BIW_CM_KoningBabylon_NL.indb
Kort van stof

Kort van stof: februari 2026

Hoort iemand ons klagen? Nee, zeker niet! De dames en heren stripuitgevers blijven maar uitgeven. Niemand lijkt te weten waar de rem zit. En dat vinden wij uiteraard geen bezwaar. Hoewel, het is flink wat we doen: het onderhouden van een succesnummer als Kort van stof is bepaald geen kleinigheidje. Maar goed, we doen dat graag voor u, in sneltreinvaart, zoals u van ons gewend bent. Dus daar gaan we weer:

Rufus (Sherpa): Frenk Meeuwsen werd op late leeftijd vader. In dit semi-autobiografische boek doet hij kond van de angsten en twijfels die daarmee gepaard gaan, zoals: “Wat zal er met mijn vrouw en kind gebeuren als ik sterf?” Zulke vragen stelt men zich doorgaans na een hartaanval, zoals die van Frenk. Meeuwsen is niet de meest verbluffende tekenaar ter wereld, maar hij weet wel heel goed in te kleuren. Het is echter zijn beeldtaal die met lof overladen dient te worden. De grafische metaforen en het beeldrijm dat hij hanteert, herinneren ons aan onze liefde voor de eigenheden van het stripmedium. Het boek trof ons, iets jongere vaders met te veel buikvet, bovendien midscheeps, wat het wegpinken van een traantje tot gevolg had.

F.C. De Kampioenen 141 – Gesmos in Splotsj (Standaard uitgeverij): Intussen weet alleman waar de kampioenen voor staan, namelijk comfortfood in stripvorm. Geen sterrenmenu, wel precies wat we na een harde werkweek graag naar binnen lepelen. De plot zet het verhaal van de vorige aflevering verder. Carmen verblijft op het paleis van de nieuwe dictator van Matrakistan en doet haar moeilijke karakter alle eer aan. Het verhaal is als monogame seks na vijftien jaar huwelijk: voorspelbaar, maar toch deugddoend.

Jommeke 330 – De sneeuwster (Standaard uitgeverij): Het verhaal van dit nieuwe Jommekesalbum begint in medias res. Onze vrienden hebben immers een klusje op te knappen in de Himalaya, op vraag van professor Gobelijn. Alle ingrediënten voor een classic Jommeke zijn aanwezig: een exotische locatie, Filiberke die voor cryptozoöloog speelt en kinderhumor op niveau. De al enkele jaren aan de gang zijnde renaissance van de reeks wordt gezwind doorgezet.

Bollie & Billie 43 – Knokenkunst (Dargaud): De strips van Bollie en Billie zullen nooit meer het niveau van geestelijk vader Roba halen. Op zich juichen we het eindeloos voortzetten van reeksen niet echt toe. De makers van deze strip komen alleen wel heel dicht in de buurt van het origineel. Expressieve tekeningen et al. De humor is van een bravigheid die we anders ook al niet snel zouden kunnen behappen, maar het geheel bevat de juiste mix aan nostalgie om ons met al die gemoedelijke familieliefde even uit het slop van de realiteit te trekken. Zou dat het zijn? Of zijn we gewoonweg misschien heel, heel moe en is de wenkende klauw van de dood niet langer iets om te vrezen, maar eerder een liefdevol en uitnodigend gebaar?

De pioniers van de nieuwe wereld 23 – De opstandelingen uit Mississippi (Glénat): Al 23 delen lang leveren Maryse, J.f. Charles en Ersel constante kwaliteit in deze reeks over hoe (en waarop) Amerika werd gebouwd. Niets aan deze strip is echt flitsend. De tekeningen zijn heel degelijk, maar nogal statisch; de emoties zijn aanwezig, maar laaien niet op en de plot is boeiend, maar kent weinig vaart. Adrenalinejunkies moeten zich elders melden; voor geschiedenisbonzen is deze strip perfect leesvoer.

Suske en Wiske 382 – Het wonderwater (Standaard uitgeverij): In dit nieuwste Suske en Wiske-album wordt er ingezoomd op Amoras en de aldaar woedende oorlog tussen de mageren en de vetten. Met zo’n onderwerp kan er voor ons al niet veel meer misgaan. Reken daarbij dat de tekeningen top zijn, met veel aandacht voor de decors, en dat de dialogen levendig van de tongen der personages rollen, en je hebt één van de betere Suske en Wiske-albums van de laatste tijd.

Lincoln 9 – Geen God, geen meester (Daedalus): Lincoln is al tijden één van onze favoriete stripreeksen. Dit negende deel breit een einde aan de reeks en hoewel we niet graag afscheid nemen, zien we een reeks wel graag stoppen op het toppunt. Voor wie de premisse niet kent: God en de Duivel maken een schurkachtige loser onsterfelijk en proberen hem al verschillende albums lang in de richting van goed of kwaad te trekken. Lincoln sloft zo door de geschiedenis. Nu komt hij terecht in New York tijdens de opkomst van de arbeidersstrijd en het anarchisme. Hoewel die historische achtergrond heel mooi toegelicht en uitgewerkt wordt, zijn het de humor, slapstick en vooral het karakter van Lincoln die de show stelen. De man wil simpelweg met rust gelaten worden en er wordt tonnen humor getapt uit het feit dat hij toch steeds weer wordt meegesleept door zijn omgeving. De tekeningen zijn energiek en de personages worden heel plastisch tot leven gewekt. Topklasse! Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Woest 2 – Bloedbad (Daedalus): Het eerste deel van Woest viel hier, ten huize Warmerdam, in goede aarde. Het tweede en afsluitende deel biedt een mooi einde van deze ecologische thriller. Centraal staat een Siberische tijger die de smaak van mensenvlees te pakken heeft gekregen. Rond de tijger heen voeren de bosbouwbrigade, de Chinees-Russische maffia, ecologisten en het Amur Tiger Center een goed gecomponeerde dans van personages en verhaallijnen uit. De tekeningen zijn top en zitten vol beweging.

Ray Ringo 1 – Devil’s Gate (Le Lombard): Ray Ringo werkt voor Wells Fargo. Hij beschermt postkoetsen en hun passagiers op hun tocht door het wilde westen. Door onenigheid met zijn baas neemt hij ontslag. Als gunst aan een ouwe gabber neemt hij toch nog één rit op z’n schouders. Tijdens die rit duikt toch niet de gevreesde outlaw Rattlesnake Dick op, zeker?! Buiten het feit dat deze boef een vreemde bijnaam gekozen heeft, vanwege de bespottelijke combinatie met zijn voornaam, heeft hij ook nog eens de slechte gewoonte om de geliefde van Ray Ringo gegijzeld te houden. Een nogal onnodige nieuwe westernreeks. Deftig getekend, met een niet slecht, maar wel doorsnee verhaal. Goed voor kort vertier, maar in het niet vallend bij andere en betere strips.

Ohio 1 – De mooie rivier (Daedalus): In 1754 leverden de Franse en Engelse kolonisten in Amerika strijd over de Ohio-rivier. De Huronen en Irokezen, inboorlingen die elk gelieerd zijn aan één van de strijdende partijen, bemoeiden zich daar ook mee. Witte Wolf en Otter zien het echter niet zitten om partij te kiezen en trachten hun familie in veiligheid te brengen. Dat lukt tot ze Jaques de Lestac tegenkomen, een ex-piraat. Hoewel de strip veel geschiedenis weet over te brengen, draait het verhaal toch vooral om de betrokken mensen en wat zij voelen. Voeg daar het prachtig in beeld gezette natuurschoon aan toe en je hebt een goed ingezette nieuwe reeks.

Het echte verhaal van de Far West 8 – O.K. Corral (Standaard uitgeverij): Een puike aflevering in deze serie over waargebeurde Far West-verhalen. Deze keer krijgen we het gevecht in de O.K. Corral voor de kiezen. Scenarist Morvan doet heel hard zijn best om elk mogelijk stukje geschiedenis in het verhaal te proppen. Verwacht dus geen spannend vuurgevecht vol actie, maar een goed gestoffeerde historische strip. De tekeningen van twee mensen met onuitspreekbare en dus ontypbare namen lijken een hommage te willen brengen aan hoe onze negentigjarige opa zich voortbewoog in de twee weken voor zijn dood. Dat stoort niet meteen, in tegenstelling tot opa.

De reuzen 8 – Nangali (Diedeldus/Daedalus): In deze nieuwe cyclus van met elkaar verbonden oneshots waarin kinderen een band aangaan met een reus om een wereldwijde kwade macht te bekampen, moeten de kinderen hun reus niet gaan zoeken op een ander continent, maar op een andere planeet. Deze keer zijn Nangali (kind) en Mars (planeet) aan de beurt. Het boek opent sterk met een onverwachte meteorietenregen die op aarde neerstort en van daar gaat het enkel in stijgende lijn. Actie, avontuur, een goede premisse en personages waar het makkelijk mee te leven is. Zo zie je maar dat dat allemaal niet zo moeilijk te maken is.

Hexeleintje 6 – Mysterie en gnoomgedoe (Diedeldus/Daedalus): Aan de school voor fantasticologie zetten Hexeleintje en haar vrienden een nieuw schooljaar in. Ze zijn allemaal superenthousiast om meer te leren over het verzorgen van fabeldieren. Ze hebben echter een nieuwe leraar waar iets serieus aan scheelt. Om te beginnen is hij zo bot als het mes van een luie seriemoordenaar en lijkt hij niet eens van fabeldieren te houden. Alle ingrediënten van de eerste cyclus zijn ook aanwezig in deze tweede: een goed bedacht verhaal, een originele setting, magnifiek uitgewerkte interactie tussen de schoolvrienden, maar vooral de feeërieke tekeningen van Paola Antista. Fabelachtige strip!

XIII Trilogy – Jones 3 – De zonnedans (Dargaud): Het eerste deel van deze XIII spin-off konden we nog pruimen. Deel twee nam een duik naar beneden en dit derde deel is een complete sof. Drama dat geen drama is, omdat de personages van bordkarton zijn, tal van mensen die vreemde, domme en onkarakteristieke beslissingen nemen, omdat de scenarist de plot per se een bepaalde kant op wil sturen, ongeloofwaardige motivaties: het kan niet op. Dik gebuisd.

Orks & Goblins – Oorlogen van Arran 21 (Daedalus): Orak, een halfork gezegend met een naam die klinkt alsof iemand zijn Scrabblebord omstootte, is onsterfelijk. Een brave huisvader, zoals onsterfelijken vaak zijn, die nadat hij zijn gezin verliest toch transformeert in een bloeddorstige killer. Gelukkig zit de strip tjokvol tekst om dat alles te duiden. Wie allergisch is aan namen als Gor’Khal of Thûmgar haakt beter af. Wie zich graag onderdompelt in de epische ernst die enkel fantasy kan bieden, krijgt precies wat beloofd wordt.

In de buik van de draak 3 – Fil (Daedalus): Met dit derde deel rondt uitgeverij Daedalus een drieluik af, maar het slot mist de kracht die je van een finale verwacht. Het eerste deel imponeerde met een van de pot gerukte premisse (tip: er zit een hint in de titel van de reeks), deel twee was wat zwakker en nu eindigt dit derde deel de reeks in mineur. Het verhaal voelt futloos en versnipperd aan. Enige spanning op de boog is ver te zoeken. De dialogen lopen stroef: personages spreken in houterige zinnen die eerder overkomen als academische verhandelingen over emoties dan doorvoelde uitingen van levende wezens. Wat een vurige ontknoping had kunnen zijn, zakt uiteindelijk als een pudding in elkaar.

Nefilim 3 – Het bloed van anderen (Le Lombard): In dit afsluitende deel van een drieluik maken de makers de zaken nog wat ingewikkelder en ongeloofwaardiger. Alle personages hotsen en klotsen door en langs elkaar heen en boren de, nochtans goede, premisse van Bijbelse horror gemixt met Native American mythes en de Amerikaanse burgeroorlog vakkundig de grond in. Next!

Mol (Clo-Clo-collectie): Mol is een meisje dat de dag tracht door te komen door zich aan een strikte (en vaak compulsieve) routine te houden en zoveel mogelijk mensen te vermijden. Ze verstopt zich zelfs voor haar medemens. Op een dag komt ze een klasgenoot tegen en komen we te weten waar de angsten van Mol vandaan komen: ze werd gepest op school. Het verhaal is bedrieglijk eenvoudig en daardoor des te aangrijpender, maar wat vooral opvalt is hoe debutante Marthe Pieron het verhaal in beeld brengt. Pieron gooit alle technieken die het stripmedium haar biedt in de strijd om de sfeer en gevoelens van Mol over te brengen: kleur, lettering, lay-out en dergelijke meer. Een verbazingwekkend goed geconstrueerd verhaal voor een beginnend auteur, voor wie wij een schitterende toekomst in de stripwereld voorspellen.

Gerief (Clo-Clo Collectie): Gerief, nog een indrukwekkend debuut uit dezelfde reeks, heeft een simpele opzet: Mona en Mark maken het huis van hun overleden moeder leeg en wat ze daar bovenhalen haalt niet enkel herinneringen, maar ook oude familiegrieven naar boven. Het verhaal heeft niet de diepgang en impact van een volwaardige familiekroniek; daarvoor is het te kort en te simpel, maar het vertelt wel op eenvoudige wijze over herkenbaar broer-zus-gedoe. De tekeningen zijn simpel, maar doeltreffend en gedurfd mooi ingekleurd. Het lijkt er wel op dat ze op een iets hogere resolutie hadden mogen worden ingescand, of zoiets, want de teksten komen nogal korrelig over. Misschien is dat wel de bedoeling en als metafoor bedoeld? Wat weten wij, stomme recensenten, daar nu van?

De wijsheid van mythes – Lancelot 2 – Het land van Gorre (Daedalus): We kennen wel enkele flarden van de mythe van Koning Arthur, maar de details, en al zeker de solo-avonturen van zijn ridders bleven tot nog toe onbekend terrein. In dit tweede deel over ridder Lancelot tracht hij koningin Guinevere, de vrouw van zijn baas waar hij niet zo heel stiekem een oogje op heeft, te bevrijden. Lancelot zelf is een vrij zoutloos personage, met al zijn eer en hoofse liefde, maar dat wordt slim opgelost door hem te laten contrasteren met de andere, vuigere personages. Al met al opnieuw een verhelderende en entertainende aflevering van De wijsheid van mythes.

Het blauwe eskader, 1945 (Dupuis): Madeleine Pauliac, een kinderarts die tijdens WOII in Parijs voor het verzet werkte, wordt na de oorlog naar Moskou gestuurd. Haar opdracht: het terughalen van Franse burgers die door de Sovjets gevangen worden gehouden. Voor wie houdt van biografieën en WOII-strips is dit spek voor de bek. Er wordt immers opnieuw een nogal onbekend aspect van de oorlog die later nog een hele hoop andere oorlogen gebaard heeft, belicht. De historische info en achtergrond zijn onberispelijk. De tekeningen, hoewel soms wat wankel, zijn wel expressief en kundig ingekleurd. Het drama ligt er soms wat dik bovenop, maar daar is uiteraard publiek voor.

Het laatste huis net voor het bos (Standaard uitgeverij): In het laatste huis net voor het bos zijn allerhande vreemde zaken aan de gang. De compleet geschifte familie die daar woont, deelt het huis, en soms het bed, met griezelige fabelwezens en niets is er wat het lijkt. Vader is een stenen büste, moeder houdt zich bezig met zwarte magie, de zoon spiegelt zichzelf wat voor. Het enige personage dat nog een beetje normaal is, is de prostituée die ingehuurd werd als verjaardagscadeau en zelfs dat blijft niet duren. Het is heel moeilijk om dit verhaal in een hokje te plaatsen, en enkel en alleen daarom vinden we het top. Een prachtig (Loisel!) getekend boek vol magisch realisme, humor, romantiek en ook wat spanning en misdaad. Zoiets hebben we nog nooit gelezen. Faut le faire.

Samoerai 18 – De tederheid van hyena’s (Daedalus): Takeo, onze favoriete samoerai en lijfwacht van prins Uraku, moet zijn beschermeling behoeden voor de steeds driestere aanvallen van Yoshitaka, die graag zichzelf aan het hoofd van het rijk van de rijzende zon ziet. Zelfs na achttien albums kunnen we er niet omheen: de tekeningen zijn verbluffend mooi, de exotische setting een immense meerwaarde en het verhaal wordt kundig tot een rijk tableau vervlochten. We kijken al uit naar het negentiende deel: de schroomvalligheid van nijlpaarden.

Skinwalker (Standaard uitgeverij): In 2024 verraste Stedho vriend en vijand met de western Wanted. Een fantastisch boek in een niet voor de hand liggend formaat: ietsje hoger en smaller dan de doorsnee graphic novel. Met Skinwalker maakte hij een soort van opvolger. Er zijn gelijkenissen (het formaat, het genre, de oogverblindende kwaliteit) maar het is wel een compleet nieuw verhaal met andere personages en op scenario van een andere scenarist (Gabriel Katz). In Skinwalker wordt een flinke dosis horror gemengd met het westerngenre. De personages komen terecht in een afgelegen bergstreek die geplaagd wordt door een soort Native American weerwolven. De actie en atmosfeer spatten van de pagina’s en de personages zijn zo goed geschreven dat ze waarachtig overkomen. Stedho blijft de meestertekenaar waarvan we blijven roepen dat de man meer aandacht en lezers verdient. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Imperia 3 – De compagnie van het witte kruis (Daedalus): We zijn persoonlijk niet zo’n gigantische fan van conceptreeksen, maar voor Imperia maken we een uitzondering. Deze reeks speelt zich af in een goed opgebouwde fantasywereld waar verschillende compagnieën van huurlingen zichzelf verhuren aan de hoogste bieders. Dit derde deel vertelt het verhaal van Arun, die in de compagnie van het Witte Kruis terechtkomt. Het speciale aan deze reeks is dat de makers in één album een heel levensverhaal weten te steken met toch genoeg vlees aan de botten. De lore is sterk, maar overschaduwt nooit de personages. Bovendien zijn de tekeningen van de bovenste plank. Eén van de betere fantasyreeksen van het moment.

De queeste 3 – De metalen draak (Le Lombard): Wauter Mannaert (tekeningen) en Frédéreic Maupomé (scenario dan zeker?) bewerkten de verhalen rond Koning Arthur tot een spannende jeugdreeks. Het verhaal barst van de levensvreugde en goed verhulde morele lesjes, maar het zijn toch de tekeningen die het gebouw rechthouden. Mannaert tekent zwierig en zijn tekenplezier vertaalt zich naar een aangename leeservaring. Het einde knoopt alle draadjes mooi aan elkaar, maar komt een beetje te gehaast over. Alsof deze reeks langer had moeten duren, maar de uitgeverij er iets te vroeg de stekker uittrok. Desalniettemin: mooi boek voor jongere lezers.

Corto Maltese – De koningin van Babylon (Casterman): In deze reeks krijgen we een iets modernere interpretatie van Corto Maltese. Zo raakt hij deze keer verzeild in een heist op een wapendeal tussen Serviërs en Irakezen en moet hij ook de CIA te slim af zien te wezen. De actie is echter maar een bijzaak. De hoofdingrediënten van een goede Corto Maltese passeren allemaal de revue: tragische romantiek, een ver doorgedreven hang naar vrijheid en een hoofdpersonage dat eerder afzijdig ondergaat dan dat hij beslissingen neemt of actie overweegt. Goed geschreven, maar vooral ook prachtig in beeld gezet door de vieze, vuile pederast Bastien Vivès.

Mademoiselle J. – 1955 – Mama klinkt zo mooi (Dupuis): Deze Robbedoes-spin-off heeft nog maar bitter weinig met Robbedoes te maken. Rouwig zijn we daar niet om. Mademoiselle J. is meer dan interessant genoeg als hoofdpersonage. De sterke en vrijgevochten vrouw maakt tussen elk album een serieuze tijdsprong om in een nieuw tijdsgewricht avonturen te beleven, verankerd in een historische context. Deze keer reist ze af naar Vietnam in 1955. De goed geresearchte geschiedenis waartegen haar verhalen zich afspelen, is om duimen en vingers bij af te likken. De actie is geloofwaardig en goed gedoseerd en de personages zijn goed geschreven. Het enige wat ons een beetje stoorde, is dat Mademoiselle J. overal ter wereld de ene na de andere oude bekende tegen het lijf loopt. Iets te veel toeval naar onze smaak, maar daardoor laten we onze lezing van dit boek allerminst verpesten.

Magiërs 9 – Belthoran (Daedalus): Belthoran de magiër weigert zich te onderwerpen aan de koning van dienst. Opgejaagd als balling verneemt hij ook nog eens dat zijn oude makker uit de Orde van de Tempel (originele naam voor een orde van een tempel) in de problemen zit en zijn hulp heel goed kan gebruiken. Gelukkig zit de strip tjokvol tekst om dat alles te duiden. Wie allergisch is aan namen als Kel’Djenghor of Hawk-Tuah haakt beter af. Wie zich graag onderdompelt in de epische ernst die enkel fantasy kan bieden, krijgt precies wat beloofd wordt.

De Rode Ridder 289 – Goddelijk verraad (Standaard uitgeverij): We waren niet zo’n fan van de richting die Johan (De Rode Ridder) de laatste tijd uitging. Ook dit nieuwe deel lijdt onder oppervlakkigheid, uitleggerige dialogen en ongeïnspireerde gevechten. Het lijkt zelfs alsof de tekeningen van Bono, die we vroeger zo goed vonden, ook aan kwaliteit beginnen in te boeten. De plot heeft echter wel weer wat peper in het gat. Johan (De Rode Ridder) wordt terug naar de tijd geflitst en reist daar mee op de ark van Noach. Daar neemt hij echter een beslissing die misschien wel goed is voor de toekomst, maar waarmee hij zijn ziel verdoemt. Een ballsy move van de scenarist, gesteld dat in het volgende deel niet alles teruggedraaid wordt.

Aquablue 19 – Clandistien (Daedalus): De vorige aflevering van deze retegoede scifi-reeks leek eerder op een tussendoortje, maar vele lijntjes die in het vorige album werden geworpen halen nu dikke vissen binnen. De status quo wordt op een blijvende manier omvergegooid, iets wat weinig gebeurt in langlopende reeksen en wat we kunnen toejuichen. De tekeningen doen hun ding en doen dat goed. Het verhaal voelt vers aan en doet verlangen naar meer.