Kort van stof

Kort van stof, december 2025

Als je onze eindejaarslijstjes hebt gelezen, weet je al dat onze redacteuren te spreken waren over het afgelopen jaar. Er verscheen een hoop dat de moeite waard was. Ook de decembermaand stelde niet teleur. Hieronder ontdek je wat je misschien gemist hebt in de schoen of onder de boom, maar wat er niet had misstaan. In sneltreinvaart, of wat dacht je anders.

De Kiekeboes 167 – Nopelpop (Standaard uitgeverij): Konstantinopel doet als rapper mee aan een talentenjacht en wint de eerste prijs. Al snel heeft hij enkele muzikale concullega’s en een louche manager aan zijn been. Alsof dat niet genoeg is proberen onbekenden hem het hoekje om te helpen. Het heeft slechts twee albums geduurd voordat scenarist Beyers het klappen van de zweep leerde kennen. Met zijn derde album levert hij een perfecte Kiekeboestrip af. Hij dresseert de gigantische cast kundig door de grappen en grollen heen en serveert een verhaal dat spannend is en plotgewijs goed op de pootjes terechtkomt. Tekenaar Cambré injecteert dit album met heel wat geslaagde cameo’s uit de muziekwereld en voegt zo nog een extra laag toe aan zijn grandioze tekeningen.

In het Spoor van Blueberry (Dargaud): Allez, vooruit dan maar, een bloemlezing met hommages aan Blueberry. Twee derde van de strips in dit boek zijn een zoutloze bedoening van auteurs die met een totaal gebrek aan inspiratie de originele Blueberry proberen na te apen en daarmee hun doel totaal voorbij schieten. Bovendien staan ze in hun traditioneel langdradige en poweetische inleiding vaak nog eens te liegen dat ze zwart zien ook. Blueberry is voor hen allemaal hun favoriete strippersonage ooit en Giraud hun favoriete tekenaar. Tot ze uitgenodigd worden om een hommage aan Bilal of Roodbaard of zo te tekenen zeker? Gaap! Gelukkig zoekt 1/3de van de deelnemende auteurs de grens op en doet wel iets origineels. Het zijn die verhalen die de aanschaf van het album verantwoorden.

De beestenburcht 4  Het bloed van de koning (Casterman): Al drie albums lang scheert deze reeks hoge toppen. Het was dan ook hout vasthouden dat het afsluitende deel goed zou landen. Silvio de stier en zijn honden houden een burcht vol dieren in een ijzeren greep. Het geweldloze verzet van een moedige kattin dwingt hen echter tot verkiezingen. Even lijkt het alsof de makers een te zoetsappig einde aan hun vierluik zullen breien, tot je een keiharde stamp in je maag krijgt. Schitterende reeks die wol maakt van tegengif voor alle Trumps en Poetins. Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Flericks smerigste cartoons (Uitgevery Clootsack): Naar jaarlijkse gewoonte heeft Mark Flerick een bundel met gore, doch ook vaak intelligente, cartoons voor ons klaar. Met morsige halen van zijn scherpe tekenpen fileert Flerick vaak Belgische maar ook internationale nieuwsfeiten. Flerick maakt geen onderscheid wanneer hij zijn geweer heft: we zijn allemaal sukkels en losers. Dat kan trouwens zomaar eventjes onze redding zijn. Wie een broertje dood heeft aan scatologie mag in een grote boog rond dit boekje heen lopen. Als u, zoals wij, intelligent genoeg bent om genoeg humor te vinden in tragiek en kaka, dan zal u kirren van plezier als mensen die zichzelf té serieus nemen genadeloos neergesabeld worden. Hoewel Flerick vaak schermt met uitwerpselen zijn enkele grappen bovendien verdacht goed geslaagd. Enkel verkrijgbaar bij de meest verdorven striphandelaars.

De avonturen van Blake en Mortimer 31 – De Atlantische dreiging (Blake en Mortimer): Het is vreemd. We zijn jong, vorige week éénentwintig jaar geworden, meneer, dus alles wijst erop dat we een ouderwetse reeks die nog steeds op ouderwetse wijze geschreven wordt saai zouden moeten vinden. Bij de meesten (Buck, Danny!) is dat ook zo, maar bij Blake en Mortimer lezen we met plezier de overvolle tekstkaders met overbodige beschrijvingen. Scenarist Sente injecteerde dit nieuwe deel met wat sociaal bewustzijn (het milieu, begot!), locaties die net exotisch genoeg zijn om onze interesse weg te kapen (Schotland en de ruimte) en wat mythologie (Atlantis) en brouwt van die ingrediënten een heerlijks strip. Misschien is het de 64 pagina’s lang volgehouden stiff upper lip, maar we hebben enorm genoten van deze ouderwetse meuk.

Blacksad stories 1 – Weekly (Dargaud): Het zou makkelijk zijn voor scenarist Canales om meer munt te slaan uit Blacksad middels snel geschreven niemandalletjes. Het strekt hem tot eer dat hij dat niet doet. In deze nieuwe reeks vertelt hij een done-in-one prequel over ieders favoriete reporter: Weekly. Canales vleest het personage terdege uit en geeft hem een afkomst en nationaliteit die perfect in het universum van Blacksad passen. Tekenaar Rigano werkt wat digitaler dan we van de reeks gewend zijn maar levert toch maar mooi een schoon getekende heksentoer af. Aanrader! Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Ik ben een verdwaalde engel (Standaard uitgeverij): Het vorige boek dat Jordi Lefebre maakte over Eva, een psychiater die met haar overleden voorouders praat, was een schot in de roos. Dit tweede deeltje is prachtig getekend maar kent enkele minieme schoonheidsfoutjes. De plot is nogal voorspelbaar omdat er nogal veel informatie té opzichtig naar de lezer wordt getelefoneerd en de vertaling legt een literair idioom in de mond van vrijwel elk personage zodat je als lezer uiteindelijk enkel nog de stem van de vertaler hoort en niet de afzonderlijke personages. Zoals gezegd zijn dat details. Het album excelleert immers in de uitwerking van de personages. Die zijn origineel, levensecht en doorgaans ook nog eens bijzonder grappig. Top! Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Thellus – De cyclus van Kad Moon 2 & De cyclus van Eva Samas 2 (Daedalus): De eerste twee delen van deze synchroon langs elkaar heen lopende reeksen konden ons enorm bekoren wegens de van de pot gerukte en goed doordachte setting. Nu we daarvan bekomen zijn, vreesden we bij het lezen van deze twee volgende deeltjes dat de makers misschien wat te veel hooi op hun vork genomen hebben. Of ze uiteindelijk slagen in hun opzet zal het afsluitende deel bepalen. Vooralsnog lezen we deze scifi met belangstelling en ontzag voor de worldbuilding en tekeningen. 

Rommelgem 4 – Zwarte jaren (Dupuis): Rommelgem zit in de put na de dood van zijn geliefde. Door omstandigheden wordt hij overgeplaatst naar Los Alamo waar hij in opdracht van de geheime dienst communisten moet trachten op te sporen die misschien wel de ontwikkeling van de atoombom willen saboteren. Hoewel het boek gepresenteerd wordt als een soort spionagethriller en dat deel van het verhaal ook werkelijk spannend in beeld wordt gezet, gaat deze strip vooral over verlies en hoe mensen daarmee omgaan. Het boek zal eerder uw hart beroeren dan dat het de adrenaline doet pompen en zou een mooi einde voor een quasi perfecte Robbedoes spin-off kunnen zijn.

Murena 13 – De Neronia (Dargaud): Scenarist Dufaux beweert dat dit de laatste cyclus van Murena zal zijn. We hopen dat hij woord houdt. Niet omdat dit een slecht album is, maar omdat een afgerond einde zo enorm bevredigend kan zijn. Dit dertiende deel lijkt grotendeels een opzet te zijn voor het laatste verhaal. We zien hoe het de ensemblecast vergaat en wiens sympathieën waar liggen. Complotten en vriendschappen worden gesmeed en er wordt gekonkeld dat het een aard heeft. Dufaux weet ons echter plots te verrassen met de dood van een personage (of toch de manier waarop dat personage sterft) en brengt zo zijn plot in een stroomversnelling. Tekenaar Jérémy toont zich een waardig opvolger van Delaby en Theo en levert topwerk af.

Bellatrix – Episode 3 (Dargaud): Intussen weet iedereen wat we van Léo kunnen verwachten: houterige personages met nog houterigere dialogen die zich bewegen in een fantasierijk buitenaards universum. Doorgaans scoort Léo met de vreemde fauna en flora in deze avonturen, maar in Bellatrix komen Kim en haar kompanen terecht op een planeet die veel weg heeft van het Wilde Westen en waar godsdienstwaanzin hoogtij viert. Die insteek geeft de reeks het broodnodige duwtje in de rug om relevant te blijven.

De 100 laatste dagen van Hitler (Daedalus): De laatste 100 dagen van Hitler zijn al meermaals uitvoerig en deskundig belicht. We hadden dus onze twijfels bij het openslaan van deze strip. We kunnen met plezier melden dat deze ongegrond waren. De auteurs van deze strip houden een soort objectief dagboekpatroon aan dat eerst een verzameling anekdotes lijkt, maar bij elke nieuwe notitie spannender wordt. Van het tekenwerk vielen we niet meteen omver, maar degelijk is het wel.

De helden van Amoras 2 – Kolmanskop (Standaard uitgeverij): Scenarist Legendre diepte uit de krochten van de geschiedenis de stad Kolmanskop op. Dat is een mijnstad in de Namibwoestijn waar de Duitsers in lang vervlogen tijden diamanten delfden en waar de Europese jetset kwam feesten. Heden is het echter een spookstad en de perfecte achtergrond voor een geheimzinnige thriller met een gezonde dosis actie. Machtige tekeningen van Cambré ook.

Oorlogen & Draken 2 – Het Lafayette escadrille (Daedalus): Iedereen kan een conceptreeks bedenken. Het enige wat je moet doen is twee verschillende genres mengen en presto! Een vampier noir detective, piraten in de ruimte, draken en oorlogen, etcetera. De kunst is vooral om dat concept vervolgens goed uit te werken. We waren al fan van het eerste deel van deze reeks. Dit tweede deel bevestigt de levensvatbaarheid. Het is een lust voor het oog om tweedekkers te zien duelleren met draken boven het slagveld van WO I. Goed uitgewerkte personages en geloofwaardige dialogen doen de rest.

Jommeke 329 – Over koetjes en ezels (Standaard uitgeverij): Een Jommekesalbum met twee verhalen voor de prijs van één. Het eerste verhaal, op scenario van Kristof Berte speelt in op de grenzeloze fantasie van Filiberke zoals wij dat graag lezen. Het tweede verhaal, op scenario van Willy Linthout en Ann Smet, speelt meer in op algehele absurditeit en circustoeren. Beide verhalen werden door onze kroost zeer gesmaakt bij het voorlezen. Ook de tekeningen van Kristof Fagard zijn een schot in de roos. Meer moet dat niet zijn.

Sisters 20 – Ikke, ikke, ikke! (Standaard uitgeverij): Al twintig albums lang brengen de Sisters en hun entourage makkelijk verteerbare humor die uitblinkt door haar menselijkheid en herkenbaarheid. Geen scherpe kantjes aan deze grappen. Doorgaans verkiezen we humor die snijdt, maar de goede vibes die de sisters uitstralen zijn ook wel eens welkom. Bovendien slagen de makers erin om na al die albums nog steeds originele gags te brengen en is de expressieve tekenstijl van topniveau.

F.C. De kampioenen 140  De keizerin van Matrakstan (Standaard uitgeverij): De cover van deze strip vat de inhoud mooi samen. De kampioenen kijken angstig voor zich uit terwijl ze onder schot gehouden worden door vervaarlijk uitziende soldaten. Markske lacht hen echter, totaal onwetend, toe. In dit nieuwe album reizen de Kampioenen naar Matrakstan, alwaar de grappen en grollen een aanvang nemen. Geen hoogstaande literatuur, maar wel hoogwaardig entertainment.

Grieselstate 4 – De vervloekte graal (Diedeldus/Daedalus): Op Grieselstate, de school waar allerhande griezels lesgeven, dan wel les volgen, wordt op het einde van het schooljaar een vervloekte graal uitgereikt. Dat gaat gepaard met heel wat sportieve en onsportieve concurrentie. Mooi geadapteerde en zwierig getekende griezelstrip die bij menig jong lezertje zeker in de smaak zal vallen. Bovendien heeft de strip leuke extra’s in de vorm van enkele spelletjes.

Gil St. André 15 – De onschuldige moordenaar (Daedalus): We kunnen niet zeggen dat we heel erg fan zijn van de exploten van Gil. St. André is een bedrijfsleider die om de haverklap als detective lijkt te moeten optreden. In dit verhaal wil hij de onschuld bewijzen van één van zijn medewerkers die van moord wordt beschuldigd. Zijn avonturen worden voorzien van tekstkaders die klassiek te noemen zijn op de manier waarop we ook Soemerische kleitabletten klassiek noemen. Toch zit er weldegelijk vlees aan deze strip. De plot is niet slecht en de tekeningen doen, hoewel soms wat statisch, wat ze moeten doen.  

Verweer 4 – Het ijzige graf (Daedalus): In 2075 heeft één bedrijf de rechten op alle planten en zaden in bezit. Het onderzoek dat Diosynta momenteel voert in een geheim labo op de Noordpool zou kunnen uitdraaien op het einde van alle leven op Aarde. Gelukkig is er Het Verweer, een verzetsorganisatie die Diosynta enkele stokken in de wielen tracht te steken. Een kleine groep strijders beslist om het labo binnen te dringen terwijl boven hun hoofden politiek en geld zich verstrengelen dat het een aard heeft. Extreem goed geschreven personages, een origineel verhaal en veel actie. De afsluiter van dit vierluik bevestigt dat deze reeks onder de klassiekers gerekend mag worden.

De Anna van Arevik d’Or (Oogachtend): Anna is een echte vrouw, geen insta-babe, geen schijn en ook geen gêne. In simpel getekende cartoons voert Arevik d’Or een grote dame op die zich niets aantrekt van wat de wereld van haar denkt en lijnrecht haar zin doet. De grappen zijn vaak eerder poëtisch dan grappig, verwacht vooral herkenbaarheid en een onbestemd warm gevoel in plaats van een bulderlach.

Brul nummer 20 (Stichting brullen maar!): Voor Brul! Nr. 20 is Eefje Wentelteefje gastredacteur. Dit blad voor de jeugd had er sowieso al een handje van weg om minder commerciële tekenstijlen en onderwerpen aantrekkelijk te maken voor kinderen, maar het anarchisme van Eefje gaat nog een heerlijk stapje verder. Met onder andere namen als Floor de Goede, Sam Peeters, en Michiel van de Pol weet dit blad het kruim van stripmakers die ook al eens een grefik novel durven maken in de gelederen.

Rik Ringers, de nieuwe avonturen 8 – Dead Sugar (Le Lombard): Rik Ringers krijgt in dit album niet enkel af te rekenen met een jaloerse Nadine maar ook met een nieuwe tegenstander: Dead Sugar. Deze femme fatale mixt perfecte cocktails en beslist om een duistere reden om alle vijanden van Rik te vermoorden. De plot zit heel goed in elkaar en kent heel wat onverwachte wendingen. De strip zit vol verwijzingen naar andere strips en popcultuur wat zorgt voor een leuke extra laag. De dialogen zijn top. Soms zijn de oneliners van de personages extreem over the top zelfs, maar dat past wonderwel bij deze Rik Ringers “nieuwe stijl”. Zidrou en Van Liemt bewijzen dat je een antieke stripreeks ook waardig ouder kan laten worden.

De buurtpolitie 31 – Fonske (Standaard uitgeverij): Een oeroud gegeven uit de literatuur, de evil twin, wordt in deze aflevering van de Buurtpolitie met verve, humor, vaart en op geslaagde wijze nieuw leven ingeblazen. Zoals we van de reeks gewend zijn, zijn verhaal, grappen en tekeningen van de bovenste plank. Dit album blijkt spijtig genoeg het laatste uit de reeks. We kunnen enkel hopen dat geestelijke vader Nix er zelf de stekker heeft uitgetrokken wegens stoppen op het hoogtepunt en dat het niet aan te lage verkoopcijfers of zoiets ligt.

Thorgal 43 – De wraak van de godin Skaedhi (Le Lombard): Alweer een album van Thorgal dat we met stijgend afgrijzen gelezen hebben. Een hele hoop personages holt als kippen zonder kop door elkaar heen. Geen enkele van hen lijkt meer impulscontrole, intelligentie of vooruitziendheid te hebben dan een kleuter van vijf. De dialogen bestaan vooral uit bedreigingen aan elkaars adres of herinneringen aan wie wie is: “Dat is Aniël, onze Jarl, je weet wel: ook de zoon van Thorgal. Ik sla hem de kop in”. Zoiets. Ook de tekeningen worden slordiger en de inkleuring slaagt er niet meer in om dat weg te moffelen. De potsierlijke cliffhanger is het dieptepunt van de strip. Misschien zijn we te hard? Deze reeks heeft van ons stripliefhebbers gemaakt dus het doet ons des te meer pijn om die teloor te zien gaan.

De Smurfen en het verloren dorp 8 – De vreemde betovering van Tenefee Falibula (Standaard uitgeverij): Deze spin-off (of verderzetting) van de avonturen van de Smurfen staat intussen mijlenver af van wat die vroeger waren. Dat is allesbehalve slecht nieuws. De modernisering van de avonturen van de Smurfen heeft immers alles wat nodig is voor een spannend album: een resem nieuwe personages, een avontuur onder hoogspanning en grappen die op het lijf van de doelgroep geschreven zijn. Voeg daar de puike tekeningen aan toe en de doelgroep mag zich gelukkig prijzen.

Lucky Luke – Dakota 1880 (Lucky Comics): Er verschijnen de laatste jaren om de haverklap “hommages aan” en “een strip van X door Y”. Vaak zijn uitgeverij of makers te angstig om van die strips iets vernieuwends te laten brengen terwijl dat net het doel van zo’n boek zou moeten zijn. Die halfslachtige pogingen zijn als covers van songs die hun best doen om zo goed mogelijk als het origineel te klinken: zoutloos. Gelukkig zijn de albums in de reeks van Lucky Luke hommages andere koek. In Dakota 1880 vertelt scenarist Appollo het verhaal van Baldwin, een zwarte jongen in de Far West, en mixt dat met een hele hoop interessante personages en weetjes uit die tijd. Lucky Luke fungeert als een soort kapstok, een mythisch figuur bijna, waaraan de plot wordt opgehangen. De tekeningen van Brüno zijn van een zeldzaam hoge kwaliteit. Zijn uitgepuurde tableaus in doorgedreven klare lijn zijn een lust voor het oog. Prachtstrip!