In Nederland verschijnt Come Prima als laatste deel van Alfreds Italiaanse trilogie, maar inhoudelijk is het juist het hart. Het is het album waarmee je de andere twee, Senso en Maltempo, opnieuw leest. Het is de sleutel die Alfreds fascinatie met Italiaanse dorpen, familie‑schuld en vluchtgedrag ontgrendelt.
De drie one‑shots zijn los te lezen, maar verbinden zich rond dezelfde onderstroom. Ze tonen een Italië van zon, armoede en schuld, waar personages steeds opnieuw proberen hun leven te herbeginnen. In Frankrijk was Come Prima in 2013 de eerste confrontatie met die spanning. Een broederduo gaat al ruziënd op weg naar het platteland, met de urn van hun vader in de kofferbak. Onderweg breekt de rit open in herinneringen aan een fascistisch verleden en familietrauma.
Come Prima speelt zich begin jaren zestig af. De mislukte bokser Fabio wordt door zijn jongere broer Giovanni overgehaald om samen met de urn van hun overleden vader van Frankrijk terug te rijden naar hun geboortedorp in Italië. Onderweg, in een rammelende Fiat 500 vol ongemakkelijke stiltes, komen stap voor stap de breuken uit hun verleden naar boven. De charismatische maar afwezige vader, Fabio’s flirt met de fascistische zwarthemden, het moment waarop hij het dorp en zijn familie in de steek liet. Wat begint als een logistieke rit wordt zo een emotioneel uitgestelde confrontatie tussen twee mannen die moeten beslissen of ze elkaar en zichzelf nog een toekomst gunnen, of voorgoed blijven hangen in hun eigen versie van “zoals vroeger” (come prima).
De Nederlandse volgorde van uitgeven is net andersom. Hier kregen we eerst het verhaal over een intieme, nachtelijke ontmoeting in Senso, daarna de rauwe jeugdramp van Maltempo, en uiteindelijk het alom geprezen, Fauve d’Or‑winnende Come Prima als sluitstuk. Dat maakt van dit album een verrassend onthullende leeservaring. Het is de plek waar je ziet dat Germano, Mimmo en al die andere types eigenlijk een en dezelfde (figuurlijke) familie bemannen.
De delicate kracht van Come Prima ligt in het duo Fabio en Giovanni, de broers die met een Fiat 500 naar hun vaderland rijden, maar eigenlijk telkens de weg naar zichzelf missen. Fabio is de rusteloze, de vechter die zich in zijn jeugd bij de fascistische “zwarthemden” aansloot. Inmiddels is hij verworden tot een kleine oplichter zonder morele houvast. Giovanni is de achterblijver, de man die nooit echt wegging, maar nu wanhopig probeert de broer te vinden en te grijpen.
Vanuit Maltempo gelezen, waar Alfred de tiener Mimmo volgt in een arm kustdorp, die droomt van een muzikale tv‑show maar worstelt met werkloosheid en extreemrechts, klinkt Fabio’s geschiedenis als een eerder verhaalde toekomst. Mimmo gelooft nog in “een deur naar elders”, terwijl Fabio laat zien waar zo’n illusionaire ontsnapping op uitdraait. Naar een man die zijn roots verloochent, maar nergens ooit echt thuiskomt. Dat maakt Come Prima tot de morele kern van de trilogie. Hier wordt de vraag benatwoord die in de andere twee omcirkeld wordt: hoeveel eigen verantwoordelijkheid neem je voor keuzes die je als jongen in een politiek vergiftigde context maakte?
Alfreds grootste vondst in Come Prima is niet zozeer het verhaal, maar de manier waarop hij herinneren visueel uitknipt. Bepaalde flashbacks keren meerdere keren terug in bijna identieke panelreeksen, steeds in een beperkt drie‑kleurenpalet, alsof een vastgelopen film elke keer een paar extra beelden doorspoelt. Het effect is ontnuchterend. De eerste keer leek het verleden nog redelijk hanteerbaar, de tweede keer komt er een scherpe zoom, de derde keer een extra luide, zuiverder lijn. Door de herhalende flashbacks telkens wat uit te vergroten, dwingt Alfred je om dingen te zien die niet in die nette herinnering passen: lafheid, egoïsme, machtsmisbruik, schuld. De comfortabele afgeronde vertelling over “hoe het vroeger was” breekt open. .
Tegelijk valt de verrassend lichte, zonnige kleur van Come Prima op, alsof Alfred de verwachting van een donker, zwaar politiek drama bewust ontwijkt. Het Italiaanse landschap gloeit van warme okers, lichtblauw en stoffige tinten. Alleen in de Fiat en in de herinneringen wordt het benauwd en strak. In de trilogie zie je hoe zijn tekenstijl zich zichtbaar ontwikkelt. In Come Prima werkt hij nog met twee registers. Een realistische volle lijn in de scènes van de roadtrip, tegenover ruwe, driekleurige beelden in de herinneringen. In Senso en Maltempo wordt die lijn strakker, verfijnder en uitgesproken ritmisch. Hier herken je hoe Alfred zijn losse, therapeutische schetsboekstijl omzet in de vloeiende, muzikaal zwaaiende beeldtaal van de twee volgende boeken.
Met Come Prima krijgen Nederlandstalige lezers niet alleen een laat vertaald prijsbeest in handen, maar vooral de sleutel tot een zorgvuldig gecomponeerd drieluik. Alfred vertelt een ogenschijnlijk klassieke roadtrip tussen broers, maar gebruikt kleur, kadrering en repetitie om laag voor laag een familie‑ en landsverleden af te pellen. Wie de eerdere boeken al las zal na dit boek de hele trilogie anders bekijken. Wie hier begint, ontdekt een graphic novel die zowel filmisch meeslepend als moreel weerbarstig is. Gelukkig voor hen zijn de andere twee (vooralsnog) ook nog gewoon verkrijgbaar.
Alfred – Come Prima. Lauwert. 224 pagina’s hardcover. €36,95






