Screenshot
Strips

In Skinwalker krijgt de western tanden

Er zit een goed boek in Skinwalker. Dat voel je al in de eerste hoofdstukken. De horrorwestern begint geroutineerd en eindigt als een bijl in de schedel. De plot zet zich neer als een roadtrip te paard en kantelt langzaam naar belegeringsverhaal. Diane McLane is een berooide en verbitterde operazangers uit New York in 1870. Ze erft om vage redenen een landgoed in onherbergzaam Montana, van “een aanbidder”. Omdat dit niet bepaald laagdrempelig is voor een diva, laat ze zich naar haar erfenis begeleiden door de oude pistoolhuurling Paul en diens nicht Jo, een jonge schutter met een snelle trekkervinger. Na de nodige ontberingen belandt het trio tussen een vijandig dorp, een sektarische bende in het zwart en een verlaten sanatorium op heilige grond, terwijl in de bossen iets ouds en hongerigs meeloopt (u raadt het al: de vreselijke skinwalker). Het voelt alsof het verhaal ergens heen beweegt dat groter is dan een paar geweerschoten in de sneeuw.

En dan… gebeurt dat niet.

Skinwalker kiest nadrukkelijk voor vaart en spektakel en laat daarmee dingen liggen. De uitwerking van de skinwalker-mythe blijft functioneel. We krijgen genoeg context om te begrijpen dat dit geen willekeurige beesten zijn, maar weinig ruimte om het mysterie echt te laten gisten. Er wordt wat moeite gestopt in een uitleg over mysterieuze toverspreuken en heilige grond van indianen, al is daar weinig van te snappen. In no time flipt het uitgekauwde westernverhaal in gruwelhorror en verschuiven we op onze stoel. De avonturenstrip slaat om en we zien de afgerukte lichaamsdelen in de rondte vliegen. Herinneringen aan From dusk ’till dawn poppen op.

Binnen het werk van Gabriel Katz past Skinwalker logisch in zijn parcours van genrehybrides. Waar de auteur in zijn fantasyreeksen al liet zien hoe soepel hij registers mengt, gebruikt hij hier het westernkader als dragend skelet voor zijn monsters en zwarte humor. Het album levert geen revolutionaire blik op de frontier, maar bevestigt Katz als scenarist die probeert hoever de volumeknop van de actie open kan zonder de lezer te verliezen. De volgende keer graag iets minder ver.

Steven Dhondt bouwt intussen verder aan de western die hij eerder neerzette in Wanted – Het bloedportret. Hij houdt duidelijk dezelfde voorkeur voor modderige straten, afgeleefde gezichten en volle decors, alleen staat de camera dit keer veelvuldig in standje “belegering”.  Zijn pagina’s zijn dicht, maar leesbaar. Hij tekent lage standpunten bij duels, overzicht bij groepsscènes, close-ups op gezichten net voor de klap. Het zorgt ervoor dat de actiescènes een helder begin, midden en einde krijgen, iets wat in veel moderne genrealbums nog wel eens verloren gaat in digitale smeer.

De kleurkeuzes ondersteunen de western boven de horror. Overdag is er ruimte, lucht en bruin stof; ’s nachts trekt het palet naar blauw en zwart, met vuurgloed en geweerschoten als enige lichtbronnen. De monsters functioneren daardoor als verstoring van een bestaande wereld, niet als de vanzelfsprekende bewoners van een eigen hellelandschap. Die beslissing houdt het album stevig in het westernvak: de lezer blijft met de schutters meebewegen, niet met de monsterwezens.

In de bredere context mist Skinwalker de existentiële diepte van sommige Amerikaanse genre-experimenten, maar biedt het toch meer ambachtelijkheid en samenhang dan de doorsnee “cowboys-met-tentakels”-uitstap. Het is zonde dat de geduldig opgebouwde spanning naar het eind toe uitmondt in een gehaaste finale, die weinig afwijkt van een standaard slasherverhaal.  

De psychologische laag onder Diane, Paul en Jo blijft dun, we leren ze genoeg kennen om mee te leven, maar de strip kiest consequent voor actie boven introspectie. De skinwalker zelf had een donkerder, meer ambigue aanwezigheid kunnen zijn. Nu is de figuur vooral een doodenge motor van de plot. Tegelijk past die keuze bij de insteek: dit is een cowboyverhaal dat zich met zichtbaar plezier laat overrompelen door horror. De horror werkt. Hij bijt, alleen bijt hij precies waar je verwacht dat hij zal bijten. Skinwalker had meer kunnen zijn dan mensen die vechten tegen monsters.

Gabriel Katz & Steven Dhondt – Skinwalker. Standaard. 96 pagina’s hardcover. €23,99