Nieuwsbrief

Kort van stof

Kort van stof: juli 2020

In Kort van stof behandelt de 9e Kunst in sneltreinvaart zoveel mogelijk strips, meestal een groot gedeelte van wat er in de afgelopen maand verscheen. In de altijd magere juli-maand is ‘een groot gedeelte’ zo goed als niets, en daarom proberen we voor deze keer zo compleet mogelijk te zijn. En dan nog…

Vertongen & Co 31 – Prinses Bieke (Standaard uitgeverij): Markske van de Kampioenen blijkt als twee druppels water te lijken op de prins van het koninkrijkje Monte Cacao. In een klassieke familiestrip als dit is het onvermijdelijk dat hij verwikkeld raakt in allerlei ingewikkelde plannetjes met dubbelgangers en plaatsverwisselingen. Om over misverstanden nog maar te zwijgen! Het is lovenswaardig dat de makers van deze reeks met zo’n uitgekauwde verhaalopzet nog zo’n amusant album kunnen maken. Let wel: deze reeks wil entertainen en liefst zo hersenloos mogelijk. Daar is niets mis mee, maar verwacht geen hogere (strip)literatuur.

Suske en Wiske 352 – Team Krimson (Standaard uitgeverij): Het team achter Suske & Wiske slaagt er al jarenlang in de reeks op een constant niveau te houden. De tekeningen zijn perfect en de verhalen meer dan onderhoudend. Bovendien, en dat lijkt me het skelet van een goede stripreeks, blijven de personages zich (zei het miniem) ontwikkelen. In deze aflevering komen we bijvoorbeeld heel wat te weten over het verleden en de motivatie van aartsvijand Krimson.

Gewoon even optimaal genieten (Nijgh & Van Ditmar): het is verleidelijk de titel van de nieuwe spreekstrip-bundel van Renske de Greef als vertrekpunt te nemen. Jazeker, haar hilarische overpeinzingen, huis-tuin-en-keukenpsychologietjes en milde frustraties zijn trefzeker en mooi; toch geniet de lezer het optimaalst als die het gedoseerd leest. Na drie afleveringen verlies je de scherpte en dat is zonde. Gewoon even met mate genieten, zodat het lekker lang duurt: dat zou een accuratere titel zijn. Los daarvan is deze bundeling een vrolijke optocht van herkenbare situaties met De Greef als de tambour-maître, die niet met een mace maar met een enorm vergrootglas in de hand door het leven loopt.

De wereld rond met de Kiekeboes 1 (Standaard uitgeverij): Een bundeling van twee strips van de Kiekeboes die zich in het buitenland afspelen. Auteur Merho geeft een woordje uitleg bij de ontstaansgeschiedenis en lardeert dat met foto’s van de studiereizen die hij maakte om documentatie voor deze strips te verzamelen. Spijtig genoeg valt dat dossier wat magertjes uit. Op zich zijn de extra pagina’s wel interessant, maar ze halen het niet als verkoopargument als je de strips in deze bundeling al in de kast hebt staan.

Danthrakon 1 – Het vraatzuchtige toverboek (Uitgeverij L): Alle ingrediënten voor een klassieke Arleston (Lanfeust, Ythaq, … ) fantasy strip zijn aanwezig: Een onhandig mannelijk (hoofd)personage, een grappig huisdiertje, een sexy love interest die wél van wanten weet, een in- en inslechte schurk en een merry band van nevenpersonages. En dat is nu net allemaal het probleem. Dit hebben we allemaal al meer dan eens gezien van Arleston. Tekenaar Boiscommun is dan ook nog eens een slechte kopie van Lanfeust-tekenaar Tarquin. Danthrakon is absoluut geen slechte strip, maar het voelt allemaal net iets té vertrouwd.

Urbanus 189 – De stalkende creep (Standaard uitgeverij): Het vuile Vlaamse ventje en zijn gezin worden belaagd door een meedogenloze psychopaat. Die laatste gaat ten aanval met onder andere een kraan, een passagiersvliegtuig, een leeuw, verborgen bommen, chloroform en ongewenste maquillage. Bovendien verkleedt hij zich op een bepaald punt als het huisvarken Wieske. U begrijpt het al: heel veel absurditeit en vulgariteit zullen uw deel zijn. En gelukkig maar. Elke strip waarin de personages puree maken door kroketten te schillen zou wat mij betreft een prijs in Angoulême moeten winnen.

U.C.C. Dolores 1 – In het spoor van de nieuwe pioniers (Standaard uitgeverij): Didier Tarquin kan een aardig potje tekenen. We hadden dit album ook aangeschaft als het enkel in het Chinees verschenen was. Maar voor deze nieuwe reeks neemt hij tevens het scenario voor zijn rekening. Hij heeft alleszins zijn huiswerk gedaan: de plot en de personages zijn een mengeling van alles wat werkt in moderne pulp. We herkennen elementen van Star Wars, Ravian, X-men, Blueberry en noem maar op. De strip biedt dus niet echt iets nieuws. Maar aangezien dit Tarquins eerste stripscenario is ervoeren we niet dezelfde leesmoeheid als bij Danthrakon. Bovendien weet Tarquin alle clichématige ingrediënten te vermengen tot een spannende, pretentieloze leeservaring en geeft hij er een eigen draai aan. Het hoeft niet altijd speciaal te zijn. Een lekkere steak friet is beter dan bedorven sushi.

Suske en Wiske junior 2 – Terug voor het eten (Standaard uitgeverij): Het tweede deel van de nieuwe gagreeks met een jonge Suske & Wiske in de hoofdrol. Doelpubliek: -10 jaar. Eigenlijk zijn we jaloers op dat jonge grut. Ze krijgen immers twee klasbakken als Kim Duchateau (script) en Charel Cambré (tekeningen) voorgeschoteld. Cambré tekent als gewoonlijk met veel zwier en Duchateau heeft intussen de personages zo goed in de vingers dat hij al wat meer durft afwijken van geijkte paadjes. De meer surrealistische grappen zijn de beste. Het is daar dat de makers zich onderscheiden van het peloton.

Huidhonger en andere ongemakken (Scratch): Michiel van de Pol zien we graag komen dankzij de prachtige graphic novels (Scherpschutters, De gevoelige mannenclub en Terug naar Johan) die hij ons reeds schonk. Tijdens de eerste coronagolf hield Van de Pol een dagboek bij dat u vandaag in een prachtige hardcovereditie kan aanschaffen. Van de Pol geeft op ultra herkenbare wijze roering aan zijn angsten, twijfels, gevoelens en (tanende) lockdownmotivatie ten tijde van Corona. De eerlijke, relativerende, down-to-earth humor van Van de Pol kunnen we momenteel allemaal goed gebruiken. Ook handig dat het boek ook fungeert als een review van Tiger King.

Suske en Wiske – de blauwe reeks integraal 1 (Standaard uitgeverij): Eind jaren veertig werd Willy Vandersteen gevraagd om zijn Suske en Wiske verhalen te publiceren in het weekblad Kuifje. Hergé zelf heeft hem daarin begeleid. De acht albums die daaruit voortkwamen staan bekend als de blauwe reeks. Deze reeks wordt nu in twee prachtige integrales gebundeld. We hopen dat we u niet moeten vertellen dat de strips tot het beste werk van Vandersteen behoren dus daar kan u zich alvast geen buil aan vallen. Rest ons enkel nog te zeggen dat het lijvige (30 pagina’s!) dossier barst van de interessante info en beklijvend beeldmateriaal. Onmisbaar voor liefhebbers van de klassieke strip en de kleur blauw.