In Columbusstraat vertelt Tobi Dahmen over het oorlogsverleden van zijn familie. Het geeft een goed beeld van hoe Duitse burgers die weinig op hadden met het nazistische gedachtegoed zich in bochten moesten wringen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wat het omslag niet vermeldt, is dat Columbusstraat een tweeluik wordt en dat het volgende deel zich richt op de Duitse wederopstanding, maar ook op de gevolgen van het opsplitsen van Duitsland in Oost en West. Als je het Dahmen vraagt, wordt dit het meest interessante deel. De lat ligt hoog want het eerste boek, 1935 – 1945, werd terecht bejubeld door recensenten en is in Duitsland al een groot succes.
Er zijn al heel veel familieverhalen verteld over WO2. Wat overtuigde jou ervan dat jouw familieverhaal nog iets kon toevoegen?
Ik wist dat veel van de verhalen die mijn vader me in mijn jeugd vertelde bijzonder waren. En toen ik in Düsseldorf studeerde, wist hij over allerlei plekken in de stad kleine heldendaden te vertellen. Verhalen die ik niet van mijn vrienden hoorde. Tegelijkertijd was ik er trots op dat mijn opa tijdens de wederopbouw onderdeel was geweest van het stadsbestuur. Daar kan ik wel eens iets mee doen, dacht ik, maar ik wilde eerst nog een keer graven in het verleden voor de details.

Begin 2005 (In de Nederlandse editie van Columbusstraat staat abusievelijk 2006. Red.) maakte ik een lange treinrit met mijn vader en toen heb ik hem gevraagd alles eens te vertellen. Tijdens dat gesprek zei hij dat er nog brieven bewaard waren gebleven en hij stelde voor om die samen door te nemen, wat we helaas nooit meer hebben gedaan. Toen hij overleed, besefte ik hoe waardevol de opname van dat gesprek was. De brieven die hij bedoelde, vond ik in een doos van rond 1900. Er zaten brieven van mijn grootouders tussen uit de periode van WO1, die kon ik niet lezen. Maar de brieven uit WO2 wel. Zo ontdekte ik dat alle verhalen van mijn vader echt gebeurd waren.
Maar er zaten nog steeds gaten in het verhaal. Hoe zag Eberhard er bijvoorbeeld uit? Dus ben ik dat soort dingen gaan onderzoeken. Mijn grootvader bleek een hoop schriftjes volgeschreven te hebben. Toen ik alle informatie compleet had, ben ik het gaan ordenen. Ik vertelde vrienden en mijn uitgever, Carlsen Comics, wat ik aan het doen was en iedereen zei: “Dat is heel bijzonder, bij mij is er niks meer.” Ik besefte bovendien dat wat mijn familie was overkomen een soort spiegel vormde van wat er in WO2 was gebeurd. Ik dacht, als ik daar niets mee doe, zijn deze verhalen straks waarschijnlijk weg. En wie gaat dan nog een keer de moeite nemen om het uit te zoeken? Zo ontstond in 2015 het idee om er een boek van te maken.

In die tijd verscheen Fahrradmod (Fietsmod) en vlak daarvoor overleed mijn vader, dus ik had er helemaal geen tijd voor. Een jaar later heb ik alles eens rustig bekeken en ben ik begonnen met het uitwerken van het interview. Alles wat ik wist heb ik in een gedetailleerde tijdlijn gezet en van labels voorzien. Zo ontstond er overzicht en kon ik de belangrijkste momenten uitkiezen.
Aan het einde van Columbusstraat 1935 – 1945 blijft de lezer achter met de vraag hoe de twee gezinnen na de oorlog hun leven weer kunnen oppakken.
Dat wordt het verhaal van het tweede boek. Dat zal ook gaan over de Koude Oorlog en het stalinisme in Oost-Duitsland. De gestationeerde Sovjetsoldaten vreesden elk moment door de Duitsers te worden overvallen en zetten uit voorzorg heel veel mensen gevangen. Onder hen ook mijn opa, Heinz Funcke, die daardoor een paar jaar spoorloos verdwenen was. Mijn belangrijkste bron voor deel twee is het dagboek van mijn oma Lore, dat zij vanaf 1946 bijhield. Ik vind dat tweede deel eigenlijk het belangrijkste, omdat er over die periode nog niet zoveel is verteld. Maar ik moest eerst de voorgeschiedenis vertellen, anders was het koren op de molen voor de mensen die zeggen dat de Sovjets net zo erg waren als de nazi’s. Daarom ben ik het verhaal begonnen in 1935.

Ik denk dat die naoorlogse periode nog steeds een stempel drukt op het heden. In het oosten van Duitsland hebben ze twee keer achter elkaar een dictatuur meegemaakt. Dat zal mede de reden zijn dat men daar overwegend AfD stemt, tot wel 40 procent van de stemmen. Het is een dunbevolkt gebied, dus de absolute aantallen vallen mee, maar het is wel een hele regio. Daardoor hoor je mensen in het westen tegenwoordig weleens roepen dat de Muur wel weer terug mag, maar dat is natuurlijk onzinnig. Er wonen genoeg mensen die niets met de AfD te maken willen hebben.
Bevatte de tijdlijn die je noemde ook al het materiaal voor het tweede deel?
Zeker, al moet ik hem weer uitbreiden omdat ik onlangs een briefwisseling in handen kreeg tussen mijn tante Marlies en haar toenmalige verloofde. Tijdens het werken aan Columbusstraat komen er regelmatig nieuwe feiten aan het licht. Zo ontdekten we ineens een belangrijke foto van Eberhard en een van zijn brieven, over het bewaken van de Russische gevangenen gedurende de winter. In Columbusstraat heb ik deze gebruikt om over de grote oorlogsmisdaad van de Duitsers te vertellen. Ze wisten dat ze hun krijgsgevangenen niet zouden kunnen verzorgen en toch zijn ze ten strijde getrokken tegen de Sovjet-Unie. Het was bitter koud waardoor miljoenen mensen binnen een paar maanden tijd zijn omgekomen. Het was van een omvang die je je bijna niet kunt voorstellen.
Het is opmerkelijk dat je vader zoveel verhalen vertelde over WO2. Er wordt altijd gezegd dat die generatie zeer zwijgzaam was over de oorlog.

Wie in de oorlog nog kind was, kon er later soms makkelijker over praten. Misschien hadden zij minder last van trauma’s en schuldgevoelens. Voor mijn moeder was de periode direct na de oorlog veel zwaarder dan de oorlog zelf, doordat haar vader dus een aantal jaren spoorloos verdween. Mijn moeder kan het dagboek dat mijn grootmoeder in die periode heeft bijgehouden nog altijd niet lezen. Daar kleven te veel emoties aan vast.
Mijn vader heeft de oorlog als een groot avontuur ervaren. Zo heb ik dat ook weergegeven in het eerste deel. Hij is zijn hele leven vrij speels geweest en was in zijn jonge jaren vast wat naïef. Hij heeft ook altijd geprobeerd conflicten binnen de familie te vermijden, stelde zich altijd terughoudend op, daar stond hij zelfs om bekend. Zo is hij denk ik ook de oorlog doorgekomen. Hij groeide op in een liefdevolle, maar ook strenge omgeving. Dat veranderde toen hij naar een gastgezin werd gestuurd. Die mensen hadden al genoeg problemen aan hun hoofd, dus als hij genoeg at en op tijd thuis was, lieten ze hem verder zijn gang gaan. Hij kreeg dus veel vrijheid en zo kon hij onder andere zijn grote liefde voor de natuur ontdekken.
Je zei net trouwens dat je de brieven uit WO1 niet kon lezen. Waarom was dat?
Ze waren geschreven in Kurrent (oud cursiefschrift), heel klein en op heel goedkoop papier. Het is ontzettend veel en nauwelijks te ontcijferen. De helft is inmiddels ‘vertaald’, maar de persoon die dit voor mij deed is helaas overleden dus dat moet ik weer een keer oppakken. Mijn grootvader schrijft in die brieven over zijn tijd in de loopgraven, maar ook over Karl en Lissy die aanvankelijk helemaal niet zo streng waren. Twee verliefde jongeren die elkaar graag – en ik citeer – “om de tafel heen jaagden”.

Je zegt dat je grootvader nog in de loopgraven heeft gevochten… bedoel je niet je overgrootvader?
Nee, nee! Ook dat is bijzonder! Ik ben geboren toen mijn vader al 39 was, mijn vader was zelf ook een nakomertje en mijn opa idem dito. Mijn overgrootvader heeft nog in de Frans-Duitse Oorlog van 1870 gevochten! Oorspronkelijk wilde ik het verhaal met die oorlog beginnen om duidelijk te maken dat elke generatie een oorlog heeft meegemaakt. Maar ook omdat het verhaal van mijn overgrootvader zo speciaal is. Op een zeker moment kreeg hij een Franse kogel in zijn munitietas. Die hing voor zijn buik en ontplofte! Je kunt je voorstellen wat een klap dat geweest moet zijn. Had hij dat niet overleefd dan was dit hele boek er nooit geweest. Met die anekdote had ik aanvankelijk de impact van oorlog duidelijk willen maken. Het gaat niet alleen om de gesneuvelde soldaten, maar ook om de gezinnen die ze nooit zullen stichten. Je snijdt een familielijn door. Als je met die blik naar de slachtoffercijfers van WO2 kijkt, besef je pas goed hoeveel schade zo’n oorlog aanricht.
Je had een hele stapel brieven waarin een hoop ellende werd beschreven, meegemaakt door mensen die je kende… Was dat af en toe niet zwaar om te lezen?
Soms wel, maar vooral doordat het beeld van mijn familie hierdoor veranderde. Mijn oom heeft de familieverhalen altijd wat heldhaftiger voorgespiegeld dan ze in werkelijkheid waren. Zoals bijvoorbeeld het verhaal van hoe mijn vader zich in een kroeg uitsprak tegen het regime, zoals te lezen is in het boek. Dat vertelde hij altijd met veel bravoure. Nadat mijn opa voor die uitspraken op zijn vingers was getikt werd hij continu in de gaten gehouden. Zodra zijn zoons in het leger zaten, durfde hij zich daarom ook niet meer kritisch uit te laten, doodsbang dat ze anders direct naar de voorste frontlinies zouden worden gestuurd. Toch is hij zich op zijn manier blijven verzetten. Dat zie je in de keuzes die hij maakte. Zo heeft hij mijn vader niet meegestuurd met een officiële Kinderlandverschickung (de evacuatie van kinderen naar buitengebieden waar minder kans was op bombardementen. Red.), maar heeft hij hem bij meneer Huth ondergebracht omdat die ook kritisch was op het regime.

Tegelijkertijd had mijn opa ook zeker antisemitische trekjes. Je kunt denken dat hij sommige uitspraken in zijn brieven deed omdat hij bang was dat het regime meelas, maar ook na de oorlog heeft hij antisemitische uitspraken gedaan. En als je kijkt met wie hij briefwisselingen onderhield… ook dat spreekt boekdelen. Dat soort ontdekkingen zorgde voor moeilijke momenten. En wat ik allemaal ontdekte over Eberhard. Over wat er werkelijk met hem is gebeurd. Daar was ik echt kapot van. Dat kwam bepaald niet overeen met de verhalen die binnen de familie werden verteld. Dat zal ook zeker aan bod komen in het tweede deel.
Heeft al die nieuwe informatie geleid tot gesprekken binnen de familie?
Ik ken mensen bij wie hierdoor ruzie ontstond in de familie, maar dat was bij ons niet het geval. Misschien doordat de familieleden waar het om ging niet meer leefden. Ik weet bijvoorbeeld niet hoe mijn vader het had gevonden, loyaal als hij was.
Ik ontdekte veel nieuwe dingen die niemand in de familie wist. Thomas, de jongere broer van mijn moeder die helaas niet meer leeft, was erg onder de indruk van Columbusstraat. Voor hem was alle informatie die ik had weten te achterhalen heel belangrijk, vooral die over de naoorlogse periode. De middag dat hij bij mij langskwam om naar die verhalen te luisteren, was voor hem echt een moment waarop hij eindelijk een periode kon afsluiten. Hij was daar zo dankbaar voor. Dat was erg bijzonder.

Ik ben bang dat het voor mijn vrouw af en toe wel zwaar is geweest. Ik voelde me soms net een detective, kreeg echt een adrenalinekick als ik weer eens een mysterie had ontrafeld. Mijn vrouw zal daar weleens gek van zijn geworden.
Naast familieleden heb je nog veel meer mensen gesproken. In het nawoord som je een waslijst met namen op.
Dat klopt. Ik heb zoveel mogelijk plekken bezocht. Zoals bijvoorbeeld de Mahn- und Gedenkstätte en het stadsarchief in Düsseldorf. Daar heb ik gezocht naar de Entnazifizierungspapiere van mijn opa (officiële documenten waarin het maatschappelijke verleden van een persoon werd geschetst, vergezeld van een gerechtelijk oordeel over diens rol tijdens WO2. Red.) om te achterhalen of er iets bijzonders mee was. En ik heb het stadsarchief van Leverkusen gevraagd wanneer de luchtalarmen waren gebruikt om te achterhalen wanneer er bommenwerpers waren overgevlogen. Daarmee kon ik bepalen wanneer Marlies gevlucht moest zijn. Ik ben in Düsseldorf in het huis van de familie Dahmen geweest en in de kamers van meneer Huth waar hij nog op het orgel heeft gespeeld, ik heb met Poolse historici gepraat over de dwangarbeiders… Alleen in Breslau ben ik nog niet geweest, dat komt nog.

Een van de belangrijkste uitwisselingen was misschien wel met een historicus, dokter Michaëls, die momenteel een boek schrijft over de Jägerstab, een bestuursorgaan dat aan het eind van de nazitijd direct verantwoordelijk was voor de productie van oorlogsmaterieel. Hij bood aan te kijken of mijn familie in zijn gegevens voorkwam en bingo! Aan de onderste takken van de Jägerstab bleek mijn opa, Heinz Funcke, een belangrijke rol te hebben gehad. Toch wist niemand dat binnen onze familie. Hij had altijd gehoopt zich aan de oorlog te kunnen onttrekken, maar dat was erg opportunistisch. Op zeker moment raakte bijna alles verweven met het systeem van de Nationaal-Socialisten en was ontsnappen onmogelijk.
Columbusstraat is in Duitsland een groot succes.
Er was interesse van alle grote kranten, TV en radio en dat heeft wel geholpen. En let wel: een ‘groot’ succes als graphic novel. Ook in Duitsland is het genre een niche, dus we hebben het nog niet over verkoopcijfers als die van een officiële Spiegel-bestseller. Toch rolde onlangs de 5e druk van de pers.

Inmiddels is het boek twee jaar oud, maar ik word nog steeds uitgenodigd om lezingen te geven. Er is duidelijk nog altijd veel behoefte om over dit onderwerp te praten. Tijdens mijn lezingen is het altijd doodstil, vloeit er ook weleens een traan, en achteraf komen mensen met hun eigen familieverhalen en onopgeloste mysteries. In Duitsland heeft elke familie natuurlijk iets met WO2, maar dat het nog steeds zo leeft verraste mij wel.
Hoe verklaar je dat succes?
Er zijn heel veel boeken geschreven over de slachtoffers van de oorlog. Dit boek gaat vooral over de meelopers. Net als Irmina, overigens (dat in Duitsland ook een enorm succes is geweest. Red.), maar mijn boek biedt veel verschillende perspectieven. Dat maakt het plaatje breder en completer.
Oorspronkelijk wilde ik de scènes die zich aan het Oostfront afspelen weglaten omdat ik dacht dat het te veel zou worden, maar ik was bang dat mensen het verhaal dan konden gebruiken om te zeggen: “Duitsland heeft het ook zwaar gehad, kijk maar naar al die bombardementen, wij waren ook slachtoffers…” Daarom wilde ik laten zien dat die bombardementen een reactie waren op wat Duitsland daarvoor in andere landen had aangericht. Het leek me overigens lastig om te tekenen, al die uniformen en wapens, daarom had ik het tot het laatst bewaard. En juist toen ik eraan begon, viel Rusland Oekraïne binnen. Opnieuw oorlog in diezelfde regio, een cynisch toeval.

Mij is overigens weleens verweten dat de Holocaust niet zo’n grote plek inneemt in Columbusstraat. Natuurlijk is het onderdeel van het verhaal, maar ik moet wel trouw blijven aan de blik van mijn familie. Als zij ervoor kozen weg te kijken, moet ik dat ook laten zien.
Ik vind dat die banaliteit van het burgerlijke perspectief het boek juist zo relevant maakt. Hierover lees je niet zo vaak.
Het waren ook de alledaagse dingen die mij tijdens het onderzoek het meest opvielen. Düsseldorf was een van de meest gebombardeerde steden in Duitsland. Als je ziet hoe vaak het luchtalarm in die laatste maanden is afgegaan… En toch ging iedereen elke ochtend gewoon weer naar het werk. Dat is bijna niet te bevatten. Mensen stompen natuurlijk af, iedereen probeert zich door zo’n periode heen te worstelen. Je ziet dat momenteel ook weer in Oekraïne. Ik vraag me weleens af hoe veerkrachtig wij in zo’n situatie zouden zijn.
Welke boodschap wil je de lezer meegeven met Columbusstraat?
Een paar verschillende. Ik merk dat ik de oorlogen van de laatste jaren heel eng vind. Mijn dochter praat er liefst niet over en dat begrijp ik wel. Het is een crisis die heel dichtbij komt en daarvan moeten we ons bewust zijn.
Wat ik ook wil zeggen, is dat we niet zwart-wit moeten denken. De wereld van toen bestond niet alleen uit helden van het verzet, monsterlijke nazi’s en verachtelijke meelopers, het was allemaal veel diffuser en veranderde met de tijd. Zo waren er allerlei manieren waarop men klein verzet pleegde. ‘Het Verzet’, dat was maar een kleine groep. Drie mensen op de duizend, las ik laatst. Opkomen voor onze democratische waarden begint al met je uitspreken tegen dingen die niet in de haak zijn en dat kan iedereen.

De geschiedenis begint zich momenteel te herhalen. Mensen keren zich tegen elkaar, denken weer heel erg in groepen, ‘wij’ en ‘zij’. De antisemitische uitspraken van mijn opa hoor je ook vandaag de dag weer. Niet alleen over joden, ook over andere groepen in de samenleving, zoals migranten. Dat soort sentimenten zijn blijkbaar zo diepgeworteld dat ze heel makkelijk weer naar boven komen en dat baart me veel zorgen. Laatst werd er in het EU-parlement door de rechtse partijen gezamenlijk geroepen: “Send them back”, gericht tegen asielzoekers. Hoe empathieloos kun je zijn? Dan heb je je duidelijk nooit afgevraagd waarom die mensen überhaupt vluchten. Ik vond het een schande.
Ik begrijp niet waarom de overheid zich in dat soort gevallen niet duidelijker uitspreekt. Of steviger optreedt, zoals laatst toen er tijdens demonstraties tegen AZC’s geweld gebruikt werd. Of neem de verhalen van migrantengezinnen die keer op keer slachtoffer worden van vernielingen en intimidatie. Hoe kan het dat we daar als samenleving geen antwoord op hebben? Zowel in Duitsland als in Nederland hoor ik steeds vaker dat mensen teleurgesteld zijn in de voorzichtige, soms zelfs laffe houding van de overheid.
En wat ik tenslotte nog wil zeggen, heeft te maken met een zin die ik in mijn lezingen aanhaal, die zegt dat het grootste deel van de Wehrmachtsoldaten zo jong was dat ze in 1933, het jaar waarin Hitler Reichskanzler werd, nog niet stemgerechtigd waren. Veel mensen dachten toen: die schreeuwlelijk heeft mooie praatjes, maar eenmaal aan de macht komt er vast niets van terecht. Maar na drie, vier maanden was de democratie ontmanteld en werd stemmen afgeschaft. Het lot van die Wehrmachtsoldaten was op dat moment dus al bepaald en ze hebben er nooit iets over te zeggen gehad. Eberhard was er daar één van. Hij was geboren in 1921. Uit die lichting is 30% van de soldaten gesneuveld. Het grootste aantal slachtoffers van alle lichtingen. Wij mogen wel stemmen en we zijn vrij om te kiezen op wie, en ik vind het heel belangrijk dat we dat bewust doen. Je kiest niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. Jongeren erven de gevolgen van onze keuzes.

Duitse scholen besteden zeer uitgebreid aandacht aan WO2 en alle morele vragen die die periode opwerpt.
Dat leeft in Duitsland natuurlijk heel sterk. Onze generatie is niet schuldig aan het verleden, maar wel verantwoordelijk voor het heden en de toekomst. Wij mogen nooit meer zoveel ellende veroorzaken. Toch zijn er ook mensen die vinden dat het maar eens klaar moet zijn met al dat terugkijken.
Herdenken mag geen folklore of een moetje worden. Het heeft alleen zin als je er iets van leert, als je het voelt en begrijpt. Ik gaf een lezing in Oost-Duitsland en iemand gaf aan dat hij er niets mee kon, dat herdenken. Toen ik doorvroeg, ontdekte ik dat hij zich betutteld voelde: “Jij moet herdenken!” Dat is niet hoe ik het zie. Je moet die oorlog niet met je meezeulen, of er dagelijks mee bezig zijn, maar je moet wel weten wat er gebeurd is en je bewust zijn van de betekenis. Ik hoor dat sommige scholen door een overvol rooster minder aandacht aan dit onderwerp besteden en ik heb het idee dat we daar momenteel de gevolgen van zien.
Misschien moeten we de verhalen van toen wat vaker combineren met de verhalen van nu?
We moeten juist die connectie maken! En je kunt dat doen zonder de dingen met elkaar te vergelijken. De Holocaust was misschien ongeëvenaard in zijn omvang en uitwerking, maar slachtoffers van ander massageweld hebben natuurlijk net zo goed recht op erkenning, aandacht en hulp.

Verhalen over WO2 worden altijd verteld met de onderliggende boodschap dat we niet mogen vergeten. In Duitsland zegt men letterlijk “Nie wieder Krieg.” Als je om je heen kijkt, lijkt die doelstelling mislukt. Je noemde net al de oorlog in Oekraïne, maar we hebben natuurlijk ook de genocide in Gaza en daarin spelen Europese landen een actieve rol. Men blijft de regering-Netanyahu de hand boven het hoofd houden. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz is daarin zelfs zeer uitgesproken. Toch lijkt het tij te keren. Wat zal het met Duitsland doen, denk je, als het – ditmaal samen met andere westerse overheden – moet erkennen dat het zich opnieuw aan de verkeerde kant van de geschiedenis bevond, terwijl het zo hard zijn best heeft gedaan om dat te voorkomen?
Ik ben geen expert, het is super complex en ik doe mijn best de nuances te zien. Ik ben geen fan van Merz, het is verschrikkelijk wat deze regering doet, maar ik ben wel Duitser. Maakt dat me dan medeplichtig? Zo is het met elk land, ook met Israël. Wat de regering-Netanyahu doet is verschrikkelijk, maar er zijn ook Israëliërs en joden, in Israël zelf en elders, die zich er fel tegen verzetten. Het grote probleem is dat de extremisten het momenteel voor het zeggen hebben. De regering Netanyahu in Israël, Hamas in Palestina. Twee partijen die heel duidelijk geen verbinding willen zoeken. Zo komen we niet tot een dialoog, terwijl dat de enige manier is om hier weer uit te komen.
Tegelijkertijd begrijp ik die woede heel goed. Mensen worden gebombardeerd, je ziet hoe hele steden in de as worden gelegd. Maar ik begrijp ook de woede van de mensen die de video’s van 7 oktober hebben gezien, gemaakt door de moordenaars. Ik heb ze niet durven bekijken, maar een hoop mensen in Israël zijn door die video’s afgestapt van het idee van een dialoog. Zo gaat er door extremisme steeds meer nuance en bereidheid tot dialoog verloren en daar maak ik me veel zorgen om, want daarvan profiteren de verkeerde mensen.
Wat me opviel is dat de discussie rondom Gaza gelijk werd gereduceerd tot pro-Israël versus pro-Palestina, wat vervolgens weer verder werd gepolariseerd tot pro-genocide en pro-Hamas. Dat is een gevaarlijke verdraaiing van de feiten omdat het feitelijk gaat om mensen die vechten voor de rechten van één volk, versus mensen die humanitaire rechten bepleiten voor iedereen.

Daar sluit ik me helemaal bij aan. Hoe kan het dat je het zo belangrijk vindt dat je eigen volk goed behandeld wordt, als het je tegelijkertijd koud laat dat anderen zo slecht behandeld worden?! Hoe kunnen wij ons in Europa op de borst kloppen over onze normen en waarden, als we die elders met voeten treden?! Dat valt niet met elkaar te rijmen. Als je zo denkt, eigen volk eerst want anderen zijn minder waard, dan moet er een vorm van racisme achter steken. Ik kan het anders niet bevatten. Als je zo denkt, vind je altijd wel iemand anders die de schuld moet krijgen, zoals dat ook gebeurde in nazi-Duitsland. Daar was het hele systeem op ingesteld. Met die mentaliteit kom je al snel uit bij ultrarechtse clubs als de AfD en de huidige zogenaamde leider van de vrije wereld, die geven ook graag de schuld aan anderen.

Het grootste probleem is misschien wel dat onze hele westerse welvaart erop gebaseerd is dat anderen het slecht hebben. Buiten onze maatschappij, maar ook daarbinnen. Daarvan zijn wereldwijd heel veel voorbeelden te vinden. Het ultieme gevolg daarvan is geweld en ellende.
Heb je het idee dat Columbusstraat bijdraagt aan het zoeken naar de nuance en het aanzwengelen van de dialoog?
Ik hoop het. In mijn lezingen leg ik daar wel nadruk op. … Misschien ben ik wel zo met dit onderwerp bezig door mijn nieuwe boek, Al-Faẓia’. Wat ik van Akram (de hoofdpersoon. Red.) allemaal gehoord heb… Hij is een vluchteling uit Syrië, heeft allerlei shit meegemaakt tijdens het bewind van Assad, hij is gevangen genomen en werd gemarteld, maar daarna is hij naar Nederland gekomen om te studeren. Geen van zijn studiegenoten heeft gevraagd wat hij heeft meegemaakt. Terwijl iedereen weleens van Syrië heeft gehoord en weet wat daar is gebeurd. Blijkbaar is er geen interesse voor.
Er wordt weleens geklaagd dat er te veel verhalen over WO2 worden gemaakt. Als je op dit moment om je heen kijkt, is het duidelijk dat het eindeloos herhalen van ons eigen leed niet heeft geleid tot meer compassie voor andermans leed. Extreemrechts is nog altijd in opmars. Kunnen we onze aandacht niet beter richten op problemen in het heden? Of blijft omkijken naar WO2 relevant?
Oorlogsverhalen zijn er natuurlijk in vele soorten en maten. Aanvankelijk waren het vooral avonturen met onverschrokken helden en veel actie, maar na Maus groeide de ruimte voor serieuze verhalen. Tegenwoordig verschijnen er volgens mij vooral graphic novels. Eigenlijk maakt het niet uit of een verhaal gaat over WO2 of iets anders, als het maar gaat over de vraag hoe mensen in elkaar zitten. Ik denk dat er zoveel verhalen over WO2 worden gemaakt omdat het zo’n enorme Zivilisationsbruch was. Hoe konden van oorsprong beschaafde mensen in staat zijn tot zoiets extreems, een industrie van vernietiging? Mensen werden op de proef gesteld; ze moesten kleur bekennen.
Er was een tijd dat men ook in Duitsland vond dat het wel wat minder kon met al die aandacht voor WO2. Ik ben er eigenlijk voor om het aantal boeken uit te breiden. Als we compassie kunnen creëren met verhalen die dicht bij onszelf staan, wordt het een stuk eenvoudiger om compassie te vragen voor anderen. Zo is het mij ook vergaan met Al-Faẓia’ en het verhaal van Akram.
Ik wil niet alleen oude verhalen vertellen, maar ook verhalen die nu spelen en waar we tegenwoordig van wegkijken. We praten de laatste jaren de hele tijd over vluchtelingen, maar we praten nooit met hen. Toch is dat gewoon mogelijk. Ik heb dat met Akram gedaan, ook over hele heftige dingen. Dat kan natuurlijk niet met iedereen, veel vluchtelingen zijn getraumatiseerd. Gelukkig kun je je dankzij het verhaal van Akram voorstellen hoe het een hoop andere Syriërs ook moet zijn vergaan. Die interesse zal hopelijk helpen.
Eerlijk gezegd denk ik dat we beide nodig hebben: WO2-verhalen én moderne verhalen. Al was het maar omdat er nog steeds nieuwe feiten aan het licht komen en er steeds weer nieuwe invalshoeken worden gevonden. Er is immers niet één waarheid. En hoewel verreweg de meeste mensen geen oorlog meer willen, breken er desondanks steeds weer nieuwe uit: Joegoslavië, Oekraïne, Gaza… Het beëindigen van oorlog moet ons streven zijn, zelfs als dat niet lukt. Zodra we oorlog normaal gaan vinden, vindt er eigenlijk ook een soort Zivilisationsbruch plaats.







