ) daadwerkelijk een Boon voor strips georganiseerd zou kunnen worden.

Het is tijd dat we de volgende stap nemen

9eK: Een voordeel van een aparte categorie is dat het juryrapport elk jaar kan onderstrepen dat de strip een zelfstandig en waardevol medium is, met haar eigen, unieke mogelijkheden en haar eigen (literaire) merites.

RvB: De stripwereld strijdt al heel lang voor acceptatie, om als reguliere speler gezien te worden door de rest van de boekenwereld en niet als apart clubje. Als je je opstelt als een buitenbeentje, blijf je ook een buitenbeentje. Daar winnen we niets mee. Het is tijd dat we de volgende stap nemen.

AJ: Als ik zie dat Aimée de Jongh wordt uitgenodigd om te komen praten over Dagen van zand bij Brommer op zee en daar gewoon serieus genomen wordt, dan denk ik ook dat de tijd er rijp voor is.

1 2 3 7
Page 1 of 7