26. Zoveel mannen heeft Wu Gang al gedood tegen de tijd dat een bejaarde vreemdeling zijn dorp binnenloopt, op de dag dat hijzelf 27 wordt. Zijn stervende meester voorspelde ooit dat hij pas een grote krijger zou worden zodra zijn dodental zijn leeftijd evenaart en de jonge zwaardvechter houdt nauwgezet de score bij. Dat is de opening van De sabel & het zwaard, nu voor het eerst compleet in het Nederlands bij Silvester, en het is een rauwer beginpunt dan je van een wuxia-avontuur zou verwachten.
Wanneer de oude man zijn sabel trekt en het lemmet blijkt afgebroken, weigert Wu Gang een ongewapende tegenstander te doden. Zijn dorpsgenoten bespotten hem daarom en gekwetst in zijn trots trekt hij er alsnog op uit om het hoofd van de man te halen. Nog diezelfde avond wordt de vreemdeling aangevallen door drie demonen en Wu Gang vindt zichzelf plotseling vechtend aan diens zijde in plaats van tegenover hem. De oude man blijkt Erlang te zijn, een halfgod uit de Chinese mythologie, op de vlucht voor zijn zuster San-Niang. Wat een wraakoefening had moeten worden, wordt een gedwongen bondgenootschap.
Een genre dat normaal draait om zelfbeheersing, opent dus met een held wiens levensdoel simpelweg een lijk meer is. Chauvel benut die wrijving niet zo scherp als hij had gekund. Zodra Wu Gang eenmaal naast Erlang vecht, verdwijnt de morele twijfel goeddeels uit het verhaal en wordt de reeks een rechttoe-rechtaan queeste. Erlang wint een uitputtende confrontatie met de drakenkoning en vertrouwt zijn zwaard toe aan Wu Gang, die het kwijtraakt aan de dievegge Xiaoying, waarna beide jongeren via aparte beproevingen weer bij elkaar en bij Erlang uitkomen. Zodra dat het geval is gaat men op weg naar het gebergte waar het sabel en zwaard (de echte hoofdpersonen in het verhaal) herbesmeed moeten worden . Dit alles uiteraard om het rijk in balans te brengen, zoals het hoort.
Personages veranderen daarbij van gedachten binnen een paar panelen zonder overtuigende aanleiding en het derde deel voelt vooral als een wachtkamer voor het slot. Dat slot is, wanneer het komt, opvallend compact voor een reeks die er vier albums voor nodig had om op te bouwen.
Het tekenwerk van Hervé Boivin houdt het boek overeind waar het scenario dat laat liggen. Boivin en Chauvel leerden elkaar kennen op de kunstacademie, en die vertrouwdheid is zichtbaar in hoe naadloos scenario en beeld op elkaar aansluiten. De gevechten zijn choreografisch, met vaart in de lijnvoering en panoramische composities die aan filmische cinemascope doen denken. De kleuren wisselen tussen verzengende hitte en koelere, etherische tinten en dat contrast draagt veel sfeer waar de tekst dat laat liggen.
Boivins productie is sinds 2023 stilgevallen. Zijn laatste album, Twaalf, bespraken we hier een maand geleden. Ook daar zagen we sterk getekend geweld met een knappe finale, maar een scenario dat weinig meer wilde zijn dan dat. Precies dat patroon is hier al zichtbaar, twintig jaar eerder. Chauvel bleef ondertussen onverminderd productief, recent nog met De koning der wilden. Waar Chauvel moeiteloos van tekenaar wisselt, blijkt Boivins vloeiende gevechtschoreografie niet zomaar inwisselbaar.
Toch is er iets vertederends aan het geheel. Chauvel schreef (mee aan) De 5 rijken en De Tovenaar van Oz, twee gerenommeerde klassiekers, maar hij doet in dit soort genrewerk geen concessies aan het vakmanschap. Dat merk je aan de precisie waarmee de queeste is opgebouwd, ook al stelt het verhaal zelf weinig voor. De sabel & het zwaard is geen meesterwerk, maar weet precies wat het wil zijn en houdt dat compromisloos vol tot de laatste bladzijde.
David Chauvel & Hervé Boivin – De sabel & het zwaard (Integraal). Silvester. 208 pagina’s hardcover met stofomslag. €39,95.






