The Mythmakers van John Hendrix gaat over de vriendschap tussen Tolkien en C.S. Lewis. Voor de volledigheid: de eerste is bekend van In de ban van de ring en De Hobbit, de tweede van De kronieken van Narnia. Eerlijk gezegd heb ik wel enkele van de films gezien en heb ik ook wel wat over de boeken gelezen, maar ik heb de boeken zelf nooit gelezen.
Toch was ik wel meteen geïnteresseerd toen ik las dat het boek The Mythmakers in het Nederlands verscheen, vooral vanwege de hybride vorm ervan: een deel is in proza, maar die prozagedeelten zijn wel rijk (en leuk) geïllustreerd en een deel is in stripvorm. Verder is de vorm heel origineel. In het begin zijn er twee vertellers: een leeuw en een tovenaar, met wie we als lezer op stap gaan.
Er zijn allerlei deuren waaruit ze kunnen kiezen en dan kom je in het verhaal van de vriendschap terecht. Dat wordt redelijk chronologisch verteld, maar je hebt op verschillende momenten de mogelijkheid om door een deur in een portaal terecht te komen, waarin de hoofdpersonen een wasbeer en een distel zijn die ons meenemen door een stripverhaal. In die portalen worden begrippen als mythe, epos en sprookje uitgediept. Die delen staan achter in het boek. Je kunt het boek ook gewoon bladzijde voor bladzijde lezen, maar dat je heen en weer kunt bladeren (en daarbij toch de weg niet kwijtraakt), is wel een heel aantrekkelijke vorm. Het geeft een zekere speelsheid aan de opzet.
Als Lewis (ook Jack genoemd) en Tolkien (ook Ronald of Tollers genoemd) elkaar ontmoeten, hebben ze al een deel van hun leven achter de rug. Daarin speelt de Eerste Wereldoorlog een rol. Tolkien is geboren in 1892, Lewis in 1898. Ze hebben niet alleen de Grote Oorlog bewust meegemaakt, maar ze hebben er ook aan deelgenomen. Het was niet de eerste keer dat ze met de dood geconfronteerd werden. Beiden waren hun moeder al verloren.
Lewis, die altijd veel twijfels heeft gehad bij het begrip God, krijgt steeds meer twijfels over zijn twijfel en zal uiteindelijk toetreden tot de Anglicaanse kerk. Tolkien is katholiek. Ze hebben met elkaar te maken in Oxford, waar ze wekelijks bij elkaar komen met een vriendengroep, de Inklings. Die becommentariëren elkaars teksten en jutten elkaar op die manier op. Ze scherpen elkaar.
Lewis en Tolkien hebben belangstelling voor mythen, sprookjes en volksverhalen, maar dat niet alleen. Ze dagen elkaar uit om te schrijven over tijdreizen en ruimtereizen. De ster van Lewis rijst al snel. Hij is bijzonder productief en in de Tweede Wereldoorlog houdt hij voordrachten voor de radio. Tolkien is veel detaillistischer in zijn manier van werken, kan eindeloos schaven aan onderdelen en het zal lang duren voordat hij uiteindelijk In de ban van de ring publiceert.
In de loop van de tijd komt er verwijdering tussen de twee schrijvers. Er komt iemand bij de vriendengroep die Tolkien ervaart als concurrent in zijn vriendschap met Lewis en nog weer later zorgt het huwelijk van Lewis voor afstand. Lewis trouwt met een Amerikaanse vrouw, die dat huwelijk nodig heeft om in het Verenigd Koninkrijk te kunnen blijven. Je zou kunnen zeggen dat de liefde van Lewis voor Joy zich pas ontwikkeld heeft toen ze al getrouwd waren en zeker toen bleek dat Joy ernstig ziek was.
Het probleem was dat Joy een gescheiden vrouw was. Lewis en zij konden een burgerlijk huwelijk aangaan, maar dat kon aanvankelijk niet kerkelijk ingezegend worden. Een huwelijk is een ingrijpende gebeurtenis, maar Lewis vertelde niet aan zijn omgeving dat hij getrouwd was en dus ook niet aan Tolkien. Zo raakten de twee uit elkaar en werd de vriendschap niet wat die had kunnen worden.
John Hendrix geeft een mooi beeld van de twee schrijvers. Niet alleen kom je de feiten uit hun leven te weten, maar je krijgt ook een goed beeld van hun persoonlijkheden. Ze worden zo gepresenteerd dat je ze met sympathie beziet en begrip voor ze hebt. De aandacht waarmee ze beschreven (en getekend) worden, verraadt de betrokkenheid van de auteur. Dat zie je vooral in het slot, als hij in de verbeelding de twee oud-vrienden samenbrengt en hen uit laat spreken wat ze voor elkaar betekend hebben.
Dan verschijnt er ineens ook meer kleur in de tekeningen, zodat het verhaal warmer wordt. In de rest van het boek is het kleurgebruik vrij sober. De tekeningen staan in dienst van het verhaal en de afwisseling van proza en strips werkt goed. Op beide manieren wordt de geschiedenis van een vriendschap verteld.
Er zijn veel fans van het werk van Lewis en Tolkien en die zullen heel erg genieten van de manier waarop Hendrix laat zien hoe hun ideeën en hun oeuvre zich ontwikkeld hebben. Daarin is het verhaal bijzonder helder. Kenners kunnen beoordelen of het ook allemaal klopt, maar op mij kwam het in ieder geval heel aannemelijk over. Het is ook wel gepast dat de vriendschap tussen twee originele geesten op zo’n originele manier verteld wordt. Er zijn al heel veel stripbiografieën, maar zo’n mengvorm van geïllustreerd proza en strips is veel minder gebruikelijk. Door al die tekeningen is het een extra aantrekkelijk boek geworden, dat geschikt is voor een breed lezerspubliek.
John Hendrix – The Mythmakers, de wonderlijke vriendschap tussen C.S. Lewis & J.R.R. Tolkien. Uitgeverij Kok Boekencentrum. 218 pagina’s hardcover. € 27,99
