Strips

Als celmuren konden spreken: acht auteurs geven gevangenen Oranjehotel gezicht

Het Oranjehotel was de bijnaam van de gevangenis in Scheveningen waar in de Tweede Wereldoorlog zo’n 25 duizend mensen zijn vastgehouden. Voor een deel van hen, mensen die waren opgepakt voor verzetswerk, was het ook hun laatste halte: ze werden verderop in de duinen op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Tegenwoordig is een deel van die oude gevangenis een oorlogsmonument en te bezoeken als museum. In de museumwinkel – maar ook in reguliere boekwinkels – ligt nu het album Gevangen in het Oranjehotel – 8 getekende oorlogsverhalen.
Voor het album werden acht stripmakers gevraagd zich te verdiepen in de archieven van het museum en daar iets mee te doen. Doorgaans leiden dit soort projecten vooral tot boeken die op een toegankelijke manier informatie overbrengen en niet zo zeer tot heel interessante beeldverhalen. Maar Gevangen in het Oranjehotel is een uitzondering: een aantal van de acht verhalen kunnen ook verrassend goed op zichzelf staan.
Zo weet Gemma Plum in een oogopslag inzichtelijk te maken hoe divers de gevangenispopulatie tijdens de oorlog was. Niet alleen verzetsstrijders maar bijvoorbeeld ook mensen die weigerden geld te geven aan een collecte die ten goede kwam aan aan de nazi’s gelieerde organsiaties. Op de laatste pagina’s van haar verhaal portretteert ze tientallen gevangenen naast elkaar met hun hoofd naar de gevangenismuur gekeerd, zoals ze soms uren moesten blijven staan bij het binnenkomen. Een bijzonder eenvoudige aanpak die echter verrassend indringend uitpakt.
Sterric valt op door het benauwende perspectief waaruit ze haar verhaal vertelt. Ze verbeeldt het gevangenisleven vanuit de cel en laat je als lezer voelen hoe dat was door het gezichtspunt te kiezen van een gevangene die door het luikje van zijn celdeur slechts een klein stukje van de gang kan zien.
Op zijn beurt kiest Guido van Driel dan weer voor een meer klassieke aanpak van vertellen, maar dan wel met een van de meest aangrijpende verhalen die uit de archieven van het museum zijn opgeduikeld: twee vrouwen horen in de cel naast hen een tweejarige joods kind huilen dat helemaal alleen zit. Met wat maandverband en knopen knutselen ze een pop in elkaar dat ze via een bewaker aan het kind geven in de hoop dat het wat troost biedt. Het kind is niet veel later op transport gezet. De vrouwen hebben het nooit gezien en nooit geweten wie het was.
Het meest aangrijpende aandeel in Gevangen in het Oranjehotel komt evenwel van Jan Vriends. Hij kiest ervoor de laatste gang van verzetsstrijder Hendrik de Vries van zijn dodencel naar de Waalsdorpervlakte weer te geven, waar hij zal worden gefusilleerd. De tekeningen worden slechts begeleid door de woorden uit de afscheidsbrief die De Vries schreef aan zijn vrouw en zijn tweejarige dochtertje. Door de combinatie met de tekeningen komen de woorden waarin hij zijn vrouw vraagt zijn dochter later te vertellen dat hij van haar houdt nog harder aan dan anders. 
Elk verhaal gaat vergezeld met een nawoord over de bronnen die de auteurs geraadpleegd hebben. Gevangen in het Oranjehotel is door die aanpak net zo goed geschikt als lesmateriaal als verhalenbundel. De meeste verhalen in dit album zijn sterk genoeg om ook los van de museale context waarin ze zijn gemaakt te overtuigen.
Leerzaam en indringend, dat is geen alledaagse combinatie. Als celmuren konden spreken, zouden ze klinken zoals in dit Oranjehotel-album.
Diverse auteurs – Gevangen in het Oranjehotel. Scratch. 120 pagina’s hardcover. €27,50