Trauma (uit het Grieks) betekent wond. Over het algemeen bedoelen we er psychisch letsel mee, een wond die veroorzaakt wordt door een schokkende gebeurtenis die zo heftig is dat we het niet goed kunnen verwerken. Angst, vermijding, schuld en schaamte, machteloosheid en stress zijn het gevolg, met vaak flinke invloed op het dagelijks functioneren. De impact van een trauma kan zelfs verder strekken dan een individu en kan worden overgedragen op volgende generaties. We spreken dan van transgenerationeel trauma. Hierbij hebben traumatische gevolgen effect op meerdere generaties na elkaar, zelfs op generaties die de schokkende gebeurtenissen zelf niet hebben meegemaakt. De traumatische gebeurtenis achtervolgt latere generaties als een spook uit het verleden. Hoe gaan striptekenaars te werk om hun spoken uit het verleden onder ogen te zien? De afgelopen jaren verschenen verschillende boeken die hier inzicht in geven: Drieman (België), Heimat (Duitsland) en Feeding ghosts (VS/China).
Drieman

In Drieman benadert Wide Vercnocke zijn familieverleden introspectief. In een interview bij de verschijning van zijn boek zegt hij: “Het trauma van de oorlog leeft generaties lang voort”. Zijn grootvader koos tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van de nazi’s. “Al heel mijn leven hing zijn schaduw over mijn familie,” bekent Vercnocke als hij met de trein naar zijn vader reist. Terwijl we dit lezen zien we zijn opa – zoals dat in strip zo treffend kan – op een prachtig getekende wijze uit Wide’s lijf stappen en tegenover hem gaan zitten. Hij herkent zijn grootvader onmiddellijk. Als fameus Vlaams kunstenaar zijn er vele foto’s van grootvader Ferdinand Vercnocke in omloop. De ontmoeting wordt verstoord doordat Wide’s vader belt. Grootvader verdwijnt uit de coupé. Wide stapt op de plaats van bestemming uit en bezoekt zijn vader, Rombout. Samen drinken ze een pint en bespreken ze een fotoverslag van hun (groot)vaders dichtersreis naar Duitsland, in 1941. Er daalt “een gevoel van diepe schaamte over ons neer. Ons bloed […] schuldig aan culturele collaboratie”. Het transgenerationele trauma laat zich voelen.
In de trein terug rijst zijn grootvader opnieuw uit Wide en gaat tegenover hem zitten. “Hoe kon je in godsnaam zoiets doen?” bijt hij zijn opa toe. Terwijl er een relaas klinkt over de ‘Germaanse stam’ stapt ook Wides vader uit zijn lijf om zich bij hen te voegen: drie man. Ook hij heeft vragen. “Ge moet daar toch… van alles gezien hebben?” Wist hij van de kampen? Ferdinand Vercnocke legt uit dat hij zijn gevoel liet spreken en er weloverwogen voor koos om op te komen voor het Vlaamse volk binnen de nieuwe orde. Hij beseft ook dat zijn nageslacht vol onbegrip is. Grootvader Ferdinand verdwijnt in zijn zoon Rombout die even later in zijn zoon Wide opgaat, als drie-eenheid.
Terwijl Wide in de proloog zijn haar laat knippen in de stijl van zijn grootvader, scheert hij in de epiloog zijn schedel kaal en verdwijnt hij in zijn spiegelbeeld. Zou de letterlijke gelijkenis met eenzelfde kapsel hebben geholpen om het spook uit het verleden onder ogen te zien en hanteerbaar te maken? Om te accepteren dat de keuzes van zijn grootvader onlosmakelijk onderdeel van het verleden van de familie Vercnocke zijn? Zoals vader, zoon en heilige geest immer innig verbonden zijn?
Heimat
Waar Vercnocke het decor van zijn verhaal klein houdt (een treinreis naar zijn vader) en dicht bij zijn eigen beleving blijft, kiest Nora Krug in Heimat voor een veelomvattender benadering om het verleden van haar familie te begrijpen. Ze gaat te werk als een historica. Wanneer ze vanuit Berlijn naar New York verhuist ontmoet ze op het dakterras van haar flat een vrouw die zestien keer van de gaskamer is gered door een kampbewaakster die vermoedelijk verliefd op haar was. Hoe reageer je als Duitse op zo’n verhaal, mijmert Krug.

Hoewel haar ouders na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren, was de oorlog haar hele jeugd op onuitgesproken wijze aanwezig. Bijvoorbeeld vanwege de bulderende Amerikaanse vliegtuigen die landden op een luchtmachtbasis vlakbij haar ouderlijke huis in Karlsruhe. Als kleuter begreep ze daardoor “dat er iets heel erg verkeerd was gegaan”. Met gevoel voor drama en detail vertelt Krug dat ze tijdens yogales haar arm niet schuin omhoog kan steken zonder aan de Hitlergroet te denken. Hoe kun je weten wie je bent, als je niet begrijpt waar je vandaan komt, vraagt Krug zich af.
Het veelgeprezen Heimat is een minutieus en artistiek vormgegeven verslag van haar duik in het verleden van haar familie. Met behulp van korte strips, tekeningen, geschreven tekst, collages van foto’s en archiefmateriaal, het doorspitten van dossiers en interviews met sleutelfiguren reconstrueert ze haar familiegeschiedenis. Krug leest bovendien brieven van de in 1944 in Italië gesneuvelde broer van haar vader, wiens graf ze als gezin op vakantie eens bezochten. Staand aan dat graf zegt haar vader: “Dit is het dichtste dat ik ooit bij mijn broer ben geweest.” Zijn broer was 18 jaar toen hij overleed. De jonge Nora voelt bij dat graf een diep verlangen om te weten hoe het voor haar oom was in de oorlog. Was hij bang? Trots misschien? Wat dacht hij vlak voor hij stierf?
Indrukwekkend is Krugs gedetailleerde reconstructie van het verhaal van haar opa Willi, die tussen 1933 en 1945 lid was van de nazipartij. Hoe fout was haar opa? Ze spoort een naar Florida verhuisde zoon op van een buurman van haar opa. Deze buurman heeft met een oprechte brief getuigd dat opa Willi zich nooit met naziactiviteiten heeft ingelaten. De brief helpt om haar opa na de oorlog als ‘meeloper’ te kwalificeren, niet als ‘overtreder’ of erger. Krug belt met de zoon en er volgt een openhartig en ontroerend gesprek. Ze accepteert dat haar opa Willi door lid te worden van de nazipartij heeft bijgedragen aan een moorddadig regime ook al weet ze niet precies wat hij wel en niet gedaan heeft. Was het anders geweest als hij een Jood in zijn schuurtje had verstopt? Of als hij een keiharde nazi was geweest?
Net als Vercnocke ziet Krug de familiespoken uit het verleden onder ogen. Dankzij haar uitzoekwerk voelt ze zich onderdeel van haar familieverhaal, (her)waardeert ze haar Duitse wortels en verzoent ze zich met het duistere verleden. Er is geen sprake van een erfzonde zoals ze in de proloog nog suggereert. Krug realiseert zich dat ze de gevolgen van daden van eerdere generaties uit haar familie niet zelf hoeft te dragen.
Feeding ghosts
De spoken uit het verleden die Vercnocke en Krug achtervolgen ontstonden in de Tweede Wereldoorlog. De spoken van Tessa Hulls zijn meervoudig en gaan terug tot het China van de jaren 1930 waar haar grootmoeder ter wereld komt. Waar Vercnockes verhaal draait om drie generaties mannen, gaat het indrukwekkende en prijswinnende Feeding ghosts van Hulls over drie vrouwen: over Hulls’ grootmoeder Sun Yi, haar dochter Rose (Hulls’ moeder dus) en over haarzelf. Als een etnograaf traceert Hulls op fascinerende wijze haar familiegeschiedenis langs de levens van haar oma en haar moeder. Die geschiedenis start in Suzhou, loopt via Shanghai en Hongkong en eindigt in een Noord-Californisch stadje waar de drie vrouwen gaan wonen. Feeding ghosts lijkt het verslag van een proces van participerende observatie van Tessa Hulls waarin ze haar familie en daarmee zichzelf probeert te doorgronden.
Die familiegeschiedenis is complex. Bepalend hierin zijn traumatische ervaringen die Sun Yi diep raken. Ze krijgt bijvoorbeeld een dochter met een Zwitserse diplomaat. En waar een kind geboren uit zo’n cross-culturele romance tegenwoordig weinig opmerkelijk is, was dat het in China van de jaren van Mao anders. Hoewel de diplomaat al snel uit beeld is en Rose haar vader nooit heeft ontmoet, betekent gemengd bloed een giftig gevaar voor de hele familie. Het verwijst naar imperialisme, verraad aan China en maakt Sun Yi inherent schuldig. Als Hulls in Suzhou met de zus van haar oma spreekt, realiseert ze zich ten volle het tragische dilemma dat de loop van haar oma’s leven heeft bepaald. Om haar familie te beschermen tegen de dreiging van de Chinese staat, moest ze al het bewijs dat ze familie had vernietigen. Hulls begrijpt dat dit de oorsprong is van haar oma’s paranoia, van haar angst, van haar eenzaamheid, van het spook uit het verleden dat zo van invloed is op haar eigen leven. De situatie leidt tot een dramatisch besluit.
Sun Yi verlaat China in 1957 en vlucht met de zevenjarige Rose naar Hongkong dat destijds onder Brits bestuur viel. Haar lijf ontvluchtte China, schrijft Hulls, maar in haar oma’s geest blijven de traumatische spoken huizen. Het beeld waarmee Rose haar moeder beschrijft is indringend en veelzeggend: Sun Yi gedroeg zich als een drenkeling die voortdurend wanhopig probeert haar dochter op het droge te gooien opdat zij niet samen met haar zal verdrinken. Hulls’ moeder bouwt haar leven op rondom die traumatische schade. Hulls, geboren in de VS, kent vervolgens een verstikkende jeugd, vol strakke regels en met een ultiem beschermende moeder. De spoken doen hun werk.
Feeding ghosts is een monumentale autobiografie waarin Tessa Hulls heel precies het ontstaan en de doorwerking van deze spoken vertelt en tekent. Dat doet ze op basis van gesprekken met haar moeder met wie ze meermaals naar China reist, gesprekken met haar Chinese familie, haar eigen ervaringen en een nauwkeurig oog voor de politieke en sociaal-culturele context waarin de geschiedenis van haar familie en haarzelf vorm krijgt. Hulls’ reactie op die geschiedenis is van jongs af aan die van een cowboy geweest: autonoom en onafhankelijk treedt ze de wereld tegemoet alsof afkomst en context er niet toe doen. Ze omarmt de vrijheid, reist de VS en de wereld rond en ontvlucht de verstikkende Californische thuisbasis van haar moeder en oma. Totdat ze zich na jaren realiseert: die geweldige individuele vrijheid betekent ook dat je nergens nodig bent.

Ze bedenkt, terwijl ze op reis is in Ghana en vervolgens Mexico, dat ze als ‘cowboy’ weliswaar op prachtige plekken komt, maar altijd alleen is en de verbinding met anderen kwijt is geraakt. Drie generaties vrouwen vluchten voor de spoken, het wordt tijd ze onder ogen te zien vindt ze. Ze besluit naar die ene plek te gaan die haar de meeste angst inboezemt: thuis. ‘The rest is history’ zou ik willen zeggen. Dit boek is het gevolg. In Feeding ghosts doorleeft Tessa Hulls haar familiegeschiedenis. De visuele metaforen zijn talrijk en gebaseerd op de verhalen die ze hoort, de zwart-wit tekeningen zijn gedetailleerd en dwingen tot langzaam kijken, de geschiedenis omvat een periode van een eeuw (1927-2022) uiteengelegd in 9 delen plus een proloog en een epiloog.
Tot slot
Wie de boeken van Vercnocke, Krug en Hulls leest begrijpt hoe trauma’s generaties lang kunnen voortslepen. De familieverhalen van deze drie auteurs zijn dankzij hun geweldige beeldromans breed toegankelijk. Gezien de schrijnende situaties van oorlog in de wereld, de stijging van psychische problemen en de mondiale migratiestromen (en de samenhang hiertussen) ligt het voor de hand te bedenken dat nieuwe trauma’s voortdurend ontwikkeld worden. En dat deze worden overgedragen op volgende generaties. Deze verborgen spoken uit het verleden zijn ongetwijfeld talrijk en wijd verspreid. Drieman, Heimat en Feeding ghosts maken inzichtelijk hoe ingrijpend de gevolgen kunnen zijn.
Tessa Hulls – Feeding ghosts. A graphic memoir. MCD Books. 400 pagina’s softcover. $ 27,00.
Nora Krug – Heimat. Terug naar het land van herkomst. Balans Uitgeverij. 284 pagina’s softcover. € 16,99.
Wide Vercnocke – Drieman. Bries Publishing. 120 pagina’s hardcover. € 27,00.






