Strips

Blackjack: na 25 jaar komt het debuut van Steve Cuzor alsnog uit

Lang voor Steve Cuzor furore maakte met de albums Een ster van zwart katoen en De strijd van Henry Fleming, probeerde hij de Franse markt te veroveren met een avonturenstrip over vier straatjongens in het Amerika van de jaren ‘20 van de vorige eeuw; de tijd van de drooglegging en de maffia. Het eerste deel van het vierluik Blackjack verscheen in 1999 bij uitgeverij Casterman. Nu, ruim een kwart eeuw later, heeft uitgeverij Lauwert de vier albums alsnog vertaald in het Nederlands en als één kloeke bundel uitgebracht.

Blackjack speelt zich af in de achterbuurten van New York. De vrienden Alfonso, Vitto, Froggy en Peanuts komen in de problemen wanneer ze worden betrapt op winkeldiefstal. Ze bluffen zich uit de situatie door tegen de winkelier te liegen dat ze werken voor de lokale maffiabaas, Toto Moreno. Wat volgt, is een opeenvolging van domme beslissingen waardoor ze in steeds grotere problemen komen.

Zo gaat Alfonso werken als geldkoerier voor Moreno. Hij moet regelmatig een envelop met smeergeld afgeven aan de lokale politie-inspecteur om een oogje dicht te doen voor Moreno’s illegale drankhandel. Als Alfonso onderweg wordt bestolen van het geld, is hij bang dat de maffiabaas hem zal vermoorden. Dan verzinnen de vrienden, samen met het meisje Laura, een uitweg. Maar wanneer ze hun plan uitvoeren, loopt alles in het honderd en worden de problemen alleen maar groter.

En dan is er Peanuts die een prostituee van dichtbij wil bekijken, maar per ongeluk getuige is van hoe zij wordt vermoord door een maffioos. Hij kan zelf aan de moordenaar ontsnappen door uit het raam te springen, maar de killer heeft hem gezien en ook Peanuts moet plots vrezen voor zijn leven.

In Blackjack was Cuzor duidelijk nog zoekende naar zijn eigen stijl. In het eerste deel van het album is zijn tekenwerk nog semi-karikaturaal. De hoofden van de hoofdpersonen doen denken aan die van de figuren van Carlos Giménez in diens onovertroffen albums Het gesticht en De Buurt. De plaatjes zijn ook nog erg druk, waardoor je als lezer soms wat zoekende bent. Maar bij het vierde deel van Blackjack lijken Cuzors tekeningen al meer op de realistische stijl zoals we die kennen van zijn latere albums. De pagina’s ogen ook overzichtelijker en de vertelling is minder rommelig.

Ondanks dat je aan het album afleest dat de auteur nog niet zo’n ervaren stripmaker was als nu, is Blackjack alleszins een aangename strip. Cuzor weet een heel sfeervol straatbeeld op te roepen. Daarbij bedient hij zich van donkere kleuren, die Cuzors kinderwereld een rauw randje geven. De personages zijn hier en daar wat clichématig, zoals de domme dikzak Peanuts, maar het stoort nergens omdat Cuzor met Blackjack geen andere pretenties had dan een onderhoudende strip maken. En daar is hij prima in geslaagd. Met zijn debuut bewees Cuzor al een prima verhalenverteller te zijn.

De titel verwijst naar een speelautomaat in een bar waar de jongens komen en waar ze een muntje in kunnen werpen om snoep te winnen. De automaat keert nooit uit. Tot die ene keer dat ze wel geluk hebben en dat is nou net op het moment dat ze zich eigenlijk gedeisd hadden moeten houden, waarna de gebeurtenissen totaal ontsporen. Het gaat allemaal niet heel diep, maar wie aan Blackjack begint is al snel een paar uur zoet en heeft zich bij het dichtslaan van het album prima vermaakt.

Steve Cuzor – Blackjack. Lauwert, 176 pagina’s, hardcover. € 38,95