Strips

Chacal Hebdo is als een klassiek theaterstuk

7 Januari 2015: het is alweer een tijdje geleden, maar we waren allemaal Charlie in de periode die op de gruwelijke aanslag volgde. Politieke leiders over het hele spectrum verklaarden zich solidair. De vrijheid van meningsuiting, dat is ons heilig. Ja toch? En slachtofferschap, dat maakt beslist heilig. Goed en kwaad, duidelijke zaak.

Maar laten we eerlijk zijn: het aantal Nederlanders met een abonnement op Charlie Hebdo (vóór 2015 welteverstaan) zal te tellen zijn op één vuurwerkhand. Onze kennis beperkt zich tot het feit dat er één tekenaar aan boord was, Willem, die op wonderlijke wijze aan het geweld ontsnapte. Inmiddels is Willem (welverdiend) met pensioen; hij was van de oude garde. En die oude garde bepaalde het imago: anarchistische provo’s die al tekenend de Macht te kakken zetten. Lachen. En ja, zo hoort het. Maar helaas, het blad was noodlijdend sinds de jaren 90. Vroeger had men de Macht als tegenstander, later werd het de Markt. De ene reddingsoperatie volgde op de andere. En het karakter van Charlie Hebdo veranderde. En zoveel te lachen was er niet meer. Oprichter Professeur Choron overleed, onder een berg schulden, en de karavaan trok verder.

Chacal Hebdo van Dominique Ziegler en Alex Baladi biedt een verhelderend kijkje achter de schermen, nu het stof van de aanslag en het politieke tumult is neergedaald. Toch dapper. Op zich is satire over satire al een moeilijke zaak, en over zo’n brisante kwestie helemaal. Je wil niet wegens smaad aangeklaagd worden. Precies zoals in de titel zijn de namen van de hoofdrolspelers veranderd maar nog makkelijk te herkennen met de wikipediapagina van Charlie Hebdo erbij: Loose is Luz, Bacu is Cabu, Salpoury is Sarkozy, Chlob is Charb, Professeur Chinon is Professeur Choron, Sécotine Funeste is Caroline Foureste, Souné is Siné en Philibert Vil is Philippe Val.

Vooral om die laatste gaat het. Onder zijn hoofdredacteurschap veranderde de koers: hard voor moslims, soft voor Israël. Een voor een vertrokken de oudere hard-linkse tekenaars met slaande deuren. ‘Souné’ werd zelfs ontslagen, waarop een rechtszaak volgde – die hij won. We leren ‘Vil’ kennen als een narcistische opportunist die ooit met linkse protestliedjes op de bühne stond, maar tijdens zijn redacteurschap een innige vriendschap met president (toen nog minister) Sarkozy ontwikkelde. Tja, vergeet dat anarchisme dan maar. Nog steeds leunend op het linksige imago van weleer tikte ‘Vil’ zijn redactioneeltjes zoals de middelbare pubers van Geen Stijl dat ongeveer in die tijd deden: Moslims stom, Islam slecht, hoofddoekjes grrrr. Het deed de verkoopcijfers uiteindelijk toch geen goed. ‘Vil’ verliet het zinkende schip om carrière te maken bij een Frans tv-station en gaf het stokje door aan de gehoorzame ‘Chlob’ – waarna het drama zich voltrok. En andermaal kreeg het opportunisme vrij spel, niet in de laatste plaats omdat de Franse staat een enorme zak met geld beschikbaar stelde. 

De auteurs zijn beide Zwitsers met Libanese wortels; Dominique Ziegler komt uit de wereld van theater en heeft scripts gemaakt voor in Frankrijk succesvolle films. Chacal Hebdo is als een klassiek theaterstuk opgebouwd, met helden en schurken, intriges en verraad. Baladi’s tekeningen zijn bedrieglijk eenvoudig en sierlijk. Beiden weten de juiste toon te treffen, eigenlijk veel minder onbehouwen als het soort humor waarop Charlie Hebdo zijn reputatie vestigde. Tenslotte gaat het om de vrijheid van meningsuiting. Echter, die krijgt pas glans met kennis van zaken. Voor wie zich wil informeren en genoeg Frans beheerst, is dit boek een aanrader. Welke Nederlandse uitgever zou een vertaling aandurven?

Dominique Ziegler & Alex Baladi – Chacal Hebdo. (Taal: Frans) The Hoochie Coochie. € 21,00.