De Algerijnse oorlog (1954-1962) sloeg diepe wonden in de Franse samenleving. Niet alleen omdat de oorlog erg veel slachtoffers vroeg, ook omdat het Frankrijk tot op het bot verdeelde. Er waren voorstanders die Algerije koste wat kost wilden behouden als onderdeel van Frankrijk en terroristische aanslagen pleegden. Er waren voorstanders van onafhankelijkheid die niet terugdeinsden voor een moord min of minder. En daartussen zat een groot deel van de bevolking dat bang was dat hun zonen zouden sneuvelen in de oorlog en vooral hoopten op een snel einde ervan.
Onlangs verschenen twee albums over die periode die de moderne geschiedenis van Frankrijk heeft getekend als geen ander. Allebei proberen ze een beeld te geven van hoe verdeeld Frankrijk was, dat op de rand van een burgeroorlog stond. Alleen kiezen de auteurs van beide albums voor een totaal andere aanpak.
In de nieuwe serie van veelschrijver Xavier Dorison wordt de periode beschreven aan de hand van de lijfwachten van de Franse president Charles de Gaulle: De gorilla’s van de president. Het verhaal begint in 1959. De Gaulle is net president geworden. In het politiek verdeelde en in verval geraakte Frankrijk (Indochina is net verloren gegaan als kolonie en nu is in Algerije een onafhankelijkheidsoorlog uitgebroken) vestigden veel Franse kiezers hun hoop op de oude generaal die in de Tweede Wereldoorlog het symbool was geweest van standvastigheid. Maar iedereen verwachtte wat anders van hem: voorstanders van het behoud van Algerije dat hij de opstand zou neerslaan, tegenstanders dat hij de onafhankelijkheid zou tekenen. Het maakte hem al snel tot een van de meest bedreigde staatshoofden ter wereld: hij overleefde meerdere aanslagen.
In het eerste deel van deze nieuwe serie, 1 september 1959, worden de vier hoofdpersonen geïntroduceerd. Het zijn drie oude getrouwen van de president die al aan zijn zijde vochten tijdens de Tweede Wereldoorlog en een nieuweling die is opgeleid bij de Amerikaanse FBI en nieuwe ideeën heeft over hoe je personen moet beveiligen. Het leidt tot de nodige spanningen in het lijfwachtenteam.
De gorilla’s van de president is een actiestrip zoals Dorison er meer maakte. Alleen heeft hij er dit keer een historisch tintje aan gegeven door zijn personages te baseren op de echte vier lijfwachten van De Gaulle. Al permitteert hij zich dit keer iets meer vrijheden dan in zijn vorige historische strip, 1629 over de schipbreuk van de Batavia. In een uitgebreid dossier achterin het album wordt uitgelegd in hoeverre het verhaal op feiten is gebaseerd en waar niet.
Dorison schetst tussen de actiescènes door een geloofwaardig beeld van de hoog oplopende spanningen in Frankrijk. Er is de Algerijnse lijfwacht met familie overzee, er is de nieuweling die een appartement betrekt vol fanatieke aanhangers van het groot-koloniale Frankrijk en er is de oud-verzetsman die gevraagd wordt leiding te gaan geven aan een nieuwe, soort paramilitaire organisatie rond de beweging van De Gaulle. Alles is vol vaart in beeld gebracht door Julien Telo, bekend van de fantasystrip Elric. Van deze nieuwe serie staan nog twee volgende delen aangekondigd.
Waar Dorison kiest voor actie om een tijdsbeeld van het gespleten Frankrijk te schetsen, kiest het duo Victor Pinel en Philippe Pelaez voor een heel andere aanpak. In hun oneshot Omdat er mannen nodig zijn ontbreekt juist elke actie. De tekeningen van Pinel zijn veel gestileerder, met alle nadruk op de landerigheid van het dorp waar hoofdpersoon Joseph Fournier in 1961 terugkeert na zijn militaire dienst in Algerije.
Niemand staat te juichen bij zijn terugkeer. Zijn vader neemt hem kwalijk dat hij is vertrokken. Josephs broer eveneens: nu heeft hij in zijn eentje moeten opdraaien voor het werk op de boerderij en in de tussentijd is hij door een ongeluk met een tractor in een rolstoel beland. En in het dorp wordt Joseph eveneens met de nek aangekeken. Door de een omdat hij met zijn administratieve baan in het leger geen echte held was. En door de ander omdat hij bloed aan zijn handen heeft. En zijn geliefde naar wie hij tijdens zijn afwezigheid zo heeft uitgekeken, is inmiddels verloofd met een ander.
Omdat er mannen nodig zijn kent een vrij eenvoudig plot. De oplettende lezer heeft al snel in de gaten dat Joseph iets heeft meegemaakt in Algerije waarvan hij niet wil dat iemand dat te weten komt. De plottwist tegen het einde van het album komt daardoor niet als een enorme verrassing. Maar de geschiedenis van Joseph is slechts een vehikel voor een groter verhaal. Omdat er mannen nodig zijn focust vooral op iets anders: het verhaal van de mensen die niet strijden aan het front, maar die vanuit huis wel een mening vormen over wat daar allemaal zou moeten gebeuren.
Het levert een bijzonder sfeervol album op dat een mooi beeld geeft van een deel van de Franse geschiedenis dat slechts weinig door Franse auteurs wordt beschreven. Jacques Ferrandez deed het in zijn Oriëntaals dagboek en de albums die daarop volgden. Maar verder gaan veel historische Franse strips vooral over oorlogen die Frankrijk uiteindelijk heeft gewonnen. Zowel De gorilla’s van de generaal als Omdat er mannen nodig zijn vormen een uitzondering. En ondanks hun totaal verschillende aanpak weten ze beide te boeien. De moeite waard.
Julien Telo & Xavier Dorison – De gorilla’s van de generaal: 1 september ‘59. Casterman. 104 pagina’s hardcover. € 22,99
Victor Pinel & Philippe Pelaez – Omdat er mannen nodig zijn. Lauwert. 56 pagina’s hardcover. € 22,95






