In de zomer van 1978 vond in Baguio City op de Filipijnen een schaakkampioenschap plaats dat de geschiedenis in zou gaan als één van de meest bizarre en gelaagde sportgebeurtenissen van de twintigste eeuw. Anatoli Karpov was jong, trouw aan de Sovjet en koel als een rekenmachine. Hij verdedigde er zijn wereldtitel tegen Viktor Kortsjnoj, een Russische dissident die zijn land ontvlucht was en sindsdien stateloos door Europa trok, terwijl zijn vrouw en zoon in Moskou als informele gijzelaars fungeerden.
Wat zich in en rond de speelzaal afspeelde oversteeg het schaakspel zelf ruimschoots. Er waren hypnotiseurs, yogimonniken van een dubieuze sekte, samenzweringstheorieën over vergiftigde yoghurt en een hoogoplopende diplomatieke rel over de kleur van de stoelen. Al die dingen zijn werkelijk gebeurd en Toni Carbos en Javier Cosnava hadden dit materiaal rustig voor zichzelf kunnen laten spreken toen ze De koning zonder kroon maakten.
Cosnava vertrouwde die werkelijkheid kennelijk niet genoeg toen hij zijn oorspronkelijk roman shcreef. Naast het historische schaakduel verzon hij een fictieve intrige over Benjamin, een Franse ex-militair die al 33 jaar in een Filipijnse cel zit voor een drievoudige moord waarvan hij zich niets herinnert. Hij herkent in een krantenfoto een oude celgenoot die nu aanwezig blijkt in het publiek van het kampioenschap. De twee verhaallijnen worden verbonden via het schaakspel zelf, want Benjamin leerde die celgenoot schaken, net zoals hij met de vermoorde vriend Emilio speelde op de avond van de misdaad.
Het concept is niet onverdienstelijk. Een parallel tussen twee partijen schaken, één op het podium en één die al decennialang op zijn oplossing wacht, heeft serieuze potentie. Deze wordt niet volledige waargemaakt omdat de historische laag ademt, maar de fictieve laag niet.
Benjamin functioneert eerder als een verteltechnisch apparaat dan als een mens. Hij bestaat om vragen te stellen en om de lezer het schaaktoernooi te laten meemaken via zijn perspectief, maar nergens heeft hij een innerlijk leven dat hem interessant maakt los van de plot. Zijn 33 jaar gevangenis wegen niet en de verloren jaren zijn decoratief. Dat is een vergissing, want het is net die stilte van onverdiend wachten die hem had kunnen verbinden met de werkelijke thematiek van het boek. Dit thema gaat over koningen zonder kroon, mannen zonder vaderland, en identiteiten die worden bepaald door wat ze niet langer zijn.
Kortsjnoj is wel een interessant personage. Zonder dat Cosnava er expliciet veel woorden aan hoeft te besteden, voel je zijn positie. Hij is een verrader voor de één, een martelaar voor de ander, spelend voor zijn eigen vrijheid terwijl zijn gezin als wisselgeld wordt gebruikt. Karpov is zijn spiegelbeeld, een man zonder twijfel die perfect ingepast is in het systeem. De spanning tussen die twee figuren is de echte motor van het album en die motor draait op bizarre historische feiten, niet op het scenario.
Carbos’ tekenstijl versterkt dit onevenwicht op een merkwaardige manier: hij is zo goed dat hij het gemis aan formele ambitie des te zichtbaarder maakt. Zijn lijnen zijn zelfverzekerd en retro, warm van kleur en met de juiste mate van seventies atmosfeer. Het is zijn tweede album bij Lauwert, na de poolnacht-detective De Laatste Lap, en de sfeer had nauwelijks verder van die vorige wereld af kunnen liggen. Het Filipijnse klimaat zit in de pagina’s, de vochtige hitte en de ietwat surreële luxe van het nieuwe conventiecentrum dat als een eiland boven de omringende armoede zweeft. De vijf paginagrote openingscomposities per hoofdstuk zijn de grafische hoogtepunten van het boek en zouden we zo aan de muur hangen. Carbos weet wat hij doet en hij doet het met zichtbaar plezier.
Maar zijn beeldtaal kiest voor veiligheid. Er is geen poging om de structuur van het schaakspel te vertalen naar de organisatie van de pagina zelf. De dubbele plot had kunnen leiden tot een visuele architectuur die de lezer voortdurend verplaatst tussen de twee niveaus en die de parallel toont in plaats van alleen te beschrijven. Die keuze wordt niet gemaakt.
De ontknoping van de fictieve intrige is bovendien te netjes en te berekenend. De draai aan het einde werkt als puzzelstukje maar niet als emotionele landing. Waar het schaakspel van Karpov en Kortsjnoj eindigde in reële historische ambiguïteit, een zege die toch niet voelde als overwinning, eindigt Benjamins verhaal in de klinische oplossing van een doorsnee detectiveverhaal. De twee verhaallijnen hadden elkaar moeten besmetten in plaats van keurig gescheiden te blijven tot ze in de laatste twintig pagina’s worden samengebracht.
Dit is absoluut geen slecht album. Het is een competent, aangenaam en goed bedoeld album dat zich op het verkeerde moment voor het juiste thema plaatst. De Koude Oorlog op een schaakbord is een idee dat een geniaal stripverhaal in zich draagt. Carbos en Cosnava raken het aan, tillen het op en zetten het dan, net iets te voorzichtig, weer neer.
Toni Carbos – De koning zonder kroon (naar de roman van Javier Cosnava). Lauwert. 112 pagina’s. hardcover. € 29,95.






