Strips

Philippe Foerster toont weer waar hij een meester in is: horror en humor combineren

Van de Belg Philippe Foerster (1954) was al een tijdje niets meer verschenen. Het laatste boek van zijn hand in ons taalgebied was de humorstrip Houten hoofd waarvan één deeltje verscheen in de alweer lang ter ziele gegane Lombard-reeks Derde graad. In het Frans liep die serie nog wat langer door, maar ook daar verschenen de laatste jaren vooral nog heruitgaven en bundelingen van zijn oudere werk. Maar dit najaar verscheen bij Fluide Glacial eindelijk weer nieuw werk: Nécronomickey. Daarin laat Foerster nog eens zien waar hij een meester in is: de combinatie van humor en horror.

Nécronomickey is net als de albums die hij in het verleden maakte voor deze Franse uitgever een bundeling van een aantal korte verhalen. Het eerste van die albums is veertig jaar geleden nog als enige in het Nederlands verschenen bij uitgeverij Yendor onder de titel Sommigen houden van zwart. Waar die eerdere Fluide Glacial-albums losse verhalen bevatten zonder samenhang, verbindt Foerster in Nécronomickey de verhalen door ze te laten vertellen door een mutant met een octopushoofd.

De hele opzet is een pastiche op het werk van de beroemde horrorschrijver Howard Phillips Lovecraft (1890-1937) die vooral herinnerd wordt om zijn verhaal The call of Cthulhu. Het verhaal gaat over ‘de Grote Ouden’, machtige wezens die leefden ver voordat er mensen waren.

Foerster doorliep zijn tekenopleiding eind jaren ‘70 aan het Sint Lucas Instituut te Brussel, waar hij al snel een vriendenclub vormde met medestudenten Philippe Berthet, Antonio Cossu en Andreas. Gevieren hebben ze in de loop der jaren veel samengewerkt en elkaar op tal van vlakken geïnspireerd, zeker ook grafisch. Zo zal het ook gegaan zijn met de liefde voor het werk van Lovecraft, want diens Cthulhu-verhalen waren zeker voor Andreas altijd een grote inspiratiebron. In bijvoorbeeld Cromwell Stone en Rork vind je er elementen van terug.

En nu leeft Foerster zich uit op het Lovecraft-oeuvre. De korte verhalen die hij in Nécronomickey neertekent, refereren stuk voor stuk aan de vele horrorverhalen die Lovecraft schreef. Maar dan allemaal in het typerende Foerster-idioom, vol bizarre monsters, kinderen met griezelig grote hoofden en scheve perspectieven.

De titel van dit album verwijst naar het fictieve boek Necronomicon dat in diverse verhalen van Lovecraft wordt genoemd. Het zou een oud boek zijn over onder andere de god Cthulhu, maar de inhoud is zo gruwelijk dat wie het leest zijn verstand verliest. De Foerster-versie is een soort vrolijke Disney variant van het horrorboek, maar de centrale verteller in dit album is dan ook de zoon van een soort langwerpige Mickey Mouse-mutant.

Klinkt allemaal bizar? Dat is het ook. Foerster heeft altijd een voorliefde gehad voor de vermenging van sombere met grappige dingen. Humor is in het hoofd van Foerster alleen leuk wanneer het wordt gecombineerd met tegenovergestelde emoties, zoals angst. ,,Dat is geen makkelijke combinatie’’, zei hij ooit. ,,Maar het verhaal wordt zo beter dan wanneer ik er alleen een humoristisch of alleen een tragisch verhaaltje van gemaakt had.’’

Ook Foersters tekeningen hebben altijd iets ongemakkelijks. Zijn pagina’s wringen, doordat de perspectieven nooit helemaal kloppen. Het maakt dat zijn albums nooit een groot commercieel succes zijn geworden. Zelfs de kinderstrip Starbuck die hij ooit maakte voor het weekblad Robbedoes, werd al snel weer stopgezet omdat het niet aansloot bij wat de lezers gewend waren.

Maar juist het afwijkende is wat het werk van Foerster altijd weer de moeite waard maakt. Lees vooral het verrukkelijke boekje Pinocchio, dat hij ruim veertig jaar geleden maakte voor de legendarische Buldog-reeks. En na al die jaren geldt dat ook voor Nécronomickey. Het is een heerlijk album geworden, dat ook voor de lezer die het Frans niet machtig is de moeite waard is om Foersters grafische uitspattingen.

Foerster is in zijn loopbaan vooral een tekenaarstekenaar gebleven. In een integrale bundeling met oude Fluide Glacial-verhalen, die dik tien jaar geleden in Frankrijk verscheen, tekende Manu Larcenet een liefdevol voorwoord. Daarin vindt Larcenet de tekenpen van Foerster en worden zelfs de liefste wezentjes die hij voor zijn kind probeert te tekenen, angstaanjagende, vervormde monsters. Toch verdient Foerster een groter lezerspubliek. Ook zijn nieuwe boek Nécronomickey is – ondanks de titel – allesbehalve doorsnee Disney-werk. Er verschijnt al genoeg gelijksoortigs op de markt. Godzijdank dat er nog oude knarren als Foerster zijn, die wars van wat de markt voorschrijft altijd zijn blijven maken wat ze zelf leuk vinden.

Philippe Foerster – Nécronomickey. Fluide Glacial. 96 pagina’s. hardcover. € 19,90 (import, Franstalig)