Marvel en DC lanceerden onlangs nieuwe reeksen met daarin alternatieve versies van hun meest bekende karakters. Dat is goed nieuws voor lezers die snakken naar nieuwe en vernieuwende verhalen. Maar terwijl Marvel precies de juiste toon raakt, laat DC zien dat nieuw niet gelijkstaat aan beter.
Toen Stanley Kubrick contact opnam met Arthur Clarke voor een project dat zou uitmonden in 2001: a space odyssey had hij een duidelijk doel voor ogen: het maken van de spreekwoordelijke goede science fiction film. Want hoewel het gros van films uit dat genre voorspelbaar, saai en ongeïnspireerd is, zijn er uitzonderingen. Liefhebbers ploegen met liefde door honderden uren film heen op zoek naar die handvol pareltjes die alles weer goedmaken.
Voor veel striplezers is het niet anders. Op zoek naar die ene spreekwoordelijk goede comic ploegen we door eindeloze stapels rotzooi. Maar dan is er opeens het Ultimate Universum van Jonathan Hickman. Afgezonderd van de reguliere Marvel continuïteit, bestaand uit een beperkt aantal series, elk met een beperkt aantal nummers. Hier kan écht iets nieuws gebeuren. 
Want creatieve vernieuwing komt niet uit het centrum, maar vanuit de flanken. Marvel en DC zijn de twee grote Amerikaanse uitgevers. En als beheerders van merken als de Avengers, Superman en Batman zijn ze van nature conservatief en behoudend. Het creëren van parallelle universa biedt echter mogelijkheden om nieuwe dingen te proberen, zonder al te grote risico’s te lopen, omdat het de hoofdtitels niet raakt.
In het verleden heeft dit goed gewerkt en het nodige opgeleverd. Miles Morales verscheen voor het eerst in de oorspronkelijke Ultimate Spiderman en Spider-Gwen kwam voort uit de crossover Spider-Verse. Scott Snyder creëerde twee alternatieve Batman-universa en introduceerde eerst Red Hood en daarna Batman Who Laughs.
Doorgaans zijn dergelijke alternatieve universa maar een kort leven beschoren. Ze bestaan voor de duur van één nummer, een crossover of een korte reeks. Nu echter staan de zaken anders. Want zowel bij Marvel als bij DC bestaan de nieuwe publishing initiatives uit meerdere series, die door parallelle verhaallijnen met elkaar verknoopt zijn. Bij Marvel gaat het onder andere om Ultimates (Avengers), Spiderman en X-Men. DC geeft onder ander Absolute Batman, Superman en Wonder Woman uit.
Het is dus Ultimate Marvel versus Absolute DC. Twee alternatieve universa met een gelijkaardige opzet. Dat vraagt om vergelijkingen. Wie doet het beter?
Marvel maakt in ieder geval een sterke start. Schrijver Jonathan Hickman presenteert een wereld waarin de klassieke Marvel-helden systematisch uit de geschiedenis zijn geschreven. Wat blijft is een dystopische samenleving, die van achter de schermen wordt geregeerd door een kliek van despoten. Totdat een voor een nieuwe incarnaties van oude helden verschijnen die geen genoegen nemen met de status quo. Het resultaat is een klassieke Hickman-setting, waarin cosmische science fiction, globale geopolitiek en persoonlijk drama door elkaar heenlopen. Het is de meest advanced storytelling in de hedendaagse comic-wereld.
Hoewel Hickman niet alle Ultimate series schrijft, staat hij creatief aan het roer. De uitgeverij had nog iets met hem goed te maken, nadat deze zijn magistrale herstart van X-Men eerst had afgepakt en vervolgens creatief had laten ontsporen. Dit keer mag hij zijn eigen visie volledig realiseren. Het resultaat is een reeks verhalen die fundamenteel verschillen van de Marvel-comics die we kennen.
Neem bijvoorbeeld Ultimate Spider-man door Hickman. Peter Parker krijgt zijn krachten niet als tiener, maar als vroege veertiger: getrouwd en vader van twee kinderen. De verhalen zijn daardoor wezenlijk anders. In plaats van de klassieke teenage angst, knipperlichtrelaties, verborgen agenda’s en onderdrukte gevoelens die het gros uitmaken van gewone Spider-man-verhalen lezen we hier over volwassen relaties, functionele families en mensen (zelfs mannen) die over hun gevoelens praten. Meermaals wordt dan ook op keerpunten in het verhaal gekozen voor dialoog in plaats van de gebruikelijke grote vechtpartij, zelfs tot verbazing van de karakters zelf.
Ultimate X-men benadrukt nog eens hoe anders deze kluwen van verbonden series is. Peach Momoko laat de klassieke X-men karakters, thema’s en verhaallijnen los en bedenkt een volledig nieuwe verhalenwereld, gesitueerd in Japan en gecentreerd rondom een aantal tieners die hun mutante gaven ontdekken; de stijl is dromerig en doet meer denken aan manga dan aan comics: een welkome afwisseling. Het verhaal is dynamisch en schakelt tussen tienerdrama, politieke intrige, actie en regelrechte horror. Nog nooit is een X-men verhaal op deze manier verteld.
Kort na de lancering van Marvels Ultimate-serie kwam DC met een antwoord: Absolute DC. Net zoals bij haar concurrent gaat het om een alternatief universum met parallel lopende series. Batman verzorgde de aftrap. Creatief zwaargewicht Snyder maakte lezers lekker met de vraag: Wat blijft er van Batman over als je hem zijn fortuin en privileges afneemt?
Het antwoord is: Een Batman met een arbeidersachtergrond, maar met hetzelfde verstand en dezelfde missie: het wreken van zijn vermoorde vader. Dat idee is interessant en wordt verder uitgewerkt door een harder verhaal en grover tekenstijl. Batman is letterlijk een kop groter en net zo breed als dat hij hoog is. Hij slaat harder en zijn gadgets zijn wellicht simpeler maar steviger. De Batmobiel is vervangen door een pantservoertuig.
Van zijn beperkte achtergrond heeft Batman echter geen last. Hij is namelijk zó goed met techniek en computers, dat hij alle mogelijke ruimte, middelen en technische snufjes bij elkaar kan hacken. Zo blijft van de centrale premisse weinig over en blijft de lezer zitten met eigenlijk dezelfde Batman, alleen wat groter.
Een gelijkaardig gevoel overheerst na het lezen van de eerste delen van Absolute Superman door Jason Aaron. Wat gepresenteerd wordt als een heruitvinding van het karakter lijkt na eerste lezing vooral nieuwe wijn in oude zakken. Superman is nog net zo sterk als altijd, hij is alleen wat jonger en onzekerder. Maar dat soort verhalen kenden we al uit de verschillende Superboy-series.
Wél interessant is dat Aaron als een van de eersten zijn verhaal centreert rond een vraag die Umberto Eco al in 1962 stelde: Hoe kan er armoede en ongelijkheid bestaan in een wereld waar óók Superman is. Aaron toont een Superman die onrecht wil bestrijden in een wereld die hij als buitenstaander (nog) niet begrijpt, middels acties waarvan hij de gevolgen niet kan overzien. Het verhaal heeft echter niet genoeg vaart en diepgang om interessant te blijven.
Zo ontstaat de indruk dat het DC niet goed lukt om écht een nieuwe draai te geven aan haar karakters, of nieuwe verhalen te vertellen. Maar de series zijn nog nieuw, dus wellicht dat er nog meer in het vat zit.
In 2000 ging het Amerikaanse striptijdschrift Wizard in op de strijd tussen Marvel en DC. DC stond ook toen al bekend als kleiner maar creatiever. Onder haar Vertigo imprint publiceerde ze series als Sandman, Hellblazer en Preacher. Wizard ging daarin mee. Marvel domineerde weliswaar de markt, maar DC was de betere, originelere uitgever.
Met de lancering van de Ultimate/Absolute series lijkt echter een verschuiving op te treden. Marvel is niet alleen groter, maar blijkt ook in staat om interessantere verhalen te genereren. Dat gebeurt echter wel aan de flanken, want haar mainstream series zijn kwalitatief net zo pover als ze altijd al waren.






