Artikelen

Lusten leerkrachten strips en graphic novels?

Aan dit artikel werkten mee: Eva Van de Wiele, Hannah Van Gampelaere en Megan Vansevenant (UGent)


Wereldwijd hebben 15-jarigen het moeilijk met begrijpend lezen. Dat blijkt althans uit de PISA-testen van 20221 in de 38 OESO-landen. Een van de sleutels om de leesvaardigheid van jongeren te verbeteren, is, volgens velen, leesbevordering. Stichting Lezen in Nederland en Iedereen leest en het Leesoffensief in Vlaanderen, zijn voorbeelden van initiatieven die jong en oud stimuleren om (meer) te lezen. Want 1 op 4 Vlaamse 14 tot 17-jarigen zou nooit een boek of strip lezen volgens het Jeugdonderzoeksplatform. Charlotte Van Hacht onderzocht al in 2019 voor Stripgids waarom jongeren geen strips meer lusten (in 2023 ook door 9e Kunst gepubliceerd). Ze tekende op dat jongeren niet alleen vaker games spelen en sociale media gebruiken dan boeken lezen, maar dat jongeren ook simpelweg meer te kiezen hebben als tijdverdrijf dan kinderen tot 12 jaar. Bovendien willen ze hun zakgeld liever uitgeven aan andere zaken dan dure graphic novels.

Wat kan de ontlezing van (pre)pubers dan tegengaan? Zowel onderzoekers2 als strippromotoren3 zien een rol weggelegd voor ouders met goed gevulde boekenkasten en leerkrachten met enthousiasme en kennis over boeken en strips om het tij te keren. Onderzoekers en stripfanaten blijven daarbij niet bij theoretische inzichten, maar reiken praktische tools aan, van leeslijsten en lesbrieven, tot webinars en opleidingen.4

Onderzoek

Hoewel de strip een gevestigde waarde is in het Vlaamse culturele landschap, werd er nog maar weinig onderzoek gedaan naar hoe Vlaamse taalleerkrachten tegenover het gebruik van strips en grafische romans staan. Om die leemte te vullen en dieper inzicht te krijgen in de lespraktijk in Vlaanderen, onderzochten masterstudenten Megan Vansevenant en Hannah Van Gampelaere onder begeleiding van Eva Van de Wiele de persoonlijke en pedagogische percepties van taalleerkrachten. De centrale vraag van het onderzoek aan UGent was hoe Vlaamse leerkrachten in het secundair onderwijs aankijken tegen grafische romans met het oog op leesbevordering.

Zowel onderzoekers als strippromotoren zien een rol weggelegd voor ouders met goed gevulde boekenkasten en leerkrachten met enthousiasme en kennis over boeken en strips om het tij te keren.

Vansevenant en Van Gampelaere ontwikkelden een kwantitatieve survey en stuurden die uit naar 997 Vlaamse secundaire scholen. De enquête brengt in kaart wat het profiel is van leerkrachten die regelmatig grafische romans in hun lessen integreren, en of er een verband is tussen de persoonlijke leesvoorkeuren van leerkrachten en het leesmateriaal dat ze gebruiken in hun lespraktijk. Ook achterhaalden ze wat de beweegredenen en leerdoelen zijn om strips al dan niet te gebruiken en of leerkrachten positieve effecten ondervinden bij het gebruik van het medium in de klas. Uiteindelijk beantwoordden 40 Vlaamse docenten de enquête. 30 onder hen stonden ervoor open om hun bevindingen te delen met anderen. We vatten hieronder de resultaten van de bevraging samen, maar hopen deze verder te verspreiden om beter en breder zicht te krijgen op de aanwezigheid van strips in het Vlaams en Nederlands voortgezet onderwijs.

Doe mee!
We zijn altijd blij met meer participatie. Bent u een Vlaamse docent die strips of grafische romans gebruikt in de klas en hebt u de enquête nog niet ingestuurd, scan dan de QR-code en doe mee:

 

Resultaten

Het blijkt dat de meerderheid van de leerkrachten over het algemeen positief staat tegenover strips en grafische romans en het gebruik ervan in de klas. 73,3% van de leerkrachten leest regelmatig strips in de vrije tijd, onafhankelijk van hun leeftijd. Dit is een relatief grote toename in vergelijking met onderzoek van Heleen Rijckaert van tien jaar geleden.5 Alle leeftijdscategorieën stonden bovendien positief tegenover het gebruik van de grafische roman in de klaspraktijk en de meesten pasten het medium ook effectief toe, zelfs wanneer er geen strips in het handboek werden genoemd.

De respondenten gaven aan het medium vooral in te zetten om de leesmotivatie van de leerlingen te verhogen, of om complexe literatuur behapbaar te maken. Dit bevestigt de gangbare perceptie van grafische romans als boeiende, toegankelijke teksten die een breed scala aan lezers kan vermaken. Toch is het belangrijk dat de leerkrachten door die twee doelen niet in de valkuil vallen om de grafische roman slechts te zien als een opstapje voor moeizame lezers naar ‘echte’ literatuur, zoals romans.

Hiernaast werden grafische romans vooral gebruikt bij literaire analyse, of om de vorm en conventies van het medium zelf te verkennen. Dit toont aan dat de leerkrachten niet alleen de grafische roman zien als een volwaardig literair werk, maar ook enige kennis bezitten over het medium om die doelen tot een goed einde te brengen.

Dit bevestigt de gangbare perceptie van grafische romans als boeiende, toegankelijke teksten die een breed scala aan lezers kan vermaken.

De frequentie van het gebruik van grafische romans in de les was wel relatief laag, met het grootste deel van onze respondenten die de grafische roman slechts één keer per maand inzette. Een derde van onze participanten wees op enige onbekendheid met en gebrek aan kennis over de grafische roman.

Ondanks het laagfrequent gebruik van het medium in de les, waren de respondenten wel voorzichtig positief over de voordelen van grafische romans bij het ontwikkelen van vaardigheden. Een kleine meerderheid van de leerkrachten meende dat het medium ervoor kan zorgen dat leerlingen meer motivatie hadden in de les. Wanneer het specifiek over begrijpend lezen ging, gaf een kleine minderheid aan dat het medium ook hier nuttig kon zijn.

Conclusie

We stellen vast dat er zeker nog kan ingezet worden op verdere beleidsmatige steun en begeleiding om het gebruik van grafische romans in de taalklassen in Vlaanderen te ondersteunen. Zo zouden universiteitsopleidingen als Educatieve Masters en professionaliseringsworkshops voor leerkrachten meer kunnen inzetten op het gebruik van grafische romans in de klaspraktijk. Bovendien zou het handig zijn voor veel leerkrachten om toegankelijke bronnen te verkrijgen over het medium, aangezien veel leerkrachten weinig tijd hebben om naast hun lespraktijk aan wetenschappelijk onderzoek te doen of kraaknieuwe lessen te maken.

 


1. Zie voor meer informatie Report of PISA 2022 study outlines worsening educational performance and deeper inequality en The twin challenge of equity and excellence in basic skills in the EU. An EU comparative analysis of the PISA 2022 results.

2. Van Hacht verwees al naar de onderzoeken van Jan Van Coillie en Mariet Raedts (Zijn Digikids Nog Boekenbeesten? Stichting Lezen, 2014), en internationaal verschenen ontelbare boeken over strips en onderwijs (bv. Susan Kirtley. With Great Power Comes Great Pedagogy. University Press of Mississippi, 2020; Robert Aman & Lars Wallner. Teaching, Learning and Comics in Primary and Secondary Education, Palgrave Macmillan, 2022; Jason DeHart. Exploring Comics and Graphic Novels in the Classroom. IGI Global, 2023.)

3. Voorbeelden zijn Margreet de Heer, Nederlands eerste Stripmaker der Nederlanden (vh. Stripmaker des Vaderlands), Graphic Novels voor de Leeslijst, en Roel Daenen, oud-redacteur van het Vlaams magazine Stripgids: Strips worden nog te vaak behandeld als bastaardkind van de literatuur en de beeldende kunsten.

4. Zoals Strips en beeldromans in de taalles en Graphic novel – concrete opdrachten.

5. In 2014 onderzocht Heleen Rijckaert onderzocht aan de Universiteit Gent de attitudes van Vlaamse leerkrachten tegenover grafische romans, waarbij 54,7% van de leerkrachten aangaf dat ze nog nooit een grafische roman hadden gelezen en 22,3% niet bekend waren met het medium.