Je zou denken dat een titel als Ik ben een verdwaalde engel de poort opent naar een religieus drama of een new age-strip over zelfontdekking. Maar wie Ik ben hun stilte van Jordi Lafebre al las weet beter. Achter die poëtische titels schuilt een universum dat vooral excentriek, geestig en melancholiek is. De wereld rond psychiater Eva Rojas.
We ontmoeten haar terwijl ze boven op een bouwkraan staat. Eva is druk in gesprek met haar voorouders, waarvan we in het eerdere deel hebben geleerd dat zij zich enkel in haar hoofd bevinden. Ze blijkt getuige van een moord en al snel krijgt ze bezoek van de politie. Haar trouwe psychiater schuift aan en we krijgen een reconstructie van Eva’s week, verteld in sprongen, stemmen en verdwaalde logica. Ze is tegelijk getuige, verdachte én verteller, en dat is even vermoeiend als geweldig.
We zijn (weer) in Barcelona en de inzet is dit keer de verdwijning van João, een jonge topvoetballer en Eva’s patiënt. Zijn club wil hem koste wat het kost terug en legt (om vage redenen) de schuld bij Eva. Ze krijgt zes dagen de tijd om hem te vinden. Tegelijkertijd raakt ze verwikkeld in een moordzaak die minstens net zo absurd is als zijzelf. Een op te lossen mysterie en een race tegen de klok, dat is het raamwerk.
Prima, maar laat het duidelijk zijn: Eva is de show. Ze discussieert, filosofeert, loopt zichzelf voortdurend in de weg en praat met stemmen. Die stemmen zijn niet alleen komisch, maar ze geven ook inzicht in haar achtergrond, haar pijn en de manier waarop ze de wereld leest.
Deze cocktail van humor en chaos werkt vooral dankzij de energie van Lafebre’s tekenwerk. De lijnen zijn levendig, de gezichtsuitdrukkingen spatten van de pagina’s en de kleuren houden zelfs de donkerste scènes fris en uitnodigend. Elk personage, van de illustere João tot de meedogenloze clubmanager, is eigenzinnig en nuttig voor het verhaal.
Toch is dit tweede deel niet zonder rafelranden. Lafebre laat Eva zó nadrukkelijk het verhaal sturen, met haar constante uitleg, reflecties en innerlijke stemmen, dat het beeld soms ondergesneeuwd raakt. Het voelt bij vlagen alsof Lafebre liever alles via Eva’s tekst vertelt dan via zijn beelden. Daarnaast is er de structuur. Voor wie houdt van overzichtelijke plots is dit boek wellicht een beproeving. Eva’s versie van de waarheid is grillig, met flashbacks, zijpaadjes en psychologische omwegen die je als lezer dwingen om constant bij de les te blijven. Dat kan vermoeiend zijn, zeker als je op zoek bent naar een klassieke misdaadstructuur met oorzaak-gevolg-ontknoping.
En toch zit daar de aantrekkingskracht: juist dat ongemak maakt het boek zoveel sterker. Waar Ik ben hun stilte nog een zekere compactheid had (het was een psychologisch moordraadsel met een kop en een staart) durft Ik ben een verdwaalde engel de lijn los te laten. Het is bij vlagen een jazzsolo van gedachten, herinneringen en plotjes die half opduiken en dan weer verdwijnen. Daarin zit misschien wel Lafebres grootste kracht, behalve verhalen schrijven bouwt hij mensen.
Beide albumtitels beginnen niet voor niets met “Ik ben…”. Niet “moord in Barcelona” of “het mysterie van João”, maar titels die direct uit het hoofd van Eva lijken te komen. Ze klinken als bekentenissen van iemand die probeert greep te krijgen op haar eigen verhaal. In Ik ben hun stilte identificeerde Eva zich nog met wat ongezegd bleef, in Ik ben een verdwaalde engel is ze zelf het dolende middelpunt geworden. Dat maakt deze titels niet alleen thematisch krachtig, maar ook een spiegel: we kijken naar Eva die zichzelf probeert te begrijpen.
Ik ben een verdwaalde engel is een karakterstudie verpakt als detective die vooral over het hoofdpersonage gaat, niet over het mysterie. Het verhaal volgt haar grilligheid en dat maakt het soms vermoeiend, maar nooit leeg. Ze dwaalt en overtuigt vooral doordat ze niet klopt. Hoe ver Lafebre daarmee wil gaan weten we niet, maar Eva lijkt voorlopig gelukkig nog lang niet uitgepraat.
Jordi Lafebre – Ik ben een verdwaalde engel. Standaard Uitgeverij. 112 pagina’s, harcover. €24,99.






