Parijs, 1815. De Slag bij Waterloo is verloren, Napoleon is naar Sint-Helena verbannen en de Bourbons zijn terug op de troon. Frankrijk krabbelt overeind uit een tijdperk dat het land gelijktijdig groot en kapot maakte. Frank Giroud nestelt zijn thriller De veteraan in die brokstukken van een keizerrijk.
Kapitein Maxime Danjou – bijnaam: “ossenbloed – ontwaakt in het hospitaal na een verwonding die hij heeft opgelopen bij Waterloo. Wanneer hij goed en wel buiten direct in een vechtpartij terecht komt en in een politiecel belandt, staat er een elegante vrouw voor hem die beweert zijn echtgenote te zijn. Haar man heet Théodore Brunoy, kolonel in de Grande Armée en woonachtig op een rijk landgoed in Rouen. Danjou herkent haar niet. Hij herkent ook zichzelf niet op de portretten die overal in het huis hangen. En toch behandelt iedereen rondom hem hem alsof hij Brunoy is.
Is hij een bedrieger die de identiteit van een andere man aannam en dat nu vergeten is? Is hij een slachtoffer van een even briljante als cynische manipulatie? Of gaat het om een psychiatrische aandoening, een dissociatie die hem definitief van zichzelf heeft afgesneden? Giroud (1953-2018) legt die vragen op tafel en houdt ze gedurende het volledige eerste deel angstvallig open. De vergelijking met XIII dringt zich onvermijdelijk op. De man zonder geheugen die zijn identiteit tracht te reconstrueren is een klassiek gegeven, maar Giroud graaft dieper dan de actiethrillerformule. De literaire echo van Balzacs Kolonel Chabert, een roman over een soldaat die na Waterloo terugkeert naar een wereld die hem heeft begraven en vergeten, hangt boven het verhaal als een welkome en bewuste schaduw.
Het tweede deel lost de puzzel op en Giroud doet dat op de manier die zijn reputatie – Levenslijnen, De onzichtbare oorlog – heeft gebouwd. De onthulling is complex verankerd in de historische turbulentie van 1815, met zijn opeenstapeling van politieke wendingen, en ze is bovenal logisch. Alles wat eerder als toeval of verzinsel leek, blijkt zorgvuldig gelegd grondwerk. Dat is zelden vanzelfsprekend in het genre, waar ontknopingen maar al te vaak instorten onder het gewicht van hun eigen ambities. Hier niet.
Gilles Mezzomo verzorgt het tekenwerk en bewijst dat hij de overgang van de hedendaagse setting van zijn vorige werk naar het vroeg negentiende-eeuwse Frankrijk met een geloofwaardige historische precisie kan maken. De kostuums kloppen, de stadsgezichten ademen de Restauratie, de slagveldsequenties zijn dynamisch en ruimtelijk goed gecomponeerd. Mezzomo schiet iets tekort in de gezichten van zijn personages. Die zijn expressief, maar bewegen zich soms in de richting van het academisch automatisme. Het type gelaatstrekken dat correct is zonder ooit echt te ontroeren. Het zijn figuren die je gelooft, maar niet liefhebt. Céline Labriet slaagt er gelukkig wonderwel in de sfeer te verdiepen door te kleuren met een subtiel palet dat tussen het sombere en het warme balanceert en dat de historische geloofwaardigheid van het geheel sterk ondersteunt. Dat haar naam niet op de cover prijkt is een onrechtvaardigheid.
De veteraan is het soort tweeluik dat stilletjes zijn werk doet en pas bij het dichtslaan van het tweede deel duidelijk maakt hoe goed het in elkaar zit. Giroud schrijft met de zelfverzekerdheid van iemand die zijn eindbestemming kent en er toch in slaagt de lezer voortdurend te laten twijfelen aan de weg ernaartoe. Dat is een ambacht. Mezzomo volgt hem daarin met een tekenstijl die de historische geloofwaardigheid van het verhaal draagt zonder er ooit bovenuit te stijgen. Samen leveren ze een thriller af die zijn belofte keurig inlost en in dit genre is dat zeldzamer dan het zou moeten zijn.
Frank Giroud & Gilles Mezzomo – De veteraan (deel 1 & 2 gebundeld). Lauwert. 124 pagina’s. hardcover. € 33,95






