Nieuwsbrief

Kort van stof

Kort van stof: juni 2021

Weer of geen weer, voetbal of geen voetbal, de tour of niet: er is de afgelopen maand in ieder geval een flinke karrevracht strips uitgebracht. Of veel altijd goed is, vertellen we weer in sneltreinvaart, met enthousiasme of een opgestoken vinger als dat nodig is. Kortom, Kort van stof, zoals gewoonlijk.

Allan Mac Bride 3 – Zoektocht op de Stille Zuidzee (Silvester): Allan Mac Bride is het soort stripfiguur dat doordrenkt is van nostalgie naar een klare lijn à la Kuifje en naar simpele verhaallijnen waarin de held die in een onmetelijke oceaan belandt gelukkig toevallig een drijvende mandfles tegenkomt die hem vervolgens drijvende houdt waarna hij tien minuten later opgepikt wordt door een toevallig passerende oceaanprauw met bijhorende inheemse wilden. In het midden van de oceaan. We willen niemand zijn pleziertje ontnemen en wellicht is hier publiek voor, maar het geheel doet toch nogal duf aan.

Groepstherapie 2 – Wat men goed begrijpt (Dargaud): “Sterauteur” Manu Larcenet steekt de draak met zijn status binnen de stripwereld en de psychologische demonen waarmee hij worstelt. Dat doet hij in een strip waarin hij zichzelf opvoert als een psychiatrisch patiënt in een inrichting. Larcenet is koortsachtig op zoek naar een volgend geniaal idee en verkent op die manier verschillende stripgenres. Dit tweede deel is nogal rommelig en fragmentarisch: de genres die Larcenet verkent zijn minder boeiend dan die hij in deel 1 de revue liet passeren. Het blijft toch Larcenet dus deze strip haalt makkelijk een plaats in de top drie van deze maand.

Suske en Wiske Junior 5 – Het boemerang effect (Standaard Uitgeverij): Charel Cambré en Kim Duchateau lijken in dit nieuwe album vol gags over de jonge Suske en Wiske het evenwicht gevonden te hebben tussen absurditeit en het introduceren van canon uit de hoofdreeks. Fantastisch getekend en bij wijlen hilarisch grappig. Eén van de beste reeksen op de markt voor de jongste lezertjes onder ons.

Atalante – De eerste traan (Silvester): Ter ere van de twintigste verjaardag van Atalante krijgen we deze prequel voorgeschoteld. Onze eerste indruk is dat het nog steeds heel spijtig is dat meestertekenaar Crisse zich tegenwoordig beperkt tot het tekenen van de covers. Vervanger Besson is geen sukkelaar, maar haalt het absoluut niet bij Crisse zelf. Het verhaal is luchtig, ongecompliceerd en gaat niet al te diep, maar is een mooie toevoeging aan de reeks. Enkel het gebruik van de aanwijzende voornaamwoorden laat te wensen over.

Urbanus 194 – De verloren vijs (Standaard Uitgeverij): Het blijft verbazingwekkend om te zien hoe Linthout en Urbanus zoveel verschillende plotwendingen, zever, absurditeiten en van de pot gerukte onzin in zelfs nog maar één pagina kunnen krammen. Nog opzienbarender is dat ze alle verschillende ingrediënten steeds tot een goed einde kunnen brengen. Wie tegen platte, vulgaire en seksistische humor kan en een tegendraads kantje heeft zal zich geen buil vallen aan deze strip.

De Gebroeders Rubinstein 1 & 2 (Daedalus): Deze prachtige nieuwe reeks was voor ons de verrassing van de maand. Drie auteurs waar we nog nooit van gehoord hebben leveren een magistraal verhaal af en slagen erin een uitgewoond onderwerp als WOII op boeiende manier te belichten. Het relaas van twee joodse broers wordt gebracht door drie meesterlijk verweven verhaallijnen, die op een zeer directe maar menselijke manier het leed voor, tijdens en na de joodse genocide schetsen. Triest maar puik!

Willie Nelson (Concerto Books): de getekende levensgeschiedenis van country-ster Willie Nelson, de man met staart, is er eentje die net zo wispelturig is als ‘s mans leven. Zijn verhaal is per hoofdstuk verteld door een andere stripmaker en niet iedereen heeft vooraan gestaan bij het uitdelen van de beste tekenspullen. Verhalend in orde: het is een nauwkeurig verslag van Willies ups en downs, successen en fouten; de eindeloze stroom vierkante tekstkaders maken het geheel toch wel erg stroef en nodeloos vertellend. Een rechtlijnig praatjes-bij-plaatjesboek, waar het een strip had kunnen zijn.

Hauteville House 17 – Het dagboek van Arthur Blake (Silvester): We moeten eerlijk zijn: we hebben de eerste zestien delen van deze reeks nooit gelezen. Dat het verhaal dan een beetje verwarrend is, kan dus geen verrassing zijn. Toch kunnen we één en ander voor u aanhalen. Hauteville House bevat interessante personages in een uchronie: Arthur Blake, Victor Hugo, General Grant, … die vlot door elkander heen hip-hopsen in een makkelijk weglezend en actievol verhaal. De tekeningen doen wat amateuristisch aan, maar de inkleuring redt de meubelen. Eén klein taal(schoonheids)foutje ook: Een salvo vuurt men af of lost men. Een salvo laat men niet los.

De walvisbibliotheek (Oogachtend): Een postman op zee ontdekt een gigantische bibliotheek in de buik van een walvis. Scenarist Zidrou en tekenares Judith Vanistendael zijn vakmensen. Vanistendael vat in een prachtig donkerblauw kleurenpalet de poëzie van Zidrou’s vertelling. Die vertelling rammelt echter een beetje. Hoewel het einde verrassend bevredigend is en de opzet origineel, lijkt het verhaal zelf eerder iets wat Zidrou op een uurtje of twee in een kladschriftje heeft neergekrabbeld: teveel haken en ogen.

De kracht van Atlantis 1 & 2 (Silvester): Meteen een afgerond verhaal in twee delen. Dat kunnen we wel smaken, al blijft de vraag waarom men dan niet meteen een lijviger boek uitbrengt dat beide delen bevat. Bruno Marchand presenteert een verhaal dat zich afspeelt tijdens WOII en dat handelt over allerhande mysterieuzigheden. Er wordt nogal veel gebabbeld en pseudowetenschappelijk verklaard. De tekeningen zijn van een zeer hoog niveau: mooi ingekleurde en gedetailleerde klare lijnen. In die zin deed de strip ons denken aan Blake & Mortimer: oerdegelijk, maar ietwat oubollig.

De reuzen 1 – Erin (Daedalus): Diedeldus, de jeugdimprint van Daedalus, scoort deze maand tweemaal met excellente jeugdstrips. In de vijfdelige reeks De reuzen staan kinderen met buitengewone krachten centraal. Ze vinden allemaal ergens een reusachtig fabelwezen dat zich aan hen bindt. Het geheel doet denken aan een soort van transformers maar dan met magische natuurreuzen. De opzet in dit eerste deel belooft veel goeds: mooie, soms paginagrote tekeningen, veel avontuur en geloofwaardige hoofdpersonages.

Kittens tegen Dino’s 1 (Daedalus): Kittens tegen Dino’s levert af wat de titel belooft: de jonge Eva krijgt drie kittens die plots over manga-achtige krachten blijken te beschikken en samen nemen ze het op tegen de dino’s die haar stad zomaar overspoelen. De plot is prettig gestoord en de makers doen daar met elke volgende pagina nog een schepje bovenop. Met zichtbaar genot drijven ze de spanning en de geloofwaardigheid ten top. Heerlijk om te lezen. De tekeningen zijn al even exorbitant. Plezier dat van de pagina’s spat.

Het Philippe en Giovanni Vakantieboek (Uitgeverij Vrijdag): Niet Nu Laura produceert stripjes die baden in grafische fluff: kleurrijk, cute en makkelijk te verteren. Haar humor is al even braaf en ongevaarlijk. Geen wonder dat ze een bestsellerauteur is. In dit vakantieboek worden observaties gesprokkeld rond, u raadt het al: vakantie. Niets op tegen, (en af en toe maakt Laura een rake observatie die ook wij grappig vinden) maar voor ons mag het toch allemaal wat minder middle of the road zijn.

Danthrakon 2 – De grillige Lireley (Uitgeverij L): Deze stukjes zijn te kort om veel over de inhoud van een verhaal te kunnen vertellen, dus houden we het… euhm… kort: De scenarist is Arleston, bijgevolg is deze strip een fantasy verhaal vol magie en gekke wezens. Na een ietwat onderpresterend eerste deel lijkt de reeks op het juiste pad te belanden: de concepten die in deel 1 geïntroduceerd werden krijgen een boeiende uitwerking en we beginnen om de personages te geven. Deel drie zal het zaakje afsluiten, wat wij in deze tijden van ellenlang uitgemolken reeksen eveneens een plus vinden.

Buf het vleesetende plantje (Zoutendijk): hilarisch verslag van wat er gebeurt als grappige kinderen zich zelf aan het maken van een strip zetten. Luister: een buf is een scheet, Buf is de vleesetende plant die iedere strip uitluidt met de kreet ‘Kak, dat heb ik weer’. Dan zijn er nog de kak-tussen, zijnde een stelletje bedenkelijke moppentappers, fruitvliegjes en een kikker. Het gaat nergens heen, al liggen de figuurtjes constant in een deuk. Het maakplezier straalt er vanaf: lekker in your face, vooral omdat de pagina’s tjokvol zijn opgemaakt. Voor de zeer melige lezer onder ons.

Cézembre Boek 2 (Silvester): Het afsluitende deel van de lotgevallen van de inwoners van Saint-Malo aan het einde van WOII lost de verwachtingen die door deel 1 werden opgewekt volledig in. Nogal wat verschillende verhaallijnen van de uitgebreide cast worden perfect geïntegreerd in de historische gebeurtenissen. Malfin (De tekenaar van Golden City) schreef dit tweeluik zelf en hij doet dat verbazingwekkend goed. Voeg daaraan toe dat de man één van Frankrijks beste populaire tekenaars is en je weet dat je een knaller in handen hebt.
Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Acception 2 (Syndikaat): tweede album van de succesvolle webtoon-strip Acception, waarmee Coco Ouwerkerk al jaren hoge ogen gooit, nota bene op eigen kracht en buiten de traditionele (lees: ingedutte) stripkanalen. In dit album zitten de middelbare scholieren in de tweede en weer speelt het idee van vriendschap een bepalende rol in de jonge levens. Ouwerkerk toont zich een ware exponent van de jonge generatie door haarscherp neer te zetten hoe jonge mensen denken, voelen en zich uiten. Ook verplichte kost voor ouders die eens wat meer willen weten over hun puberende kroost.

Tschai – De waanzinnige planeet – Integraal – Boek 1 (Daedalus): Mooi uitgegeven eerste deel van een integralereeks van de stripadaptatie van de boeken van Jack Vance. Een astronaut komt terecht op een vreemde planeet die krioelt van verschillende rassen en beschavingen. Het verhaal is wat rommelig, maar de aliens zijn zo origineel en divers dat dat niet zo veel uitmaakt. De tekeningen lijken pagina na pagina te verbeteren. Dat belooft voor de volgende drie delen.

De papierfabriek (Concerto Books): We kennen Guy Deslisle vooral als een auteur die autobiografische reisboeken maakt. In dit verhaal verkent hij echter de papierfabriek waar hij drie zomers lang vakantiewerk deed. Deslisle slaagt erin alle vreemde figuren en anekdotes uit die tijd aan elkaar te rijgen tot één sluitend verhaal dat het niet echt moet hebben van een spanningsboog maar eerder van het zacht kabbelende ritme van menselijke emoties en ontmoetingen. Machtig boek!
Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

7 Atleten (Silvester): De opzet van dit album is nogal ongeloofwaardig: zeven atleten die zich inschreven voor de alternatieve Olympische spelen in Barcelona in 1936 beslissen om mee te vechten in de Spaanse burgeroorlog wanneer die plots losbreekt. Dat gezegd zijnde: 7 atleten is een hoogst entertainede strip. De zeven hoofdpersonages zijn perfect op elkaar ingespeeld en de manier waarop die hun atletische talenten inzetten in een oorlogssituatie zijn enorm goed gevonden. Een juist afgemeten dosis humor en tragiek doen de rest.

Nils 3 – De levensboom (Silvester): Nils begon extreem goed: mythologie vermengd met wat dystopie en ecologie, fantastische tekeningen, interessante concepten en sympathieke personages. Het afsluitende deel van dit drieluik is een beetje een teleurstelling. Geen karakterontwikkeling meer, maar een barrage van actiescènes die over elkaar heen buitelen richting climax. Het lijkt wel een Hollywoodfilm begot. Let wel: Nils blijft een prachtige strip, maar iets minder exploso en een tweetal albums extra om het verhaal meer gebalanceerd af te ronden had de reeks goed gedaan.

Wild West 2 – Wild Bill (Dupuis): Wild Bill en Calamity Jane hebben ondertussen al meer avonturen beleefd dan een heel regiment blauwbloezen in één leven behapstukken kan. In Wild West worden de twee nog maar eens opgevoerd. Jane raakt op nogal clichématige manier ingeburgerd in de indianengemeenschap en Wild Bill beoefent nog clichématiger het beroep van premiejager. Op zich is dat geen bezwaar: de western is een van clichés aaneen geboetseerd genre. De dialogen en tekeningen zijn bovendien van een hoog niveau. Storend is wel dat het gebruik van Bill en Jane enkel de commercialiteit dient. Hun belevenissen in deze strip zijn bovendien voor 80% verzonnen. De strip was even goed geweest met fictieve personages.

Marshall Bass 6: Los Lobos (Silvester): De eerste zwarte Marshall in de geschiedenis van het wilde westen is tevens ook een klaploper die zijn familiale verplichtingen verzaakt. Zijn vrouw liet hem in de steek en samen met haar kinderen hokt ze nu samen met een Mexicaanse landeigenaar. Marshall Bass komt verhaal halen, maar net op dat moment arriveert de misdadige broer van de landeigenaar om zijn deel van de familiebusiness opeisen. Fantastisch geschreven en nog fantastischer getekend. Scenarist Darco Macan weet de juiste balans te vinden tussen (donkere) humor en spanning en tekenaar Igor Kordey is een meester die in elk album minstens één fantastische spread verwerkt. Wereldklasse.

Douwe Dabbert 21 – Het gemaskerde opperhoofd (Uitgeverij L): Douwe Dabbert begon in 1977 en veroverde, verhaal na verhaal, langzaam een plekje in de vaderlandse (strip)cultuur. Zijn nuchtere kijk en het sprookjesachtige magisch-realisme deden de verhalen met kop en schouders boven veel ander leesvoer uitsteken. De strip is echter nooit meegegroeid met de tijd. Je zou denken dat dat geen probleem is, het speelt zich toch allemaal in een fantasiewereld af, maar ook de manier van vertellen en de tekeningen doen ouderwets aan. Wat in de jaren ’70 en ’80 werkte doet dat nu niet meer.

Vleugels van hoop 1 – Engelen (Silvester): Een sterpiloot of Ace van de Britse luchtmacht wordt verliefd op een alleenstaande moeder uit het dorp bij de basis. Niets is echter wat het lijkt en de man beseft niet dat hij zijn neus in een wespennest gestoken heeft. Prachtige luchtgevechten en heldere tekeningen doen de rest. Een degelijke vliegeniersstrip.

Robbedoes in Berlijn (Dupuis): We kregen de laatste tijd al enkele Robbedoezen door… te lezen die duidelijk de kaarten van melancholie en sociaal-historisch-maatschappelijke bevlogenheid trokken. Dit album van Flix speelt zich af in het door de muur gesplitste Berlijn van de jaren ’80 dus we dachten dezelfde koek te krijgen. Niets is minder waar: Flix gaat resoluut voor slapstick en ongebreidelde fantasie en dat is een verademing. Onze helden krijgen te doen met fantastische machines en circusapen. Begrijp ons niet verkeerd: er zit wat tristesse in het verhaal en je kan natuurlijk niet naast de Berlijnse Muur kijken, maar dit album is toch vooral gewoon dikke, vette fun.
Lees hier een andere, uitgebreide recensie.

Suske en Wiske 358 – De drakenprinter (Standaard Uitgeverij): Het 358ste album van Suske en Wiske tapt uit twee vaatjes. Aan de ene kant hebben we de nogal losgeslagen en ongeloofwaardige uitvindingen van professor Barabas, zoals een 3D-printer die je ergste angst als levend wezen kan uitprinten en allesbehalve aerodynamische vliegende botsautootjes, aan de andere kant is dit album een zeer geslaagde psychologische ontleding van de personages en de reeks zelf. Je moet het lezen om te begrijpen, maar als we zeggen dat de strip handelt over het feit dat Jerom iets te veel fungeert als deus ex machina dan is uw nieuwsgierigheid wellicht genoeg geprikkeld.

De glazen kroon 1 – Leed boven glorie (Silvester): In deze prequel van De lemen troon wordt de nietsvermoedende lezer initieel bedolven onder een barrage van personages en historische weetjes. Dat maakt dat de eerste helft van deze historische strip nogal stroef leest. Op het moment dat je volledig ondergedompeld bent in het jaar 1380 en de honderdjarige oorlog aanvangt, begint ook het leesplezier. Personages waar je voor duimt, afgelikte en expressieve tekeningen en intriges alom. Een topper in het genre.

De Kiekeboes 158 – Salami (Standaard Uitgeverij): Het is even geleden, maar met dit album hebben de makers van De Kiekeboes nog eens een grand cru afgeleverd. De plot, gebaseerd op de gelijknamige thriller, zit prachtig in elkaar en kent enkele onverwachte wendingen, de personages dribbelen de verhaallijn kundig vooruit en krijgen allemaal een plekje om te stralen en de tekeningen zijn van hoog niveau. De andere tekenaars van de reeks zijn geen prutsers, maar na Merho zelf is Dirk Stalleart ontegensprekelijk de beste Kiekeboe-tekenaar. Hoe hij zijn figuranten concipieert (vermoedelijk vaak naar levend model) is van ongeëvenaarde klasse.

De splitsing 2 – Verzet (Uitgeverij L): Als het dan toch weer over oorlog moet gaan, waarom eens niet over die in het voormalige Joegoslavië? De setting alleen al maakt dat deze strip een boeiende aanwinst is voor uw verzameling. De Balkan komt immers niet zo vaak voorbij als locatie. Wat het helemaal afmaakt zijn de doorwrochte personages die hier worden opgevoerd: gewone mensen die worden meegesleurd in de waanzin van een gewapend conflict. De tekeningen zijn af en toe wat stijfjes maar het lijnwerk doet zacht aan, alsof er amper geïnkt werd over de potloodlijnen. Het kleurenpalet is verder warm genoeg om het geheel te laten overtuigen.

Yasmina 2 – Honger als een konijn! (Dargaud): Als Suske en Wiske Junior van hierboven één van de beste stripreeksen voor de jongste lezertjes is, dan is Yasmina dat voor de prille puber. We hebben zelden meer overtuigende puberpersonages gezien. Wauter Mannaert tekent als een derwisj en heeft bovendien één en ander te vertellen over ecologie en hoe je een verantwoord potje kan koken. Gelukkig zien we nergens een vervaarlijk zwaaiend vingertje. Wel vaart: vaart, humor en empathie.
Lees hier een andere, uitgebreide recensie.