Strips

Lucien, of hoe verlies een vorm zoekt

In haar debuut Lucien kiest Rani De Prée voor een vertelling die zich langzaam ontvouwt, met beelden die eerder voelen dan verklaren. Het verhaal begint op een verlaten kerkhof, waar een jonge man zichzelf uit zijn graf omhoogduwt. In zijn handen houdt hij een klein houten kistje vast, waarin drie dobbelstenen liggen. Op elk dobbelvlak is vijf keer niets te zien en één keer een doodshoofd. Wat de betekenis daarvan is blijft voorlopig ongezegd, maar het is duidelijk dat dit kistje alles voor hem betekent.

Lucien keert terug naar een wereld waar mensen voor hem terugdeinzen. Hij wordt uitgescholden. Er wordt naar hem gewezen, soms wordt hij vermeden, soms aangevallen. Overal waar hij komt verschrompelt het leven. Planten verwelken onder zijn vingers, dieren vluchten, mensen sterven als ze te dichtbij komen. Hij draagt dat gegeven met zich mee zonder het te begrijpen, alsof hij langzaam is gaan geloven dat hij zelf de dood is, of in elk geval haar drager.

In een reeks beeldsequenties die nergens expliciet worden, verschijnen flarden van een verleden. Daarin kijkt Lucien naar het lichaam van zijn moeder met een mengeling van verdriet en schuld. Haar dood vormt een knikpunt in zijn herinnering en mogelijk het begin van zijn overtuiging dat zijn bestaan gevaarlijk is.

De wereld waarin hij zich begeeft, schuift langzaam op naar het onwerkelijke. Lucien belandt in een theater waar een figuur met roze haar het publiek toespreekt. Er wordt gesproken over licht, over ontsnapping, over een plek waar geen ziekte of sterfelijkheid bestaat. Mensen in de zaal raken overtuigd en stijgen op, als sterren die zich losmaken van het toneel. Lucien blijft zitten en stelt vragen die niemand beantwoordt. Hij volgt wel, maar blijft kijken.

Zijn tocht voert hem verder omhoog. In een luchtkasteel tussen de sterren ontmoet hij Caelesta, een vrouw die hem vergezelt zonder zichzelf uit te leggen. Ze wijst hem kamers, werelden, mogelijkheden. Samen betreden ze een duister kasteel, doorkruisen ze een landschap dat uit licht bestaat en zoeken ze naar betekenis in ruimtes zonder muren. Onderweg worden ze geconfronteerd met een vormloze dreiging die hen opjaagt. In de spanning die ontstaat, probeert Caelesta zijn kistje af te pakken. Lucien houdt het tegen, het is een deel van hemzelf.

Uiteindelijk bereiken ze een witte ruimte waarin alles tot stilstand komt. Daar opent hij het kistje opnieuw, bekijkt de dobbelstenen, en begint in de blanco vlakken nieuwe tekens te kerven. Eén zijde blijft leeg. Voor het eerst bepaalt hij zelf wat deze voorwerpen betekenen. Hij vult niet langer alleen de dood in.

Rani De Prée maakt geen gebruik van verklarende tekst of logische structuur, maar vertrouwt op de kracht van beeld, kleur en ritme. Haar aquarellen zijn zacht en gelaagd, met composities die soms bijna oplossen in het wit van de pagina. De wereld die ze oproept, bestaat uit zwevende decors, open vlaktes en trage overgangen. Beweging en stilstand zijn met zorg in balans gebracht, waardoor elke bladzijde uitnodigt tot vertraging.

Het verhaal van Lucien zit ramvol met symbolen en motieven en allen hebben een flinke lading. Zijn wereld zit vol tekens, maar zonder handleiding. De ontmoeting met Caelesta opent een andere dynamiek. Zij beweegt Lucien vooruit, maar ze stelt niets gerust.

De ruimtes die ze betreden – een theater, een kasteel, een open luchtlandschap, het zogenaamde ‘middelpunt’ – dragen elk hun eigen atmosfeer. Ze markeren fases in een zoektocht die niet lineair verloopt. Tijd en plaats zijn ondergeschikt aan stemming. Alles schuift, vloeit, verdwijnt en keert terug. Het boek beweegt op het ritme van verlies en herinnering.

Wat hier verteld wordt, is geen verhaal over dood als afsluiting, maar over de nabijheid van rouw en verlies als voortdurende toestand. Althans, dat is mijn interpretatie.

Tijdens het lezen van Lucien had ik steeds het gevoel dat ik iets probeerde te begrijpen wat zich net buiten bereik hield. Hoe meer ik erin lees, hoe minder zeker ik weet wat het precies wil zeggen en dat is precies de reden waarom ik blijf terugbladeren. De betekenis glijdt telkens een stukje op. Het werk is in die zin herkenbaar als (een glorieus) afstudeerproject: zorgvuldig opgebouwd, thematisch doordacht, tot in het kleinste detail gecomponeerd. Tegelijk voelt het als een scenario waar je zelf op zou kunnen afstuderen. Elke scène, elk motief, elk kleurverloop roept interpretatie op en geen daarvan voelt definitief. Misschien klopt mijn lezing nergens, maar de ruimte om te dwalen maakt deze leeservaring rijk.

Het lezen voelt als langzaam je weg zoeken door een onbekend huis. Het deed me denken aan Petar en Liza, ook daar balanceert de vertelling op het snijvlak van poëzie, symboliek en mysterie. En ook daar gold: begrijpen is minder belangrijk dan durven blijven kijken.

Rani De Prée – Lucien. Menlu. 208 pagina’s, hardcover. € 29.99