Nieuwsbrief

petit poilu
Artikelen

Stoppeltje: grote vragen zijn niet voorbehouden aan grote lezers

Kan een auteur zich artistiek en politiek engageren in een commerciële strip voor jonge kinderen? ‘Zonder enige twijfel’, is het antwoord van de Belgische striptekenaar Pierre Bailly. Zijn serie Stoppeltje, op basis van scenario’s van zijn levenspartner Céline Fraipont, is niet minder militant dan zijn werk voor lezers met meer jaren op de teller. Toch richt de reeks zich op heel jonge lezers: ze is woordeloos en daarom toegankelijk vanaf drie jaar[1]. Bij het uitdrukken van burgerlijk en artistiek engagement, lieten de twee Franstalige auteurs zich geen leeftijdslimieten, taalbarrières of mediale grenzen opleggen: Stoppeltje werd geadapteerd in spelletjes, tentoonstellingen en tekenfilms.

Stoppeltje-oma-snoepDe schrijvers begonnen hun reeks in 2007 omdat ze op de Franstalige markt geen stripverhalen vonden die geschikt waren voor hun dochtertje van 2½. Daarom bedachten ze een woordeloos werk voor een nog niet geletterd publiek. Zo’n piepjong publiek beogen van lezers die ongetwijfeld al, alleen of vergezeld van een volwassene, kinderboeken ‘lazen’ maar nog geen strips, impliceert belangrijke narratieve beperkingen, zoals Pierre Bailly aangeeft: “Ik heb vijftien jaar ervaring met het stripmedium nodig gehad om technisch te komen tot deze eenvoud.”

Het belang van de leesbaarheid staat voorop en laat zich gelden op alle narratieve niveaus. Blikken, oogopslagen, buigingen van ledematen en lichaamshoudingen van personages gidsen de lezertjes de juiste richting uit. De getekende lijven zijn uitermate expressief, niettegenstaande de beperktheid van de middelen, te beginnen met de held wiens lijf bestaat uit vier ovalen: het zwarte hoofd (met een rode, ronde neus), het groene lichaam en de voeten (met een oranje, ronde rugzak). Beperkt is ook het dieptezicht en perspectief: de actie speelt zich op de voorgrond af, terwijl het decor slechts bestaat uit enkele voorwerpen of, nog vaker, een gekleurde achtergrond. De indeling in zes “wafelijzerplaatjes”[2] per pagina en de vaste medium-shot kadrering ondersteunen een lineair en ritmisch, regelmatig grafisch verhaal, met minimaal tijdsverloop tussen de plaatjes. Ondanks al deze inspanningen om tot een klare verhaallijn te komen, beweert Pierre Bailly dat ouders meer dan hun kinderen onwil tonen bij het lezen van Stoppeltje: “De ouders zeiden tegen de boekverkopers: ‘Maar, er is niets te lezen, dit kan ik niet voorlezen!’ waarop zij antwoordden: ‘Toch wel, u beschrijft elk beeld, en voilà, zo werkt dat.’”

StoppeltjeDe auteurs inspireerden zich voor hun stripalbum op het onveranderlijk begin en einde van Little Nemo in Slumberland. Op de eerste pagina van elk album ontwaakt Stoppeltje, ontbijt hij en verlaat hij zijn huis, om dan 26 pagina’s lang wonderlijke avonturen te beleven, tot hij, op de laatste pagina, terugkeert naar huis, een bad neemt, met zijn gezin eet en, tot slot, in bed in slaap valt met dicht tegen zich een voorwerp uit zijn net beleefde avontuur. De lezer wordt tijdens het lezen herinnerd aan de inbedding van het dromerige verhaal in de raamvertelling, door middel van een scène waar Stoppeltje, gevangen in de droomwereld, nostalgisch een foto van zijn moeder bekijkt. Stoppeltjes terugkeer naar het dagelijkse leven, op het einde van het verhaal, is ook een terugkeer naar de orde, die het voorbeeldige doel van het verhaal onthult.

De vaste structuur van een raamvertelling en een ingebed verhaal kan complex klinken, maar het vertelritme wordt gedicteerd door scènes die eerder tonen dan uitleggen en dus eerder de emotie dan de rede van de lezer aanspreken. Doordat dialogen afwezig zijn, steunt het verhaal op de kracht en de impact van het beeld. Door dat fantasmagorisch[3] concept, kan Stoppeltje thema’s opvoeren die in het sociale leven van kinderen centraal staan. De wonderlijke episodes die het leeuwendeel van de albums uitmaken, lijken plots niet meer zo buitengewoon, omdat ze niet helemaal los staan van het gewone leven van de “held”. Door de verankering in de leefwereld van kinderen, leeft de jonge lezer zich makkelijker in, identificeert zich probleemloos alleen of door de interactie met een volwassene, in het geval van een begeleide lectuur.

Stoppeltje ontkracht de sekse-rollen

Zo toont het album Een stoppelig cadeau, bijvoorbeeld, hoe een verwend meisje het kleine geluk terugvindt, wars van alle ’eendagsmodes’ van de consumptiemaatschappij ; of bevechten kinderen in het onvertaalde album L’expérience extraordinaire een onderzoekster die hen met sekse-typisch speelgoed in rollen probeert te dwingen; of voert het album Oma Snoep ten toneel, een hebzuchtige vrouw die Stoppeltje graag kinderarbeid zou doen verrichten in haar snoepfabriek … tot de werknemers in opstand komen, zoals Pierre Bailly uitlegt: “Toen ik het kereltje in de fabriek tekende, dacht ik aan Leon Trotski. Het zijn de arbeiders die, op een bepaald moment, het werk neerleggen en ‘foert’ zeggen tegen de fabriekstop. Dat is niet niets!”

Stoppeltje
Stoppeltje en Leon Trotski

Die zin voor rebellie steunt ook op een kritiek op de manier waarop we communiceren. Als er één thema is dat steeds terugkeert in Bailly’s oeuvre, dan is het wel de band met het woord. Bailly’s personages zijn ofwel laconiek, (doof)stom of anderstalig en dus heel spaarzaam met woorden ofwel ware spraakwatervallen die verbaal machtsmisbruiker plegen. Met de hulp van Céline Fraipont, slaagde het koppel er verrassend in dat alles om te zetten in een woordloze strip. In de binnenvertellingen van de albums van Stoppeltje draait het steeds om de ontmoeting met een heel gamma aan imaginaire wezens, en de problemen om te communiceren die die ontmoeting met zich meebrengt. Toch is communicatie nooit onmogelijk. Pierre Bailly verwijst hierbij spontaan naar zijn eigen leven : “Toen ik een jongetje was, stotterde ik hard en tekende ik veel. Dat is hoe ik communiceerde. Verrassend genoeg sloeg ik erin mezelf in de groep te laten opnemen door te tekenen. Het feit dat ik vandaag woordloze strips teken, zonder taal, dat is behoorlijk bizar.” Dit soort communicatie is te zien in Protest in de moestuin, waar Stoppeltje tekenend communiceert met de inwoners van de tuin.

Stoppeltje
Een beeld zegt meer dan duizend woorden

Als auteurs bezetten Pierre Bailly en Céline Fraipont een originele positie in hun artistieke veld. Origineel, in de zin dat ze met hun serie een vernieuwing invoerden in Franstalige strips voor jonge kinderen. De reeks Stoppeltje eist een plaats op voor kinderen jonger dan 7 voor wie binnen Dupuis’ edities van familiestrips eerder niets bestond. Door zich namelijk te definiëren als “voor elk publiek”, sloot Dupuis (heel) kleine kinderen uit. Om een reeks als Stoppeltje in te sluiten, moest de catalogus een nieuwe categorie invoeren, “Ukje / Mijn eerste strip : strips voor zelfstandige lezertjes vanaf 3 jaar”, waarin alleen Stoppeltje een langdurig succes werd. Aan de ene kant, brengt de reeks nieuwe thema’s aan die de strip tot nog toe onbehandeld liet maar die wel al gethematiseerd werden in kinderboeken. Aan de andere kant, kan geopperd worden dat Stoppeltje alternatieve striptechnieken in de kinderstrip probeert in te voeren. Door geëngageerde onderwerpen te brengen en leesbaarheid voorop te stellen met een minimum aan middelen, werkt Stoppeltje grafisch in de traditie van de nouvelle bande dessinée française van de jaren negentig. Deze stelde immers het beeld in dienst van het verhaal. Toch staat de reeks ver van avant-gardistisch elitarisme. Kiezen voor een stripverhaal voor kinderen, is op zich immers al een duidelijk artistiek statement.

 

Dit artikel werd geschreven door Benoît Glaude en vertaald door Eva Van de Wiele.

Dit artikel kwam tot stand binnen het COMICS project dankzij een beurs van de European Research Council (ERC) als deel van het onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon 2020 van de Europese Unie. (Beurs Nummer [758502]).

 


[1] De negen in het Nederlands “vertaalde” albums zijn nu niet meer verkrijgbaar, maar de drieëntwintig delen van het stripverhaal blijven voor iedereen toegankelijk in de originele editie.

[2] André Franquin bedacht de metafoor van het wafelijzer voor een lay-out met plaatjes van gelijke dimensies. In het Engels werd de term vertaald als “waffle-iron layout”.

[3] We bedoelen hiermee een wonderlijk verhaal ingebed in een raamvertelling : Stoppeltje beleeft wonderlijke avonturen maar keert steeds veilig naar de thuissituatie terug.