Klassieke verhalen worden telkens opnieuw verteld – ook in strips – en blijven daardoor fris. Maar wat maakt deze verhalen zo bijzonder? En hoe veranderen ze door de tijd? In Classic to Graphics gaat Bart van der Steen op onderzoek uit. In de eerste aflevering van onze zomerserie bespreekt hij de stripwereld van Sherlock Holmes.
Als ik ooit de kans zou krijgen om mijn eigen concept store te beginnen, dan zou ik die wijden aan Sherlock Holmes-stripboeken. Want geloof het of niet: er zijn inmiddels genoeg titels om een hele winkel mee te vullen. Van Sherlock Bones tot A Study in Emerald – de lijst met Holmes-comics is eindeloos. Wat is toch het geheim achter het succes van Sherlock Holmes? En hoe vertaalt die populariteit zich naar strips en graphic novels? Tijd voor een deep dive in de wereld van Sherlock strips.
Arthur Conan Doyle publiceerde zijn eerste Holmes-novelle in 1886. Al snel doorbrak Holmes de grenzen van de literatuur en inmiddels noemt het Guinness Book of Records hem het personage dat het meest is overgelopen naar andere formats – van toneelstukken en tv-series tot films en natuurlijk stripboeken.
Vanaf het begin hebben visuele kunstenaars een enorme rol gespeeld in Holmes’ succes. Illustrator Sidney Paget gaf hem z’n iconische pet en cape, en acteur William Gillette voegde daar de kenmerkende gebogen pijp aan toe. Samen legden ze de basis voor het beeld van Holmes zoals we dat vandaag kennen.
Inmiddels bestaat er een enorme hoeveelheid Sherlock Holmes-strips. Verschillende blogs hebben geprobeerd een overzicht te maken, maar een complete lijst samenstellen lijkt haast onmogelijk. Niet alleen zijn er enorm veel titels, ze beslaan ook een enorme variatie aan stijlen en genres. Van serieuze historische interpretaties tot satirische heruitvindingen – de mogelijkheden om iets nieuws te doen met dit allesbehalve nieuwe personage lijken eindeloos. Maar waarom is Sherlock Holmes eigenlijk nog steeds zo populair?
Het origineel van Conan Doyle
Toen ik tien jaar geleden begon met het lezen van Sherlock Holmes, was het onmogelijk om die boeken neutraal te benaderen. De hedendaagse popcultuur is verzadigd met Sherlock Holmes-films en tv-series, die allemaal op hun eigen manier teruggrijpen op de originele verhalen. Terwijl ik Conan Doyles verhalen las, werd ik continu herinnerd aan latere interpretaties. Daardoor was het lastig om Conan Doyle op zijn eigen merites te waarderen.
Toch heeft Doyle een fictieve wereld gecreëerd die zich perfect leent voor toneel, hoorspelen, films en tv. De souplesse waarmee Holmes tussen verschillende media beweegt, helpt te verklaren waarom hij zo succesvol werd. Maar welke elementen uit die verhalen spreken dan zo tot de verbeelding? Wat maakt dat andere makers telkens hun eigen draai aan het karakter willen geven?
Ten eerste was Conan Doyle een meester in dialogen. Ook al zei Sherlock Holmes nooit letterlijk: ‘Elementary, my dear Watson’, een groot deel van de aantrekkingskracht zit in de dynamiek tussen Watson en Holmes. Geen enkele andere detective zou zoiets zeggen als: ‘Once you eliminate the impossible, whatever remains, no matter how improbable, must be the truth.’
Ten tweede zit er een speels meta-niveau in de verhalen, doordat Watson de verteller is. Holmes ziet dingen die Watson compleet ontgaan, maar die Watson dan later tóch beschrijft – en dat roept de vraag op hoe betrouwbaar Watson nu eigenlijk is. Het wordt nog interessanter als Watson zelf toegeeft dat hij bepaalde dingen voor zich houdt, of wanneer hij verwijst naar zaken die Holmes heeft opgelost zonder dat hij erbij was. Als lezer kun je Watson dus niet zomaar op z’n woord geloven; je moet actief meedenken. Zo nodigt Conan Doyle je eigenlijk uit om zélf de Sherlock Holmes van het verhaal te worden.
En dan zijn er natuurlijk nog de bizarre onthullingen. Latere detectiveschrijvers zoals Agatha Christie en Ellery Queen speelden een ander spel met hun lezers. Zij gaven de lezer alle info die zij nodig had om het mysterie zélf op te lossen. Maar bij Conan Doyle werkt dat anders. Hoewel Holmes zijn methodes vaak ‘wetenschappelijk’ noemt (‘eliminate the impossible’), krijgt de lezer meestal niet de kans om zelf het raadsel op te lossen.
In plaats daarvan komt Holmes aan het eind met een onthulling die gebaseerd is op info die tot dan toe werd achtergehouden. De ‘wow’-factor zit ’m dus niet in het moment waarop de puzzelstukjes in elkaar vallen, maar in het moment waarop Holmes ineens een heel nieuw plaatje laat zien.
Van Victoriaans Engeland tot wereldwijd icoon
Hoewel Sherlock Holmes werd bedacht in het Engeland van de late negentiende eeuw, is zijn populariteit in de loop der tijd flink gegroeid én geglobaliseerd. Holmes speelt de hoofdrol in populaire Britse tv-series, Hollywoodfilms en zelfs Japanse manga. Hij is vandaag de dag net zo geliefd in de VS als hij ooit was in communistisch Joegoslavië. Hoe valt dat te verklaren?
Zoals eerder gezegd: een deel van de verklaring zit in de wereld die Conan Doyle wist te creëren. Zijn verhalen werken dankzij de scherpe dialogen, het perspectief van Watson als verteller en de bizarre plot twists. Maar ze werken óók in andere vormen, zoals films en strips.
Naarmate Conan Doyle werd gepusht om steeds meer Holmes-verhalen te schrijven, kregen de avonturen een bijna vaste formule: bepaalde elementen moesten simpelweg terugkomen. Juist dat maakte de verhalen makkelijk te vertalen naar andere media zoals hoorspelen, tv-series en comics. Snedige dialogen, onbetrouwbare vertellers, slimme plots en verrassende onthullingen doen het gewoon goed – of dat nu op papier, op het podium of op het scherm is. En laat dat nu precies zijn waar Hollywood op floreert.
Voor makers zit er ook extra aantrekkingskracht in het feit dat het publiek de wereld van Holmes al zó goed kent. Dat biedt de keuze: speel je in op wat mensen verwachten, of gooi je juist alles omver? Hervertellingen van Sherlock Holmes spelen continu een spel met het publiek, door te switchen tussen wat je denkt te weten en wat nog onbekend is binnen de Holmes-canon.
Maar de wereldwijde en blijvende populariteit van Holmes valt niet alleen te verklaren door de slimme verhaalelementen of het feit dat ze makkelijk vertaalbaar zijn naar andere media. Dat Holmes net zo goed werkte in hedendaags Amerika als in communistisch Joegoslavië, heeft óók te maken met de manier waarop Conan Doyle misdaad wist te ‘depolitiseren’.
Holmes wist veel – maar wilde vooral níet alles weten
Watson ontdekte al vroeg in hun vriendschap een essentieel feit over Sherlock Holmes: ‘Zijn onwetendheid was net zo opvallend als zijn kennis.’ Hoewel Holmes ongeëvenaard is in het oplossen van misdaden, interesseert hij zich nauwelijks voor andere zaken. Volgens Watson wist hij ‘bijna niets’ over moderne literatuur, filosofie of politiek.
Toen Watson hem hiermee confronteerde, legde Holmes uit dat hij het menselijk brein zag als een ‘kleine kamer’ met een beperkte opslagcapaciteit. ‘Voor elk nieuw feitje dat je toevoegt, vergeet je een ander.’ Dus: om effectief te blijven als detective, mag zijn hoofd niet vol raken met nutteloze feiten. En onder ‘nutteloze feiten’ verstaat hij dus (onder andere) literatuur, filosofie en politiek.
Voor iemand die zo goed is in het oplossen van misdaad, weet Holmes opvallend weinig (en geeft hij ook niets om) de maatschappelijke oorzaken van criminaliteit. In de wereld van Holmes is misdaad los geschakeld van haar sociale of politieke context. En misschien zit daar wel een deel van zijn blijvende succes.
In zijn Sociale geschiedenis van de misdaadroman (1987) stelde Ernest Mandel dat Sherlock Holmes zo populair werd omdat hij perfect past bij het wereldbeeld van de hogere klassen. Holmes is onafhankelijk en zelfvoorzienend – hij lost misdaden op omdat hij dat wil, niet omdat hij ervan moet leven. Hij gebruikt wetenschap en logica, maar op een virtuoze manier, niet volgens de vaste volgorde en regels van de politie. Zijn tegenstanders zijn bijna allemaal briljante gentlemen-criminelen, waardoor misdaad oplossen eerder een intellectueel spelletje is dan iets anders. Hij hoeft zijn handen nauwelijks vuil te maken.
En dan zijn er nog de criminelen zelf: bizarre, bijna karikaturale figuren zoals Moriarty (de professor van de misdaad), de Red-Headed League of de Molly Maguires. In de wereld van Conan Doyle zijn criminelen abnormaal, gek of kwaadaardig. Vragen over de maatschappelijke oorzaken van criminaliteit worden handig vermeden. Kortom, Engeland (of waar het verhaal zich ook afspeelt) zou een vredige plek zijn – als er maar geen boeven waren.
Misschien is dát de reden waarom Holmes nog steeds zo populair is. Een mooi voorbeeld van hoe ‘apolitiek’ de verhalen zijn: niet zo lang geleden werd de BBC’s Sherlock-serie vertoond op een filmfestival in Noord-Korea als onderdeel van een diplomatieke goodwill-missie.
Vier typen Sherlock Holmes-strips
Veel mensen kennen Sherlock Holmes van films of series, maar (strip)tekenaars hebben een minstens zo grote rol gespeeld in het ontstaan én voortbestaan van het Holmes-universum. Na Sidney Paget hebben talloze tekenaars bijgedragen aan de steeds rijkere wereld van Holmes. Stripauteurs lieten ook zien op hoeveel verschillende manieren je een Sherlock-verhaal kunt vertellen. Grofweg kunnen we deze Holmes-hervertellingen opdelen in vier subgenres.
1. De klassieke hervertelling
De oudste vorm is de ‘klassieke’ Sherlock. In dit genre blijven makers zo dicht mogelijk bij de originele verhalen van Conan Doyle. Holmes en Watson leven in het Engeland van de negentiende eeuw en lossen misdaden op zoals Doyle ze ooit opschreef. De kracht van deze versies zit in hun trouw aan het origineel, maar ook in het vermogen van stripmakers om de verhalen in een vlottere, visueel aantrekkelijke stijl te gieten die goed aansluit bij de moderne lezer.
Een prachtig recent voorbeeld is de stripbewerking van de vier originele Holmes-romans door Ian Edginton en I.N.J. Culbard. Ze behouden de negentiende-eeuwse sfeer, maar brengen de verhalen terug tot hun essentie. Alles wordt in een strak tempo verteld, met een tekenstijl die slim schakelt tussen realistisch en cartoonesk. Zo blijven zowel de spanning als de humor van Conan Doyle bewaard. Culbard slaagt er bovendien in om de dynamiek tussen Holmes en Watson niet in woorden, maar in blikken en houdingen over te brengen – de spanning en het wederzijdse respect spat van de pagina’s.
2. Holmes ontmoet andere iconen
Een tweede genre – al snel razend populair – plaatst Sherlock naast of tegenover andere historische of fictieve figuren. Denk aan Dracula, Frankenstein of Harry Houdini. Een bekend voorbeeld is A Study in Emerald van Neil Gaiman. Gaiman situeert Holmes in het universum van H.P. Lovecraft in een verhaal waarvan de rillingen over je lijf lopen. Niet alleen mengt Gaiman het detective-genre met horror, ook gebruikt Gaiman het verhaal om het conservatieve karakter van het detective-verhaal te benadrukken – net zoals Mandel al eerder deed.
Want voor wie werkt Holmes nu eigenlijk? Wat als hij niet king en country dient, maar juist optreedt als beschermer van de orde van ‘Great Old Ones’? Zijn verhaal wordt zo een slimme kritiek op het apolitieke karakter van de originele Holmes-verhalen.
3. Holmes in het heden
Het derde genre verplaatst Sherlock naar het nu. Denk daarbij aan de populaire BBC-serie met Benedict Cumberbatch en Martin Freeman, of Elementary van CBS. Ook in stripvorm is dit genre succesvol, zoals blijkt uit Watson and Holmes van Bollers en Leonardi. Maar Bollers en Leonardi gaan een stap verder: zij verplaatsen Holmes en Watson naar Harlem en maken van hen twee Afro-Amerikaanse hoofdrolspelers. Ze volgen de klassieke Holmes-formule, maar gebruiken het verhaal ook om thema’s als racisme, stedelijk verval en criminaliteit aan de kaak te stellen. Kortom, een moderne twist met inhoud.
4. Satire en parodie
Tot slot zijn er nog de satire en parodie – en dat begon verrassend genoeg bij Conan Doyle zelf. Conan Doyle schreef weliswaar drie Holmes-parodieën, maar toen schrijver Maurice Leblanc een verhaal schreef over Arsène Lupin die Holmes te slim af was, was de grap voorbij en dreigde Conan Doyle met een rechtszaak.
Als reactie hernoemde Leblanc de tegenstander van Lupin tot ‘Herlock Sholmes’. En zo begon een traditie van humoristische Holmes-alterego’s – denk aan stripfiguren als Sherlock Bones.
Een bijzondere Holmes-parodie komt uit Joegoslavië: de Herlock Sholmes-strips van tekenaar Julio Radilovic (‘Jules’) en scenarist Zvonimir Furtiner. Het duo maakte furore in de jaren 70 met hun strips over Joegoslavische partizanen in WOII. Maar vóór die tijd creëerden ze Herlock Sholmes: een onhandige detective die misdaden oplost – niet dankzij, maar ondanks zichzelf. Deze verhalen werkten over grenzen en ideologieën heen, precies zoals de originele Sherlock dat ook deed. En ook zij worden opnieuw heruitgegeven – recent nog in het Duits en Nederlands.
Sherlock-strips die buiten de lijntjes kleuren
Met Sherlock Holmes creëerde Conan Doyle een karakter dat eindeloos opnieuw kan worden uitgevonden. Lezers en kijkers kunnen eindeloos vergelijken welke versie van Holmes hun favoriet is, terwijl makers alle vrijheid hebben om hun eigen draai te geven aan een inmiddels tijdloos figuur.
Grofweg zijn er vier typen Sherlock Holmes-verhalen en de wereld van Sherlock-strips omvat al deze varianten. Maar strips hebben één voordeel tegenover films en tv-series: doordat ze minder kosten om te maken, is er meer ruimte voor experiment en creativiteit. Stripmakers hoeven geen miljoenen aan kaartverkoop binnen te halen en kunnen dus lekker buiten de lijntjes kleuren.
En dat loont! Terwijl de film Holmes & Watson (2018) flopte in de bioscoop, ligt inmiddels deel 4 van Jules en Furtiner’s Herlock Sholmes gewoon in de winkel. A Study in Emerald van Neil Gaiman blijft je achtervolgen, en Watson and Holmes van Bollers en Leonardi houden ons een spiegel voor: wat zeggen de hedendaagse, ‘apolitieke’ Holmes-versies (zoals die van Cumberbatch of Elementary) eigenlijk over onze tijd?
Conan Doyle zelf mag dan wat in de vergetelheid raken, zijn creatie leeft als nooit tevoren. En als je écht van Sherlock Holmes houdt? Dan moet je zeker eens een stripwinkel binnenlopen.






