Kort van stof

Kort van stof: september 2026

De stripuitgevers hebben hun schappen weer gul leeggekieperd over onze leestafel en zoals gewoonlijk balanceert de oogst gevaarlijk tussen zeldzame genialiteit en klinkklare papierverspilling. Tussen bejaarde scenaristen die hardnekkig weigeren met pensioen te gaan, gerecycleerde jeugdhelden en commerciële geldklopperij door, scheiden wij het graan met plezier van het kaf. Want een mens mag al eens graag een parel ontdekken, maar niets smaakt zo zoet als een opgefokt stuk pulp vakkundig tegen de muur kwakken. Haal het zoutvat erbij, zet de leesbril schrap en aanschouw het vonnis.

Klaw 9 – Paniek in Detroit (Daedalus): Acht jaar wachten op een vertaling, een mens zou voor minder tandenknarsen. Gelukkig wordt dat engelengeduld beloond. Detroit ligt erbij als een doorgedraaide vuilnisbelt en hoofdfiguur Ange staat tussen het puin te koekeloeren. Het is de mysterieuze Archiviste die eindelijk de sluier oplicht over het ontstaan van de Dizhis, die eeuwenoude dierlijke totems, en de duistere erfenis die Ange meesleept. Scenarist Ozanam breit een oerdegelijk slot aan deze derde cyclus waarin de maffia, geheime diensten en totemdragers elkaar de duivel aandoen. Tekenaar Jurion schudt de krankzinnige actie schijnbaar moeiteloos uit z’n mouw, met als hoogtepunt  een gedaanteverwisselaar die in drie panels van hond via pelikaan tot beukende panda op een vliegtuigromp transformeert. Een vlijmscherp album dat de hele mythologie op z’n kop zet.

Ray Ringo 2 – De Gevangene (Le Lombard): Zestig jaar lag Ray Ringo te beschimmelen in het archief van Kuifje, wachtend tot Corbeyran hem uit zijn graf sleurde. Wonder boven wonder levert dat geen belegen pensioengerechtigdenpulp op. In deel één moest de held al afrekenen met schijnheilige mormonen die vrouwen als veestapel zagen en deze sequel trekt die fraaie traditie vrolijk door. Ringo banjert door de sneeuw van Wyoming om zijn verloofde Lean te verlossen. Zij zit vast bij een Shoshone-krijger, een ontvoerder met méér grijze cellen en moreel reliëf dan de modale cowboy-schurk. Het vrouwvolk wordt in deze contreien door zowel vrome mormonen als heidense indianen geklasseerd onder de noemer ‘roerend goed’, al weigeren de dames netjes in de vitrinekast te blijven staan. Onderweg passeert generaal Custer de revue, drie jaar voor de slag bij Little Bighorn, briesend van de arrogante zelfoverschatting. Hij leent Ringo drie verkenners, waarna tekenaar Surzhenko het gaspedaal intrapt met een zwier die herinnert aan Giraud en Hermann op hun piekmomenten. Spierballen, slijk en geen gram vet. De finale gooit de deur wagenwijd open. Geef hier dat derde deel, nondedju.

24 Uren van Le Mans 8 – 1961-1963: Italiaanse Rivaliteit (Standaard Uitgeverij): Ferrari wint. Ferrari wint. En, ge raadt het nooit, Ferrari wint. Drie jaar op rij sloopt Maranello de concurrentie, terwijl Maserati en Aston Martin amechtig de Italiaanse uitlaatgassen opvreten. ‘Rivaliteit’ noemt de uitgever dat, maar laat u niks wijsmaken, het is vooral een potje ordinair haatfitten tussen de eigen fabrieksteams en wat overmoedige privé-amateurs. Veel klinkende spanning levert dat niet op. De makers redden de meubelen door de memoires van onze eigenste Paul Frère open te trekken, wat de boel gezien zijn overlijden een wrang postuum randje geeft. In Frankrijk spuwen ze deze uitgemolken auto-encyclopedieën aan de lopende band uit, maar wie dit in één ruk achterover giet, krijgt spontaan indigestie van de overlappingen. Bovendien blijft het tekenwerk pijnlijk mager en karakterloos voor een strip over brullende machines. Geen hoogvlieger in de pitstraat, hoogstens een droog tussendoortje voor de zot die benzine wist te zuipen in plaats van moedermelk.

Androïden 12 – Marlowe (Daedalus): Met dit twaalfde deel bereikt de Androïden-reeks haar definitieve eindhalte. Het slotstuk serveert niks minder dan Joseph Conrads Heart of Darkness in een glimmend SF-jasje. Kapitein Marlowe trekt een klamme mutante jungle in op zoek naar een verdwenen androïde die de rol van de doorgedraaide Kurtz op zich neemt. Visueel staat dat als een huis. De cinematografische schwung en de dystopische sfeer dragen het album moeiteloos. Inhoudelijk raakt de vertelling daarentegen snel van het pad. Er moeten wat te veel bordjes tegelijk in de lucht gehouden worden en de bal slaat pijnlijk mis bij Asimovs Nulde Wet. Die wordt hier gebruikt als een simpel, absoluut verbod op geweld, terwijl die wet een AI juist de ethische ruimte geeft om een mens te doden, ter bescherming van de hele mensheid. Een blunder die de echte SF-fanaat (wij bekennen kleur) instant maagzuur oplevert. Een ietwat rommelige zwanenzang, maar voor wie de rit van bij het begin heeft uitgezeten: welgekomen op het eindstation.

Hart op school 3 – Een liefdeslied (Standaard Uitgeverij): Vergeet de mierzoete kalverliefde uit de eerste twee delen, in dit derde luik ruilt scenaristen-duo BeKa de vlinders in de buik in voor klinkklare terreur op de speelplaats. Het recept is bekend en wreed. Een grietje weigert braaf te zwichten voor de avances van het plaatselijke alfahaantje-in-opleiding, waarna de roedel schoolvriendjes collectief de messen slijpt. Het gevolg zijn openbare lynchpartijen via de smartphone en een hellegang door de schoolgangen. BeKa trapt gelukkig ver weg van het zompige wijsvingertje en weigert ons af te schepen met een suikerzoete afloop die de bittere realiteit ontkent. Tekenares Maya houdt de visuele schijn bedrieglijk op met een zwierige en zonnige stijl vol smoelwerk dat boekdelen spreekt. Ze mikken op twaalfjarigen, doch de littekens van de refter zijn universeel. Zelfs de meest verstokte cynicus herkent hier vroegere klasgenoten in, al dan niet met de klamme handjes van toen. Stevig spul.

De 5 Rijken 12 – De eerste die sterft (Daedalus): Spoiler alert! Thori is dood. Ze betaalde met haar leven voor de redding van haar zoon, waardoor de Sistre-clan meteen de macht grijpt in Tillandsia. Die politieke aardverschuiving schudt het hele kaartenhuis van deze tweede cyclus in één ruk door elkaar. Tel daar de dreigende schepen van de leeuwenkoningin bij op en heel het apenrijk Alysandra houdt de adem in. De spanning wordt subtiel en onbarmhartig opgebouwd via diplomatisch steekspel, verraad en vuile allianties, om ten slotte te ontploffen op een manier die zelfs de trouwste lezer van zijn sokken blaast. Grafisch blijft dit absolute topklasse, elke pagina is een dichtbevolkt landschap vol grandeur en oog voor detail. Niet elk nevenplotje krijgt al een strik rond de mouw, maar de grote hoofdlijn wordt afgerond met de precisie van een chirurgisch mes. Een magistrale ontknoping. De derde cyclus trekt naar het berenvolk; laat die maar heel snel komen.

De Rode Ridder 291 – De Blauwe Dood (Standaard Uitgeverij): Johan en Merlijn zitten met hun gezelschap muurvast aan de woeste kust van Luufland. De plaatselijke Yaraqua-stam wil het clubje trakteren op de Blauwe Dood, een ritueel heengaan met veel ceremonieel tromgeroffel. Er wordt gelukkig wat zand in de raderen gegooid en onder de inboorlingen zelf beginnen de gemoederen aardig te koken over die executiepolitiek. Voor de discussie fatsoenlijk kan ontsporen, vallen de hellehonden van aartsvijand Bahaal binnen om het strandfeest vakkundig om te toveren tot een bloedbad. Dubbele heisa en lekkere beukende chaos. Toch kraakt het fundament. Tussen oppergod El, Bahaal, Demoniah, magisch tijdzand en verzonnen volkeren torst Johan tegenwoordig een mythologische rugzak mee waar een ezel van door de hoeven zakt. De oerkracht van een eenzame ridder met een roestig zwaard raakt stilaan bedolven onder de kosmische hekserij. Na tweehonderdeenennegentig albums mag een mens zich al eens afvragen wie er nu werkelijk ten dode is opgeschreven: de nobele Johan of de gezonde eenvoud van de reeks.

Orks & Goblins 25 – Kalderok (Daedalus): Kalderok is een versleten ork-spoorzoeker die aan zijn allerlaatste klus begint. Midden in de bloedige Oorlogen van Arran infiltreert hij Dal’Darum, de ultieme verzetsvesting van de Oude Rassen. Welk kopstuk hij precies moet omleggen blijft verdomd lang geheim, maar om binnen te raken moet hij wel de heethoofdige ork-krijger Aïsha op sleeptouw nemen. Die botsing tussen de stokoude cynicus en de vurige jonge tante is de motor van het verhaal. Kalderok pepert haar in dat vriendschap en trouw illusies zijn, om vervolgens te worstelen met zijn eigen geweten wanneer het uur van de waarheid slaat. Het scenario volgt een vrij klassiek western-stramien, al tilt de moralistische twijfel van de oude veteraan het verhaal ver boven de middelmaat uit. Combineer dat met het duistere sfeervolle tekenwerk en je krijgt een vette, grimmige fantasy-thriller die op de valreep nog verrassend hard binnenhakt. Een smakelijk allerlaatste kunstje van een krasse knar.

Ann Bonny 2 – De wolvin van de Caraïben 2 (Standaard Uitgeverij): De stripmarkt leek recent wel geobsedeerd door vrouwelijke vrijbuiters, met Ann Bonny op kop als commerciële melkkoe. Tekenaar Bonnet rondt zijn tweeluik gelukkig af met verrassend veel ruggengraat. Hij snoeit fors in het hitsige tienerbloot uit deel één en kiest resoluut voor grimmig zeemansvolk. Aan boord van de kaperkotter William zaaien Ann en haar kapitein John Rackham paniek op de Caraïbische wateren, terwijl gouverneur Woodes Rogers hijgend in hun kielzog vaart. De vlam slaat pas echt in het kruitvat wanneer Mary Read opduikt, een dame vermomd als zeerover. Tussen de twee ontspint zich een vurige romance. Rackham knijpt mokkend een oogje dicht zolang de bemanning van niks weet, al blijft een geheim aan boord van een houten tobbe zelden tien zeemijl overeind.
Historisch rammelt die stiekeme affaire langs alle kanten, want Rogers smeet hun namen toen al vrolijk op openbare arrestatiebevelen. Bonnet lapt dat purisme aan zijn laars en serveert zeeslagen die van het papier spatten. Zelfs de afloop bewaart het mysterie. De executie van Bonny werd uitgesteld omdat ze zwanger bleek en daarna was ze foetsie in de geschiedenisboeken. Zuivere kaperpoëzie met buskruitsmaak.

De Kronieken van Atlantis 3 – De Toorn van de Slangengod (Daedalus): Twee albums lang werd die gevleugelde slangengod aangekondigd als het ultieme monster van het einde der tijden. En wat krijgen we in deze finale? Dat verhoopte apocalyptische gedrocht blijkt in de praktijk niet veel meer dan een overgroeide mus die na twee pagina’s al een kogel door z’n oog krijgt. Het geeft meteen de toon aan voor dit slotakkoord, de auteur had blijkbaar de trein te halen. Belangrijke confrontaties worden afgescheept met een vlugge schouderophaling, cruciale onthullingen komen als spuit elf mosterd na maaltijd serveren. Het scenario racet met een bloedgang naar de eindstreep om de winkel dicht te kunnen gooien. Dat is zonde, want de thematische ambities lagen wel zeker hoog. Zwaard-en-sandalenepos Atlantis blijkt ineens een buitenaardse maatschappij op de vlucht, waarmee de reeks op de valreep nog een wrange spiegel voorhoudt over hoe beschavingen zichzelf naar de verdommenis helpen. Grafisch blijft het bovendien weer puur smullen van de zeeslagen en grootse panorama’s. Een gehaaste finale die het geduld van onze trouwe striplezers stevig op de proef stelt, al laat je de rit na twee delen natuurlijk niet zomaar halverwege op de rails staan.

De Legendariërs – Stories 2: Prins Halan en het Oog van Darnad (Silvester): In Frankrijk gaan de albums van Patrick Sobral over de toonbank alsof het gesubsidieerde stokbroden betreft, terwijl de Vlaams-Nederlandse lezer bij de term Legendariërs hoogstens vaag aan een mislukte metalband denkt. Deze Stories-reeks lost dat diplomatisch op. Pluk een nobele onbekende uit de marge, drop een gasttekenaar in de arena en klaar is kees. Hier mag prins Halan opdraven. Die stond in de moederserie vooral decoratief te wezen, maar krijgt nu van vaders een ferm enkeltje naar het eiland Exotica om de ontvoerde koningin uit de penarie te halen. Zijn reisgezel is Käj, een gedaanteverwisselaar met een handig arsenaal aan trucjes wanneer het boeltje dreigt te ontsporen. Tekenares Gaëlle Geniller blaast die commerciële franchise-formule vakkundig aan diggelen met een stijl vol gloed en breekbare menselijkheid. Haar figuren bloeden en lijden op manieren die het gemiddelde stripfabriekswerk overstijgen. De ontknoping hakt er bovendien emotioneler in dan wat de brave jeugdcensuur doorgaans toestaat. Zelfs zonder voorkennis van Sobrals toverwereld blijven we na de laatste pagina wat bedremmeld achter.

Yoko Tsuno 32 – Tijdloze intelligentie (Dupuis): Het is knap dat Roger Leloup op zijn 92ste nog steeds strips maakt, maar daar is dan wel meteen alles mee gezegd. Het nieuwste album van zijn succesreeks Yoko Tsuno heeft kop noch staart en de tekeningen zijn soms ronduit lelijk. In dit album wordt Yoko door haar Vineaanse vriendin Khany meegenomen naar de achterkant van de maan, waar voorwereldlijke reuzenmieren een bedreiging vormen voor de aarde. Daarna keert Yoko weer terug naar huis om nog een keer meegenomen te worden naar een feeënwereld onder de grond om de wereld te redden van een andere gevaarlijke intelligentie. 46 Pagina’s lang is er geen touw aan vast te knopen. Ooit was Yoko Tsuno een van de pijlers onder het jeugdblad Robbedoes, maar de fans van toen zullen hier nog weinig plezier aan beleven.

De Mythics 3 – Amir (Silvester): De lopende band van de Franse jeugdstrip draait op volle toeren. Men neme een handvol pubers, koppelt ze aan mythologische krachtpatsers en kassa. Na Japan en India landt het circus nu met een plof in het zand van Egypte. Hoofdrolspeler Amir verveelt zich stierlijk tussen de paleismuren en snakt naar vertier buiten het lesrooster. Hij krijgt prompt zijn zin wanneer Seth, de lokale god van de vernietiging, rotzooi komt schoppen. Wat volgt is een rotvaart aan beukende manga-dynamiek met grote ogen, wapperende lappen stof en actiescènes waar de jonge garde gretig op aanvliegt. De Franse teller staat intussen al op zevenentwintig delen, waardoor de vertaling achterop hinkt. Voor de snotaap die kickt op goddelijk knalwerk met een vleugje farao maalt dat geen moer.

Dagboek van een Krijger 11 – In het hol van de Entiteit (Diedeldus): Als iemand met zijn fikken aan het draakje Choupi zit, zijn de rapen gaar. Wanneer de beruchte Entiteit 303 het beestje gijzelt, zinnen Minus en zijn vertrouwde noob-brigade op wraak. Hun geniale meesterplan? Zich incognito verkleed als handlangers het hoofdkwartier binnenstelen. Dat de aartsvijand zijn eigen personeel gewoon bij naam kent en de vermommingen aan alle kanten rammelen, mag de pret niet drukken. Eén verkeerd antwoord en het hele spel staat op scherp. Een heerlijke Among Us-achtige spanning waar het jonge grut van smult. Die interactie tussen het game-universum en oer-klassieke slapstick blijft na elf delen verrassend fris werken. Minus stijgt steeds meer boven zichzelf uit als tactisch brein, al doen zijn oerdomme kompanen er werkelijk alles aan om het plan op de valreep te doen mislukken. Het tempo ligt idioot hoog, de Minecraft-lore klopt tot in de kleinste pixels en de humor bedient zowel de jeugdige gamer als de meelezende ouder. Een uiterst vinnige en plezante doordenderende trein van een strip. Hebt ge een tienjarige gamer in huis die weigert boeken aan te raken? Leg dit album ‘toevallig’ op tafel en ge hebt er uren geen kind meer aan.

Gung Ho – Tanaka (Silvester): O, wat hebben we destijds genoten van Gung Ho en wat was het een fantastisch verhaal. Witte bloeddorstige beesten, opgesloten mensen, jongeren met opspelende hormonen en veel horror. Het was dan ook een grote verrassing dat er een nieuw verhaal werd aangekondigd in het Gung Ho-universum. Los van de hoofdreeks te lezen, compleet en volgens de aankondiging weer erg spannend. En inderdaad, het is los van de hoofdreeks te lezen, maar of het een compleet verhaal is? En spannend? Nou nee: de witte rippers zijn op strooptocht en allerlei steden worden bedreigd, zoals Parijs. En daar is toevallig net een samoerai met zijn vrouw en dochter. Er gaat van alles mis, om het eufemistisch te zeggen, maar de samoerai en zijn dochter slaan zich een weg door de opgefokte toestand. De dochter is eerst nog een vijfjarige hummel, aan het einde van het verhaal een achttienjarige. In tachtig pagina’s springen we door haar jeugd en leert haar vader haar overleven. En dat is het zo’n beetje. Iedereen – inclusief de lezer – blijft achter als de twee uiteindelijk op de trein stappen. Naar een plek waar het hopelijk veiliger is.

Kattenstreken 3 – De Jagers (Silvester): Huispoes Elmo fantaseert graag over gevaarlijke nachtelijke expedities, al blijft hij als puntje bij paaltje komt gewoon knus in zijn mand pitten. Tot de barbarij van de jacht plots zijn eigen achtertuin binnenwalst. Wanneer jachthonden een roedel herten overhoop schieten en het eerste slachtoffer valt, hijst de salonpanter zich op poten om de bloeddorstige tweevoeters een loer te draaien. Wat volgt is puur bosguerrilla-vertier, dankzij een bont allegaartje saboteurs.  Mollen, wilde katten en vooral muis Hatsjie, die ondanks een acute kattenallergie koppig mee ten strijde trekt. Natuurlijke aartsvijanden, die broederlijk samenspannen om gewapende heerschappen de gordijnen in te jagen. Het blijft een onweerstaanbare grap voor klein en stiekem ook groot grut. De zwierige, warme prenten houden de vaart er stevig in zonder te verzanden in klef natuurbeheer.

Happy Campers 4 – Campers zonder grenzen (Silvester): Een stripreeks geboren uit een amoureus onderonsje met de Franse Kampeerbond verraadt meteen de geur van het beestje, compleet met lauwe pils, witte tennissokken in sandalen en een collectieve afkeer van privacy. Het hele album drijft op de beproefde gruwelen van het betere bivakkeerwerk. De holbewoner van twee percelen verder blaast zijn vettige barbecuerook vrolijk onder uw pas afgewassen luifel. De gemeenschappelijke sanitaire blokken doen bij inspectie verdacht hard denken aan een biologisch wapenarsenaal. Zodra er dan nog een briesje opsteekt, kiest de tent van de buren prompt het ruime sop, waarna de hele kliek zich na drie glazen goedkope pastis gezamenlijk bezondigt aan grensoverschrijdend geklungel. Echt verrassen doet het nergens, al treffen de grappen vlot doel dankzij de brute kracht van de herkenning. Dit spul is op maat gesneden van de grijze garde die het klamme grondzeil allang verpatste voor een rollend flatgebouw met airco en schotelantenne.

Frigiel en Fluffy 10 – De Gevallen God (Silvester): Wanneer een schermheld met miljoenen virtuele volgelingen zijn universum naar papier verkast, rinkelt de kassa doorgaans luider dan het intellect. Toch bewijst dit tiende deel dat er zowaar nog leven zit in die hoekige blokkendoos. De bende trekt ditmaal de woestijn in om een sinistere piramide uit te kammen. Die zandbak wordt angstvallig bewaakt door enge monsters, terwijl een doorgedraaide grootoom op het punt staat een gevallen godheid op de mensheid los te laten. Het tempo ligt hoog en de valkuilen volgen elkaar op alsof Harrison Ford zelf door de blokjeswereld banjert. Dankzij twee jongens, twee meisjes en een trouwe viervoeter ontstaat een lekker vlotte groepsdynamiek die de boel op sleeptouw neemt. De prenten ogen een flink stuk warmer en soepeler dan het stijve knip-en-plakwerk uit de begindagen. De doelgroep verslindt dit spul alsof het zoete broodjes zijn en zelfs wie nog nooit een digitale houweel heeft vastgehouden, overleeft deze zandstorm zonder kleerscheuren. Prima voer om de jeugd tenminste even van die vermaledijde tablet weg te lokken.

Arctica 14 – De gevangenis van de Kosmos (Silvester): De vulkaan onder Yellowstone barst met donderend geraas uit zijn voegen, waarna de hele stad verzuipt in een apocalyptische chaos. Terwijl het puin naar beneden dondert sleurt actieheld Dakota een deerne mee uit een louche nachtclub, want ze moeten holderdebolder op zoek naar een ander ontvoerd wicht dat door gewetenloze cyborgs op een veiling wordt verpatst.
Het intrigerende sciencefiction-mysterie rond een tienduizend jaar oud ijsmeisje is intussen vakkundig om zeep geholpen. De reeks sleept zich al veertien delen lang voort langs een uitgekauwde routine van gijzelingen en overhaaste ontsnappingen die louter moeten verhullen dat de scenarist het noorden kwijt is. Wanhoop regeert op de internetfora, waar zelfs doorgewinterde lezers openlijk biechten dat ze stiekem hoopten op een barmhartig genadeschot voor deze papierverspilling. Visueel valt er gelukkig nog wat te rapen, dankzij de magnifieke futuristische steden en ingenieuze vliegmachines die over de pagina’s scheren. Een plotse wending schudt ons lezers op de valreep zelfs even wakker uit onze coma, al blijft het een bijzonder wrede eis om daarvoor eerst veertien albums lang op de tanden te moeten bijten.

Arcana 7 – Blue Bayou (Silvester): Twee wrakduikers stuiten voor de kust van Louisiana op een vergeten Duitse U-boot vol occulte krabbels. Een onnozele schram aan het roestige staal volstaat om een bloeddorstige godheid uit zijn slaap te wekken, waarna een geheim agent halsoverkop naar het moerasgebied mag afreizen om de apocalyps af te wenden. Hij beseft dan nog niet dat orkaan Katrina onderweg is om New Orleans gelijktijdig te verzuipen. De mix van een historische natuurramp met een bovennatuurlijke thriller pakt wonderwel ijzersterk uit. De naderende stormjaagster pompt een loodzware beklemming in het verhaal. Waar eerdere delen hopeloos verzandden in een kluwen van esoterische kruisverbanden met zusterreeksen, blijft de plot hier verfrissend helder en to the point. De smerige bayous en kolkende watermassa’s spatten met een zeldzame zwier van het papier. Zelfs wie al die andere magische zijsporen allang heeft opgegeven, krijgt hier zowaar een zinderende brok rampspoed voor de kiezen.

Stormwind 3 – Citadel der Bannelingen (Silvester): De verbannen edelman Stormwind doolt al jaren rond in de dorre zandbak van de Helios, met een bende kokende magmakinderen op zijn hielen. Hij ontdekt plots dat die monsters verstenen bij het eerste het beste spatje water, waardoor een banale vluchtpoging verandert in een koortsachtige race naar een drinkput. Dat levert een heerlijk suspensevol moment op, al jakkert het scenario daar veel te lichtzinnig aan voorbij. Binnen de muren van de Citadel barst vervolgens het politieke gekonkel los tussen de heersers. De zwierige renaissance-aankleding blijft een lust voor het oog, vol weelderige pracht en praal die de reeks een heerlijke visuele grandeur bezorgt. Helaas slaat de schrijver in het zicht van de meet op tilt. De ultieme veldslag wordt schamel verzwegen achter de decors, wezenlijke vragen over de vijand verdwijnen in het niets en een kapitale ontknoping raakt haastig weggemoffeld in een schamel tekstballonnetje. De trilogie haalt de haven, al hangt de boot vol deuken en schrammen.

Kosmopiraten 1 – Gevangen in de Vergetelheid (Silvester): De Chileense opper-sjamaan Jodorowsky tikt bijna de honderd aan en denkt er niet aan om rustig geraniums te gaan kweken. Hij braakt nog steeds met een satanisch genoegen complete zonnestelsels uit, al draait zijn kosmische jukebox tegenwoordig op pure autopiloot. De insteek is een schaamteloze herhalingsoefening van zijn oude evangelie. Huurmoordenaar Xar-Cero ruimt werelden op voor een kliek groteske bankiers wanneer de rentevoet hapert, tot een opstootje van moraal hem de das omdoet. De bazen wissen zijn geheugen en dumpen hem als mestraper tussen het galactisch uitschot. De debiele dialogen en het knullige scheldwoordenboekje vol robots en duivels zijn moeilijk te negeren, al valt alles te vergoelijken als nostalgische pulp uit de gloriejaren van Metal Hurlant. De zwierige Amerikaanse superheldenstijl van het tekenwerk redt het zootje van de totale belachelijkheid. De prenten knallen van het papier met een vaart die de holle mystiek moeiteloos camoufleert. Dit is een bejaarde goochelaar die zijn versleten konijn voor de vijftigste keer uit de hoge hoed sleurt en verdomd als we niet toch weer ademloos blijven toekijken.

Kinderen in het verzet 10 – De oorlog is niet voorbij (Le Lombard): De titel van dit tiende deel verraadt al dat dit niet het einde is van de reeks. Al komt het einde wel in zicht. Dit album begint met de landing in Normandië, waarna het verzet wordt opgeroepen nog meer te doen om de Duitse bezetters te dwarsbomen. In deze jeugdreeks wordt tussen de actiescènes door het nodige bijgebracht over de Tweede Wereldoorlog, waardoor het een bijzondere mix is van avonturenstrip en educatie. Met vriendelijke tekeningen. Wel is het te hopen dat de kinderen die dit lezen niet geloven dat alles waarheidsgetrouw is. Kinderen let op: je rent in het echt niet zo makkelijk tussen kogels door!

Atalante – De legende 14 – De Kinderen van de Kust (Silvester): Vierentwintig jaar lang mocht onze Griekse bosnimf Atalante rondhuppelen in niemandsland, maar met dit veertiende deel trekt de uitgever dan toch definitief de stekker uit het levenswerk. Onze rondborstige amazone slijt haar dagen tegenwoordig met geheugenverlies in een muf vissersdorpje, waar ze braaf de sloof uithangt voor haar ventje onder de schuilnaam Helena. De kookpotten en het schortje worden gelukkig snel aan de kant gekeild wanneer spierbundel Heracles binnenbanjert om haar op te trommelen voor een ontvoerde bende koters. Een laatste rondje pijl-en-boogzwaaien volgt, waarbij het krijgersbloed instinctief weer naar boven borrelt. Deze zwanenzang voelt bloedeloos en routineus aan. De tekenstijl probeert krampachtig de zonnige wulpse glorie van weleer na te bootsen, doch de magie van het vroege tekenwerk is al lang gaan vliegen. Een legende die ooit zinderde van erotiek en branie sluipt nu geruisloos via de achterdeur de vergetelheid in.