Fijn te zien dat sommige uitgevers de wintermaanden (of nu ja, winter…) serieus nemen en ons genoeg krachtvoer bieden. Veel 150-plussers, in pagina-opzicht, en veel echt goede strips, zodat we dit gerust een topmaand mogen noemen. Die en andere titels komen langs, in sneltreinvaart, zoals u van ons gewend bent.
Bunnie vs Monkie – En de doorgedraaide dimensies! (Gottmer): Bunnie en Monkie wonen in een dierenbos en beleven daar avonturen die het beste van Tex Avery combineren met absurditeit (De Mongoolse Doodsslak!) en zelfs een snuifje Happy Tree Friends. Dit boek is één hyperkinetische janboel van jewelste propvol humor, Tom & Jerry geweld en van de pot gerukte dialogen. Geen wonder dat onze dertienjarige zoon een gat in de lucht springt wanneer het nieuwe boek in zijn grijpgrage handjes belandt.
Goya – Licht en schaduw (Saga uitgaven): Bart Proost is naast gag-tekenaar par excellence (Zie Alexander de Grote) ook een begenadigd strips-met-historische-inslag-maker. Na boeken over Caspar David Friedrich en Kaspar Hauser verblijdt hij ons nu met een werk over Goya. Het boek is geen rechttoe rechtaan biografie, maar een verzameling van Goya’s bespiegelingen over zijn leven, geïllustreerd met Proosts versies van de werken van de meester. Die aanpak werkt wonderwel. Zonder dat het een saai geschiedenislesje wordt krijgt de lezer een introductie tot Goya’s belangrijkste werken en de orgelpunten in diens leven. We zijn zelf niet onkundig in de kunstgeschiedenis, maar hebben hier en daar nog wat dingen opgestoken. Het boek leest vlot weg en diende voor ons zelfs als gateway drug om meer over Goya op te zoeken. Prachtig boek!
Chumbo (Concerto): Matthias Lehmann schetst aan de hand van een familiekroniek zeventig jaar Braziliaanse geschiedenis. Dit boek een tour de force noemen zou het te weinig eer aandoen. Door goed uitgewerkte personages laveert Lehmann door de grote omwentelingen die Brazilië doormaakte. Lehmann ontleedt verschillende maatschappelijke en sociale kwesties, maar lardeert die met genoeg humor, Braziliaanse cultuur en karakterontwikkeling om zijn boek verteerbaar te houden. De aan Crumb refererende zwart-wit tekeningen zijn een streling voor het oog. Aanrader!
Drakenridders 2 – De geliefden (Menlu): Lode Peeters heeft er flink de sokken in, in dit tweede deel van Drakenridders. Wilhelm en Ludwig moeten een klusje opknappen en krijgen hulp van een dame die kan veranderen in een draak. Het plezier spat van de pagina’s, de dialogen zijn charmant en de twee kerels zijn uit het goede hout gesneden. Het is allemaal niet heel diepzinnig, maar dat hoeft niet: er staan genoeg andere bogen gespannen in dit vervolgverhaal. Klein detail op het einde: een lekkere cliffhanger zou niet gek zijn.
Olympus Mons 8 – Het Sheppard-syndroom (Daedalus): In dit achtste deel dendert de Olympus Mons trein door, recht op deel negen af: het eindstation. Fans van de reeks zullen niet teleurgesteld zijn en krijgen de geijkte ingrediënten voor de kiezen. Dus weidse shots van vreemde architectuur, alien ruimteschepen en dergelijke meer. De makers kiezen bewust voor de blockbuster aanpak. Hoewel we alle delen gelezen hebben, kunnen we nog steeds geen touw vastknopen aan wat er nu eigenlijk gebeurt in deze strip. Ook in dit voorlaatste deel worden eerder mysteries gecreëerd dan verhelderd. In die zin doet de strip ons wat denken aan de TV-reeks Lost. (Ja, zo oud zijn we al) Al die raadsels zijn best spannend en voeden onze nieuwsgierigheid, maar zullen de makers een bevredigend einde uit hun mouw kunnen schudden?
Grieselstate – 1 Een nieuwe school + 2 De zwarte ring (Diedeldus/Daedalus): We zijn ook oud genoeg om de boeken van Anthony Horowitz gelezen te hebben. Grieselstate was één van onze favorieten. David, Jeffrey en Jill worden naar een vreemde kostschool gestuurd. Als snel ontdekken ze dat het lerarencorps en de andere leerlingen bestaan uit vampiers, weerwolven en andere magische creaturen. Een prachtige premisse voor opwindende avonturen. De sfeervolle tekeningen en de extra dossiers met spelletjes voor de lezer maken het plaatje af. Beste nieuwe jeugdreeks van de laatste paar maanden!
Grendizer (Silvester): Een team van getalenteerde stripmakers (Dorison! Barjam! Et al!) kregen de sleutels van een mangaklassieker uit de jaren tachtig en mochten ermee doen wat ze wilden. De nostalgiecomponent, die toch een groot deel van de aantrekking van dit soort projecten inhoudt, had op ons geen vat. Wat overbleef was een entertainend sciencefiction verhaal met aliens en grote vechtrobots. Prachtig uitgegeven boek, met een shitload aan extra info in een lijvig dossier. Een enorme aanrader voor de fans van de originele reeks, een doorsnee actiestrip voor de rest van de bevolking.
Prometheus 21 – Antechton (Daedalus): Prometheus heeft last van hetzelfde euvel als Olympus Mons. De reeks zit propvol halfgoede vondsten die met iets meer denkwerk beter hadden uitgepakt en actie met een hoog octaangehalte. De tekeningen zijn even houterig als de dialogen en veel verhaallogica moet je niet verwachten als lezer. We twijfelen eraan dat er bij een eenentwintigste deel nog veel nieuwe lezers zullen aanhaken en weten vrij zeker dat de lezers die deel 1 tot en met 20 in huis hebben ook dit eenentwintigste deel zullen aanschaffen. We beperken ons dus tot onze signaalfunctie als recensent: “Hé, fans van Prometheus! Het nieuwste deeltje ligt in de winkel en borduurt verder op hetzelfde elan!”
De Incal – Kill Hondenkop (Silvester): Dit derde oneshot in het universum van Jodorowsky’s Incal doet niet onder voor de vorige twee. Dat ligt niet in het minst aan het personage: Kill Hondenkop. Een rokkenjager en vechtjas par excellence! De plot is even boeiend als van de pot gerukt: Kill ligt in een coma en een groepje van zijn verwaarloosde bastaardkinderen moet in zijn psyche afdalen om zijn leven te redden. Machtige sciencefiction met meer twists dan een dronken tante die op een trouwfeest het beste van zichzelf geeft op de dansvloer als de dj eindelijk “haar” nummer draait. Dat alles wordt bovendien ook nog eens prachtig in beeld gezet door Pete Woods. Voorlopig lijkt dit de laatste spin-off oneshot te zijn in het Incal universum. Er zijn namelijk geen oneshots meer over die Silvester nog kan vertalen. We hopen dat de originele uitgever, Humanoïdes, snel werk maakt van nieuwe verhalen in dit universum en dat ze de makers ervan evenveel vrijheid geven. Het is duidelijk dat carte blanche geven aan getalenteerde auteurs kwalitatievere strips oplevert dan het met argusogen bewaken van een “literaire erfenis”.
Julie Wood seizoen 2 – Dodelijke rodeo (Graton): Een nieuwe Julie Wood, daar zaten we nu echt op te wachten. Achter de weinig aantrekkelijke en nietszeggende cover gaat een gedrocht van een verhaal schuil. Er is gedoe met een bende, diefstal en veel dom geklets. Want ja: “Motoren zijn voor echte venten, angsthazen nemen beter de wagen”. En Julie krijgt te horen dat andere motorcrossers zich niet zullen inhouden omdat zij een vrouw is, maar ze wint toch. Dit matige en krukkig getekende verhaaltje had er niet per se hoeven zijn. Er is te weinig rodeo, maar dodelijk is het verhaal zeker.
Schaak (Silvester): Víctor L. Pinel bedacht een originele premisse voor deze raamvertelling met een grote ensemblecast: hij baseerde al zijn personages op stukken van het schaakspel. Spijtig genoeg mispakt hij zich aan de uitwerking ervan. Pinel wil zijn opzet zo graag doen slagen dat je hem voelt trekken en sleuren om zijn personages in de metafoor te doen passen. De cast lijkt op het eerste gezicht heel divers, maar bij nadere bestudering zijn de personages toch nogal cliché en oppervlakkig. Het was ook moeilijk met hen te connecteren. We hadden het bijvoorbeeld als simpele mens heel moeilijk om medelijden te hebben met de rijke en succesvolle acteur die zo eenzaam is, omdat zijn roem “echte” menselijke interactie onmogelijk maakt. De meeste problemen waar de cast mee worstelt lijken vooral snel bedacht en niet goed doordacht door Pinel. Die gaat nergens tot het gaatje. We vonden de meeste personages eigenlijk vooral nogal inerte slachtoffertypes, maar dat ligt wellicht aan ons. Mooie tekeningen wel.
Malefosse 17 – De zeven slapers (Daedalus): We zijn op zich geen al te grote fan van oubollig aandoende stripreeksen, maar deze Malefosse bezit een charme die we niet kunnen weerstaan. Zelfs na zestien delen weet de reeks nog aan te spreken dankzij de inventieve plot. Grootste troef is hoe het tijdperk (de middeleeuwen) in beeld wordt gebracht. Zelden zagen we een zo overtuigende setting in dit soort strips. Een pluim ook voor de vertaler (en redacteur?) die erin slagen om de ouderwetse dialogen toch nog een zekere schwung te geven.
Samoerai 17 – Bloedschuld (Daedalus): Voor een nieuw deel van Samoerai mag men ons altijd uit ons bed schoppen. Dankzij de exotische setting, de prachtige tekeningen vol bloederige actie en de altijd spannende verhaallijnen wist deze reeks zich op te werken tot de top van het samoeraistripgenre. In dit deel worden de zaadjes gepland voor de volgende delen. De Keizer wordt opgevolgd door zijn vijftienjarige zoon en een rebellenleger onder leiding van een jong meisje zaait overal ter lande chaos. De twee stevenen af op een onvermijdelijke confrontatie en onze favoriete samoerai zal zich (uiteraard) in het strijdgewoel moeten begeven en stromen bloed doorwaden. Vertier van de bovenste plank!
Marsupilami door 2 – El diablo (Dupuis): Als de naam van Lewis Trondheim op de omslag van een album staat, denk je als liefhebber direct aan spitsvondigheden en grappen waarin de absurditeit van alledaagsheden centraal staat. Laat al die verwachtingen los, want voor dit album over de Marsupilami heeft Trondheim een eendimensionaal scenario voor kinderen afgeleverd. Een Spaans galjoen komt aan in de jungle van Palombië waar de gemene kapitein een geel beest met een heel lange staart verwondt. De scheepsjongen José blijkt een band met het dier te hebben. Hij wordt geholpen door een mooi inheems indianenmeisje om de plannen van de kapitein te dwarsbomen. Alles is in vrolijke kleuren getekend door Alexis Nesme die eerder veel kinderboeken illustreerde. Niks mis met dit album voor wie het beoordeelt op wat het is: een zoetige kinderstrip.
Elfen 34 – De tocht naar de Zul Kassaï (Daedalus): J.L. Istin weet hoe hij een commercieel fantasy epos in elkaar moet draaien. Getuige zijn vele succesvolle reeksen in dat genre. Hoewel we de voorgaande delen niet gelezen hebben , pikten we het verhaal snel op en konden we, ondanks de vaak iets te uitvoerige tekstkaders, toch genieten van deze verder licht verteerbare kost. Dat de personages letterlijk weinig om het lijf hebben heeft ook wat geholpen. (Voor de jongeren en minder taalmachtigen onder ons: het woord “letterlijk” wordt hier op de correcte manier gebruikt.)
Winston Smith – Een leven 5 (Daedalus): Door een fictieve teruggevonden biografie van ene Winston Smith leiden makers Martinez en Perrissin ons langs de orgelpunten in de (toch vooral) westerse wereldgeschiedenis. Dit vijfde deel beslaat de jaren 1945 – 1962. Hoewel de net genoemde geschiedenis centraal staat, zijn het toch vooral de diepmenselijkheden van de personages en hun (ook in deze tijd) herkenbare besognes die de show stelen. Lezers die graag een gulle scheut waarheidsgetrouwe weetjes bij hun vertier hebben, komen aan hun trekken, maar het is de psychologische diepgang die het hem doet. Dit vijfde deel rondt de reeks af, maar bevat ook nog een soort synopsis van wat een zesde deel had moeten worden. Dat doet vermoeden dat de originele uitgever er de stop heeft uitgetrokken, een lot dat veel genuanceerde fictie vandaag de dag beschoren lijkt te zijn. Laat u daardoor vooral niet tegenhouden en haal dit boeiende historische vijfluik in huis.
Spoon & White Integraal 1 (Silvester): Spoon en White zijn twee New Yorkse politierechercheurs met een fantastische twist. In plaats van dat ze elkaar als goede buddies beschermen trachten ze elkaar de helft van de tijd het hoekje om te helpen, omdat ze beiden verliefd zijn op dezelfde rondborstige televisiepresentatrice. Deze cultreeks was lange tijd niet meer te verkrijgen, maar Silvester verwent ons nu met integrales die bovendien volgestouwd zijn met lekkere extra’s. Scenarist Yann nam zichzelf in die tijd nog niet al te serieus en schrijft (samen met Léturgie) actiethrillers boordevol geslaagde grappen en slapstick. Tekenaar Léturgie (broer van de eerdere, schrijvende, Léturgie) verbetert met elk nieuw album en pepert zijn tekeningen met geslaagde cameo’s van bekende Hollywood actiehelden. Een album dat van kaft tot kaft genieten geblazen is. Onmisbaar voor de fans van dit soort strips!
Verweer 3 – De plastic zee (Daedalus): Dit derde deel van een ecologische sciencefictionthriller is het beste tot nog toe. In de toekomst is ongeveer de hele wereld een akker waarop de mensen als slaven moeten werken voor de multinational Diosynta. Het verweer is een groep mensen die zich wil verzetten tegen deze gang van zaken. De personages krijgen steeds meer diepgang en het verhaal zit propvol originele dystopische sci-fi vondsten. Fijn ook van de uitgever dat ze deze strip op groot formaat uitgeven. Zo konden we extra genieten van de actievolle pagina’s.
Dagboek van een krijger 7 – Tem het beest (Diedeldus/Daedalus): Minus en zijn vrienden vonden in het vorige deeltje van deze reeks een drakenjong. Blurp tracht het beest nu af te richten om te kunnen helpen in hun strijd tegen Herobrine. Hoewel de uitwerking van de tekeningen soms toch iets te zuinig is konden we wel genieten van dit nieuwe onofficiële avontuur in de wereld van Minecraft. De personages lopen immers over van charme en de grappen en grollen zijn lichtvoetig en geslaagd. Geen enkel kind dat fan is van Minecraft zal deze strip versmaden.
De dag waarop het geluk langskomt (Daedalus): We hebben heel hard geprobeerd om deze strip goed te vinden want hij heeft het hart op de juiste plaats. De kernwaarden van deze reeks: stilstaan bij het leven, empathie, creativiteit en dergelijke meer, staan enorm hoog op ons lijstje aangeschreven. De makers brengen hun boodschap echter met zoveel geforceerde poëzie en met een wolligheid waar zelfs een ooi haar kinderen niet in zou terugvinden dat we af en toe een kokhalsreflex moesten onderdrukken. In alle eerlijkheid: wij zijn beschadigd en herbergen een groot zwart gat waar ons hart zou moeten zitten, we zullen nooit nog gelukkig worden en dat gat zal nooit gevuld geraken. De veilig gehechte lezers onder ons zijn wellicht beter bestand tegen zoveel zoetzemerij en voor hen is dit vast gefundenes Fressen. Lezer, ken uzelf!






