Strips

Columbusstraat is een geslaagd caleidoscopisch verhaal van twee Duitse gezinnen gedurende WO II

Columbusstraat (Tobi Dahmen)Karl Dahmen is advocaat en de overheid maakt het hem niet makkelijk. Nu de NSDAP sinds 1933 aan de macht is, ligt elke advocaat die zich inspant voor tegenstanders van het regime onder een vergrootglas. Karl is een man van Ordnung muss sein en dat de overheid haar burgers onrechtmatig behandeld vindt hij moeilijk te verkroppen. Sommige van zijn collega’s snappen niet waar hij zich zo druk over maakt en vinden dat hij de NSDAP gewoon eens een kans moet geven. Karl sputtert tegen en hoopt dat het socialisme in hun partijnaam niet de overhand krijgt, want dat zou voor hem de druppel betekenen.

Heinz Funcke is een paar jaar geleden toegetreden tot het schroeven producerende familiebedrijf en sindsdien is de verkoop verdubbeld. Een promotie kan daarom niet uitblijven. Heinz doet geen werk dat hem in conflict brengt met de overheid, maar als de oorlog uitbreekt zijn schroeven en bouten hard nodig en van lieverlee wordt de firma gedwongen ook munitie te produceren. De gestaag groeiende omzet roept gemengde gevoelens op. 

Columbusstraat (Tobi Dahmen)Naarmate het verhaal vordert zullen beide mannen andere keuzes maken. Karl bezwijkt onder de almaar oplopende druk van de overheid en sluit zich aan bij de partij. Vanaf dan gaat het hem al snel weer voor de wind en slaat zijn mening 180° om. Heinz is daarentegen steeds minder gecharmeerd van het regime en doet er alles aan om zich niet de mond te laten snoeren en tegelijkertijd zijn gezin, maar ook anderen veilig te houden.

Karl en Heinz waren de grootvaders van stripmaker Tobi Dahmen. Hun kinderen zijn zijn ouders, ooms en tantes. Na Fietsmod, zijn vuistdikke debuut waarin hij vertelt over zijn eigen jeugd, besloot Dahmen dat ook zijn familiegeschiedenis de moeite van het lezen waard was – en dat dit nog wel een centimeter dikker mocht zijn. Niet alleen namen de twee gezinnen tegengestelde standpunten in tijdens de oorlog, maar ook boden de gezinsleden de kans op verschillende perspectieven. De familie Dahmen woonde in Düsseldorf niet ver van de Nederlandse grens. (Zij zijn het die op de Columbusstraat wonen.) De familie Heinz woont in het Oosten. Aanvankelijk is dat Chemnitz, maar vlak voor de oorlog uitbreekt verhuizen ze naar Breslau, net over de Poolse grens.

Als de oorlog in september 1939 uitbreekt, is Andrea Heinz (moeder van de auteur) bijna 3, haar broertje Thomas wordt vijf maanden later pas geboren. Voor hen is de oorlog abstract, het leven is zoals het is. De kinderen Dahmen zijn net iets ouder en dat maakt veel verschil. Karl-Leo (vader van de auteur) is 7 in 1939. Zijn ouders plaatsen hem in een internaat in een poging hem zo ver mogelijk van de oorlog weg te houden. Dat bevalt hem niks, liever is hij thuis, of soldaat met zo’n mooi pak en spannende verhalen. Zijn zus Marlies is 13. Zodra ze oud genoeg is om te gaan werken, wordt ze geconfronteerd met de ellende buitenshuis. Peter is 16 en wordt op zeker moment soldaat. Voor hem geen heldendaden maar ontberingen, meer dan je iemand van zijn leeftijd zou gunnen. Opgegroeid in het gezin Dahmen is Peter vanzelfsprekend aanhanger van het regime, maar aan de frontlinie wordt zijn loyaliteit op de proef gesteld. Zijn broer Eberhard heeft daar duidelijk geen last van. Hij is 18 als de oorlog begint, overtuigd van het gelijk van Duitsland en hij pakt de wapens op zodra hij kan. Binnen de kortste keren is hij officier en klimt hij op in de rangen.

De omslag die Karl maakt van een kritisch advocaat naar overtuigd aanhanger gaat sluipenderwijs. Als hij eenmaal om is, valt hem veel te verwijten, zijn overtuiging en fanatisme zijn zijn eigen keus, maar je begrijpt ook dat het voor hem onmogelijk was vast te houden aan zijn principes. Zijn bedrijf stond op omvallen en het moment waarop hij zijn gezin niet langer kon onderhouden was niet veraf. Fanatisme kan ook Eberhard niet ontzegd worden. Als officier en aspirant advocaat verzint hij argumenten waarmee hij de misdaden van het regime kan rechtpraten. Hij is overtuigd fascist en dat levert sterke scènes op. Terwijl Eberhard in zijn (authentieke) brieven schrijft over wilgenkatjes en fluitende lijsters om zijn ouders gerust te stellen, zien we hoe hij allerlei wreedheden begaat. Hij beschrijft de plaatselijke bevolking steevast als barbaren en als ze wanhoopsdaden van verzet begaan in een ijdele poging het vege lijf te redden, praat Eberhard over verachtelijke daden van verwerpelijk tuig. Zijn broer Peter deelt die geestdrift niet. Als soldaat in de loopgraven aan het Russische front biedt de oorlog hem weinig om lyrisch over te zijn.

Het is goed dat het gezin Funcke zich al die tijd verzet en dat ook dat ruimschoots in beeld wordt gebracht. De wreedheid van de nazi’s uitte zich onder de eigen burgerbevolking misschien anders, maar niet minder dan aan het front. Heinz Funcke maakt zich er druk over en bijt geregeld van zich af. Dat geeft de lezer de hoop en ademruimte die in dit boek goed gebruikt kunnen worden.

Columbusstraat (Tobi Dahmen)Zodra de Duitsers de oorlog dreigen te verliezen, maar vooral als de geallieerde troepen eenmaal de steden binnentrekken, stort de wereld voor beide gezinnen in. Meerdere gezinsleden zullen de oorlog niet ongeschonden uitkomen.

Dahmen heeft een indrukwekkend tijdsdocument gemaakt. Waar Fietsmod nog weleens in de en-toen-en-toen-modus verviel, blijft de spanningsboog in Columbusstraat onverminderd gespannen staan. De manier van vertellen is prettig, het vertelritme en het tempo zijn goed. Er gebeurt veel, maar niets voelt overbodig. Het was wellicht een voordeel dat dit verhaal net iets verder van Dahmen af staat, al zullen de extra jaren ervaring ook van invloed zijn geweest. Wel wordt de lezer soms op de proef gesteld door het vele wisselen van perspectief. Twee gezinnen, meerdere personages, verschillende steden, continue verplaatsingen… Dat de vriendelijke gezichten, die karakteristiek zijn voor Dahmens stijl, veel op elkaar lijken, helpt ook niet altijd mee. Haardracht, kleding en accessoires bieden houvast, maar als bijvoorbeeld Peter en Eberhard allebei soldaat zijn en een uniform dragen, is het zaak goed op te letten. De strip bevat bovendien geen kleur. Gelukkig wordt de oplettende lezer ruimschoots beloont met een goed doortimmerd verhaal. Wie daarna nog niet verzadigd is, vindt achterin een verklarende woordenlijst (of annotaties), bronvermeldingen, een literatuurlijst en leestips. In dit ruim 20 pagina’s tellende dossier zijn de jaren van onderzoek die aan Columbusstraat vooraf gingen goed te voelen.

Columbusstraat (Tobi Dahmen)In Duitsland werd Columbusstraat een groot succes en het boek verdient het om dat ook in Nederland en Vlaanderen te worden. Moest ik een minpunt noemen dan is dat het abrupte einde. Op het hoogtepunt van hun ellende is het moeilijk de gezinnen zomaar achter te laten. Je vraagt je af hoe ze zijn opgekrabbeld na de oorlog, hoe ze later tegen hun eigen keuzes aankeken en wat de liefde tussen Karl-Leo Dahmen en Andrea Funcke voor stof heeft doen opwaaien bij hun ouders. Eens polsen of de auteur al aan het schrijven is. Gelukkig vertelde de auteur me dat hij al aan het schrijven is.

Tobi Dahmen – Columbusstraat. Een familiegeschiedenis 1935 – 1945. Scratch Books. 528 pag. hardcover. zwart-wit. € 39,95