Soldaat-Hovenier werd zowel door de redactie van 9e Kunst als door de stripwinkeliers gekozen als beste boek van 2025. Ik ben hier heel blij om en enorm dankbaar, maar probeer het ook te relativeren. Deze beeldroman kon evengoed ten onder zijn gegaan in de gigantische boekenstroom van het voorbije jaar. Dit was geen album uit een populaire reeks, geen superheldenverhaal, geen young adult, geen romanverstripping, geen biografie van een beroemdheid, geen persoonlijk relaas, de auteur was niet bepaald een household name (zijn laatste strip dateert van 2014), en zijn uitgever was onbekend in de stripwereld… wie zat hier op te wachten? Hoogte- en dieptepunten kunnen relativeren is goed voor je mentale welzijn.
Ik had de lat voor mezelf hoog gelegd, maar hoge ambities roepen hoge verwachtingen op. De dagen na de release in maart waren dus best spannend. De eerste recensie, de eerste lezersreactie… je leest het toch een beetje met een bang hart, want je weet: het zet de toon. Gelukkig werd mijn onzekerheid snel weggenomen; lezers waren onder de indruk, de pers was lovend, een reeks succesvolle signeersessies en boekvoorstellingen volgden, en ergens zit een mogelijke prijs in de pijplijn.
Na de release van je boek wil je het zo snel mogelijk loslaten – het belangrijkste werk is achter de rug en je wil beginnen met iets nieuws – maar je weet ook dat je boek nu alle aandacht nodig heeft. En dus volg je aandachtig die aandacht.
Ik hecht nog altijd veel belang aan wat de reguliere media ervan denken: de recensenten kennen hun vak en zijn gatekeepers die de trend bepalen. Ik was erg opgelucht met hun positieve recensies. Boekenwinkels tellen de sterren en bestellen navenant.
Na de geboorte van je boek dreigt de postnatale depressie; dat bleef me gelukkig bespaard
Maar het blijft een fragiele situatie. Enkel de zogenaamde kwaliteitskranten schrijven serieus over strips. De populaire kranten zijn slechts geïnteresseerd wanneer Suske en Wiske tongzoenen. Striprecensenten zijn schaars en krijgen weinig ruimte van hun redacties. Bijgevolg moeten er scherpe keuzes worden gemaakt. NRC, de Volkskrant en Knack wijdden een stuk aan mijn boek, De Morgen behandelde het in een rijtje ‘oorlogsstrips’ en in De Standaard verscheen bij mijn weten niets. TV en radio waren nog zuiniger. Dat ene, leuke interview bij Culture Club op Radio 1 was de uitzondering.
Gelukkig zijn er ook de gespecialiseerde tijdschriften, de digitale platforms en de podcasts. Stripschrift, 9e Kunst, Pulpdeluxe, Jopodepodcast… deze hebben wél de ruimte voor uitgebreide beschouwingen en langere interviews. Ik heb geen idee van hun bereik, maar ik durf wel te beweren: zonder hen had ik het niet gered. Hun oprechte aandacht was niet alleen goed voor de verkoop, maar ook voor mijn gemoed. Na de geboorte van je boek dreigt de postnatale depressie; dat bleef me gelukkig bespaard. Ik dank al deze enthousiaste, vaak onbezoldigde medewerkers, voor de kostbare tijd en de mooie woorden die ze over hadden voor Soldaat-Hovenier.
De evenementen speelden ook hun rol: signeersessies, boekvoorstellingen, stripfestivals… eindelijk ontmoet je de lezer die je al die jaren voor ogen had, het maakt al dat eenzame werk plots de moeite waard. Mijn persoonlijk hoogtepunt: het Crossing Border Festival in Den Haag. Niet alleen omdat ik er op de affiche stond met Brian Eno en Sandro Veronesi, maar vooral omdat ik zelf heel erg van het ‘crossing border’ denken ben. Met Soldaat-Hovenier wil ik niet enkel de striplezers bereiken, maar alle mensen die houden van een goed verhaal. Op het cultuurplatform De Lage Landen vatte striprecensent Gert Meesters het zo samen:
Ik heb geen olifantenvel. Hoe ik het ook probeer te relativeren, de reacties beïnvloeden altijd mijn artistieke praktijk. De goede ontvangst leerde mij dat ik met Soldaat-Hovenier een stripklassieker heb afgeleverd. Ik heb geen behoefte dat nog eens te herhalen. (Ik denk ook niet dat ik het titanenwerk nog aankan.) In de toekomst wil ik de grenzen verder aftasten: tussen strips en literatuur, tussen literatuur en kunst, tussen kunst en strips. Misschien wordt mijn volgende boek een hybride werk, weg van de vakjes en ballonnetjes. Of misschien houd ik me enkel nog bezig met mijn kunstprojecten. Wie weet schrijf ik een klassieke roman, zonder prentjes (de messen worden al geslepen). Heerlijk, die vrijheid die ik nu terug heb.
Wat me het voorbije jaar nog het meeste heeft getroffen, zijn de vele reacties van de gewone lezers. Mensen die spontaan op Goodreads, Hebban, Instagram hun enthousiasme, hun ontroering, hun bewondering deelden met anderen. Die lezers heb ik bij het maken altijd in gedachten gehad: mensen die na een drukke dagtaak hun avond besteden aan een goed boek, die onbevooroordeeld in de bladzijden duiken en zich onderdompelen in een andere wereld, mensen die in hun hoofd de personages tot leven brengen en erdoor geraakt worden. Op het gevaar af melig te klinken, wil ik hen oprecht bedanken. Dank, lieve lezers, dat ik mijn verhaal met jullie mocht delen. Zonder jullie is een boek slechts een hoop dood papier.






