Nieuwsbrief

Kort van stof

Kort van stof: november 2021

We lezen wat af op de redactie. Helemaal in de drukke november-maand als de strips ons met bakken tegelijk worden toegeschoven. We gingen zo voortvarend te werk, dat er zelfs dubbele kortvanstofjes tussen zitten: gewoon zo laten, iedere mening helpt tenslotte. Vooral als die eerlijk, treffend en in sneltreinvaart is – zoals je van ons gewend bent. Gaan we:

Lonesome 3 – Bloedbanden (Le Lombard): In dit derde deel van deze occulte westernserie lijkt auteur Yves Swolfs een beetje de pedalen te verliezen. De plot is onnodig ingewikkeld, de personages lijken soms zoveel op elkaar dat men ze maar met moeite uit elkaar kan houden en dan worden we nog eens om de oren geslagen met een twist in het verhaal die zelfs in de slechtste aflevering van The Bold and the Beautiful als een torenhoog cliché gezien zou worden. Omdat de vorige twee delen zo goed waren blijven we de reeks volgen, maar we hopen wel op een spoedig herstel.

Shelton & Felter 1 – De zwarte dood (Kennes): sympathieke detectivestrip over een ex-bokser en een antiquaar die elkaar leren kennen en meteen ter zake komen. Ze lossen een serie moorden op die verband houdt met een historische gebeurtenis, namelijk de ontploffing van een melassetank midden in een woonwijk. Het zwarte goedje zaait dood en verderf en de verantwoordelijken lijken hun straf te ontlopen. Vlot getekend à la Fourquemin, prima personages en een slot waarin alles keurig uit de doeken wordt gedaan: soms is er niet meer nodig om een genoeglijk uurtje te beleven. Aanbevolen vanaf twaalf jaar.

Largo Winch 23 – De Kármánlijn (Dupuis): Largo Winch… IN SPACE!!! Het is moeilijk om in een kort stukje iets zinnigs te zeggen over het verhaal van deze strip, temeer omdat dit eerste deel van het nieuwe tweeluik vooral dient om de pionnen klaar te zetten en zoveel mogelijk vragen op te roepen. Sta ons toe om te zeggen dat in deze strip 46 pagina’s lang onversneden plezier te vinden is: over the top actie, afgelikte tekeningen, sexy mannen en vrouwen en allerhande gekonkelfoes en intriges. Een prachtig geëxecuteerde thriller met een hoog octaangehalte.

Driftwereld 3: Een verhaal over een heks (Uitgeverij L): Ken Broeders had er overduidelijk zin in toen hij aan zijn fantasyreeks Driftwereld begon. Het tekenplezier spat bijna van de pagina’s, zo ook in het derde, afsluitende deel van deze trilogie. De apotheose waarin de verenigde legers van trollen en elfen de strijd aan gaan met de heks met haar veenleger zijn een lust voor het oog. Hoewel hij aan het slot voldoende ingrediënten overhoudt voor een vervolg, werkt Broeders nu aan een oneshot getiteld De adem van de duivel.

Groenland (Scratch): In zijn nieuwste beeldromans brengt Mark Hendriks het leven van een klein dorpje in het onherbergzame Groenland in beeld. De jongeren proberen er via het maken van internetfilmpjes nog iets van te maken, terwijl de volwassenen wat stropen of de sleur van hun leven ontvluchten met een minnaar. Hendriks bouwt zijn verhaal knap op en brengt het desolate leven van de dorpsbewoners sfeervol in beeld. Jammer dat het scenario tegen het einde ontspoort, alsof de auteur zelf niet zo goed wist hoe het verder moest. Er had meer in dit album gezeten.

Schemerwoude 16 – De man met de bijl (Glénat):
De dolende ridder Aymar wil terugkeren naar het leen dat van hem werd afgenomen, maar raakt verstrikt in de politieke spelletjes tussen de kasteelheer, zijn pachter en de onnoemelijk wrede aanvoerder van de troepen van het kasteel. Hermann levert een zeer sfeervol getekend ridderverhaal af, dat vooral uitblinkt in de verbeelding van de actie. Het uitdiepen van de karakters valt nogal platjes uit en soms is het verhaal door de iets te karig uitgewerkte plot niet helemaal goed te volgen. Maar wie geniet van wat denderend middeleeuws wapengekletter is hier aan het juiste adres. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Heartstopper 2 (Van Goor): In deel 2 pakt Alice Oseman de draad weer op, na de eerste zoen van Charlie en Nick aan het eind van deel 1. Er ontspint zich een zoete, zij het wat slepende romance. Er wordt veel gepraat en geknuffeld, maar ook worden de emoties en verwarring bij de twee tienerjongens goed in beeld gebracht. Voor Charlie is verkering met Nick een volgende stap in de ontdekking van zijn homoseksualiteit, maar voor Nick liggen de zaken niet zo eenvoudig. Ook moeten de jongens leren naar de buitenwereld toe voor hun liefde uit te komen. Een young adult comic met een hoge feelgood-factor. Lees hier de recensie van deel 1.

De Blauwbloezen 64 – Waar is Arabesk? (Dupuis): Arabesk, het paard van Blutch, wordt per abuis aan een ander regiment toegewezen. Blutch zit er compleet doorheen en samen met Chesterfield gaat hij op zoek naar zijn oogappel. Verbazingwekkend hoe de auteurs, na tientallen jaren, deze reeks nog steeds entertainend weten te houden. Met veel humor en een scheutje tastbare emoties brengen ze dit, vrij formulaïsche, verhaal tot een bevredigend einde. Uiteraard hoeft u geen grand cru te verwachten, maar deze aflevering van De Blauwbloezen vinkt alle hokjes mooi af.

Piet Pienter en Bert Bibber – De geniale soepselder (Standaard Uitgeverij): Hoppa! Alweer een geslaagde hommage op zak voor Marc Legendre en Charel Cambré. Deze keer gaan ze aan de slag met de stripfiguren van de (al zeker in België) legendarische stripmaker: Pom. We moeten eerlijk zijn, we hebben nog nooit iets gelezen van de originele reeks. Dat toont echter des te beter aan dat deze hommage een geslaagde strip is. Zelfs zonder het herkennen van allerlei verwijzingen hebben we ons immers duchtig geamuseerd: slapstick en de aan Vlaamse stripreeksen zo schatplichtige absurditeiten alom!

Agent 327 integraal 8 (Uitgeverij L): Alle albums over Martin Lodewijks beroemde geheim agent Hendrik IJzerbroot waren toch al gebundeld? Klopt, maar dit achtste deel van de serie integralen bevat alle hommagestrips die in de loop der jaren door andere tekenaars zijn gemaakt over deze vaste waarde in de Nederlandse stripcanon. Voor de verzamelaar het toefje op de pudding. Sowieso is deze reeks bijzonder verzorgd uitgegeven.

De klaagzang van de verloren gewesten – Cyclus de Sudenna’s 1 – Lord Heron (Dargaud): In deze nieuwe cyclus wordt het verhaal van Sioban uit de eerste cyclus verdergezet. Dufaux kwijt zich goed van zijn taak als scenarist en pent een Game of thrones-achtige vertelling met draken, verstandshuwelijken en heel wat politiek geharrewar. Een quasi perfecte mix van actie en intrige. Toch is het Paul Teng die de show steelt. Teng weet waar gas te geven en ook waar dat terug te nemen. Zijn enscenering is secuur en zit vol met emotie waar dat nodig is, maar wordt afgewisseld met indrukwekkende vergezichten en monumentale monsters anderzijds. Topstrip. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Duchateau & Duchateau (Oogachtend): Kim Duchateau (Esther Verkest, Aldegonde) is niet voor één gat te vangen. Zijn vader blijkbaar ook niet. Dit fantastische kijkboek is hun eerste samenwerking en staat vol met tekeningen waar ze samen aan werkten. Duchateau senior grossiert vooral in desolate landschappen waarin bijlen en meubels aan bomen worden gebonden. (Die tekeningen gingen trouwens vaak vooraf aan of werden gebaseerd op zijn real life 3D installaties) Duchateau junior injecteert vervolgens personages in verschillende staten van ontreddering in die tableaus. Het resultaat zijn verstilde, soms zelfs ongemakkelijke, tekeningen die soms alles en soms niets lijken te zeggen. Het lijkt wel abstracte kunst, maar dan goed.

Lectrr Knalt – Het jaar in cartoons (Davidfonds uitgeverij): Lectrr is één van de beste cartoonisten van België. Punt. De man weet als geen ander de vinger op de wonde te leggen als het om maatschappelijke thema’s aangaat. Twee dingen vielen ons op aan deze nieuwe bundel. Ten eerste lijkt de man, hoewel hij jaren geleden zei zo apolitiek mogelijk te willen zijn, toch wat meer stelling te kiezen. Dat kunnen we enkel toejuichen. De wafelijzerpolitiek die zegt dat voor elke belachelijk gemaakte racist ook een linkse rakker te kakken gezet moet worden heeft ons nooit echt bekoord. Liever een duidelijke mening dan dat soort gesjacher. Aan de andere kant lijkt Lectrr steeds minder beeldend te werken. Zijn cartoons verzanden steeds vaker in twee poppetjes die gewoon iets tegen elkaar zeggen. Hoewel de thema’s gevarieerd genoeg zijn zorgt dat ‘systeempje’ dan weer te snel voor een iets te verzadigd gevoel bij het lezen van deze bundel.

Ythaq 17 – De grot der blikken (Uitgeverij L): Arleston, de meester van de fantasy strip breidt een einde aan zijn topreeks Ythaq. Dat doet hij middels twee met elkaar verweven verhaallijnen. De ene is een Indiana Jones-achtige speurtocht in een tempel vol valstrikken en is hoogst entertainend, de andere is een ruimtegevecht op gigantische schaal en is vooral saai en doet wat afgerafeld aan. Desalniettemin zijn mooi afgeronde reeksen een weldaad voor de ziel en vindt men in deze coda dus voor elk wat wils.

De avonturen van Roodbaard – Het tij van Sint-Jan (Standaard Uitgeverij): Een hardcover op oblong formaat met tekeningen van André Juillard. Wat kan er misgaan? Vrij veel, zo blijkt. Roodbaard is oud en start een briefwisseling op met zijn aangenomen zoon. Die is nu een edelman op leeftijd. Wat volgt is een gebroddel van jewelste, geïllustreerd met prachtige prenten. De brieven van Roodbaard zijn compleet ongeloofwaardig en zijn meer gericht aan de lezer dan aan zijn zoon want te uitleggerig, vol staande met tegenstellingen en wanneer je als lezer probeert na te denken over het waarom en de motivatie van deze gehele onderneming dan zal schele hoofdpijn uw deel zijn. Enkel voor de fans.

Suske en Wiske 360 – De drijvende dokters (Standaard uitgeverij): Tante Sidonia meldt zich aan als vrijwilligster op het grootste ziekenhuisschip ter wereld. Al gauw komt een sinistere saboteur roet in het eten gooien. Degelijke aflevering van deze household name onder de familiestrips. Het verhaal is deze keer wat meer verankerd in de realiteit. Geen vliegende lolly’s of pratende muskusratten of dergelijke. Dat is een verademing.

Thorgal 39 – Neokora (Le Lombard): Thorgal, Jolan en Wolvin komen thuis van allerhande omzwervingen en, potjandorie, thuis ligt er toch weer een aanleiding klaar om direct weer op avontuur te vertrekken zeker? Sneu voor Wolvin en Aaricia want de vrouwen moeten alweer thuisblijven, hoewel ze al vaak getoond hebben hun mannetje te kunnen staan. Jolan valt dan weer met zijn gat in de boter. Op de eerste pagina kondigt hij aan een gezin te willen stichten en een twintigtal pagina’s later loopt hij al een mysterieus en mooi meisje tegen het lijf. We hopen dat de makers ons niet te lang in spanning houden op dat gebied! Als je dat soort oubollig schrijfwerk naast je neer kan leggen ligt er een solide aflevering van Thorgal op je te wachten. Leuk ook dat de makers ons terugleiden naar gebeurtenissen uit de eerste paar albums.

Suske en Wiske – De vroem-vroem-club (Standaard Uitgeverij): Cromimi, het hommagealbum dat scenarist Yann en tekenaar Gerben Valkema in 2017 afleverden was een schot in de roos. Deze opvolger is helaas minder goed. Valkema tekent op hoog niveau, maar Yann laat het ietwat afweten. Hij probeert zoveel nostalgische personages in het boek te verwerken en jongleert met zoveel verhaallijnen dat de plot een beetje een broddelwerkje wordt.

Cor Morelli Open Dossiers 3 – Beulskind (Uitgeverij L): Als rechtbanktekenaar tekent Aloys Oosterwijk portretten van verdachten en dat doet hij uitstekend: het zijn gedetailleerde portretten, levendig en warm. In Beulskind doet hij precies het tegenovergestelde: hij maakt overvloedig gebruik van modellen op foto’s. Daarbij lijkt hij te vergeten dat hij in de eerste plaats tekenaar is. Het leidt allemaal enorm af van de verhaaltjes, die variëren van inventief tot vergezocht. Die exercities op de korte baan bevestigen wat de haastige tekeningen al doen vermoeden: dat Oosterwijk het naast zijn baan als rechtbanktekenaar eigenlijk te druk heeft voor strips.

Ekhö – De spiegelwereld 10: Een spook in Peking (Uitgeverij L): Niets nieuws in aflevering 10 van één van Arlestons honderden fantasy-reeksen. Op zich is dat goed nieuws want alle ingrediënten zijn aanwezig voor een half uurtje leesplezier van de bovenste plank: een intrigerende plot, spannende actiescènes, veel humor en een beetje seks. Extra bonus zijn de sensuele en expressieve tekeningen van Barbucci, die we kennen van onder andere Sky Doll. Een recensie blijft een persoonlijke mening natuurlijk, maar volgens ons is dit Arlestons beste lopende reeks. Zeker nu Ythaq werd afgesloten.

Degas – de dans van de eenzaamheid (Le Lombard): “Parijse kunstschilders uit de negentiende eeuw”. Zo, dat zou genoeg moeten zijn om dit boek bij z’n kunstminnende doelpubliek op de plank te krijgen. Voor alle andere potentiële lezers voegen we daar nog toe: wie leidde er ooit een liederijker, ontaarder en dus boeiender leven dan Parijse kunstschilders uit de negentiende eeuw? Seks! Drank! Drugs! En het blijkt ook nog eens dat Degas een nogal vreemde man was: manipulatief, obsessief en maniakaal. Ook dat zorgt voor opwindende lectuur. Ach, en voor we het vergeten: goed geschreven en machtig, met waskrijt gestalte gegeven, deze hap.

Mowgli’s spiegel (Bries): En alweer brengt duivelskunstenaar Olivier Schrauwen een hilarisch album uit. In het tekstloze Mowgli’s spiegel wordt het beroemde kind van de jungle verliefd op een orang-oetang die zwanger wordt van zijn spiegelbeeld in het water. Klinkt absurd? Wacht maar tot je de rest van het album leest. Schrauwen weet nu al meerdere albums op rij te verrassen met zijn spitsvondige humor. Ook dit keer stelt hij niet teleur. Een van de leukste boeken van het afgelopen jaar.

De buurtpolitie 15: De dikke, de dunne en de korte (Standaard uitgeverij): De makers van De buurtpolitie zijn duidelijk niet van plan om gas terug te nemen. Deze reeks is onderwijl een goed gesmeerde machine die rustig verder dendert. In dit deeltje zorgt de onvermijdelijke samenloop van omstandigheden ervoor dat het korps ’s nachts opgesloten raakt in het politiebureau. Het blijft verbazingwekkend hoe scenarist NIX erin slaagt in 32 pagina’s een beter sluitende plot te construeren dan waar men in menig spionagethriller mee loopt te pronken. De buurtpolitie blijft uiteraard lichte lectuur voor het hele gezin, maar het doet deugd te zien dat men ook in dat segment naar de hoogste kwaliteit kan streven.

Sigmund – Eenendertigste sessie (De Harmonie): Onze jaarlijkse afspraak met de misantropische, mensenhatende psychiater, Sigmund, verliep zoals gewenst: verstrooiende gagstrips, soms grenzend aan de schaterlach, hier en daar een nauwelijks verholen middenvinger naar de mindfulness of life coach du jour, een exquisiete verbeelding van de onhebbelijkheden van de doorsnee burger, rake typeringen van de steeds variërende klagers, afgewisseld met mededogen en begrip voor onze mensensoort. Wie Sigmund al kent schaft dit album fluks aan, al de rest raden we aan om hem eens een kans te geven.

Brussel – Hoofdstad der dromen (Casterman): Schuiten en Peeters maken al jarenlang strips rond de ‘donkere steden’. Fantasievolle, dromerige, onbestaande, futuristische, of net steam punk, grootsteden waarin de dystopische verhaallijnen doorgaans in de file staan om gelezen te worden. In dit boek gooit het duo het over een andere boeg. In korte, goed gesynthetiseerde stukken tekst presenteren ze mensen, gebouwen en gebeurtenissen in en om Brussel die hen op één of andere manier geraakt hebben of boeien. Schuiten voorziet die teksten van prachtige illustraties, die meestal meer te maken hebben met het overbrengen van een gevoel dan met de realiteit. Mooi boek om tijdens een wandeling door de Belgische hoofdstad onder de arm te hebben. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Starman, David Bowie’s Ziggy Stardust jaren (Scratch): De Duitser Reinhard Kleist maakte al succesvolle stripbiografieën van Johnny Cash en Nick Cave. Zijn boek over David Bowie in psychedelische jarenzeventigkleuren handelt over het begin van zijn carrière. We zijn er getuige van hoe Davy Jones’ liefde voor de muziek ontluikt nadat zijn oudere broer hem als jochie meeneemt naar jazzclubs. We doorlopen de weg tot aan zijn enorme succes, waar hij steeds meer mee begint te worstelen. Kleist wisselt de kleurrijke jaren ’70 af met soberder gekleurde flashbacks en laat zien hoe de zanger opgevreten wordt door het monster dat hij zelf heeft gebaard. Kleist maakt er dit keer een tweeluik van. Het volgende deel van deze biografie zal gaan over Bowie’s artistieke zoektocht in Berlijn, waar hij zijn beste muziek zou maken.

In Hollandia Suburbia deel 2 (Concerto): Guido van Driel verraste destijds met het eerste deel van het licht surrealistische In Hollandia Suburbia, over de bewoners van een willekeurige nieuwbouwwijk vol identieke rijtjes doorzonwoningen. Het afsluitende deel dat nu is verschenen begint met de dood van Jonas, de tienerjongen die de hoofdrol speelde in het vorige deel. Van Driel werkt alle verhaallijntjes van de personages die hij eerder opvoerde verder uit. Het resultaat is een meeslepende vertelling over kleinburgerlijkheid en de altijd op de achtergrond aanwezige dreiging dat dit allemaal zo kapot kan gaan. Dit is een van Van Driels betere albums. Lees hier de recensie van het eerste deel.

Wit alom (Standaard uitgeverij): Juffrouw Grandall houdt anno 1832 een kostschool voor meisjes open in Boston, Amerika. Het lesgeven aan het geslacht dat nog al te vaak als “zwak” wordt benoemd, is volgens de meeste buren tijdsverlies maar ongevaarlijk. Op een dag besluit Juffrouw Grandall om ook zwarte meisjes toe te laten en dan is het hek van de dam. Dit boek, gebaseerd op ongemakkelijk waargebeurde feiten, staat als een huis. Het verhaal raakt en fileert onze ‘geciviliseerde’ maatschappij en toont waar een ‘gewone burger’ dankzij haat en onbegrip toe in staat is. Denk nu niet dat het boek zwaar op de hand is. De makers strooien met genoeg humor en ontroerende momenten om de vertering van het boek licht te houden en de fleurige tekeningen dragen daar ook aan bij. Daar mogen we dankbaar voor zijn, want de onderstroom is grimmig als de hel. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

De Rode Ridder 272: De heksenjager (Standaard Uitgeverij): Johan (De rode ridder) arriveert in een dorp waar één of andere mafketel met een mandaat van de kerk het volk opstookt tegen mooie meisjes die niet willen luisteren naar het mansvolk en dus een heks zijn. Uiteraard vindt Johan (De rode ridder) dat nogal sneu voor voornoemde dames en beslist hij in actie te komen. Dit soort verhaal hebben we uiteraard al duizendmaal gezien, maar scenarist Legendre slaagt er toch in om het einde een frisse draai te geven. Chapeau! De tekeningen van Italiaan Bono (niet te verwarren met de Ierse nachtegaal van het gelegenheidsgroepje U2) zijn weerom om vingers, duimen en eigenlijk gewoon heel je hand bij af te likken.

De Kiekeboes 160: Patiënt zero (Standaard uitgeverij): Een vreemd virus bedreigt de gehele wereldbevolking. De familie Kiekeboe neemt het op zich om de instigator achter de pandemie op te sporen en tot de orde te roepen. Iemand moet het immers doen. Dit is uiteraard een strip met nauwelijks verholen verwijzingen naar Covid. In die zin is het verhaal een beetje een gemiste kans. Je voelt dat scenarist Merho een veel duidelijkere mening heeft, maar de steekjes die hij uitdeelt vinden wel héél erg diep onder water plaats. De ontrafeling van de plot is van een denderende banaliteit. De vork wordt daar met bitter weinig finesse aan de steel gezet.

Gilgamesh (Obriart): Adley, Marie-Brune de Chassey, Cecilia Valagussa en Dennis Marien herinterpreteren de mythe van Gilgamesh en jongleren met het gender van de twee hoofpersonages. Dat laatste leek op het eerste gezicht een beetje een gimmick, maar als je het making off boekje op de kop kan tikken en daar de motivaties van de auteurs in leest, wordt plots duidelijk dat hart, nieren en intenties op de juiste plaats zitten. Los daarvan is dit tekstloze album van een verbluffend hoge kwaliteit. In sober blauw en oranje wordt het fabelachtige verhaal van Gilgamesh opnieuw tot leven gewekt. De stijlen van de auteurs verschillen, maar dat draagt enkel toe aan het leesgenot aangezien iedereen goed is in andere dingen. Vooral de massascènes en de haast architecturaal mathematische patronen die sommige pagina’s sieren zijn visuele hoogstandjes.

Blacksad 6: De Maskers vallen – Eerste deel (Dargaud): In een New York-achtige stad in een jaren vijftig-achtige setting is de zwarte kater John Blacksad een privédetective. We lazen al hopen strips met antropomorfe personages, maar Blacksad blijft diegene die het beste gebruik maakt van dit gegeven. Elk personage in dit boek is een dier dat perfect past binnen de eigen karakteristieken en voegt zo enorm veel toe aan de leeservaring. Voeg daar een intrige aan toe met loyaliteiten die kruisen en botsen als waren zij dronken wespen en tekeningen die af en toe aan kunst grenzen (check de haast impressionistische achtergronden bijvoorbeeld) en je weet dat je een toppertje in handen hebt.

De kronieken van Amoras 9 – De zaak Sus Antigoon (Standaard uitgeverij): Suske en Wiske raken na een auto-ongeval in een coma die hun geest terug slingert naar de tijd waarin Suskes voorouder, Sus Antigoon, de zeven wereldzeeën onveilig maakte. Op zich geen slecht verhaal, met levendig tekenwerk van Charel Cambré, maar er schort iets. Amoras, en bij uitbreiding de kronieken ervan, was bedoeld als de volwassener versie van Sus en Wis. Niets aan dit verhaal, en al zeker niet de manier waarop de hoofdpersonages plots in het verleden opduiken, getuigt daarvan. Dit album had evengoed in de ‘brave’ hoofdreeks gepast. Waarom niet gewoon een, rechttoe, rechtaan verhaal over Sus Antigoon met een ondertoon die echt wat grimmiger is? Met drankmisbruik kan je toch wel één en ander met diepgang? En waarom moeten Sus en Wis daar weer tussen zitten?

De avonturen van Blake en Mortimer 28: De laatste zwaardvis (Blake en Mortimer): Blake en Mortimer en de manier waarop hun strips verteld worden, met tonnen tekst en uitleg, zijn op zich een soort epigoon van oubolligheid. Toch weet dit verhaal, als u het met de juiste instelling tot u neemt, enorm te entertainen. De intrige, met nazi’s, een terroristenplot en het Ierse IRA, is verrassend amusant. Aan het einde worden er wel weer heel wat kunstgrepen uitgehaald om alles op z’n plooi te laten vallen, maar wellicht is dat eigen aan het genre. De tekeningen scheren hoge toppen. Teun Berserik en Peter van Dongen hebben de klare lijn zo goed in hun vingers dat we op een gegeven moment meer dan een minuut naar de prachtige plooien in de lakens van een bed hebben zitten staren.

De avonturen van Roodbaard – Het tij van Sint-Jan (Standaard uitgeverij): Didier Convard en André Juillard maakten ooit een serie oblong-boekjes waarin bekende striphelden op leeftijd zijn. In 2014 verscheen hun variant van Blake en Mortimer al eens in vertaling (Het gedroomde avontuur), nu is er ook het album over Roodbaard. Dit heerlijke boekje is een soort brievenroman waarin een hoog bejaarde Roodbaard correspondeert met zijn inmiddels ook al niet meer zo piep zijnde pleegzoon Erik. Met prachtige tekeningen van Juillard. In deze reeks verschenen in het Frans destijds ook albums over Johan en Pirrewiet en Les Pieds Nickelés.

Robbedoes: Hoop in bange dagen Deel 3 (Dupuis): WOII, Nederland en België zijn bezet en de (vrij grote) cast van dit album tracht zich er op alle manieren doorheen te slaan. We zien allerlei soorten overlevingsstrategieën de revue passeren: smokkelen, collaboreren, in het verzet gaan, vee verbergen voor de Duitsers, valse papieren en sabotage. Op zich allemaal onderhoudend en leerrijk, maar er zitten iets te veel toevalligheden in de plot en de overvloed aan personages maakt het verhaal soms wat moeilijk te volgen. Een iets minder deeltje in een reeks die desalniettemin steengoed is. Op het einde wordt het wel weer spannend. Dat is veelbelovend voor het volgende, afsluitende, deel.

Wynona 1 – Als de beer ontwaakt (Uitgeverij L): Daniel Favreau, een klaplopende en afgestompte advocaat, krijgt plots een zaak in de schoot geworpen die heel wat banden heeft met z’n verleden. Als hij dan ook nog eens, bij nacht en ontij, in een beer (een weerbeer?) verandert gaan de poppen al helemaal aan het dansen. Vooralsnog dansen die poppen nogal stram. Het tekenwerk is aardig, maar niet echt vlot. De ideeën zijn op zich wel interessant, maar de uitwerking is nogal oppervlakkig. Van Oudenaarden wisselt clichés af met open deuren. Op zich bevat dit eerste deel net genoeg pizazz om het volgende deeltje een kans te geven. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Cor Morelli – Open dossiers 3: Beulskind (Uitgeverij L): Cor Morelli, de ons welbekende rechercheur, mijmert in korte verhaaltjes over onopgeloste zaken. We krijgen er gelukkig ook steeds de ware toedracht bij. Vreemde strip is dit. Bij lezing van de eerste paar dossiers kwam bij ons spontaan de vraag “Meent-ie dat nou?” op. Vergezocht, ongeloofwaardig en van de pot gerukt. Enkele dossiertjes later begonnen we onze tongue stevig in cheeck te steken en kregen we er zowaar schik in. Vooral de pompeuze inleidingen zijn hilarisch. De tekeningen zijn naar foto of model en in een doorsnee strip wringt dat soort stijfheid vaak tegen, maar hier draagt die bij aan de melige sfeer.

Noir Burlesque 1 (Dargaud): Enrico Marini is een fantastisch tekenaar. Hij is echter geen goed scenarist. Opnieuw een voorbeeld van een briljant grafisch artiest die dankzij zijn magistrale tekenpen wegraakt met middelmatige verhalen. Nu we dat gezegd hebben staat er niets meer in de weg van een aangename lezing van dit boek. Zo opgevat is Noir Burlesque immers een waar visueel spektakel. Marini maakt zich de wereld van de film noir volledig eigen en doet dat in een iets rauwere stijl dan we van hem gewend zijn. Dat stoot wellicht fans van het eerste uur een beetje tegen de borst(en), maar wij juichen het van harte toe.