Strips

Kolder, kruistochten en korsetten in Knight Club

Arthur de Pins heeft van het herbergen van maatschappelijke buitenbeentjes zijn handelsmerk gemaakt. In Zombillenium voerde hij monsters op die aanmerkelijk menselijker bleken dan de pretparkbezoekers die hen kwamen bekijken. Dat beproefde procedé past hij in Knight Club toe op de middeleeuwen. Het strijdtoneel is nu het Heilige Land tijdens de Zevende Kruistocht.

De klassieke rollen worden meteen omgekeerd. De kruisvaarders zijn hier geen nobele ridders van het ware geloof, maar bloeddorstige, fanatieke indringers. Om haar weerloze Syrisch dorp te beschermen tegen deze vrome moordenaarsbende, trekt de jonge smid Serafina eropuit om een zooitje ongeregeld te ronselen. Ze heeft geen geld te bieden, maar wel de meest bijzondere harnassen en wapens.

Het aantrekken van deze spullen verandert de drager in een middeleeuwse superheld. Na een doldwaze ronseling scharrelt ze een bont huurlingenleger van verschoppelingen bij elkaar. Een sluwe Turkse ex-gevangene, een eenzelvige Tataar, een Syrische charmeur, een vrome Nubische non en een hysterische Don Quichot vormen de Seven Samurai in een wolk van woestijnzand en wierook. Samen trekken ze ten strijde tegen het Frankische kruisvaardersgeboefte.

Het knappe is dat De Pins, bijgestaan door co-scenarist Grégory Panaccione, deze historische clash nergens zwaar op de hand maakt. Het bloed vloeit rijkelijk, maar de onthoofdingen en vliegende ledematen zijn zo virtuoos getimed dat de veldslagen eerder aan een gewelddadige Tex Avery-cartoon doen denken dan aan een grimmig historisch drama. Zijn strakke vectorstijl en animatieachtergrond zorgen voor een zwierige dynamiek. Bovendien heeft De Pins zijn huiswerk gedaan. Hij bracht uren door in het Institut du Monde Arabe en liet zich door ambachtelijke smeden instrueren om de maliënkolders, helmen en belegeringstuigen historisch geloofwaardig te houden. Het levert een fundament op dat klopt, zonder dat het verhaal ooit verzandt in een droge geschiedenisles.

Inhoudelijk overstijgt het album het kolderieke knokwerk dankzij één specifiek personage: de kale Franse ridder in het rood. Ooit zelf een fanatiek kruisvaarder, nu een door schuldgevoel verteerde veteraan die aan de zijde van de dorpsbewoners vecht. De hint dat hij in het bewuste dorp ooit een buitenechtelijk kind achterliet, geeft hem een boeiende tragiek. Hij belichaamt de pijnlijke grijstint tussen bevrijder en beul. Het is het scherpste motief in dit openingsdeel en tilt de plot boven een loutere schelmenroman uit.

Precies omdat de strip zich zo zelfbewust profileert als een progressieve, inclusieve deconstructie van westerse mythes, valt één scene pijnlijk uit de toon. De Noorse strijdster van de groep is veruit de fysiek imposantste verschijning van het hele gezelschap. Ze verschijnt maar net ten tonele en wordt pardoes poedelnaakt uitgetekend. Daar is geen dramatische aanleiding voor of een gevatte grap, het dient gewoon geen enkel doel. Je voelt hier even de oude reflexen opborrelen van de illustrator die ooit furore maakte met zwoele vector-pin-ups (Schatjes). Dat uitgerekend de enige vrouw die de mannen fysiek overvleugelt als een lustobject moet worden neergezet ontkracht de geëtaleerde progressieve toon. Het is een merkwaardige blinde vlek, alsof een stoere vrouwelijke krijger pas echt goedgekeurd is voor het strippodium zodra ze eerst even voor het mannelijke lezerspubliek uit de kleren is gegaan.

Neemt dat het leesplezier weg? Geenszins. Knight Club dendert met een rotvaart voorbij, barst van de visuele vondsten en serveert een bonte bende die nieuwsgierig maakt naar het tweede deel. Het is alleen zonde dat een auteur die de kruistochten zo scherpzinnig van hun heilige glans ontdoet, bij het uitkleden van zijn eigen heldin een stuk minder kritisch te werk gaat.

Arthur de Pins – Knight Club 1. Lauwert. 192 pagina’s hardcover. € 38,95