Strips

De lijnen die blijven als je Iran ontvlucht

De lijnen die mijn lichaam tekenen van Mansoureh Kamari vertelt in sobere rose-zwart‑witbeelden hoe een Iraans meisje langzaam ontdekt wat het betekent om als vrouw te leven onder een gewelddadig en verstikkend systeem.

Een Iraanse vrouw poseert naakt in een Frans animatieatelier. De studenten etsen haar lijnen op papier. Het is tekenaar Kamari en haar lichaam is eerder een slagveld dan een passief object. Het is getekend door geweld, schaamte en herovering. Die scène zet de toon voor een autobiografische terugblik op haar jeugd in Teheran. Vaders, imams en wetten claimen er het vlees. Anno maart 2026, met de bombardementen op Teheran en regime-mobilisatie in volle gang, leest dit zo mogelijk als nog urgenter. De persoonlijke littekens vormen een microkosmos van een natie in oorlog.

We plonzen fragmentarisch in Kamari’s herinneringen. Ze tekent over haar schooltijd vol vernedering en de angst voor de wettelijke huwbaarheid vanaf negen jaar. Als jong meisje waren straatintimidaties op klaarlichte dag iets waar ze mee moest leren leven. Boven alles was daar een vader wiens naam anno nu nog paniek oproept.

In tegenstelling tot die ene Iran‑graphic novel die alles anders maakte (Persepolis van Marjane Satrapi inderdaad) is dit niet een epische revolutiekroniek waarin wereldgeschiedenis en persoonlijke ontwikkeling hand in hand gaan. De lijnen die mijn lichaam tekenen is een intiemer, beklemmender relaas dat zich vastbijt in het lichaam en daar nauwelijks nog uit weg wil. Waar Satrapi voortdurend laveert tussen satire, absurditeit en politieke analyse, kiest Kamari voor een consequente focus op schaamte, angst en pijn, waardoor je als lezer minder een historisch panorama krijgt voorgeschoteld en meer een innerlijke strijd.

Die keuze zie je ook terug in de manier waarop ze tekent. Kamari werkt in sobere grijstinten, zonder kleuraccenten, waardoor de aandacht automatisch naar de gezichten en lichamen verschuift, en vooral naar de manier waarop emoties zich daar in kleine verschuivingen manifesteren. Ze tekent een lichte wijziging in de stand van de ogen, een mondhoek die nét anders hangt of een lichaam dat iets verder in zichzelf lijkt te krullen. Het zijn die details die het verschil maken tussen kinderlijke nieuwsgierigheid, verstijvende angst en de uitgebluste vermoeidheid van iemand die te veel heeft moeten doorstaan. Close‑ups van lichamen domineren de pagina’s, terwijl de decors vaak tot het absolute minimum zijn teruggebracht, met veel zwart en opvallend weinig context. Dit versterkt de claustrofobische sfeer nog eens en geeft je het unheimische gevoel dat er geen ontsnappen mogelijk is.

Die stilistische soberheid is tegelijk de grootste kracht en de meest zichtbare zwakte van het boek. In de sterkste scènes werkt de herhaling als een soort traumatische puls. Steeds opnieuw dat dreigende huis, die alziende bruut van een vader, die straten waarin je als meisje voortdurend risico loopt, alsof je in een patroon gevangen zit dat zich eindeloos blijft herhalen. Maar naarmate het album vordert, begint die herhaling ook te knagen aan de spanningsboog. Omdat Kamari zo dicht op dezelfde emoties blijft zitten en zelden een echt vormelijk of narratief risico neemt, ontstaat er richting het einde een zekere voorspelbaarheid, waardoor de laatste hoofdstukken minder raken dan de explosieve eerste helft belooft.

Toch is er iets fascinerends aan de manier waarop ze dat gebrek aan variatie in haar voordeel weet te keren. Je kunt die repetitie namelijk ook lezen als een bewuste keuze. Een keuze voor trauma dat zich vastzet, een lichaam dat maar niet uit de alarmstand raakt, een geschiedenis die niet vooruit wil maar rondjes blijft draaien. In dat licht worden de soms wat steriele pagina’s eerder symptoom dan tekortkoming, alsof Kamari ons niet alleen haar verhaal vertelt, maar ons ook de monotonie en uitputting van leven onder permanent geweld laat voelen. Het is alleen de vraag of elke lezer bereid is om zich zo lang in die beklemming te laten vastzetten, zeker in een medium dat ook leunt op ritme, variatie en visuele verrassing.

Dat alles maakt De lijnen die mijn lichaam tekenen tot een boek dat voortdurend balanceert tussen noodzakelijkheid en frictie. Het onderwerp is dringend, de getuigenis belangrijk en de actualiteit rondom de huidige oorlog in Iran maakt de lectuur extra rauw. Juist omdat het onderwerp zo heftig en belangrijk is, is de verleiding groot om het boek alleen te beoordelen als “getuigenis” of “document”, en de strip als kunstvorm er een beetje bij te nemen. Kamari levert een indrukwekkend, eerlijk en soms verpletterend debuut af, dat stilistisch misschien niet altijd even inventief is, maar des te consequenter in de manier waarop het lichaam centraal stelt als archief van geweld en als ruimte van herovering.

Mansoureh Kamari – De lijnen die mijn lichaam tekenen. Standaard. 200 pagina’s hardcover. €29,99