Ook wie nog nooit een boek over Sherlock Holmes gelezen heeft, kent zijn wereld. Daar zorgen de films en series wel voor. Als ik mag vertrouwen op Wikipedia is Holmes de meest verfilmde fictieve figuur en zouden er meer dan tweehonderd films over hem zijn. En hij is de hoofdpersoon in verschillende strips. Nog onlangs schreef Bart van der Steen een mooi artikel, waarin de Holmeswereld nog veel verder wordt uitgediept.
Onlangs verscheen De blauwe nevels van Amsterdam, geschreven door Bruno de Roover en getekend door Przemyslaw Klosin. De kern van detectivestrips is dat de speurder wordt geconfronteerd met een probleem dat hij moet oplossen. Dat probleem moet werkelijk lastig zijn en de oplossing moet vaak gefrustreerd worden totdat je gaat denken dat dit misschien net te hoog gegrepen is voor de held, die aan het eind natuurlijk toch triomfeert. Dat heeft De Roover in deze strip goed voor elkaar. Sherlock Holmes wordt aangetroffen bij het lichaam van een vrouw, Daisy Tuppence, dat met bloed is bedekt. Zo vindt dr. Watson hem. Hij zegt aan de inspecteur alle medewerking toe:
We móeten hem vinden, inspecteur! Geen enkele misdaad mag ongestraft blijven! Ook al heet de moordenaar Sherlock Holmes!
Watson is gewoonlijk de helper van Holmes, maar als zelfs hij niet meer in de onschuld van Sherlock Holmes gelooft, dan staat Holmes dus helemaal alleen. Hij roept Watson trouwens wel te hulp, maar hij houdt er rekening mee dat die hem ook meteen de politie op het dak zal sturen. Holmes gaat naar Amsterdam, waar de jacht op hem, maar ook de speurtocht van Holmes verder gaat. Er vallen nog meer doden. Op een gegeven moment is het zelfs maar de vraag of Sherlock het overleeft, maar uiteindelijk komt het natuurlijk goed.
Het verhaal van De blauwe nevels van Amsterdam zit stevig in elkaar en het is bijzonder spannend. Het is geen album om half te lezen en later de tweede helft tot je te nemen – als je eraan begint, lees je het uit. Dat het zich voor een deel in Amsterdam afspeelt, geeft het een extra charme. De bouw van het Rijksmuseum is bijvoorbeeld voltooid in 1885 en het eerste verhaal over Sherlock Holmes verschijnt in 1887. Het Amsterdam uit die tijd en Sherlock Holmes matchen goed met elkaar.
Klosin heeft dit soort decors goed gebruikt, zonder dat ze al te nadrukkelijk worden. Over de tekeningen ben ik toch wel enthousiast: op de titelpagina staat bijvoorbeeld een tekening van Sherlock Holmes op een brug. Karakteristieke kleding, pijp, wat vage achtergrond. Een stemmig plaatje, waarin Holmes goed getekend is als iemand die op zichzelf aangewezen is. Die tekening vinden we ook terug op het achterplat.
Het is mooi dat in dit album de held niet bij voorbaat smetteloos is, maar dat hij mogelijk vuile handen heeft gemaakt. En de werkelijke dader is misschien ook niet alleen maar slecht. Of, zoals Watson opmerkt tegen Holmes: ‘By Jove! Je hebt bewondering voor hem!’ Dat alles maakt De blauwe nevels van Amsterdam een meer dan gemiddelde detectivestrip. Het is vooral de lol van het oplossen van een raadsel. Er staat meer op het spel, het raakt meer aan het duister, het doet meer met de personages, die daardoor meer psychologische diepte krijgen. Kortom, een prima strip.
Bruno de Roover & Przemyslaw Klosin – De blauwe nevels van Amsterdam – een avontuur van Sherlock Holmes. Uitgeverij L. 48 pagina’s hardcover. € 22,95






