Nieuwsbrief

Strips

Wit alom is fraai en lekker leesbaar, maar laat geen tanden zien

Wit alom_omslagIn 1832, in Connecticut in de Verenigde Staten, vraagt een meisje genaamd Sarah Harris zich af waarom een stok lijkt te ‘breken’ als je hem in het water steekt. Ze gaat langs bij Prudence Crandall, de directrice en onderwijzeres van de plaatselijke meisjesschool, en vraagt haar of ze les mag krijgen. Er zijn namelijk wel meer dingen die haar dwars zitten. Op zich geen vreemd verzoek, ware het niet dat Sarah zwart is. Juffrouw Crandall aarzelt dan ook. Toch besluit ze niet veel later om Sarah toe te laten. Het veroorzaakt veel ophef, niet alleen bij haar leerlingen, maar vooral ook bij hun ouders. Die gaan aanvankelijk uit van een misverstand en proberen juffrouw Crandall ervan te doordringen dat segregatie natuurlijk is en uiteindelijk beter voor iedereen. Prudence Crandall reageert met het besluit dat haar school voortaan enkel nog toegankelijk zal zijn voor gekleurde meisjes. Witte leerlingen zijn niet langer welkom.

Wit alomVanaf dat moment is het oorlog tussen de gegoede burgers van Canterbury en de Canterbury Female Boarding School. Het begint smeulend. De eerste dag zijn er ook maar twee leerlingen, dus het lijkt met een sisser af te lopen. Maar gaandeweg komen er meer en daarmee groeit het verzet. Grootste tegenstander is de overbuurman van de school, Andrew Judson. Hij zweept niet alleen de bevolking op om zich tegen de school te keren, maar weet op zeker moment zelfs wetten erdoor te drukken, louter bedoeld om het Prudence Crandall moeilijk te maken.

Sarah Harris, Prudence Crandall en Andrew Judson zijn historische personages en dit conflict leidde tot een rechtszaak, Crandall vs. State (of gewoon de Crandall case), die vandaag de dag gezien wordt als de eerste Amerikaanse rechtszaak die expliciet draaide om burgerrechten. Cruciaal was de vraag of zwarte mensen burgers waren, of niet.

Wit alomHet eerste dat opvalt aan Wit alom is het bijzonder fraaie tekenwerk. Stéphane Fert weet met een relatief vlakke stijl, een eenvoudige vormentaal en het gebruik van vergrijsde tinten – en vooral ook veel wit – een jaren 50 sfeer op te roepen. Dat is ver verwijderd van 1832, maar het werkt wonderwel. Je voelt direct dat het hier een verhaal betreft dat zich lange tijd geleden afspeelde en het helpt je zodoende je te verplaatsen in de situatie.

Waar Fert minder goed in slaagt is het tekenen van zwarte scholieren op zo’n manier dat ze goed te onderscheiden zijn van de witte burgers van Canterbury. Dat zou bij vrijwel elke ander strip geen probleem zijn, maar Wit alom draait volledig om de rassenstrijd en dat maakt het soms verwarrend. Zo dacht ik op zeker moment dat de school een nieuwe, witte onderwijzeres aannam, maar vier pagina’s later besefte ik dat het een nieuwe, zwarte scholiere betrof. Dat plaatste de voorgaande drie pagina’s in een geheel ander licht.

Wit alomOok jammer is dat het verhaal van Wilfrid Lupano nooit echt de diepte in gaat. Het wordt verteld vanuit het perspectief van de leerlingen en richt zich vooral op alle laaghartige manieren waarop de bevolking van Canterbury hen het leren onmogelijk probeert te maken. Het behoeft natuurlijk weinig uitleg wie de goeden en wie de slechten zijn, maar het had toch een aanmerkelijk beter verhaal opgeleverd als Lupano geprobeerd had om van iedereen ronde personages te maken. Nu wordt nooit helemaal goed duidelijk waarom de witte burgers zich zo hardnekkig en agressief verzetten tegen de school, of hoe groot hun aantallen zijn op de totale bevolking. We komen ook niet te weten wie de leerlingen precies zijn, waarom hun ouders besloten ze naar school te sturen en hoe ze dat konden betalen. Zelfs van Prudence Crandall, de vrouw die een onvoorstelbare bak stront te verduren krijgt en alles wat ze bezit riskeert voor een bijna niet te winnen strijd die bovendien niet de hare lijkt te zijn, komen we nooit te weten wat haar drijft.
Ook het nawoord, geschreven door de conservator van het Prudence Crandall Museum, onthult nauwelijks iets over de motivaties, de achtergronden en de inzet. In plaats daarvan vertelt het bijna vijf pagina’s lang over wat er met de meisjes gebeurde in hun verdere leven. Ook interessant, maar het geeft toch niet de verdieping waar dit verhaal om vraagt.

Volgens Lupano waren de burgers bang voor een bloedige opstand, zoals de zwarte revolutionair en voormalige slaaf Nat Turner die kort daarvoor had onteketend in het Zuiden. Dat Andrew Judson, de belangrijkste antagonist, een vooraanstaand lid was van de American Colonization Society, die zwarte mensen zag als inferieur en eiste dat elke zwarte die geen slaf was teruggestuurd werd naar Afrika, zal ongetwijfeld ook een rol hebben gespeeld. Judson was bovendien een hooggeplaatste rechter en een afgevaardigde in het Amerikaanse lagerhuis. Een geduchte tegenstander dus. De leerlingen bleken veelal uit welgestelde families te komen, wat mogelijk was dankzij het feit dat Connecticut, net als een aantal omringende staten, al zo’n 40 jaar officieel geen slavernij meer kende. Desondanks moesten bestaande slaven slaaf blijven, de laatste stierf in 1857. Segregatie was dus nog steeds een feit. En Prudence Crandall tenslotte was tijdens haar jeugd sterk beïnvloed geweest door de abolitionisten, die wedijverden voor de volledige afschaffing van de slavernij. Voor ze haar school kocht had ze ooit de wens uitgesproken een actieve bijdrage te willen leveren aan dit streven. Allemaal feiten die de gebeurtenissen in een ander licht plaatsen.

Wit alom is een verhaal over racisme dat in 200 jaar niets aan relevantie heeft ingeboet. Een smerig verhaal dat in Wit alom toch redelijk netjes blijft. Goed en kwaad zijn van meet af aan duidelijk en de lezer mag zich heerlijk ergeren aan al het overduidelijke onrecht, zonder zich druk te hoeven maken over fundamentele vragen. Halverwege het album wordt de sfeer grimmiger en lijken de handschoenen af te gaan, maar zelfs dan blijft alles licht verteerbaar. Het is een mooi boek geworden dat prettig wegleest en een belangrijke geschiedenis hopelijk bij een breed publiek onder de aandacht weet te brengen, maar het had meer tanden mogen hebben. Nu blijft het toch wat onbevredigend.

Wilfrid Lupano en Stéphane Fert – Wit alom. 144 pag. Hardcover, kleur. Standaard Uitgeverij. € 29,99