Er zijn maar weinig kunstenaars over wie zo veel geschreven is en tegelijkertijd zo veel onbegrip bestaat, als Orson Welles. Hij was een wunderkind dat uitgroeide tot een briljant regisseur, die al op jonge leeftijd zijn meesterwerk maakte en vervolgens een leven lang achter zijn eigen schaduw aan moest lopen. Een man die even hardnekkig droomde als dat hij onderuitging. Dat maakt hem een perfect onderwerp voor de stripvorm.
Youssef Daoudi, die eerder al een knap getekend portret maakte van jazzlegende Thelonious Monk, neemt in Orson Welles, de kunstenaar en zijn schaduw geen genoegen met een klassiek levensverhaal. In plaats daarvan krijgen we een associatieve montage van fragmenten, herinneringen en reflecties. Soms in monoloogvorm, soms in scènes, vaak zonder duidelijk ankerpunt in de tijd. Het is aan de lezer om de stukken aan elkaar te puzzelen. Makkelijk is dat niet.
Het beeld dat ontstaat is dat van een man die leefde in uitersten. Daoudi toont Welles als theatervernieuwer, filmgenie, rebel, controlfreak, charmeur, klaploper en romanticus. We zien hem op de piek van zijn roem als de onbetwiste koning van Hollywood. Maar we zien hem ook alleen, dik geworden en afgewezen door de door hem verachtte studio’s. Worstelend met onafgemaakte films zoals Quixote of The other side of the wind en gedwongen om zijn stem te lenen aan commercials waar hij zelf van walgde. Altijd is er het conflict tussen de kunstenaar die het hoogste nastreeft en een wereld die vooral rendement wil zien.
De tekeningen zijn volledig in zwart-wit, met slechts hier en daar felgeel om bepaalde details te markeren. Het werkt verrassend goed. Het geel trekt je aandacht en accentueert een moment of een belangrijk voorwerp. Meer dan decoratie is het een leesrichting. De stijl zelf is rauw en los, met verwrongen gezichten en surrealistische sequenties. Het ziet er niet altijd vriendelijk uit, maar het past bij de man die wordt afgebeeld. Er is niets gepolijst aan dit verhaal.
Het boek eist wel wat van je. Wie hoopt op een heldere introductie tot het leven van Welles, komt bedrogen uit. Daoudi doet weinig moeite om uit te leggen wie wanneer wat deed, of waarom iets belangrijk is. Filmprojecten worden genoemd alsof je ze al kent en (vele) ruzies worden opgevoerd zonder context. Tijdens het lezen is Wikipedia nodig om grip te krijgen op het verhaal. En toch, dat werkt ook in het voordeel van het boek. Welles’ leven was nu eenmaal versnipperd, chaotisch en vol zijwegen. Een rechtlijnig verhaal zou hem geen recht doen.
Overigens biedt Daoudi achter in het boek een reddingsboei aan de liefhebbers van strakke structuur. Daar geeft hij een perfect geordend overzicht van alle bronnen die hij heeft gebruikt en het complete oeuvre van Welles.
De tragiek van Welles blijft nadrukkelijk hangen. Hier is een man die met zijn eerste film (Citizen Kane) een meesterwerk maakte en daar de rest van zijn leven tegenop moest boksen. Hij wilde alles onder controle houden, maar kreeg daar zelden de middelen toe. Altijd aan het werk, maar nooit mogen afmaken waar je het allemaal voor doet.
Daoudi toont een portret van een worsteling. Hij verdient een groot compliment voor zijn aanpak en keuze om weg te blijven bij de standaard (saaie) opsomming van feitjes en anekdotes, die in dergelijke biografieën doorgaans het verhaal vormen. Je voelt de ambitie die de jonge Welles dreef en je proeft de bitterheid van de mislukkingen. Het maakte de man tot de mythische legende die hij tegenwoordig is.
Orson is daarmee geen boek voor iedereen. Het is fragmentarisch, visueel eigenwijs en inhoudelijk ontoegankelijk als je niet bereid bent om wat zelfstudie te doen. Maar voor wie Welles al kende, of de tijd wil nemen om hem te leren kennen, biedt het een gelaagd en onverwacht indringend beeld van een man die te groot was voor zijn tijd en waarschijnlijk ook voor zichzelf.
Youssef Daoudi – Orson (Welles, de kunstenaar en zijn schaduw). Concerto Books. 272 pagina’s hardcover. € 34,99






