Als John Muir in het voorjaar van 1867 op een dag wakker wordt, bevindt hij zich in een hospitaalbed. Tijdens onderhoud aan een machine werd ineens een vijl in zijn gezicht geslingerd. Na een verblijf van zes weken in een verduisterde kamer mogen de watten van zijn ogen en blijkt de schade mee te vallen. Zijn rechteroog is blijvend beschadigd, zijn linker functioneert weer. Tijdens die zes weken duisternis heeft Muir nagedacht en zijn besluit staat vast: hij wil geen onderhoudsmonteur meer zijn, maar de natuur in om de planten van Noord-Amerika te tekenen. Hij pakt zijn boeltje en reist van Indianapolis naar Kentucky om vandaaruit in een min of meer rechte lijn naar Florida te wandelen.
Het idee dat je als amateurbotanist met wat tekenspullen op zak, er te voet op uittrekt in de verwachting een wezenlijke bijdrage te gaan leveren aan de wetenschap klinkt nu misschien wat al te ambitieus, maar was halverwege de 19e eeuw blijkbaar nog wel te doen. Met twee grote leren tassen om zijn schouders gaat Muir op stap. Waar mogelijk probeert hij enigszins in contact te blijven met de beschaving en overal treft hij mensen die een gedreven jongeman met een nobele missie graag een handje helpen. Regelmatig krijgt hij eten en onderdak aangeboden in ruil voor verhalen over zijn tocht, of discussies over de toestand en toekomst van het land, en waar de deur dicht blijft, slaapt hij in de buitenlucht. Geld verdient hij met zijn tekeningen en reisverslagen, en zijn broer zorgt ervoor dat hij daarvan in elke stad waar hij komt wat kan opnemen.
Het wekt enige verbazing en bewondering dat het hem zo makkelijk afgaat. Muir pakt zijn boeltje en vertrekt… en het lukt gewoon! Het romantische ideaal van de vagebond, wie heeft er niet ooit van gedroomd? Maar op den duur blijkt ook Muir menselijk. Slecht weer, moerassen vol ongedierte, geldproblemen, ziekte en natuurlijk zijn medemens zorgen voor tegenslag. Maar Muir is onverschrokken. Telkens weer raapt hij zijn boeltje bij elkaar en loopt hij verder.
John Muir is geen fictieve persoon, maar de man die ooit zorgde voor de oprichting van Yosemite Park en Sequoia Park. Hoewel dat niet de eerste Amerikaanse nationale parken zijn (dat was Yellowstone), staat hij in de Verenigde Staten desondanks bekend als de vader van de nationale parken, mede dankzij een aantal beroemde artikelen en zijn nimmer aflatende inspanningen voor het waarderen en beschermen van de natuur. Er valt ongetwijfeld veel meer over de man te vertellen dan in dit boek is terug te vinden, maar het is een grote verdienste dat Lomig zich heeft beperkt tot de eerste paar jaren. Maar al te vaak gaan biografieën ten onder aan completisme. Lomig houdt de blik gelukkig op de bal en benut de pagina’s om de kern van zijn fascinatie met John Muir – namelijk zijn liefde voor de natuur – zo goed mogelijk over te brengen op de lezer.
John Muir twijfelt geen moment aan de haalbaarheid of juistheid van zijn expeditie. Hij ziet ook weinig kwaad in mensen die hem niet willen helpen of in de tegenslagen die hij moet overwinnen. Zo is het leven nu eenmaal. Nooit aarzelt hij om de draad weer op te pakken en door te lopen. Sterker nog, er komen alleen maar nieuwe ideeën en doelen bij. Dat komt doordat Muir helemaal bezeten is door de schoonheid van de natuur. Lomig brengt dit graag en regelmatig in beeld met een grijnzende, genietende Muir, verstilde momenten vol bewondering, prachtige vergezichten, tekeningen van flora en fauna, of gewoon door Muir zijn liefde in woorden te laten betuigen. Deze bewondering vormt een belangrijke rode draad in het boek en geeft het verhaal een zekere lichtheid.
Dat wordt nog eens versterkt door slimme grafische keuzes. Om te beginnen is het hele boek met potlood getekend, wat fijne, tactiele lijnen oplevert. Daarnaast hanteert Lomig een open stijl, met nauwelijks schaduwen of volvlakken. Zijn die er wel, dan zijn ze gearceerd en nooit volledig zwart. Sowieso is niks zwart, alles is omber. Maar de meest ongebruikelijke en effectieve keuze, is het vaak volledig arceren van de natuur. Alles wat getooid is met een bladerdek, maar ook alles wat zich ver in de achtergrond bevindt, wordt getekend zonder doorlopende lijnen. Het maakt de tekeningen transparant en er ontstaat een atmosferisch perspectief waardoor achtergronden zich niet opdringen en de aandacht automatisch op de voorgrond komt te liggen. Het resultaat is buitengewoon prettig om naar te kijken.
John Muir. To the heart of solitude is een uitnodigend boek, over een eigenzinnige man die zonder poeha zijn eigen weg ging en uiteindelijk tot bijzondere dingen zou komen. Lomig presenteert hem niet als de gewichtige man die hij zou worden, maar als de gepassioneerde dromer die hij altijd is gebleven en weet zo zijn liefde voor natuur bijna tastbaar te maken, daarin geholpen door de prachtige tekeningen. Het zeven pagina’s dikke dossier met enkele prachtige foto’s is de kers op de taart. Wie genoten heeft van boeken als Darwin en Audubon (Fabien Grolleau en Jérémie Royer), Het grondrecht (Étienne Davodeau), of Het experiment (Nicolas Debon) kan John Muir blind aanschaffen.
Lomig – John Muir. To the heart of solitude. NBM. 176 pagina’s hardcover. $ 24,95






