Nieuwsbrief

Artikelen

Artificial Intelligence en de toekomst van de strip: Tezuka leeft

Het Japanse stripblad Morning had op 27 februari jongstleden een bijzondere primeur: de gloednieuwe strip Paidon, van niemand minder dan Osamu Tezuka. Bijzonder want Tezuka, volgens velen de “God van de Manga”, is immers al in 1989 overleden, en tenzij Tezuka daadwerkelijk over goddelijke krachten beschikt, is het onwaarschijnlijk dat de legendarische maker een nieuw werk heeft gemaakt. Logisch dat veel van zijn fans zich achter de oren krabden toen in oktober werd aangekondigd dat er nieuw werk van Tezuka in aantocht was. Hoe zit dat?

Om meteen een voor de hand liggende optie uit te sluiten: het gaat hier niet om een onontdekt meesterwerk dat post-mortem is uitgegeven. Paidon is een compleet nieuw verhaal dat met behulp van artificiële intelligentie (AI) is ontwikkeld.

Met behulp van AI zijn 65 werken van Tezuka geanalyseerd en op basis daarvan zijn karakters gemaakt en is een verhaal samengesteld. Dit werd vervolgens door een team van makers verder verfijnd. In dit team bevonden zich onder andere Tezuka’s naaste medewerker Shigeto Ikehara, Kenichi Kiriki (bekend van Tokyo Shutter Girl) en Tsunogai (maker van de parodie manga #Konna Black Jack wa Iya Da). Zij kregen de verantwoordelijkheid over elementen als kleding en de dialogen.

De zoon van Tezuka, Makoto Tezuka, die ook betrokken was bij het project, vertelde tijdens een persconferentie waarom Paidon is gemaakt: het deed hem verdriet als fans zeiden dat ze nooit meer nieuw werk van zijn vader konden lezen. Tegelijkertijd hoopt hij dat de ontwikkelde technologie kan bijdragen bij het verder verspreiden van zijn vaders werk en manga in het algemeen, en kan helpen bij het trainen van jonge mangamakers. Dat is niet het enige positieve aan deze technologie. Als deze zich verder ontwikkelt en bijvoorbeeld in staat is om volledige strips uit te tekenen, zou dit een prachtig werktuig kunnen zijn voor striptekenaars met een beperking, of striptekenaars die om een andere reden niet (meer) kunnen werken aan strips.

Het is niet ongebruikelijk dat strips worden vervolgd nadat de originele makers zijn overleden of met pensioen zijn, zoals Albert Uderzo en Edgar P. Jacobs. Er zijn tekenaars die bezwaar hebben dat hun werk na hun dood wordt voortgezet, zoals Charles Schulz, Hergé en George Herriman. Zij vreesden dat het werk zonder hun supervisie een aftreksel van het origineel zou worden, dat anderen niet kunnen bereiken wat de strip ooit zo bijzonder maakte.

Juist in die gevallen zou deze nieuwe technologie mee kunnen helpen: AI zou in theorie de werken van een striptekenaar kunnen analyseren om zo een geheel nieuw verhaal te ontwikkelen. De mogelijkheden zijn verleidelijk, maar de vraag is: moeten we dit willen?

Het is één ding om een verhaal voort te zetten met nieuwe tekenaars, maar het is iets heel anders om een compleet nieuw verhaal te bedenken en deze toe te schrijven aan een overleden maker die geen zeggenschap over de situatie heeft. Bovendien weten we niet of Tezuka had gewild dat zijn nalatenschap op deze manier zou worden voortgezet. Daarmee kunnen we ons afvragen of dit experiment wel ethisch verantwoord is.

Dit soort vragen over het erfgoed van creatievelingen komen ook in andere media voor. Overleden acteurs of muzikanten kunnen tegenwoordig met behulp van CGI en andere technieken weer tijdelijk tot leven worden gewekt voor een postuum optreden. Zo werden de bezoekers van Coachella 2012 verrast met een onverwacht optreden van Tupac Shakur (1971 – 1996) en speelde een jeugdige Audrey Hepburn (1929 – 1993) in 2013 de hoofdrol in een chocolade-reclame.

Met behulp van deze nieuwe technologie hoeft de dood dus niet het einde te betekenen van een creatieve carrière. Omdat zowel Tupac als Hepburn al waren overleden voordat deze technologie werd ontwikkeld, hebben zij nooit zeggenschap gehad over het hergebruiken van hun beeltenis op deze manier. Acteurs moeten er tegenwoordig rekening mee houden dat er na hun dood er niets met hun gelijkenis gebeurt waar ze zelf niet achter staan: Zo heeft Robin Williams voor zijn dood wettelijk vastgelegd dat zijn beeltenis tot vijfentwintig jaar na zijn dood niet voor commerciële doeleinden mag worden gebruikt, uitdrukkelijk ook niet als digitale reconstructie in een film of serie.

Uiteraard is dit niet direct vergelijkbaar met strips. Veel succesvolle striptekenaars houden al rekening met wat er met hun intellectuele eigendom gebeurt na hun overlijden. Toch laat dit experiment zien dat het verstandig is voor striptekenaars om nog een stap verder te denken. Het bijzinnetje ‘in welke vorm dan ook’, krijgt op deze manier iets van een voorspellende waarde.

De technologie achter Paidon roept nog verdere vragen op, bijvoorbeeld over rechten en eigendom. Wie heeft de strip nu precies bedacht? Het is met behulp van AI ontwikkeld door een mediabedrijf, dus er is iets van eigendom in het geding. Bovendien is het niet door Tezuka gemaakt, maar is het op zijn werk geïnspireerd. En waar komen bezit en inspiratie samen? Of is het geen inspiratie, maar een digitaal gemanipuleerde afgeleide van een origineel? Er is nog een hoop juridische touwtrekkerij nodig voor we weten hoe AI mag worden ingezet, wie het mag doen en hoe de rechten worden geregeld.

Tot slot: Is AI de toekomst van de strip? Kunnen we over tien jaar AI-gemaakte strips naast mens-gemaakte strips in de stripspeciaalzaak verwachten? Betekent deze ontwikkeling dat de nieuwe generatie striptekenaars moet concurreren met postuum-uitgegeven strips van bekende striptekenaars, ontwikkeld door AI?

De voor de hand liggende reflex is dat ‘echte’ strips nooit verloren gaan en dat AI nooit de ziel van een goede strip kan ‘namaken’. Maar dat zijn gevoeligheden: we weten niet of AI niet ook prima in staat zal zijn om spannende, ontroerende en meeslepende strips te maken. Het is een interessante ontwikkeling, die niet op voorhand moet worden afgeschoten. En geen paniek, uiteindelijk heeft de stripliefhebber het laatste woord.