Strips

Daverende pagina’s overtuigen meer dan Sprietjes verhaal

Wie de forse integrale uitgave van Sprietje in zijn handen heeft, weet meteen dat die naam bepaald niet verwijst naar het boek zelf: dat is een grootformaat fantasy sprookje van meer dan een kilo. De fraaie omslagillustratie is van een meisje met lang blond haar en een bladerjurk in een prachtig strijklicht. Dát is Sprietje, of althans het is de naam die het verdwaalde meisje aan het begin van het verhaal krijgt van een wezentjesvolk dat haar vindt in hun onderaardse wereld.

Al na een paar bladzijden is de toon gezet: tekenaar Frederico Bertolucci heeft de lezer met enkele fraaie kijkplaten meegenomen naar een miniatuurwereld vol schattige figuurtjes à la Bone. De Italiaan zet de pagina’s op in een zwarte achtergrond en met een heel vrije kadrering: in de meeste gevallen is de achterliggende illustratie een locatie-duider, waarin de verhaalsequentie kundig is verwerkt. Die opzet is iedere keer geslaagd, er is geen zwakke spread te vinden in het boek, en perfect in dienst van leesrichting en tempo.

Het tekenwerk is buitengewoon: de prachtige bossen, zwierige lijnvoering en magnifieke inkleuring zijn uit de kunst. Voorin het boek staat vermeld dat het verhaal in zijn geheel digitaal is getekend en ingekleurd, dus er zal best een lichtval of waterschittering uit een dropdownmenuutje zijn getoverd, maar toch: het moet wel goed gebeuren. Bertolucci verstaat de kunst en schotelt ons een juweel van een album voor.

Sprietje komt er in het begin van de geschiedenis achter dat haar aanwezigheid in het dorpje niet gewenst is. Het trekt de schaduwjagers aan. Wie dat zijn weten we niet, zoals er wel meer vragen zijn. Sprietje, die haar geheugen kwijt is, heeft bijna het hele verhaal nodig om erachter te komen wie ze is, waar ze is en wat er van haar verlangd wordt. Het heeft ergens iets onbestemds: de lezer wordt meegenomen in een verhaal waarvan de ontwikkeling vaak achter de feiten aan beweegt. Sprietje moet weg uit het dorpje, en dus gaat ze. Waarheen? Ze heeft geen idee, een wolf die ze onderweg tegenkomt wijst haar de weg. Waarom? Het blijft lang ongewis.

Het wordt Sprietje gaandeweg duidelijk gemaakt dat ze een belangrijke taak te vervullen heeft. Zoals het een magisch sprookje betaamt, is er een duistere tegenstander in het spel, in dit geval een drietal met een fors leger. Het is de fantasy-variant van Eén tegen honderd, met jokers en hulplijnen.

Het scenario van Frédéric Brrémaud (met tweemaal een r) is vanwege alle twijfel en vragen niet altijd even sterk. De lezer laat zich vooral meevoeren, werkelijk spannend wordt het niet. Er is geen einddoel, geen finish in de verte. De laatste twee hoofdstukken zijn spektakels die zich aandienen. En toch: ondanks het ontbreken van een dwingende verhaallijn is Sprietje een mooie leeservaring. Het is een geweldig kijkboek met een gedienstig verhaalflintertje.

Deze integrale Nederlandse editie heeft achterin nog een extra dossier van 28 pagina’s, met schetsen en pagina-opzetjes. Normaal gesproken is dat de eye candy, nu is het wat overbodig: in Sprietje, dat afgelopen jaar op het vermaarde stripfestival van Angoulême de prijs voor het beste jeugdalbum won, zijn we dan immers al 164 pagina’s lang visueel en grafisch verwend.

Federico Bertolucci & Frédéric Brrémaud – Sprietje. Dark Dragon Books, 192 pagina’s hardcover. € 34,95.