We herhalen onszelf: het einde van het jaar is in zicht en dan worden we overspoeld met nieuwe strips, die allemaal vechten om de duitjes in onze zak. Welke euro’s zijn goed besteed? Welke zijn beter uitgegeven aan boodschappen of benzine? Je leest het weer in sneltreinvaart, en als vanouds scherp en treffend, in Kort van stof.
Meanwhile, Between Two eternities of Darkness (De Harmonie): We zullen eerlijk zijn: we zijn wellicht niet het beste gepositioneerd om een boek van Gummbah te bespreken. Het feit dat we de man een genie vinden maakt ons immers nogal vooringenomen. Dit boek is bovendien een bloemlezing van zijn beste cartoons, dus wat kan er misgaan? Wel, de vertaling naar het Engels bijvoorbeeld. We begrijpen dat er verdienmodellen bestaan die geëxploreerd dienen te worden en dat het kan dat onze mening afhangt van pure nostalgie, maar we vinden de grappen net iets minder geslaagd dan wanneer we ze indertijd in het Nederlands lazen. We bespeuren ook enkele vertalingen die de bal volledig misslaan. Dat maakt voor een Engelstalige lezer uiteraard geen ballen uit dus zeggen wij gewoon: best cartoon book of the month. Go buy that shit!
Loesjkin – Is de mafste kat ter wereld! (Gottmer): Bunnie vs Monkie is één van de beste, grappigste en meest kinetische stripreeksen die er heden ten dage op de markt is. Wanneer Jamie Smart, de maker daarvan, een nieuwe reeks opstart spitsen wij aldus de ogen. Smart volgt min of meer dezelfde formule als bij zijn Bunnie vs. Monkie: absurde humor, veel slapstick, felle kleuren en een scheutje gecommercialiseerde anarchie. De keuze voor een nieuw personage doet wat ze moet doen en geeft het geheel een zweem van nieuwigheid.
Kameraad Jeronimo (Oogachtend): Hilde Baele en Jeroen Janssen maakten samen het indrukwekkende Mijn kameraad Che Guevara, over Jérôme Sebasoni, een Rwandese tuinman die diende in Guevara’s troepen in Congo. Tekenaar Didier Kassaï voegt daar met dit stripboekje een appendix aan toe. Het boekje is half samenvatting, half aanvulling en half inleiding op zijn voorganger en kan dus dienen als smaakmaker of dessertje. Kassaïs tekenwerk bestaat uit kleurrijke en duidelijke prenten die de lezer vaardig door het verhaal leiden. Het boekje is op zich een nogal mager beestje, maar is als een aanvulling een meer dan welkom werkstukje.
Six 3 – De eed van Gabaldón (Dargaud): Zes personages uit alle hoeken van het wilde westen die niet verder van elkaar af kunnen staan raken bevriend en bieden samen het hoofd aan hun vijanden. Een wees, een deserteur, een prostituee, een indiaan, een gevluchte slaaf en een non. Machtige invalshoek die middels degelijk tekenwerk tot leven werd gebracht. Dit derde album baart ons echter een beetje zorgen. We hebben het met immens plezier gelezen, daar niet van, maar we hadden de indruk dat dit een mooi afgewerkt einde had kunnen zijn. De lijntjes die worden uitgezet om toch nog verdere verhalen te kunnen vertellen ruiken naar “verlengd wegens succes” en dat trucje werkt niet altijd. Enkel het volgende album zal klaarheid (en hopelijk voor de auteurs en uitgever ook het beoogde geld) kunnen scheppen.
Oorlogen van Arran 1 – De compagnie der ballingen (Daedalus): Arran is een in magische nevelen gehuld rijk waar alle rassen uit de high fantasy door elkaar heen hossen: elfen, kobolden, mensen, en andere trollen. Dit album kan fungeren als een goede lakmoesproef die test of u J. L. Istin-bestendig, dan wel allergisch, bent. Al de gebruikelijke ingrediënten van deze succesvolle fantasyscenarist zijn aanwezig: een gigantische cast, spetterende tekeningen en grote tekstkaders die voor de ene lezer nog te klein en voor de andere te vermijden zijn. De nummer 1 op de cover betekent dat eenieder die nieuwsgierig is naar het werk van Istin maar tot nog toe wat geïntimideerd was door zijn langlopende reeksen deze strip kan oppikken om te zien of het klikt. Wij zouden J. L. (Jean-Luc? Jean-Louis? Jan-Leander?) alvast naar rechts swipen.
West Fantasy 3 – De ork, de rechter & de marshal (Standaard uitgeverij): De eerste twee delen van deze reeks, waarin fantasy vermengd wordt met western, waren extreem genietbaar. Dit derde deeltje is van iets mindere kwaliteit. Het verhaal is net dat beetje minder diepgaand, de personages net dat beetje minder boeiend en het einde iets te gehaast. In deze conceptreeks gaan personages maar 1 à 2 albums mee. De auteurs hebben dus niet al te gek veel tijd om indruk te maken op de lezer. Die personages neemt men dus maar best van het bovenste schap. In deze strip bleek die buiten bereik van de scenarist. De tekenaar levert wel prachtwerk, al moet hij er wellicht voor op z’n tenen gaan staan.
Circus Lectrr (Manteau): Belgisch cartoonist Lectrr timmert al heel wat jaren aan de weg. Vroeger lag die bezaaid met grappen die verwezen naar popcultuur en andere Star Wars, maar de afgelopen jaren legde de man zich steeds meer toe op politieke cartoons. Hoewel hij vaak uitzoomt naar het niveau van mondiale politiek wil dat zeggen dat zijn grappen ook inzoomen op de Belgische politiek. In die zin is dit boek wellicht niet heel geschikt voor Nederlanders die weinig of niets afweten van politiek van onze Zuiderburen. Spijtig voor hen want Lectrr is één van de beste cartoonisten die ons België rijk is en fileert genadeloos wat er misgaat of wie er misdoet in de wereld. De meest geslaagde cartoons mikken breed en gaan bijvoorbeeld over het aanpakken (of gebrek aan aanpakken) van de milieuproblemen en zijn op zich al de prijs van het boek waard.
Warbirds 3 – B-25 Mitchell: Donder boven Tokio (Daedalus): Hoewel we niet per se fans zijn van oorlogsstrips genieten we al drie afleveringen lang van de exploten van de Geallieerden en hun maffe tegenstanders: De as van het kwaad. Elk album uit deze reeks belicht, middels waargebeurde personages en echt bestaande feiten, een vliegtuig dat een beslissende rol heeft gespeeld in WOII. Dit deeltje handelt over de B-25 Mitchell die werd ingezet voor een reeks bombardementen op Japan als wraak voor Pearl Harbour. De Amerikanen moeten heel wat technische moeilijkheden overwinnen om hun opdracht tot een goed einde te brengen en ondanks het feit dat wij, letterlijk, geen kloten aan ons lijf hebben, en bovendien gezegend zijn met twee linkerhanden, vonden wij de nogal technische anekdotes in deze strip razend interessant. De makers slagen er eveneens in om de personages een zweem van flair en charisma te geven. Nog van dat!
24 Uren van Le Mans – 1958 – 1960: Het einde van de Britse Heerschappij (Daedalus): Iedereen die onze vorige recensies van albums uit deze reeks over racewedstrijd Le Mans niet las kan die opzoeken via de zoekfunctie van onze website. We kunnen er namelijk niet veel aan toevoegen. Deze strip is een opsomming van feiten en weetjes die voor ultieme autogekken waarschijnlijk heel welkom zijn. Plot, goed ontwikkelde personages en vloeiende dialogen ontbreken echter vrijwel geheel. Dat hoeft geen minpunt te zijn. Maar het is onze taak om de kuddes kopers naar de juiste weiden te leiden zodat ze zich te goed kunnen doen aan het gras dat het lekkerste voor hen smaakt.
Lost in the Slaughterhouse of Reason (De Harmonie): Naast de heruitgave van Meanwhile, Between Two Eternities of Darkness, bracht Gummbah ook een bundel uit met nieuwe cartoons. Deze keer meteen al in het Engels. Ook deze bundel deed ons minder dan anders. En dat kan deze keer dus niet aan de taalkeuze liggen. Na een diepgaande analyse kunnen we enkel concluderen dat de beste absurde cartoonist ter wereld té diep het absurdisme ingedoken is. In Gummbahs oudere werk zat er steeds een stukje true life dat op absurde wijze verdraaid werd. De dialogen en bijschriften pasten perfect bij de cartoon. In deze bundel staan te veel cartoons waar elke zin door een andere willekeurige zin kan worden ingevuld. Alsof er iets meer bandwerk aan te pas kwam. Let wel: de kwaliteit is nog altijd torenhoog en elke humorliefhebber dient deze bundel in huis te halen maar, en we krijgen het amper uit ons strot gewrongen: vroeger was het beter…
Sheridan Manor 2 – Terug naar de hel (Daedalus): De jonge Daniel herstelt in Sheridan Manor van een ongeluk. In deel één ontdekte hij dat zijn gastheer, Angus Mac Mahon, duistere geheimen heeft. Dit afsluitende deel rond een tweeluik vol gotische horror in een door manga beïnvloede tekenstijl perfect af. Verwacht niet al te veel diepgang maar wel een griezelige rollercoaster en kriebels in de buik.
FRNK 9 – Apocalyps (Diedeldus/Daedalus): Aangezien dit het negende deel van een reeks over tijdreizen is, gaan we niet te veel woorden vuilmaken aan de voorgeschiedenis van Frank en zijn vrienden. Kort door de bocht: ongeveer alle hoofdpersonages van de reeks hervonden elkander in het vorige deel in de prehistorie. In dit nieuwe deel ontdekt het bonte gezelschap echter dat er hun een groot gevaar boven het hoofd hangt en dat hun enige redding een terugkeer naar het heden is. Alles wordt in het werk gesteld om dat doel te behalen maar niet iedereen is even tuk op elkaar, wat uiteraard voor problemen zorgt. Een extreem goed geschreven jeugdreeks met heel veel humor en een ingenieus plot. Eén van de favorieten hier ten huize Abdel Karim.
Vincent – Uitgebreide, nieuwe editie (Nijgh & Van Ditmar): Barbara Stok werd door het Van Gogh Museum gevraagd om een strip rond hun favoriete schilder te maken. Ze waren blijkbaar bekend met het fenomeen van talent want ze gaven Stok daarvoor carte blanche. Wat zij vervolgens afleverde overstijgt het simpel academische of biografische. Stok zoomt in op de laatste jaren van de schilder en weet zijn drijfveren, problemen en emoties naar de oppervlakte te brengen door de juiste anekdotes, gesprekken en schilderijen uit zijn werk te reproduceren. Ze laat ruimte voor interpretatie en doet de lezer zelf werken, wat voor meer identificatie zorgt waardoor het boek nog harder binnenkomt. Haar tekenstijl, een bedrieglijk simpele klare lijn, leent zich bovendien wonderwel voor de interpretaties die ze maakt van Van Goghs bekendste werken. Deze nieuwe editie werd aangevuld met enkele interessante making of scènes en maakt dit boek nog aantrekkelijker en onmisbaarder voor elke serieuze stripliefhebber.
Undertaker 8: De wereld volgens Oz (Dargaud): Het achtste deel van Undertaker sluit een tweeluik af en bewijst meteen waarom deze reeks ongeveer de beste western is onder de honderdduizend westernstrips die elke maand verschijnen. Het boek handelt over godsdienstfanatisme en wordt gedragen door een cast van ambigue, en daardoor meer geloofwaardige, personages. Bovendien slagen de makers erin om te eindigen met een cliffhanger van jewelste en deden ze de romanticus die zich nog steeds ergens in onze ziel verschuilt ineenkrimpen van spanning. Dat bewijst dat ze erin slagen ons te doen geven om de personages. Extra punten voor tekeningen van Ralph Meyer, die steeds dynamischer worden ondanks het feit dat hij soms wat tracht te zeuren door achtergronden te vervangen door een simpel kleurvlak.
De broederschap der stormen 1 – Thoorak (Standaard uitgeverij): J. L. Istin komt met een nieuwe conceptreeks aankakken en die is op exact dezelfde leest geschoeid als al zijn andere werk. Eerst kregen we Orks, nadien kregen we Orks met een cowboyhoed, en nu krijgen we Orks op zee. Niets mis mee, verhaal en tekeningen zijn meer dan degelijk, maar Istin moet zich wellicht hoeden voor oversaturatie. Zodra zichtbaar wordt hoe de worst gemaakt wordt, is het moeilijker om ervan te genieten.
Het serpent (Standaard uitgeverij): In de fantastische reeks De Verhoeven Brigade worden boeken van politiethrillerauteur Pierre Lemaitre met succes tot spannende strips, euhm… verstript. Het serpent, getekend (en wellicht ook van de roman naar het strips vertaald door) Dominique Monféry, borduurt nu met succes verder op die formule. Zonder veel van de plot te verklappen zeggen we u enkel dit: een moordende oma. Monféry vuurt op alle cilinders en neemt het noir genre serieus. Dit boek is zwarter dan piet. Verplichte kost voor alle liefhebbers van spannende strips.
Virgile (Le Lombard): Scenarist Zidrou is op zijn best als hij strips kan schrijven die gaan over dagdagelijkse gevoelens, gebeurtenissen en mensen. In deze nieuwe strip, met prachtige tekeningen van Mazel, maken we kennis met Virgile. Virgile wordt ongeneeslijk ziek en kiest voor euthanasie. In zijn laatste levensmaanden maken we kennis met zijn beste vrienden en familie middels de bezoeken die ze hem brengen en goed geplaatste flashbacks. Hoewel het boek bevolkt wordt door een drom aan personages slaagt Zidrou erin om ze allemaal genoeg diepgang te geven om de lezer af en toe een traantje te doen wegpinken. Een boek zonder veel toeters en bellen maar met des te meer emoties.
De Blauwbloezen 69 – Lincoln als schietschijf (Dupuis): Niets nieuws aan een nieuwe Blauwbloezen: pak een paar beproefde verhaallijntjes en denk die af met een flinterdun historisch feitje, en hop, weer een verhaal waarvan niemand kan zeggen dat het nu echt verrassend of goed is. Blutch wil weer niet meedoen, er is weer een geheime missie, alles dreigt in de soep te lopen vanwege een trits toevalligheden en het einde dient zich gewoon aan omdat de bladzijdes op zijn. Genoeg gezegd over de tekenkwaliteiten van Lambil, daar gaat het allang niet meer om. We lezen Blauwbloezen omdat we dat gewend zijn, omdat we niet meer verwachten dan een halfuurtje herkenning. Negatief? Niet per se, maar positief allang niet meer. Maar goed, wie stopt er met lezen als je het al 69 boekjes volhoudt?
Magiërs 8 – Belkiane (Daedalus): We zijn al ons hele (toegegeven, nogal korte) leven fan van fantasy. We krijgen er geen genoeg van. De conceptreeksen van Daedalus zijn dus vaste prik onder ons leesvoer. Tegelijkertijd kunnen we het nodige relativeringsvermogen opbrengen en zullen we niet al te snel Elfs leren spreken of slaande ruzies hebben over de dynastie van deze of gene bloedprins der duisternis. Om maar te zeggen: we nemen het genre niet te serieus. En dat is wat de makers van deze strip nu net wel doen. Gigantische lappen pseudofilosofische tekst moeten deze strip enige gravitas verlenen, maar deden ons eerlijk gezegd bijna in lachen (of was het tranen?) uitbarsten. We vragen ons af of de makers hun gezwets zelf begrijpen. De laatste zinnen van deze strip: “De stakkers die we hadden gedood waren offers voor vrouwe dood. Vroeg of laat zouden we haar vervoegen. Als het zover was, zouden we deze dag omarmen.” Dus het hoofdpersonage heeft op de dag van vandaag spijt van de dood van deze stakkers, maar als ze zelf dood is zal ze met plezier terugkijken? Wie dit raadsel kan beantwoorden mag ons de rest van de strip ook altijd eens komen uitleggen.
Samoerai Origine 5 – De wals der maskers (Daedalus): We waren niet meteen verkocht toen deze spin-off van Samoerai ten tonele verscheen. De verhalen en plot leken niet zo gek veel van doen te hebben met het leven van Takeo zoals we het kennen uit de hoofdreeks. Met dit vijfde deel blijkt dat de makers heel goed wisten waar ze naartoe wilden. Nu ze erin slaagden om deze spin-off nader tot de hoofdreeks te brengen zouden we geen enkel deeltje meer willen missen. Bovendien vinden we de niet voor de hand liggende, soms nogal hoekig aandoende tekeningen énorm goed wegens verandering van spijs.
XIII Parody – Maskers vallen af (Dargaud): Hoewel de hoofdreeks van XIII behoort bij de nogal selecte groep van langlopende reeksen die nog elk jaar een kwalitatief nieuw deel uitbrengen is deze XIII parody een grote teleurstelling. Jean Van Hamme was wellicht toe aan zijn tweejaarlijkse terugkomst uit zijn strippensioen maar wat hij hier aflevert is helaas uw centen niet waard. Men heeft ons steeds proberen wijsmaken dat parodieën grappig zijn. Het verhaal van deze strip bewijst het tegendeel door écht nergens grappig te zijn, meer nog: dit niemendalletje is ronduit saai. De strip telt gelukkig maar 32 pagina’s, die bovendien vaak maar 2 of 3 plaatjes hebben. Je bent er dus op minder dan tien minuten doorheen. Al lijkt elke van die minuten wel eeuwen te duren. Voor de completisten onder ons.
Supergroom 3 – De Gaia-strategie (Dupuis): “Robbedoes als superheld”, we vermoeden dat deze premisse de makers van deze reeks, of vooral de uitgever, beter in de oren klonk dan het stripverhaal uiteindelijk is geworden. Dit drieluik werd nochtans niet gemaakt door prutsers. (Vehlmann en Yoann) Dit laatste deel is echter een rommeltje van plotlijnen die nogal haastig aan elkaar moeten worden gebonden en afgerond. Het eerste deel van de reeks was nog veelbelovend, maar uiteindelijk loopt dit experiment in het aanboren van een nieuw publiek een beetje met een sisser af.
De 5 Rijken 10 – Opnieuw leren vrezen (Daedalus): In het oosters aandoende rijk met aapachtige antropomorfen denderen de verschillende verhaallijnen onverdroten naar hun conclusie toe. Een bendeoorlog, een soort Indiana Jones-achtig avonturenverhaal, een plot over corruptie in de vechtsport en nog veel meer. We kennen geen enkele reeks die zo kundig verschillende verhaallijnen door elkaar heen weeft en zoveel personages tegelijkertijd zo geloofwaardig kan verbeelden. Iemand die de voorgaande delen las koopt deze reeks blind. Deze recensie dient bijgevolg om die weinige verdwaalde schapen die nog in de wildernis ronddwalen naar de kudde en de stripwinkel te lokken. Waf.
1629 … Of het vreselijke verhaal van de schipbreukelingen van de Batavia Boek 2 – Het rode eiland (Standaard uitgeverij): Wat waren we teleurgesteld toen we aan het einde van het eerste boek kwamen en het verhaal niet afgerond was, maar een tweeluik bleek. Gelukkig kregen we al snel deel 2 voor de kiezen en dat is, wonder boven wonder, nog beter dan het eerste. De schipbreukelingen van de Batavia spoelen aan op een kale eilandengroep. Terwijl de kapitein en enkele mannen in een sloep hulp gaan halen, bereidt de rest zich voor om enkele maanden op hun, en elkaars, kin te kloppen. Jeronimus Cornelisz werpt zich al snel op als een wrede tiran terwijl zijn “volk” stilzwijgend, uit angst, steeds meer afgrijselijke beleidsbeslissingen slikt. (Voor de oplettende lezer vallen daar parallellen te trekken met één en ander in ons eigenste tijdperk). De tekeningen zijn van fabelachtig hoog niveau en elke zin, elk plaatje, elke handeling van de personages klopt. Het einde is misschien iets té gewild dramatisch, maar los van dat is dit boek de beste strip die deze maand verscheen.
De 3de Kamera (Standaard uitgeverij): Tijdens WO II liepen de fotografen van het Derde Rijk met twee camera’s rond om Hitlers capriolen op de gevoelige plaat vast te leggen voor propagandadoeleinden en het nageslacht. Ze hadden echter nog een derde camera bij waar ze plaatjes mee konden schieten die niet per se in het verhaal van de Führer pasten. Rond dit intrigerende gegeven maakten Apikian en Rodier deze strip. We waren meteen wild van de intrige, maar de belofte wordt niet helemaal waargemaakt. Het verhaal is niet slecht, maar is soms wat moeilijk te volgen en de ontknoping loopt eerder op een sisser af dan op ’n vuurwerkknal. Aan de andere kant zijn de tekeningen wel verbluffend mooi. Die zijn zeer cinematografisch, wijds en open en zorgen ervoor dat de strip ondanks zichzelf tot grotere hoogtes wordt getild. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.
Jommeke 328 – Het staatsgeheim (Standaard uitgeverij): Wanneer een ruimtecapsule neerstort zijn Jommeke en zijn vriendjes er als de kippen bij om een kijkje te nemen. In de capsule vinden ze Zip, een hondje dat als astronaut getraind werd. De Jommeksvrienden nemen het hondje uiteraard onder hun vleugels. Er zijn echter ook mensen met minder goede bedoelingen op zoek naar het viervoetertje. Goed geschreven, mooie plot en tekeningen van een degelijkheid die zijn weerga niet kent.
Wat is goed leven? (Nijgh & Van Ditmar): Barbara Stok stelt een interessante vraag in haar eerste niet-strip, die daarom ook niet langs stripkritische lijnen kan worden beoordeeld. Dit boekje is een geschreven verhaal waarin Stok op drie niveaus werkt: eerst is er de geschiedenis van Socrates en zijn zoektocht naar antwoorden, dan zijn er zijstapjes in blauwe kaders voor de achtergrondinformatie, tenslotte zijn er een paar stripachtige sequenties, waarin Stok soms zelf acteert. Het is zeker onderhoudend geschreven, maar er is vooral het gemis van waar Stok echt goed in is: timing en tempo. In haar strip over Hipparchia was dat nagenoeg perfect, die geschiedenis werd mooi opgebouwd en uitgeserveerd. In dit passieproject blijkt vooral dat ze geen echte illustrator is.
De koningen der Belgen (Le Lombard): In dit boek over de Belgische dynastie wisselen strip en platte tekst elkaar af. Elke vorst krijgt zo’n 10 à 15 pagina’s toegewezen. Op zich zou dit tot een soort “best of” van koninklijke exploten kunnen geleid hebben, maar wat we krijgen is een zeer gefragmenteerd en oppervlakkig beeld van enkele Leopolden en anderen. De tekeningen lijken allemaal overgetrokken van foto’s en schilderijen en trekken eerder af dan toe te voegen. Fans van dynastieën zullen wellicht verheugd zijn met dit boek. Een lepeltje zoete nostalgie maakt de bitterheid van de eenzame herfst van hun leven waarschijnlijk beter te verteren.
Michel Vaillant 14 – Treffen op de stadsmuur (Graton): Laten we wel wezen: er is niemand vandaag de dag die een album van Michel Vaillant openslaat en topkwaliteit verwacht. In die zin valt met een middelmatig album makkelijk te scoren. Schitteren door vergelijking: het is ook een talent. Deze nieuwe Vaillant is in dat opzicht zeker niet de slechtste strip ter wereld. De plot bevat bijvoorbeeld zweempjes van originaliteit en vlaagjes van spanning. Wat ons echter nog steeds blijft verbazen is dat een strip die draait om vaart en snelheid de inertie van een reeds miljoenen in amber gevatte dode mot kan hebben.
Lefranc 36 – De regatta (Casterman): Lefranc maakt deel uit van dat segment van strips dat enkel en alleen nog wordt uitgegeven omdat sommige mensen hun reeks compleet willen houden en dus toch elke nieuwe uitgave kopen. Terugkerende lezers weten dat we daar niet enkel een broertje maar ook wat nonkels, tantes en een hond aan dood hebben. En toch. En toch. De sfeer en tekeningen van deze strip leunen nog steeds zo standvastig dicht aan bij de archaïsche sfeer van de allereerste albums dat dit ons toch wat doet. We doelen daarmee niet op het soort geaffecteerd ironisch goed vinden van allerlei meuk dat een tijdje in zwang geweest is. Het is meer dan dat. Het volharden van de makers in hun boosheid maakt dat deze strip immers leest als een mieters goedgemaakte pastiche. In tijden van schaarste moeten wij het plezier halen waar we kunnen. Zo dus.
Suske en Wiske & Jommeke – De vorsten van onderland (Standaard uitgeverij): Suske en Wiske bestaan 80 jaar en Jommeke 70. Ter ere daarvan werd deze crossover uitgegeven en die blijkt minder een commerciële zet dan een goed geschreven en getekend eerbetoon aan twee klassieke reeksen. Krimson en de koningin slaan de handen in elkaar en flitsen zichzelf terug naar het verleden om middels ingrepen aldaar in het heden de macht te kunnen grijpen. Kristof Berte schrijft een prachtig scenario waarin hij afwisselend en perfect gebalanceerd een rist aan personages voor het voetlicht doet verschijnen en tekenaar Dirk Stallaert brengt de heksentoer van het aanhouden van verschillende stijlen aan binnen één en hetzelfde plaatje en toch voor een mooi samenhangend grafisch geheel te zorgen tot een goed einde.
De zusjes Duizendblad 7 – De gouden draak (Dupuis): In het park staat, normaal gezien, een standbeeld van een gouden draak. Wanneer dat op een dag verdwijnt zouden de zusjes Duizendblad geen Duizendbladen zijn als ze de taak van het terugvinden van deze stenen wachter niet op hun tere schoudertjes zouden lichten. Na zeven avonturen van hoog niveau, zowel qua tekeningen van grootmeester Barbucci als de inventieve, emotionele scenario’s van Di Gregorio kunnen we stellen dat deze reeks één van de beste jeugdstrips van het moment is en zouden we zelfs bijna het woord “klassieker” in de mond nemen.
Henri Vaillant – Een leven vol uitdagingen (Graton): Wat valt er nu met een onheilspellende klap op onze deurmat? Een prequel over de vader van Michel Vaillant: Henri Vaillant. We zijn niet zulke fans van de huidige Michel Vaillant strips dus we openden dit boek met lichte tegenzin. Een tekstje over waarheid tegenover fictie aan de start van het boek, dat een compleet onleesbare woordenbrij bleek (hallo ChatGPT of Google translate) deed ons de moed nog verder in de schoenen zinken. Uiteindelijk viel het boek toch nog mee. Ja, het leest als een al tientallen jaren stilstaande en vastgeroeste trein, maar de tekeningen hebben toch iets meer cachet dan wat we van de Vaillants gewend zijn en de details en verwijzingen naar de hoofdreeks die in dit boek opduiken maken het een must voor de echte Vaillant-fans.
Tarare – Het ongelofelijke verhaal van een veelvraat (Uitgeverij L): Ken Broeders is één van de meest eigenzinnige Vlaamse auteurs die er in stripland rondlopen. Koppig tekent en schildert hij al ettelijke jaren aan een geheel eigen oeuvre. De strips van Broeders bezitten de eigenzinnigheid van één man die duidelijk zijn hoogst eigen visie doordrijft en geen inspraak duldt. Die visie zorgt voor hoogst originele strips met een eigen schriftuur waardoor die sowieso boven het maaiveld uitsteken. Aan de andere kant was elke strip tot nog toe net geen meesterwerk omdat Broeders bij vorige publicaties baat had kunnen hebben bij enige redactie of een schaduwscenarist. We schrijven die zin in verleden tijd omdat Broeders met Tarare eindelijk het summum bereikt heeft en een perfecte strip gemaakt heeft. Tarare is een bekend historisch figuur die aan vraatzucht leed en in het Frankrijk van de achttiende eeuw als freak werd opgevoerd. De man vrat karrenvrachten rottend en niet voor menselijke consumptie bestemde goederen ter vermaak van het plebs. Broeders vertelt zijn verhaal met menselijkheid, een erudiete kennis van de tijdsperiode, humor, mededogen en magistraal goede tekeningen. Machtige strip!
Low – David Bowie’s Berlijn jaren (Scratch): De biografische strips die Reinhard Kleist nu al ellenlang maakt over beroemdheden zijn de lievelingen van redacteuren van kwaliteitskranten. Bij elk nieuw boek van Kleists hand kunnen ze hun freelance recensent de opdracht geven om dat boek te bespreken want “de mensen kennen deze of gene zanger/atleet”. Wij zijn echter minder gek van ’s mans werk en omdat we zelf superfan van Bowie zijn werd ons dat bij dit laatste boek des te duidelijker. De verzinsels waarmee Kleist de feiten van zijn onderwerp stoffeert zijn, blijkt nu, enorm cliché, overdreven melodramatisch en passen allerminst bij Bowie. Het feit dat hij zijn verhaal begint middels tekstkaders waarin hij Bowie rechtstreeks aanspreekt, deed eveneens onze magen keren. Daar komt nog eens bij dat Kleist een inkleurder gevonden heeft met evenveel talent voor inkleuren als Kleist heeft voor tekenen. Maak daarvan wat u wilt. Reinhard Kleist is wat ons betreft een One Trick Pony die op de rug van anderen zijn successen steelt en voor eeuwig en altijd weer op stal mag. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.
Aanwakkerend vuur – de eeuwigdurende strijd in India (Concerto Books): Joe Sacco is een levende legende in het “strips als journalistiek” genre. We hoorden en lazen al heel wat goede dingen nieuwe boek over de Muzaffarnagar-rellen in India. We vonden het daar aangaande heel spijtig dat we het boek na een twintigtal pagina’s moesten neerleggen wegens de abominabele vertaling. Groot was onze verbazing toen we lazen dat die van de hand van Jan Donkers was, nochtans geen prutser. Zou het vertalen van strips dan toch een geheel individuele discipline met haar eigen valkuilen en idiomen zijn? Of moet men tachtigjarigen eerder aannemen om hun huidige merites in plaats van hun successen in de jaren stillekes. Wie zal het zeggen? (Wij dus.) Lees hier een andere, uitgebreide recensie.
Storm 35 – De nacht van Angul (Uitgeverij L): Elke keer we een nieuwe Storm strip openslaan bloedt ons hart een beetje verder dood. Storm was één van onze favoriete strip toen onze mops een mopsje was. De inventieve scenario’s met prachtig op elkaar inspelende personages, exotische locaties en een onderstroom van onderbouwde sciencefictionelementen behoren echter al lang tot een ver verleden. De Storm strips zijn verworden tot slechte parodieën van zichzelf en lezen als een spin-off voor negenjarigen. Zoutloos en braaf, slap en ongeïnspireerd. Goed getekend, dat wel. We willen deze reeks zo graag goed vinden. We hopen dat de uitgever dit ter harte neemt en wat stenen begint om te draaien. Wie weet zit daaronder ergens een scenarist die wat meer weet van wanten.
Huishoofd en Boomhoofd (Querido): Huishoofd en Boomhoofd leven in een wereld met een hele hoop andere hoofden: zwembadhoofd, waterputhoofd en tuinhoofd bijvoorbeeld. Samen beleven ze absurde en grappige avonturen voor die lezers die wegens hun beperkte lengte nog niet alle attracties van het pretpark mogen berijden. Auteur Scott Campbell scoort met zijn absurde verzinseltjes maar het zijn vooral zijn mooi uitgewerkte aquareltekeningen die ons over de streep trokken.
Kippenvel Graphic novel – Monsterbloed (Kluitman): De reeks kippenvelstrips benadert men het beste als pulp. Ze doen wat ze moeten doen: een eng verhaaltje vertellen dat je kinderen een half uurtje bezighoudt en hen op slinkse wijze doet lezen. De productiewaarden zijn, zoals het bij pulp betaamt, echter niet van hoog niveau. Zo bespaart men nogal op vlotte dialogen en decors in de tekeningen. Niet zo erg, het doelpubliek is daar wellicht niet zo attent op. Wat ons echter enorm stoort is dat de uitgever het gore lef heeft om het etiket “graphic novel” op deze niemendalletjes te plakken om zo misschien wat omhooggevallen ouders wier kinderen geen gewone strips mogen lezen over de streep te trekken. Minderwaardige strips graphic novel noemen en zo de markt voor strips met ietwat literaire waarde kapot maken is bovendien ook zo 2010.
Bloeddorst 2 (Eigen beheer): Een miljoen jaar geleden werd een bundeling horrorstrips uitgegeven onder de naam Bloeddorst. De originele makers doen dat nu nog eens, anders, nieuwer én beter over met dit tweede deel. Een bonte stoet aan Nederlands (en Belgisch, dat wordt in de communicatie nogal vaak vergeten) talent passeert de revue met strips die bijna allemaal steengoed zijn. Grafisch zit het wel snor in deze bundel. De tekeningen zijn allemaal van ontiegelijk hoog niveau. 90% van de scenario’s zijn dat ook. Eén of twee stinkers op 27 bijdragers is een bijna perfecte score dus u zal ons eerder horen juichen dan klagen. Het moet aardsmoeilijk zijn om een strip echt eng te maken en heel wat makers grijpen naar gore om dat effect te bekomen. Dat is uiteraard een zeer valabele keuze, maar sommige strips gebruiken een minder voor de hand liggende benadering en steken er daardoor met kop en schouders bovenuit. Zo wordt in Trepandora en Dobberman abstracte vervreemding aangewend die David Lynch niet zou misstaan. Absolute toppers zijn echter de verhalen waarin de horror voortspruit uit een spot on karakterisatie van de personages zoals De man, Kleine stapjes en Waakzaam. Rep u dus ras naar de site van Bloeddorst om een exemplaartje te scoren want deze bloemlezing is niets minder een mijlpaal in de vaderlandse stripliteratuur. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.






