Quadrantino
Dossiers

COMICS-project UGent: Kinderen en strips cultuur-historisch in kaart gebracht

Het stripmedium is volwassen geworden, lezen we de laatste jaren. De toenemende zichtbaarheid van graphic novels, alternatieve en andere, zeg maar, niet-traditionele strips lijkt dit te bevestigen. Die volwassenwording ging hand in hand met de legitimering van het medium, maar is ook een gevolg van onze nostalgische herinneringen aan de strips die we lazen als kind. Graphic novels delen nu de boekenplanken met romans, strips zijn musea binnengeslopen en voor originele platen telt men grote sommen neer in kunstgalerijen. Graphic novels (in tegenstelling tot ‘traditionele’ strips) staan zij aan zij met de klassiekers op leeslijsten, van het middelbaar onderwijs tot de universiteit.

Terwijl deze ontwikkelingen zeker belangrijk zijn om het stripmedium algemeen bespreek- en zichtbaarder te maken, heeft deze evolutie ook een keerzijde. De academische comics studies focussen immers (te) vaak op de literaire en artistieke verdiensten van met name die graphic novels, die ze dan becommentariëren met het jargon en de benaderingen uit studies over de gevestigde kunsten. Door deze tendens raken de vele, vaak complexe connecties tussen kinderen en strips ondergesneeuwd en verdwijnen minder ‘hippe’ strips uit beeld, vooral oudere strips en magazines met onbekende artiesten en auteurs die geen cultstatus bereikten en dus niet heruitgegeven werden noch bewaard in boekvorm. De vragen die dit dossier zal proberen te beantwoorden, zijn:

Welke kinderrollen zien we terug in verschillende soorten beeldverhalen, zoals strips, magazines en graphic novels? In welke mate zijn deze rollen specifiek voor kinderen en strips? En wat is het belang van die rollen?

Onder meer deze vragen vormen de kern van het COMICS-project (2018-2023) aan de Universiteit Gent. Dankzij een European Research Grant bouwt het project aan een interculturele stripgeschiedenis door kinderstripmagazines onder de loep te nemen uit de eerste helft van de vorige eeuw en uit verschillende Europese landen: het Verenigd Koninkrijk, België, Frankrijk, Spanje en Italië. Het project probeert daarbij de banden tussen strips en het kind-zijn in al zijn facetten (kinderlijke stijlen, opvattingen, verwachtingen van kinderen … ) te problematiseren en te herdenken.

Als onderzoekers van het COMICS-project[1] delen we, op driemaandelijkse basis, op de 9e Kunst onze meest fascinerende inzichten in de connecties tussen kinderen en strips. Thema’s die we behandelen, zijn onder meer de relaties tussen kinderpersonages en dieren, vergeten jonge striphelden, kinderstripmagazines, het gebruik van kinderlijke (teken)stijlen in strips en de impliciete lezer.

 

Het COMICS-project op de website van UGent.


[1] Maaheen Ahmed, Benoît Crucifix, Michel De Dobbeleer, Benoît Glaude, Dona Pursall, Eva Van de Wiele.

 


Artikelen in dit Dossier

De geboorte van de kinderstrip: toen schattig nog geen mode was

De geboorte van de kinderstrip: toen schattig nog geen mode was

Wie de evolutie van Mickey Mouse bekijkt, heeft het algauw begrepen: één van de meest opvallende eigenschappen van strippersonages in de twintigste eeuw is hun “drift toward cuteness” aldus Thierry Smolderen. We kirren bij het zien van gekuilde knietjes en ronde gelaatstrekken met wijde ogen, klare blikken en smetteloze velletjes, terwijl één woord resoneert in ...
Stoppeltje: grote vragen zijn niet voorbehouden aan grote lezers

Stoppeltje: grote vragen zijn niet voorbehouden aan grote lezers

Kan een auteur zich artistiek en politiek engageren in een commerciële strip voor jonge kinderen? ‘Zonder enige twijfel’, is het antwoord van de Belgische striptekenaar Pierre Bailly. Zijn serie Stoppeltje, op basis van scenario’s van zijn levenspartner Céline Fraipont, is niet minder militant dan zijn werk voor lezers met meer jaren op de teller. Toch ...