Kort van stof

Kort van stof: april 2026

Lente is aangebroken en april bracht een flinke lading nieuw materiaal op de planken: historische sluipschutters, politieseries die zichzelf bespotten, royals die bier proeven en een Belgische klassieker die voor de derde keer afscheid neemt. Zoals altijd zijn er parels bij en zoals altijd zijn er ook albums waarvoor ‘degelijk’ het vriendelijkste woord is dat we kunnen vinden. U kent onze rubriek: kort, eerlijk, en zonder poespas.

Filip & Mathilde special: Oranje boven! (Oogachtend): Cambré tekent al jaren met bewonderenswaardige regelmaat gags over het Belgische koningspaar voor Story en in deze special schuift ook het Nederlandse vorstenpaar aan. Dat is op papier vruchtbare komische grond. Twee koningshuizen, twee nationale complexen, één wederzijdse sportrivaliteit die nooit helemaal speels is. Cambré is een vakman die precies weet hoeveel hij nodig heeft en niet meer doet en dat siert hem. De grap over Filip en Willem-Alexander die de zevenkamp speciaalbier houden terwijl Mathilde en Máxima Sturm der Liebe bingewatchen zit lekker. Alleen blijft Cambré net iets te braaf voor het podium dat hij zichzelf hier geeft. Wie de strips al kende via Eppo koopt grotendeels zijn eigen geld terug. Voor de rest: leuk, vlot, en absoluut niet meer dan dat.

Kenneth Harder 1 – Pacifist Hunter (Oogachtend): Hanco Kolk stond anderhalve maand lang elke ochtend om 5:30 op om dit te tekenen, met als brandstof kwaadheid over ICE en slechte politieseries, die hij expres bleef kijken om de woede op peil te houden. Het resultaat is een hilarische strip waarin personages de clichés van het genre gewoon hardop uitspreken. De commissaris stelt zich voor als iemand die vroeger met je vader heeft gewerkt en een heftig geheim heeft dat hij later zal delen. Engelstalig, want “I want your weapon and your badge” werkt nu eenmaal niet in het Nederlands. De eerste druk heeft bovendien onbedoeld collector’s item-status: Kolk vergat zijn eigen naam op het omslag. Urgenter en grappiger dan dit wordt het voorlopig niet.

Rhino 1 – Pervitine (Dupuis): Pervitine was de methamfetamine die nazi-Duitsland op grote schaal aan haar soldaten toediende om ze wakker en moedig te houden. En die hen ondertussen van binnenuit sloopte. Yann en tekenaar Julien Camp, bekend van de uitstekende Tweekoppige Adelaar, bouwen daar een WOII-strip omheen die de oorlog vertelt via de psychologische afbraak van een Duitse piloot die zijn greep op de werkelijkheid verliest. Camp schakelt grafisch tussen historisch precieze luchtgevechten en hallucinante uitbarstingen wanneer de drug het stuur overneemt. Dat die twee registers zo naadloos in elkaar schuiven is een knap staaltje vakwerk. Voeg daar nog een scheut Duits familiedrama en een boze pater familias aan toe. Wij zijn alvast fan.

In mijn dorp aten ze katten (Lauwert): De dorpsslager van een vergeten gehucht in het Franse zuidwesten verkoopt de pâté van de streek. Mensen komen van ver. Het geheim van zijn recept is niet wat u denkt. Jacques is veertien wanneer hij het ontdekt en vanaf dat moment gaat het snel bergaf of bergop, afhankelijk van hoe u naar een criminele carrière kijkt. Pelaez vertelt dit verhaal via een ijskoude voix off: Jacques als volwassen man die zijn eigen jeugd reconstrueert met de afstandelijkheid van iemand die al lang is opgehouden met spijt hebben. Porcels tekenstijl is krabberig rauw en verfijnt zich subtiel naarmate Jacques ouder wordt. Een donkere, gewelddadige one-shot in de grote traditie van de Franse polar noir. De titel liegt niet.

Queen, de stripbiografie (Silvester Strips): De stripbiografie van Queen is nu eens heel anders dan al die andere verstripte levensverhalen van bands en artiesten. In twintig hoofdstukken belichten verschillende stripmakers een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de band, met een focus op Freddie Mercury. Dat begint bij de jeugd van Freddie en loopt via Smile en de eerste magere succesjes naar wereldfaam en het overlijden van Mercury in 1991, en nog een beetje wat daarna nog gebeurde (spoiler: Brian May werd grijs). Tussen de hoofdstukken zijn er pagina’s met achtergrondinfo die de periodes aan elkaar verbinden, met foto’s en albumbesprekingen die het interessant houden. Sommige strips doen denken aan de illustraties uit de Popfoto; krukkig en gedateerd, maar ergens past dat bij Queen – en zeker bij stripbiografieën. Een paar bijdragen zijn verrassend grappig getekend, sommige overgetrokken foto’s en weer andere zijn mwoa. Maar ach, het gaat hier om Queen, een band die ook ieder jaar van sfeer en looks veranderde. Dus het mag.

De Verloren Werelden 2 – De Danseres van Angkor Wat (Dupuis): Amy is dertien, koppig, nieuwsgierig en de adoptiedochter van een archeoloog die haar overal ter wereld mee naartoe sleurt (of omgekeerd). In dit tweede deel reist het duo naar het Cambodja van de vroege twintigste eeuw, waar Angkor Wat zijn geheimen nog maar net begint prijs te geven en antiquiteitensmokkelaars er vrolijk op los plunderen. Amy is grappig en slim, maar heus niet schattig. Eigenwijs op een manier die ouders herkennen en kinderen bewonderen. De tekeningen zijn fris en dynamisch, het tempo ligt hoog en het exotische decor is smakelijk uitgewerkt zonder in toeristische folklore te vervallen. Onze eigen dertienjarige verslindt dit met plezier. En wij ook, al willen we dat niet te luid toegeven.

Saint-Elme 5 – De Thermopyles (Lauwert): De nacht valt over Saint-Elme en alle rekeningen worden vereffend. Franck Sangaré, gefolterd en geblutst maar voorzien van een nieuw soort helderziendheid, staat met zijn broer en een handvol bondgenoten verschanst in een chalet terwijl gangsterbaas Gregor Mazur zijn mensen stuurt om de laatste getuigen op te ruimen. Wat volgt is een vuurgevecht van formaat – twee pagina’s lang, dan drie, dan meer, stopt dit nog?? – dat Peeters tekent met een ritmisch geweld op zijn beste platen ooit. Schrijver Lehman lost ondertussen alle openstaande vragen in zonder de sfeer van het onverklaarbare te vermoorden, want ook in dit laatste deel waart een geest rond. Want dit is Saint-Elme. Hier is het altijd een beetje speciaal. Een reeks die in vijf albums rechtstreeks de hall of fame instroomt.

Hemelse Rapsodie 1 – Oom Mecano (Tzooz): Chendi is een Chinese auteur wiens stijl een hybride is van manga-invloeden en de Franco-Belgische traditie. Het resultaat is een historische avonturenstrip die zich afspeelt in het Zwitserland van 1935, met een jonge vrouw die wil vliegen in een wereld die dat liever aan mannen overlaat. Combineer dat met een zwijgzame oom met een beladen verleden en constateer dat de ingrediënten aanlokkelijk zijn. Het probleem is dat ze wat te braaf worden samengesteld. Het scenario is te voorspelbaar, Natalia is minder boeiend dan de oom rond wie het echte mysterie cirkelt en de tekst legt soms uit wat de (fraaie, dat wel) tekening al zegt. Voor de jongere lezer met een zwak voor vliegtuigen prima, voor wie meer verwacht blijft dit eerste deel iets te netjes binnen de lijntjes.

Tramp 14 – Riskante tussenstop (Hum): Calec en Tango, het zouden broers kunnen zijn. Beide heren hangen een beetje rond op zee en het is steeds de vraag waarom ze zich iedere keer voor allerlei karretjes (in dit geval bootjes) laten spannen. In dit veertiende deel van Tramp is er weer een opdracht, veel gedoe, corruptie en zit Calec weer tot zijn oren in de shit. En dat terwijl hij ongeveer ieder album door het oog van de naald kruipt. Waarom, Calec? Blijf toch thuis! Gelukkig luistert deze onverschrokken zeebonk niet naar ons, zodat we weer een fijn avontuur konden lezen. Hij moet zijn grote vriend Perereira weer uit de brand helpen, door een verdachte lading van A naar B te brengen. Uiteraard weet iedereen en zijn moeder er meteen van, waardoor Calec binnen no time in de problemen zit. Dit verhaal is weer lekker aangezet, met echte helden en schurken. Heerlijk uurtje. We moeten toch niet altijd graphic novels lezen over verlatingsangst, genderongelijkheid of de Tweede Wereldoorlog, of wel dan?

De witte dood – (Menlu): Finland, november 1939. Rusland valt het buurland binnen met 120.000 man en 1400 tanks. Daar tegenover staat onder meer één jager op ski’s, in een wit camouflagepak, met een geweer zonder telescoopvizier, want dat reflecteert licht en verraadt je positie. Simo Häyhä schakelde naar schatting 500 Sovjetsoldaten uit in minder dan 100 dagen bij -40°C. Daarna ging hij naar huis en zei dat het een vol leven was geweest. Ritstier en De Heij vatten die ijskoude soberheid feilloos. Het zwart-wit tekenwerk speelt slim met het wit van de pagina als sneeuw. Wie het nieuws volgt weet dat de Winteroorlog van 1939 ongemakkelijk actueel aanvoelt. Drie jaar na de hardcover verdient dit een tweede leven en een eerste lezing.

De zusjes Duizendblad 8 – De hoeder van het woud (Dupuis): Sarah, Cassiopeia en Lucy logeren bij Victor, een oude vriend van mama, die in een verlaten station woont aan de rand van een woud waar de Leshi huist, een monster uit de Slavische mythologie. Dat klinkt al goed voor het ontbijt. Di Gregorio en Barbucci, over wie we al jaren niet meer anders dan in superlatieven kunnen spreken, tillen dit achtste deel echter nog een flinke trede hoger door een onthulling te verwerken die het leven van de drie zusjes voorgoed zal veranderen. Of die belofte wordt ingelost laten we hier wijselijk in het midden. Wat we wel verklappen is dat een reeks die na acht delen nog steeds verrast en beweegt, het label klassieker meer dan verdient.

Dino Warriors 2 (Standaard Uitgeverij): Toen deel 1 van Dino Warriors verscheen, stond de cover vol lovende quotes van bekende Vlamingen en was de pr-machine op volle toeren. Vijf antropomorfe dinosauriërs ontwaken onder de heuvels van Los Angeles en moeten de wereld redden en ook nog de puberteit trotseren. Dimitri Vegas’ passieproject, want dat is het onmiskenbaar, rolt nu door naar deel 2, waarin het Perpetuakristal, een sinistere geheime organisatie en een mysterieuze nieuwe figuur Magnus centraal staan. Het concept is niet slecht, erger is al bedacht door mensen met minder enthousiasme, maar de uitvoering blijft hangen in het generieke. De strip doet zijn best, de tekeningen zijn competent, de actie vlot. Wat ontbreekt is de vonk die een franchise-droom rechtvaardigt. Kinderen die van dino’s en superhelden houden zullen er vrolijk van worden. Wij iets minder.

Roblox City 1 – De Codemaster (Standaard Uitgeverij): Roblox is een gameplatform met miljoenen gebruikers, overwegend kinderen, en dus is een stripversie een even logische als voorspelbare zet. In Roblox City infiltreert een mysterieuze miljardair – de Codemaster, wat een naam – in de systemen van de virtuele stad en is het aan een onhandige pizzabezorger en een temperamentvolle influencer om hem te stoppen. Het concept is niet van gisteren en de uitvoering ook niet. Tekenares Ornella Greco levert degelijk werk, het tempo ligt hoog en kinderen die Roblox kennen zullen er gegarandeerd blij van worden. Of dit boek bestaat zonder het gameplatform erachter is een vraag die we maar beter niet hardop stellen. Voor de doelgroep: prima. Voor iedereen erbuiten: volgende.

Halfweg (Oogachtend): Jeroen Janssen is de onvermoeibare chroniqueur van het leven. Nu eens portretteert hij mensen in een dorpje dat plaats moet maken, dan weer duikt hij op in zijn eigen buurt om met buurtgenoten te praten. In Halfweg doet hij van alles tegelijk, het flinke boek is een allegaartje waarin hij alles in losstaande hoofdstukken giet. Zijn zoon Pablo haakt ook aan, vanuit Puyelo. Alle individuele stukken zijn interessant en des Janssens, maar het geheel – slim opgehangen aan een wel heel brede ondertitel – is te los. Er zit geen overkoepelend idee achter. Juist het verdiepende van zijn andere werk is hier daarmee niet aan de orde. Janssen, die veel aanstipt, tekent overigens schitterend waarbij vooral zijn kleurgebruik fenomenaal is. Het tactiele van zijn werk is subliem, Halfweg is alleen daarom al zeer de moeite. Maar toch.

Urbanus 202 – Het Vergeten Avontuur (Standaard Uitgeverij): Na deel 200 (Het Laatste Avontuur) en deel 201 (Het Allerlaatste Avontuur) ligt nu deel 202 in de winkel en de titel Het Vergeten Avontuur is meteen het beste grap van het album. Willy Linthout geeft grif toe dat hij de strip begon te missen en dat is eigenlijk al de volledige rechtvaardiging. Wie kan hem dat kwalijk nemen? Nabuko Donosor bezoekt Cesar en Eufrazie in het rusthuis, het dorp is een slag ouder geworden, zelfs juffrouw Pussy is grijs, en Urbanus probeert te ontsnappen uit het gekkenhuis. Verder is er nog iets met spruiten die tot in de hemel groeien en een groene heilige genaamd Sint Hulk. Dat klinkt als absurd veel meer van hetzelfde maar dat is nu net het punt. Urbanus is Urbanus en dat verandert niet omdat iemand twee keer afscheid heeft genomen. Voor de trouwe fan is dit een welgekomen reünie. Voor wie van Urbanus houdt zoals wij van een oud versleten paar pantoffels: instappen, geen vragen stellen.

Exovida (Menlu): Stel je voor: je zit naast de slimste man van het feestje. Hij weet alles over exoplaneten, atmosferische biomarkers en de geschiedenis van SETI. Hij vertelt het ook. Allemaal. Zonder te stoppen. De wijn is goed, de avond is lang en ergens na het tweede uur besef je dat je naar hem luistert maar niet meer echt luistert. Zo voelt Exovida. Adriaan Bijloo tekent er prachtig bij. Gevarieerd, ruimtelijk, soms werkelijk mooi en Menlu heeft er weer een productie van gemaakt waar je u tegen zegt. Maar 304 pagina’s vol personages die elkaar onafgebroken uitleggen wat ze weten is geen verhaal. Het is een lezing met plaatjes. Koop het voor iemand die al fan is van het onderwerp. Die zal er gelukkig mee zijn. Lees hier een andere, uitgebreide recensie. 

West Fantasy 4 – De Ork, de Bankier & de Moordenares (Standaard Uitgeverij): Na het iets teleurstellende derde deel lijkt West Fantasy met dit album de juiste weg terug te vinden. Zuster M draagt een habijt bekleed met leer en verbergt haar revolvers daarin. Ze is een killer in dienst van de Kerk, op pad om de rijkste man van de Verenigde Staten te liquideren. Een bankier die zijn gepantserde treinwagon nooit verlaat en Christus daar al evenmin heeft binnengelaten. Dat is een premisse die op zich al meer karakter heeft dan het gehele derde deel bij elkaar. De formule van deze reeks – telkens nieuwe personages in telkens een compleet verhaal – vraagt om originele invalshoeken en sterke figuren en die lijken hier eindelijk weer aanwezig. De reeks lijkt zichzelf teruggevonden te hebben.

Michel Vaillant: Korte Verhalen 4 – Voor Michel Vaillant (Graton): De titel zegt het al, dit zijn verhalen van vóór Michel Vaillant bestond. Vroeg werk dat Jean Graton in de jaren vijftig en vroege zestig voor het weekblad Kuifje tekende. Geen Michel dus, maar wel de autosport die Graton in zijn bloed had, met als blikvanger een strip over wereldkampioen Juan Manuel Fangio uit 1958. Voor wie ooit jaloers keek naar de Argentijn die vijf wereldtitels won alsof hij boodschappen deed is dat alleen al de moeite waard. De bundeling biedt een authentiek tijdsdocument. Je ziet een tekenaar zijn stijl schaven, zijn wereld verkennen en zijn personages nog zoeken. Dat maakt dit boek juist interessanter dan menig regulier Vaillant-album van de laatste jaren, want hier tekent iemand die ergens naartoe wil in plaats van iemand die bezorgd de erfenis beheert.

Jommeke 331 – Elodie van Onderland (Standaard): Jommeke is al jaren het bewijs dat een kinderheld zichzelf kan overeind houden met enkel degelijkheid, warmte en een goed plot. Dit 331ste album blijft die formule trouw. Het verhaal draait rond een middeltje van professor Gobelijn dat empathie opwekt maar in overdosis voor problemen zorgt. Een premisse die zowel humor als avontuur toelaat en die de makers slim uitspelen. Elodie van Stiepelteen, één van de leukste nevenpersonages uit de reeks, krijgt ditmaal de hoofdrol toebedeeld en dat is een welgekomen wisseltruc. Onze kleine medewerker hier ten huize keurde dit goed. Hogere lof bestaat er voor Jommeke niet.

Scotland 5 (Dargaud): De vreemde figuren die Kathy Austin de afgelopen vier albums in de Schotse Hooglanden achtervolgden krijgen eindelijk een gezicht en een verklaring. Die verklaring is zowel verrassend als logisch, wat het beste is wat je van een ontknoping kan zeggen. De Scotland-cyclus heeft altijd iets gehad wat de eerdere cycli misten. Een setting die de melancholie van het verhaal versterkt. Mistige Hooglanden, oude kastelen, een sfeer van dingen die net onder het oppervlak liggen; dat past bij een reeks die al jaren sluimerende vragen opbouwt. Dit vijfde deel probeert er iets te veel tegelijk in te proppen voor 56 pagina’s en struikelt hier en daar over zijn eigen ambitie, maar de reeks houdt haar belofte en sluit de Schotse cyclus op een waardige manier af. De makers kijken al vooruit: Hongkong wacht. Wij ook.

Diep in de zee 8 (Standaard Uitgeverij): In de donkere diepten van de oceanen zwemmen walvissen, orka’s en vinvissen. De meest majestueuze bewoners van een wereld die de meeste mensen alleen kennen via documentaires en aquaria. Dit achtste deel van de reeks duikt erin op de vertrouwde manier. We krijgen half gags, half weetjes en een dossiertje achteraan dat de leerschoenen even aantrekt voor wie dorst heeft naar meer. De formule is na acht delen zo goed ingesleten dat je hem blind herkent, maar dat is precies de kracht van de reeks. Ouders die hun kind dit boek aanschaffen mogen zichzelf op de borst kloppen en kinderen die het lezen zullen meer weten over walvisachtigen dan de gemiddelde volwassene.

De Kiekeboes 168 – Pittig Gestoord (Standaard): De inspiratie voor dit vierde album van het trio Merho-Beyers-Cambré kwam van een echte Kiekeboes-fan die als fruitteler regelmatig naar het Oostblok reisde om appeldeals te sluiten. Die anekdote werd de kiem voor de louche Russische zakenman Buli Pestkov en zijn jacht op een mysterieuze superappel in Haspengouw. Dat de reeks haar materiaal haalt uit de werkelijkheid is precies wat haar al decennia onderscheidt van de meer steriel bedachte humor van concurrenten. Beyers gooit hier alles in de mix die een Kiekeboes-fan verwacht: een wielrenner met de naam Door Dauwer (een woordspeling die u ofwel liefhebt of grondig verfoeit), een ontvoering, Alanis die eindelijk geluk schijnt te hebben en Marcel met een geheime opdracht. Het klopt allemaal en het klopt goed. Dit vierde album van de nieuwe ploeg is hun beste.

F.C. De Kampioenen 142 – De Troebele Tribune (Standaard): De Kampioenen hebben na 142 albums nog steeds geen tribune. Voorzitter Boma vindt dat te duur, wat iedereen die hem kent volstrekt geloofwaardig acht. Wanneer een gratis oplossing zich aandient in de vorm van een afgedankte tribune van rivaalclub De Zware Jongens, is het resultaat uiteraard niet wat men verwachtte. De beschuldiging van diefstal die volgt is het soort misverstand waar de reeks groot in is geworden. Onlogisch voor buitenstaanders, volkomen logisch binnen de eigen wereld van de Kampioenen. Na de avontuurlijke uitstap naar Matrakstan in de vorige twee delen zet dit album de reeks terug op vertrouwd lokaal terrein, met café, regen, Boma’s portemonnee en de gebruikelijke chaos. Comfortfood.

Buck Danny Classic 13 – Missie Farao (Dupuis): De Classic-reeks plaatst Buck Danny terug in vroegere tijdperken, dichter bij de sfeer van de originele Charlier/Hubinon-albums dan de reguliere reeks, die in het heden speelt. De Suez-crisis van 1956 is daarvoor een uitgelezen setting. Het eerste deel van dit nieuwe tweeluik doet het er echter nog niet helemaal mee. Buck en zijn makkers overvliegen Egypte, worden aangevallen door toestellen met Sovjet-kentekens en belanden in een complot waar ze voorlopig vooral het slachtoffer van zijn. De belofte van zeldzame vliegtuigen en de gespannen Frans-Brits-Israëlische coalitie tegenover de Amerikanen wordt nog niet ingelost. Luchtvaartfanaten zullen hun hart ophalen aan het tekenwerk en de historische accuratesse. Voor de rest wacht men best op het laatste deel van het tweeluik.

Animal Jack 8 – Een Piepkleine Wereld (Dupuis): Animal Jack is al acht albums lang de perfecte gateway drug voor de allerjongste striplezer. Dit nieuwe deel voegt echter een laag toe die de reeks interessanter maakt dan ooit. Jacks kracht verdwijnt namelijk langzaam. Het kind wordt ouder, de magie slijt en net op dat moment vliegt ook nog eens zijn trouwe huisvuurvlieg Vonkie weg, ervan overtuigd dat ze er niet meer toe doet. Jack verandert zichzelf in een vuurvlieg om haar te vinden en duikt een wereld in die piepklein is. Pesticides, technologische verstoringen en kwetsbare ecosystemen blijken er daarentegen net zo gevaarlijk als elders. De ecologische thematiek wordt hier bijzonder concreet gemaakt en de scenarist slaagt er bovendien in om het gevoel van naderende volwassenheid te laten schrijnen zonder er een woord over te zeggen.