Nieuwsbrief

Strips

Scherven/Littekens is een verstild portret van gewone mensen in een ongewone tijd

De tekeningen van Erik de Graaf zijn statisch. Zijn interpretatie van de atoomstijl oogt als een verstilde variant van het toch al sobere werk van Michel Rabagliati. Maar juist die grafische leegte is de kracht van zijn tweeluik Scherven/Littekens.

In deze twee albums komen de hoofdpersonen Victor en Esther elkaar een jaar na de Tweede Wereldoorlog tegen op het kerkhof bij het graf van een gemeenschappelijke vriend. Ze hebben elkaar sinds het uitbreken van de oorlog niet meer gezien en vertellen elkaar wat ze hebben meegemaakt. Wat volgt is een relaas zonder opsmuk. Geen grootse heldendaden, geen woeste avonturen. En De Graafs kale tekenstijl past daar prima bij.

In interviews geeft de Graaf aan dat hij vooral heeft willen vertellen over hoe ‘de oorlog ingreep op het alledaagse leven’. “Over wat die oorlog met gewone mensen deed, over de keuzes die ze moesten maken, het verlies dat ze leden, over de dilemma’s en twijfels die ze kenden.” Daarbij heeft hij het verhaal losjes gebaseerd op zijn familiegeschiedenis. De albums worden ook in het Frans uitgebracht, wat op zich al een verdienste is voor een Nederlandse auteur.

Het verhaal van Scherven/Littekens is allesbehalve groots en meeslepend. Maar het is wel een intrigerende vertelling, waarbij De Graaf door heen en weer te springen in de tijd veel suggereert maar weinig expliciet maakt. Victor noch Esther is blij met de rol die ze speelden tijdens de oorlog. De gezamenlijke vriend aan wiens graf Victor en Esther staan, is omgekomen bij een domme, onbezonnen actie. Niemand in Scherven/Littekens is helemaal goed of slecht. Ze proberen er onder extreme omstandigheden het beste van te maken en maken daarbij allemaal hun eigen keuze.

Meer dan 500 pagina tellen de twee boeken bij elkaar. De Graaf, in het dagelijks leven ontwerper van verpakkingen voor bedrijven als Albert Heijn en Etos, werkte er jaren aan in de avonduren. Daardoor vorderde zijn stripcarrière langzaam. Het eerste deel Scherven verscheen tien jaar geleden al in een andere uitgave bij Oog en Blik.

Technisch is De Graaf zeker niet de meest begaafde striptekenaar van zijn generatie. Maar als professioneel vormgever weet hij welke trucjes hij moet toepassen om op papier de sfeer van het Nederland van de jaren ’40 op te roepen, zoals korrelig kleurgebruik. En dat doet hij dan ook knap. Dat in combinatie met de typisch Hollandse landschappen laat Scherven/Littekens de sfeer ademen van oude Simon Vestdijk-romans.

De Graaf neemt de tijd om de personages tot leven te wekken. Hij doet dat met veel close-ups en relatief weinig actie. Daardoor ligt de nadruk op wat de personages doormaken en niet zozeer op wat ze meemaken.

Het is jammer dat De Graaf uitgerekend op de allerlaatste pagina van zijn tweeluik de subtiliteit van Scherven/Littekens teniet doet door te kiezen voor een soort Hollywood-einde. Zijn verhaal onderscheidt zich nou juist doordat hij niet vervalt in de romantische clichés die veel oorlogsverhalen kenmerken. Dat einde maakt het verhaal er niet sterker op. Maar je kunt er natuurlijk altijd voor kiezen tijdig te stoppen met lezen.

Erik de Graaf – Scherven/Littekens. Dupuis. 262 pagina’s per deel. € 25,00 per deel