Nieuwsbrief

Kort van stof

Kort van stof: november 2020

Het was aangekondigd: november is de maand om leesstapels aan te leggen voor de kerstdagen. Uitgeverijen overstelpten de stripspeciaalzaken met nieuwe titels en de striplezer mag zich weer in de schulden steken om alles te kopen. Of toch niet? In deze aflevering van Kort van stof laten we weer ons licht schijnen en pikken er de krenten uit. Zodat er nog wat geld over blijft en de kinders ook nog op een cadeautje in de zak of onder de boom kunnen rekenen.

Operatie Overlord 6 – Een nacht op de Berghof (Silvester): Operatie Overlord was de codenaam voor de landing in Normandië tijdens WOII. Deze zesdelige reeks beschrijft de voorbereidingen van wat misschien wel de belangrijkste militaire operatie van de vorige eeuw was. De makers weten perfect de balans te houden tussen historische feiten en spannende actie. De tekeningen zijn wat statisch en de inkleuring en sound effects doen extreem digitaal aan, maar wie interesse heeft in WOII valt zich zeker geen buil aan deze reeks.

Negalyod (Daedalus): Vincent Perriot is een grote fan van Moebius en dat mogen we allemaal weten. Perriot steekt die invloed in dit kloeke boek van om en bij de 200 pagina’s niet onder stoelen of banken. Negalyod is een zachtjes kabbelend science fiction verhaal over een dinosaurusherder die in z’n uppie the powers that be ter verantwoording wil roepen. Het verhaal beklijft, al is het soms nét iets te zweverig. De tekeningen zijn uiteraard niet van het niveau van Moebius zelve, maar Perriot slaagt er toch in ons af en toe wat langer te laten blijven hangen bij de zoveelste mooie splash page. We hopen nu wel dat hij zijn idool uit zijn systeem getekend heeft en dat hij volgende keer grafisch iets origineler uit de hoek zal komen.

Nieuwe avonturen van Yakari 3 – De zoon van de adelaar (Le Lombard): van de tederste verleiding sinds er stripindiaantjes zijn, is onlangs een nieuw avontuur verschenen. Yakari helpt een adelaarsjong dat in een ravijn is gekukeld. Het is een lievig verhaaltje in de traditie van The A-team, of Paw Patrol als je het de doelgroep vraagt: een indiaantje en een paar dieren slaan de handen ineen om een beestje in nood te helpen. Prachtig getekend, heel zuiver en sympathiek en geschikt voor de jongste zelflezende kinderen: het lettertype en de woordkeuze is keurig aangepast. Voor onder de boom.

Simak 2 – Dodelijke Spelletjes (Daedalus): Phoenix is op zoek naar de moordenaar van zijn collega en is terecht gekomen op Solar Corona, een planeet vol seks, drugs en geweld. Als je er niet teveel bij nadenkt is dit best wel een geinig tussendoortje. In het eerste deel werd de (flinterdunne) plot opgezet en in dit afsluitende deel gaan alle remmen los. De link naar de Metabaronnen is slechts een verkooppraatje, maar ach: we worden sowieso constant in de luren gelegd door Captain Commerce. Eén keer meer of minder hindert niet.

Aristophania 3 – De Aurorabaron (Dargaud): drie kinderen ontdekken dat magie echt bestaat. Wie bovennatuurlijke krachten bezit is bovendien in één van twee handige kampen onderverdeeld: er zijn de goeden en de slechten. Die leveren uiteraard strijd met een gigantische inzet: de complete macht over de realiteit. Dolletjes. Deze strip dreigde een nogal uitleggerige en tekstzware leeservaring te worden maar gelukkig barst er later ook wat actie los. Goed getekende fantasy die, dankzij de setting: Parijs in 1909, in een steampunksfeertje baadt.

Lucky Luke – Een cowboy tussen het katoen (Lucky Comics): Lucky Luke, de enige stripheld die er prat op gaat nooit iets van bezit na te streven en nooit een echte baan heeft gehad, krijgt de schrik van zijn leven: hij erft een katoenplantage in Louisiana. Luke heeft een goed idee: hij wil de hele plantage afstaan aan de zwarte boeren die er werken. Black ownership matter, dat idee. Maar ja, dat kan natuurlijk niet maar zo. Bass Reeves (die we kennen uit de strips van Marshall Bass) komt Luke helpen. Er zijn nota bene nog vier mannen die hem terzijde staan: een lange, een iets kleinere, een nog iets kleinere en een onderdeur. Afijn. In deze aflevering is Luke even niet poor en niet lonesome. Lachen!

In het hoofd van Charel Cambré (Oogachtend): Charel Cambré won onlangs de Bronzen Adhemar. Ook als hij die niet gewonnen had, zou hij ongeveer één van de beste tekenaars in het segment van de humor en familiestrip zijn. De man is verantwoordelijk voor de tekeningen van Amoras en zijn kronieken, Pinantie United, Jump, Koning Filip en dergelijke meer. In het hoofd van bevat vrijwel enkel tekeningen van Cambré en quotes van naasten en collega’s. Geen ellenlange uitleggerige teksten. Het geheel is zo intelligent samengesteld dat je de carrière van Cambré perfect kan volgen zonder al te veel gelul. De quotes van uitgevers en dergelijke zijn even nietszeggend als de commentaren in de extra’s op een DVD van een Amerikaanse movie, waarin iedereen alles constant fantastisch vindt, maar de quotes van familie en vrienden zijn verhelderend, grappig en ontroerend.

Lectrr Lockdown (Davidsfonds Uitgeverij): het is al vaak gezegd, het was een goed jaar voor (Belgische) cartoonisten. Naast corona was er bijvoorbeeld het tweede kampioenschap ‘Om ter ’t langs een regering vormen’. Cartoonisten als Lectrr spinnen daar hilarisch veel garen bij. Lectrr is apolitiek, zoals het een goed cartoonist betaamt en neemt alle politieke strekkingen op de korrel. Wat hem echter nog meer tot eer strekt is dat hij tegen onzin als racisme, vervuiling en uitbuiting is en dat ook laat merken. Elk weldenkend mens zou moeten ageren tegen dat soort vuillakkerij, of men nu links of rechts is, en dat gebeurt spijtig genoeg iets te weinig.

Blauwbloezen 65 – De oorlogscorrespondent (Dupuis): scenaristenkoppel Beka en stertekenaar Munuera wagen zich (eenmalig?) aan een album van de Blauwbloezen en ze doen dat goed. Het verhaal draait rond William Russell, min of meer de eerste oorlogscorrespondent ooit, die nu ook de Amerikaanse burgeroorlog komt verslaan. Dat Munuera kan tekenen weten we al maar ook het verhaal kan bekoren. De karakters van de personages en hun omgang met elkaar kloppen perfect en ook de humor raakt de juiste snaar. Er zit zelfs iets meer gelaagd sentiment in deze Blauwbloezen dan gewoonlijk. Geslaagd met onderscheiding.
Lees hier de uitgebreide recensie

Rode Ridder 268 – De Mayameester (Standaard): en het vorige deel was nog wel zo spannend en zette alles nog zo op scherp! Deze aflevering van de ongoing toestand rond Johan, Lancelot, Allis en Merlijn zwalkt weer alle kanten op. Het idee is heel pittig: er is een waanbeeldig kasteel waarin Bahaal het clubje goede strijders wil lokken. Eenmaal binnen laat hij het waanbeeld dan verdwijnen, mét iedereen erin. Kan dat dan zomaar? Ja, wel als je buiten de slimme Rode Ridder rekent. Maar los daarvan: er lijkt nu weer een nieuw lijntje bij te komen. Want gewoon eens een vraag: waarom heeft de lezer bijvoorbeeld destijds deel 265 moeten lezen? Hoe haakt alles in Godsnaam nog in elkaar?

Boerke Bijbel 2 – Het Nieuwe Testament (Nanuq): net op tijd voor de feestdagen komt Pieter De Poortere aanzetten met een kanjer van een boek vol Boerke-grappen. Woordeloze grappen missen soms wat karakter, maar niet bij Boerke. De Poortere weet hoe hij de lezer aan het lachen moet brengen en is op zijn best wanneer zijn humor diep snijdt. Af en toe raakt hij heikele thema’s aan als de uitbuiting van Afrika, maar er wordt nooit met het vingertje gezwaaid. Boerke is al lang geen Boerke meer maar een soort van Multi-inzetbare Elckerlyc. Boerke is geen vastomlijnd personage meer. Ik zal zelfs meer zeggen: “Boerke: c’est nous.”

Jommeke 302 – De sneeuwmaker (Ballon): verdachte weerexperimenten zorgen ervoor dat het op Paradijseiland plots alle dagen vriest dat het kraakt en de sneeuw met dikke pakken uit de lucht komt dwarrelen. U begrijpt vast wel dat dat geen pas heeft op een eiland met ‘paradijs’ als voorvoegsel. Jommeke en consorten gaan orde op zaken stellen in een album vol met de gebruikelijke grappen en grollen. Het niveau van de Jef Nys albums zal waarschijnlijk nooit meer gehaald worden, maar de Jommekereeks blijft een zeer verdienstelijke strip voor de iets bravere kinderen op deze wereld.

Alex 39 – De god zonder naam (Casterman): nog een reeks die al lang niet meer gemaakt wordt door de geestelijke vader ervan. Hier wordt de bal echter faliekant misgeslagen. De tekenaar probeert de stijl van Jacques Martin te emuleren maar komt uit bij zielloze prentjes. (En Jacques zelf was al geen producent van de meest spetterende en beweeglijke strippagina’s.) Het verhaal is oerconservatief en onnoemelijk saai. We kunnen ons niet voorstellen dat iemand anders dan de meest diehard fans dit goed vinden. Misschien die stoffige geschiedenisleraar die denkt dat hij hip is omdat hij strips gebruikt in de klas?

Krasse knarren 6 – Het verstopte oor (Dargaud): bepaald niet het beste album van deze reeks. Nu klinkt dat streng, maar weet dan meteen dat er een paar hoogtepunten in deze serie zitten. Het lijkt alsof de activistische bejaarden een beetje door hun ijver heen zijn. Er is in Europa niet veel meer om voor te knokken, zo lijkt het. In dit verhaal gaan de 68’ers daarom naar de rimboe van Guyana en daar komen ze achter een hoop onrecht en milieuverontreiniging. Het verhaal kabbelt naar de ontknoping en dan is er ineens weer iets te zien van hun strijdvaardigheid. Maar echt scherp is het allemaal niet deze keer.

Het Beest 1 (Dupuis): toen we hoorden dat Zidrou en Frank Pé een strip over de Marsipulami zouden maken creëerde dat allerhande verwachtingen, maar dit hadden wij niet verwacht. De twee auteurs situeren hun verhaal in Brussel in 1955. Wegens allerhande duistere en stinkende zaakjes als dierensmokkel komt de Marsipulami terecht bij de jonge François en zijn alleenstaande mama. Die twee moeten keihard vechten om de eindjes aan elkaar te knopen. Verwacht geen slapstick maar een bitterzoet en diepmenselijk verhaal met mensen met een gouden hart in de hoofdrol. Ik zeg het volgende niet licht, ik haat het zelfs als andere recensenten dat doen, maar dit boek is nu al een klassieker.

Travis 12 – De kinderen van Marcos (Daedalus): Travis staat al elf deeltjes garant voor flitsende sciencefictionverhalen. In dit twaalfde deel geven de makers een verrassende draai aan de reeks. Travis is namelijk vermist en in dit album volgen we niet hem, maar Vlad Nyrki die Travis op moet sporen. Van Travis horen we, omzeggens, enkel spreken. Het verhaal barst van de goede vondsten en Vlad raakt al snel verwikkeld in een broeinest van coke smokkelende Mexicanen die in een jungle vol geautomatiseerde killer robots rondhossen. Plezier gegarandeerd.

De Bom (Scratch): een boek van meer dan 450 pagina’s over het ontstaan van de atoombom. Zeggen dat we tegen de lezing van deze klepper opkeken zou overdreven zijn, maar zeggen dat we ernaar uitkeken is gelogen. Mijn God! Waren wij even mis! De auteurs van dit boek grijpen je vanaf het begin bij je nekvel en laten je niet meer los. Tientallen personages dansen het perfecte ballet van de dood. Het boek is doorspekt met interessante, soms zelfs van de pot gerukte, historische feitelijkheden. Elk personage wordt perfect neergezet en de magistraal verhaaltechnisch opgebouwde zwart-wit tekeningen van Rodier sleuren je met een rotvaart door het verhaal. Machtig boek!

Vreemde vogels (Syndikaat): een themabundeling van allerlei Eugene-afleveringen waarin een vogel opduikt, je moet er maar opkomen. Maar verdorie, wat is het lachen! Eugene wordt altijd net iets lager ingeschaald dan Dirk Jan, maar dat is echt onterecht: beide fanscharen kunnen prima de kruisbestuiving aan, zogezegd. Beste grap: een telefoongeluidje klinkt, de figuur zegt: dat is geen beltoon, maar een vogel, waarna een vogel zijn eigen telefoon opneemt. Dat dus!

Alleen in Berlijn (Scratch): Nicolas Junker verwerkt de waargebeurde verhalen van twee vrouwen die zich in de lente van 1945 in Berlijn bevonden tot een fictieve historie. Ingrid is Duits en werkt voor het Rode Kruis, Evgeniya is Russisch en werkt als vertaler voor de NKVD. (De Russische Gestapo als het ware) Junker laat de twee vrouwen elkaar ontmoeten, wat nooit echt gebeurd is, maar heft daardoor wel hun authentieke individuele biografieën tot een hoger niveau. Door de standpunten van beide kanten tegen elkaar uit te spelen levert Junker een eerlijk en hard tijdsdocument af. De gruwelijkheden waartoe de mens in staat is worden gruwelijk realistisch in beeld (en woord) gebracht. Er verscheen deze maand geen pijnlijker, eerlijker en meer confronterend boek dan dit.

Prins Valiant – Jaargang 1970 en 1971 (Silvester): de Prins Valiant reeks van Hal Foster is één van de meest geplagieerde strips ooit. Vele Europese stripmakers speelden leentjebuur en namen houdingen en kadrages over uit deze klassieker over de Middeleeuwse Prins. We kijken naar jou, Vandersteen! De tekeningen zijn een streling voor het oog, maar toch is dit een reeks die vooral voor de striphistorici en verzamelaars interessant is. De verhalen zijn zeer klassiek en het feit dat er geen tekstballonen maar enkel tekst onder de plaatjes gebruikt wordt, maakt het lezen niet vlotter. Jaargang 1971 bestaat voor de helft uit een dossier met achtergrondinfo dat zich qua verzorgdheid kan meten met de gemiddelde Europese kroonprinses.

Het goud van de zwendelaar (Uitgeverij L): Pablos van Segovia is een personage uit het soort schelmenroman dat zeer populair was omstreeks de 17de eeuw. U kent dat wel: Tijl Uilenspiegel, Reinaert de Vos en consorten zetten de toon al rond de 13de eeuw. Ayroles (tekst) en Guarnido (tekeningen – Blacksad!) breien met deze kloeke hardcover een vervolg aan de 17de-eeuwse avonturen van Pablos. Deze keer mag de man zijn streken uithalen in de Nieuwe wereld: Goud! Goud! GOUD! In een prachtig getekend epos wordt hetzelfde verhaal drie keer verteld, steeds vanuit een ander standpunt en met onthullende nieuwe informatie. Spannend en grappig: oké, maar het boek bevat ook bijtende satire, zoals het een schelmenroman betaamt. Uitbuiting van arm door rijk en zo. Dat kent u ook wel: Blabla, spijtig, blabla, nu ook nog actueel, et cetera. Fantastische strip: één van de toppers van deze maand!

Sigmund – Dertigste sessie (De Harmonie): dit dertigste (jubileum)album bevat iets meer dan 200 gagstrookjes met Sigmund, de antipathieke psychiater, in de hoofdrol en dat is een beetje teveel van het goede. Tijdens de eerste tien pagina’s van het boek moesten we welgeteld één (1) keer glimlachen. Veel gags blijven hangen bij therapie an sich en dat kennen we intussen al wel. Bij dit soort albums is het quasi onmogelijk om enkel goede grappen op te nemen, maar een strengere selectie zou de algemene kwaliteit zeker verhogen. In het tweede deel van het boek speelt auteur Peter de Wit in op corona. Dat thema geeft hem duidelijk een tweede adem want de gags worden beter en origineler.

De koorts van de Urbicande (Casterman): prachtig instapverhaal voor wie nog nooit iets las van de Duistere Steden cyclus van Schuiten en Peeters. Eugen Robick is urbatect (urbane architect, als het ware) en teleurgesteld in het stadsbestuur. Zijn plannen voor een brug worden gedwarsboomd vanwege allerlei veiligheidsvoorzieningen. En dan is er die gekke kubusconstructie op zijn bureau die steeds groter wordt. Alles heeft natuurlijk met elkaar te maken en de lezer krijgt er langzaam steeds meer zicht op. Bijzonder verhaal, lekker traag verteld, in een bijzondere stadswereld: mooie gebouwen, indrukwekkende tekeningen en voor het eerst in kleur. Dit was een prettige ontdekking: haak aan, doe mee. Alsnog.

Brian Bones, privédetective 2 – Eldorado (Silvester): Brian Bones is inspecteur bij een autoverzekeringsmaatschappij en hoewel al zijn collega’s het saaiste beroep ter wereld beoefenen is het bij Brian wederom prijs: een rollercoasterrit vol spanning en avontuur wordt zijn deel! Brian is een nogal neutraal en braaf personage en past op die manier heel goed bij de tekeningen. Het verhaal wringt zich richting de conclusie in allerlei absurde bochten en illustreert zo dat de plot dezelfde slechte baanligging heeft als de Cadillac Eldorado uit de titel. Niet slecht, maar als u iets met auto’s wil lezen deze maand koopt u toch beter de Rode Zone van hieronder.

Rode Zone 1 & 2 (Silvester): in de Rally van Monte Carlo van 1956 kwamen twee legendarische wagens tegenover elkaar te staan: de Porsche Carrera 1500 GS en de Citroën DS 19. De makers van dit tweeluik zijn duidelijk autoliefhebbers. We worden om de oren geslagen met een stortvloed aan technische details en automechanische weetjes. De wagens zijn duidelijk de hoofdpersonages in deze strips. Vreemd genoeg konden wij deze historie wel smaken. We hebben niet eens een rijbewijs! Dat ligt wellicht aan de goed uitgewerkte menselijke personages en het verrassende einde. De tekeningen en manier van vertellen doen zeer klassiek aan, maar dan op een goede manier. Niet oubollig maar gedegen!

Detectives 5 – Frederick Abstraight – A Cat in a Barrel (Silvester): reeksen met oneshots zijn meestal niet ons dingetje: te weinig diepgang. Van de reeks Detectives zijn we dan wel weer fan. Schrijver Hana weet telkens weer een spannend moordmysterie neer te zetten (meestal wel met nogal veel tekst). Dit vijfde deel is opnieuw een schot in de roos. Deze keer krijgen we een closed room mysterie voorgeschoteld en dan nog op een trein, begot! Hana zet de clichés van het genre naar zijn hand en vertelt een origineel verhaal doorspekt met humor. Ook de tekeningen van Motteler zijn van een hoog niveau: lekker expressief met een scheutje Munuera.

Karmen (Scratch): Cata pleegt zelfmoord maar krijgt nog even de kans om als geest rond te waren en één en ander uit te vogelen, dan wel recht te zetten. Een bekend uitgangspunt dat toch origineel uitgewerkt wordt. De tekeningen van Guillem March zijn oogverblindend mooi. De man tekent vooral comics voor DC en ontbindt zijn tekenduivels in dit persoonlijker werk: geflipte perspectieven, oogstrelende vormexperimentjes en dan die scène met het auto ongeluk! Het verhaal zelf is niet slecht maar er wordt nogal veel met platitudes gestrooid en de vertaling swingt als een bevroren hark. Een beetje een gemiste kans want vlottere dialogen hadden het boek ver boven de middenmoot waarin het nu blijft steken getild.

Tram 5 (Oogachtend): Karolina Szejda komt binnen via de grote poort met haar debuut Tram 5. Karolina beschrijft de midlifecrisis van haar papa die plots beslist dat hij, op vijftigjarige leeftijd, tramchauffeur wil worden. Het boek is gebaseerd op de realiteit en dat voel je in de details in de omgang tussen vader en dochter. Het zijn de kleine dingetjes die het hem doen. Bovendien hanteert Szejda de bladspiegel en kadrering als een pro: af en toe experimenteel maar steeds zeer leesbaar. Een ontroerend boek van een nieuw talent op de stripscène.

Het Wilde Westen 4 – Kansas River (Silvester): dit vierde deel is de afsluiter van een compleet verhaal dat zich afspeelt in, u raadt het al: het wilde westen. Zoals wel vaak gebeurt in een afsluitend deel moet er nogal veel uitgelegd worden om alle losse draadjes aan elkaar te knopen. Dat maakt dat het einde nogal afgeraffeld overkomt. De hoekige tekeningen vinden we nog altijd fantastisch maar zijn wellicht een acquired taste. Een iets minder deeltje van een zeer onderhoudende westernreeks, maar ja: u wilt toch ook het einde weten, hè?

Helemaal wild 2 (Syndikaat): opvallend veel leeswerk weer in dit tweede deel van Helemaal wild, dat is gevuld met losse afleveringen uit het weetal-blad Quest Junior. Als alles achter elkaar staat, zie je pas wat de jeugd zoal aan informatie verstouwt. En hoeveel vooral! Zoals met meer afleveringbundelingen is het zaak dit gedoseerd te lezen, anders komen de truukjes en maniertjes aan het licht. Maar het is leuk, keurig en luchtig van toon, tikje brutaal soms en een slim cadeau voor je neefjes en nichtjes.

Donjon Zenith 7 – Buiten de Wallen (Silvester): eindelijk, eindelijk, eindelijk een nieuwe aflevering van Donjon. U merkt het: we zijn enthousiast. Dat komt omdat Sfar en Trondheim hun unieke concept nog geperfectioneerd hebben: ultraspannende fantasy en sword & sorcery op grote schaal gemengd met alledaagse knulligheid en kleinzerigheid. Zeer grappig en zelfs aangrijpend bij wijlen. Een knoert van een aanrader.

Donjon Parade 5 – De Grogro-techniek (Silvester): als Donjon Zenith 7 van hierboven een grand cru is, dan is De Grogro-techniek de amuse gueule die erbij hoort. Slechts 32 pagina’s waarin een verhaaltje verteld wordt dat niet gigantisch veel om het lijf heeft maar wel beklijven kan. Meer slapstick dan situationele humor. Magnifiek in beeld gezet door de grote Manu Larcenet!

De kever en de koning (Oogachtend): Thibau Vande Voorde schotelt ons een koloniaal epos voor dat zich afspeelt in de donkere binnenlanden van het Congo van 1899. Joseph Lippens, een nogal antipathiek rijkeluiszoontje gaat op zoek naar zijn vader die als ivoorhandelaar opereert voor de Belgische kroon en verdween in de jungle. Een mysterieuze kever nestelt zich in het oor van Lippens en de ontsteking die daar op volgt doet hem compleet doordraaien. Paranoia, hoogheidswaanzin en excellente dialogen. In dit boek weerklinken echo’s van Olivier Schrauwen, Jeroen Janssen, Werner Hertzog en Joseph ‘Heart of Darkness’ Conrad, maar Vande Voorde laat zijn invloeden voor hem werken en niet omgekeerd.
Lees hier de uitgebreide recensie

Spaans Rood (Scratch): Milan Hulsing brengt een spin-off reeks met personages uit zijn fantastische striproman De Smokkelaar. Naomi kijkt graag naar mensen. Daarbij laat ze haar fantasie de vrije loop en schrijft ze hun fictieve levensverhalen neer. Die worden verweven met de verhalen van de mensen rondom haar: haar beste vriendin en haar vieze oom, de feministische zus van die vriendin en haar linksige poëtenliefje, haar lerares die verborgen diepten kent. Hulsing regisseert vlotjes zijn ensemblecast in een inventieve raamvertelling die altijd helder blijft. De tekeningen zijn sfeervol en neigen naar expressionisme. Dat wordt versterkt door een inkleuring die meer gemeen heeft met magie dan met de realiteit.