In de laatste jaren van het weekblad Kuifje was de kinderstrip Hugo van Bédu (Bernard Dumont) een van de steunpilaren. Maar in de jaren ‘80 gingen de oplages van stripbladen rap achteruit. Kuifje werd daarnaast ook nog geplaagd door ruzie met de erven Hergé, waardoor de Franstalige editie van naam moest veranderen, en wanbeleid bij uitgeverij Lombard, waardoor uiteindelijk Bédu in de armen van concurrent Dupuis werd gejaagd. Begin jaren ‘90 stapte hij over naar het weekblad Robbedoes. Hij zou daar op scenario van Raoul Cauvin de middelmatige gagstrip De Psy maken.
Daarmee kwam er een einde aan de strip Hugo, ooit zo populair dat serieus is overwogen er een tekenfilmserie van te maken. Het bleef uiteindelijk bij vijf albumvullende verhalen. Die zijn nu gebundeld in een integrale uitgave, samen met wat andere nooit in album verschenen verhalen. Bij Tzooz, de imprint van uitgeverij Lauwert, waar meer oudere jeugdstrips aan de vergetelheid worden onttrokken. Bij het herlezen van de integrale bundel van Hugo kan elke liefhebber niet anders dan verzuchten: wat is het toch zonde dat Bédu hier niet mee is doorgegaan!
Hugo is een ridderstrip met een jonge troubadour in de hoofdrol die samen met zijn sterke beer Biscoto avonturen beleeft in een toverachtige wereld vol draken, grappige wezentjes, elfen en kabouters. De verhalen zijn stuk voor stuk fantasievol. In het ene verhaal reist hij af naar een wereld vol betoverde groenten, om een door een toverkol in een boon veranderd jongetje te redden. In een volgend verhaal komt hij terecht in een wereld vol levende wapens die elkaar op een groot schaakbord te lijf gaan. Alles is gelardeerd met de nodige grapjes, doordat de wat brave Hugo naar goed gebruik wordt omringd door allerlei kolderieke bijfiguren.
Net als eerdere strips van Bédu als Ali Bamba en Proffie, onderscheidde Hugo zich destijds tussen de andere strips in het jeugdblad door de toegankelijk tekenstijl. De auteur kon zijn publiek in een fantasiewereld trekken waar je echt in kon geloven. Bédu begon zijn carrière als assistent van Sammy-tekenaar Berck. En hoewel die invloeden nog wel te herkennen zijn, is Bédu’s lijnvoering allesbehalve een kopie.
Wat zijn stijl zo aantrekkelijk maakt, is de theatrale vrolijkheid waarmee elk figuurtje acteert. Bédu’s tekeningen hebben zowel iets weg van Jean Roba als van Marten Toonder en toch is het volledig eigen. Zelfs wie de verhaallijnen in Hugo te kinderachtig vindt, wordt door het tekenwerk meegevoerd naar een universum waar je wilt verpozen. Deze lezer voelde zich in elk geval weer voor een paar uur dat jongetje dat werd meegezogen in de verhalen toen hij destijds Kuifje las.
De voorverkoop van Hugo ging hard, meldde de uitgever. Blijkbaar zijn er nog genoeg kapitaalkrachtige liefhebbers vol jeugdsentiment. Maar dertig jaar na dato oogt Hugo nog fris genoeg om ook een nieuw lezerspubliek te moeten kunnen boeien. Deze integrale is, inclusief het uitgebreide dossier, een één-op-één vertaling van een Franstalige integrale die al tien jaar geleden verscheen. Het is met het succes van deze uitgave te hopen dat er een uitgever is die het aandurft ook Bédu’s soloproject Sang Dragon (een ridderstrip uit 2024 die herinnert aan Hugo) te vertalen voor de Nederlandse markt.
** Toevoeging redactie: Uitgeverij Lauwert heeft bevestigd dat de vertaling van Sangdragon van Bédu voor eind dit jaar gepland staat. **
Bédu – Hugo integraal. Uitgeverij Tzooz. 304 pagina’s. hardcover. € 39,95






