Artikelen

De normalisatie van door AI gegenereerd beeld

Eind 2024 schreef ik voor 9e kunst voor het eerst over AI. Inmiddels zijn we ruim een jaar verder en lijkt de devaluatie van door mensen gemaakt beeld onverminderd door te zetten. Hoogste tijd dus voor een update. Hoe staat het er nu voor met generatieve AI, en specifiek het gebruik in strip, animatie en illustratie?

Laten we om te beginnen eerst eens kijken naar breder gebruik van generatieve AI op het internet en in de media. Daar lijkt het op het eerste gezicht niet al te best: meer dan twintig procent van de video’s die YouTube aan nieuwe gebruikers toont, is gegenereerd door AI. Op Tiktok is dit zelfs zestig procent. In populaire satirische programma’s als Even tot Hier en LUBACH duiken met AI gemaakte filmpjes en afbeeldingen steeds vaker op, waardoor je je overigens kunt afvragen of het voor deze programma’s nog wel echt mogelijk is om een kritisch item over bijvoorbeeld een nieuw datacenter te maken. In de afgelopen Nederlandse verkiezingscampagne gebruikte vrijwel iedere politieke partij door AI gegenereerd beeld. Onderzoekers van campaigntracker.nl telden 231 door AI-gegenereerde berichten, waarvan overigens bijna de helft van de PVV afkomstig was. Die laatste partij maakte het onlangs wel heel bont, toen de Brabantse afdeling een tekening van rechtbanktekenaar Petra Urban bewerkte. Zij beeldde twee Syrische broers in de rechtszaal af. De PVV gebruikte vervolgens AI om de tekening zonder toestemming aan te passen, waardoor de broers bozer keken. Vervolgens deelden ze deze ‘nieuwe’ versie op sociale media. De Nederlandse Vereniging voor Journalisten spande een zaak aan en won die.

Een tegenbeweging

Tegelijkertijd is er een steeds sterker tegengeluid te horen. AI is sowieso al ongekend impopulair, en bij een groot deel van de creatieve sector is het inmiddels een gehate en besmette term. Dat heeft allerlei redenen: banen die verdwijnen, impact op natuur en milieu, bouw van enorme, energieslurpende datacenters en – voor creatieven misschien nog wel het belangrijkste – schending van het auteursrecht op ongekende schaal. Vaak is daarom alleen het noemen van AI al genoeg om mensen te laten koken van woede. Een opvallende uiting daarvan vond afgelopen week plaats tijdens de première van Danse Macabre, een nieuwe korte animatiefilm van Hisko Hulsing, een Nederlandse schilder en animator die eerder voor onder andere Amazon en Netflix werkte. Tijdens het Annecy International Animation Film Festival werd deze première verstoord door een groep toeschouwers die protesteerde tegen het gebruik van AI-productietechnieken. Kort voor de première plaatsten de makers van Danse Macabre een behind-the-scenes-video op youtube, waarin Hisko Hulsing  vertelt over de vele innovatieve technieken die bij het maken gebruikt zijn, waaronder generatieve AI.

De filmposter van Danse Macabre een film van Hisko Hulsing

Kort samengevat: Hisko Hulsing maakte voor de film tachtig traditionele olieverfschilderijen, die daarna samen met veel meer van zijn werk werden gebruikt als AI-trainingsdata, om zo het schilderachtige van de olieverf en zijn toets te kunnen recreëren als een laag over de animatie. AI creëerde dus niet de animatie zelf, dat deed een team van maar liefst tachtig animatoren. Van AI slop is hier dus geen sprake. Toch kan je nog altijd terechte kritiek hebben over de inzet  van AI. Voor Danse Macabre werd onder andere gebruik gemaakt van Stable Diffusion, generatieve AI getraind op basis van ontelbare, zonder toestemming van de makers van het internet geplukte afbeeldingen. Comfy UI werd ook gebruikt, AI software die zo ontworpen is dat integratie met ChatGPT en vergelijkbare Large Language Models eenvoudig is. Precies het soort generatieve AI waarmee auteursrechten op ongekende schaal zijn geschonden. Het is verdedigbaar dat een productie als Danse Macabre deze schending van het copyright daarom toch enigszins legitimeert, zelfs al gebruikt het alleen eigen trainingsdata. Om die kritiek dan af te doen als ‘een heksenjacht’, zoals Annecy’s artistiek directeur Marcel Jean in een statement deed, is te kort door de bocht.

Een harde lijn

Het is maar de vraag of er überhaupt nog een oprechte discussie te voeren valt over ethische toepassingen van generatieve AI in de creatieve industrie, of dat big tech dat recht allang heeft verspeeld, simpelweg door hoe de techniek tot stand is gekomen. Een interessant mogelijk antwoord op die vraag kwam onlangs van The New York Times. De krant – die nog altijd verwikkeld is in een rechtszaak tegen ChatGPT maker OpenAI – stuurde een email naar al hun freelancers waarin ze duidelijk stelling namen: gebruik van generatieve AI door medewerkers wordt volstrekt niet getolereerd, en dat geldt voor zowel schrijvers als beeldmakers. Ze schreven: ‘Wat betreft A.I.: Alle teksten en afbeeldingen die freelancers indienen bij The Times moeten het product zijn van menselijke creativiteit en handwerk, en alle bijdragen moeten bestaan uit enkel originele verslaggeving, teksten en ander werk. Freelancers mogen geen voor publicatie bedoeld materiaal indienen, waarvan een deel van de inhoud is gegenereerd, aangepast of uitgebreid met behulp van generatieve AI, of als het is ingevoerd in dergelijke software.’[1] Kort gezegd: een productie als Danse Macabre zou volgens deze richtlijnen door The New York Times dus niet geaccepteerd worden. En ze zijn niet de enige die kiezen voor zo’n harde lijn. Ook een instituut als The Eisner Awards lijkt die kant op te gaan nadat er controverse ontstond rondom een anthologie die voor de prestigieuze prijs in aanmerking kwam en die een bijdrage bevatte waarvoor AI was gebruikt.

© Jasper Rietman

Een kloof

Hoewel het goed is wanneer publicaties ervoor kiezen om menselijke creativiteit te benadrukken, vrees ik tegelijkertijd dat er hier zich langzamerhand iets anders af begint te tekenen, namelijk kunst en design als een luxeproduct. Ter verduidelijking een analogie: wie elke dag hard en lang moet werken om vervolgens maar net rond te komen, heeft vaak niet de tijd om uitgebreid te koken en boodschappen te doen. Fastfood is dan een oplossing: goedkoop en snel klaargemaakt, maar ook ongezonde troep. Als je meer te besteden hebt, kan je duurdere, verse producten kopen, tijd vrijmaken om uitgebreid te koken en dus gezonder te eten. AI slop is visueel fastfood; snel gemaakte, gratis troep. Wie wat meer te besteden heeft, kan zich een abonnement op de New York Times veroorloven en krijgt daarmee toegang tot hogere kwaliteit grafisch ontwerp en illustratie (en journalistiek natuurlijk). Het risico is dat er langs lijnen van inkomen en demografie een kloof ontstaat tussen met AI gemaakt beeld en meer traditionele vormen van visuele kunst. Een kloof die nog eens versterkt wordt door de hoeveel geld en tijd die een goede kunstopleiding kost. YouTuber en muziekkenner Rick Beato stelde dit onlangs ook al vast. Hoewel hij het specifiek over de muziekindustrie heeft, gaat zijn betoog zeker ook op voor beeldmakers.

AI als democratisering

Laatst had ik op een Small Press beurs een kort gesprekje met iemand over AI in strip. Diegene bekeek een tijdje geïnteresseerd een aantal van mijn prints en vroeg toen: ‘maak je eigenlijk ook gebruik van AI?’ Die vraag was nog nooit eerder aan me gesteld. ‘Nee,’ zei ik, wat verbaasd. We raakten verder aan de praat, en uiteindelijk concludeerde hij dat AI het maken van strips heeft gedemocratiseerd. Hoewel ik eerder heb gezegd dat je alleen een potlood, een vel papier en doorzettingsvermogen nodig hebt om creatief te zijn – wat ik ook tegen hem zei – valt daar dus ook nog best wat op af te dingen.

Shrimp Jesus, een goed voorbeeld van AI-slop

Zoals Rick Beato ook al stelt: het is steeds meer een privilege om je tot kunstenaar te kunnen ontwikkelen. Je hebt er veel tijd en geld voor nodig, misschien zelfs rijke ouders, en dus is het in de huidige tijd voor steeds minder mensen weggelegd. Daarnaast kost het maken van kunst en het verder ontwikkelen van je talent en stijl nog meer tijd en moeite, waarvoor de maker vrijwel nooit volledig wordt beloond. De gedachte dat de opkomst van generatieve AI dus als een soort democratiserend proces zou kunnen fungeren lijkt daarom in eerste instantie niet zo gek: nu heb je geen dure opleiding aan een kunstacademie meer nodig om strips, illustraties of muziek te maken! Schrijf een prompt en AI doet de rest. Dit is de visie die de tech-industrie, geleid door sommige van de rijkste mensen op aarde, ons probeert te verkopen: iedereen kan nu kunstenaar zijn! In werkelijkheid is hun technologie gebouwd op diefstal en verraadt hun denkwijze een volstrekte minachting voor menselijke arbeid.

Herwaardering is nodig

Mira Murati, Open AI’s Chief Technology Officer zei het letterlijk: ‘Sommige creatieve banen zullen misschien verdwijnen, maar als het werk dat het oplevert niet erg hoog van kwaliteit is, hadden ze er misschien überhaupt niet moeten zijn.’[2] Oftewel: makers die nog wel waarde zien in ergens tijd en moeite in steken en in het proces van iets met je handen maken hebben pech, maar dat is niet erg, want misschien was hun product simpelweg niet goed genoeg. In haar stuk Is AI the greatest art heist in history? omschrijft illustrator en schrijver Molly Crabapple dit gedachtegoed als volgt: ‘Generatieve AI is een instrument om de arbeider eerst te disciplineren en dan te elimineren. Het publiek moet er maar aan wennen. Dit wordt verkocht als vooruitgang.’[3]

Het is de devaluatie van alles dat met aandacht en creativiteit is gemaakt. Molly Crabapple, in een interview bij Doha Debates: ‘Ik denk dat de devaluatie van het handwerk dat je als kunstenaar verricht het gevolg is van de devaluatie van fysiek werk op alle plekken in onze maatschappij. Als je zegt dat het volstaat een idee te hebben omdat je de uitvoering ervan kunt uitbesteden – aan anderen, of aan een soort generator-bot van een groot bedrijf – dan zeg je feitelijk dat het werken met je handen geen waarde heeft.’[4] En met deze ontwikkeling raakt het echte antwoord, namelijk een hoognodige herwaardering van kunst en talent en ambacht, steeds meer ondergesneeuwd onder een onophoudelijke stortvloed aan AI-rommel.

 


[1]. ‘To be clear on A.I.: All writing and visuals that freelancers submit to The Times must be the product of human creativity and craft, and all submissions must consist solely of their original reporting, writing and other work. Freelance contributors must not submit any material for publication that contains content generated, modified or enhanced by gen-A.I. tools, or that has been input into these tools.’

[2]. ‘Some creative jobs maybe will go away, but maybe they shouldn’t have been there in the first place if the content that comes out of it is not very high quality.’

[3]. ‘Generative AI is a tool to discipline, then eliminate, the human worker. The audience will just have to get used to it. This is sold as progress.’

[4]. ‘I think the devaluation of craft of working with your hands as an artist is something that goes hand in hand with the society-wide devaluation of all labor. If one says that it’s enough to have an idea, and you can just palm it off – the creation of the work – to other people, or some sort of corporate generator-bot – what one’s saying is that the labor of one’s hand is valueless.’