Artikelen

Het beeldverhaal is meer dan strip alleen

Shaun Tan

Wanneer je de term beeldverhaal hoort, is de kans groot dat je eerst denkt aan een strip: een aantal plaatjes in sequentie, meestal gecombineerd met tekst, waardoor er een verhaal ontstaat. Tegelijkertijd is de strip een breed en veelzijdig medium. Stripmakers maken boeken voor alle mogelijke doelgroepen, van jong tot oud, en in alle mogelijke genres en stijlen. Maar laten we nu nog eens goed naar dat woord kijken: beeldverhaal. Verwoord beeldverhaal net iets anders, en je krijgt de term die bij een deel van de stripliefhebbers het bloed onder de nagels vandaan haalt: grafische roman. Maar verwoord grafische roman nog net iets anders en je komt uit bij geïllustreerd boek. Prentenboeken, boeken die ook tekst en beeld met elkaar combineren, maar toch wezenlijk anders zijn dan strips.

Hoewel strips steeds meer worden gezien als een medium dat zich voor iedere doelgroep leent, zijn prentenboeken nog steeds bijna uitsluitend te vinden binnen het boekenaanbod voor kinderen. Dat is jammer, want het combineren van tekst en tekeningen op deze manier leidt echt tot iets heel anders dan wat je in strips ziet. En wanneer deze vorm wordt gebruikt voor een volwassener publiek, leidt dit tot boeken die heel uniek zijn.

Simon Stålenhag

Hier is een goeie quizvraag: de verhalen en werelden die deze tekenaar creëerde, vormden al de basis voor een role playing game, een bordspel, een televisieserie van Amazon en de duurste film die Netflix ooit produceerde. Over wie gaat het hier? Je denkt in eerste instantie vast aan een tekenaar of schrijver uit de stal van bijvoorbeeld Marvel of DC, maar het is de Zweedse kunstenaar Simon Stålenhag, een naam die wellicht niet bij iedere stripliefhebber meteen een belletje doet rinkelen.

Simon Stålenhag

De boeken van Simon Stålenhag worden vaak omschreven als art books, een term die de lading niet echt dekt, vooral omdat het meteen de associatie met koffietafelboeken oproept en het verhalende element in zijn werk compleet lijkt te negeren. Wat hij maakt, komt veel meer in de buurt van het klassieke prentenboek: grote, pagina vullende illustraties die worden gecombineerd met proza. In Tales from the Loop, zijn debuut, vertelt Stålenhag over zijn jeugd in een klein Zweeds dorpje, waaronder een gigantisch, mysterieus laboratorium is gebouwd. Het zijn nostalgische anekdotes, waarin af en toe plotseling futuristische elementen opduiken. Een enorme koeltoren in een winters landschap, of een afgedankte, roestige robot naast een oude Volvo. De tekeningen fungeren als foto’s in een plakboek, met de tekst ernaast geplaatst. Het is een combinatie die wonderlijk goed werkt. Wellicht overbodig om te zeggen, maar het hele boek is fictie, al zijn de realistische tekeningen zo overtuigend dat je het allemaal bijna gaat geloven. The Electric State is een meer traditioneel opgezet verhaal, maar wel met opnieuw diezelfde prachtige illustraties. In het boek reizen een meisje en een robot door een dystopische versie van het Amerika in de late jaren negentig. Het eindigt met een elegante, hartverscheurende twist. Onlangs verscheen de verfilming op Netflix, maar van de ingetogen aard van het boek blijkt weinig overgebleven. Stålenhags recentste boek, Swedish Machines: Sunset at Zero Point, is een queer coming-of-age-verhaal met opnieuw veel sciencefictionachtige elementen.

Nieuwe werelden

Bruce McCall

Laten we eens kijken naar nog een paar voorbeelden. Bruce McCall is een onlangs overleden illustrator die vooral bekendheid verwierf met de vele prachtige covers die hij maakte voor The New Yorker. Daarnaast maakte hij ook een aantal boeken, waarvan The Last Dream-o-Rama: The Cars Detroit Forgot to Build misschien wel de leukste is. Het ultra-materialistische optimisme van Amerika rond 1950 wordt hierin tot in het absurde doorgevoerd. In een prachtige, retro-futuristische stijl (denk aan The Jetsons) toont McCall ons een alternatieve geschiedenis van de autoindustrie aan de hand van een serie bizarre auto’s, allemaal met hun eigen specialiteit. De maffe beschrijvingen ernaast maken het geheel helemaal af.

Expedition: Being an Account in Words and Artwork of the 2358 A.D. Voyage to Darwin IV is een reisverslag door de Amerikaanse schrijver en tekenaar Wayne Barlowe. Het boek gaat over de eerste bemande expeditie in de 24e eeuw naar de fictieve planeet Darwin IV. Barlowe beschrijft het daar aangetroffen ecosysteem in detail, alsof het allemaal echt bestaat. Het boek staat vol met prachtige, met gouache geschilderde illustraties van de buitenaardse flora en fauna.

Shaun Tan

Tales from the Inner City, door de Australische schrijver en kunstenaar Shaun Tan, is een collectie dromerige, magisch-realistische verhalen die stuk voor stuk gaan over de relatie tussen mens, dier en natuur. Shaun Tan illustreerde elk van de verhalen met werkelijk adembenemende olieverfschilderijen op canvas.

Onontgonnen gebied

Ludwig Volbeda

Wat bij al deze voorbeelden telkens weer opvalt, is hoe de volledig opzichzelfstaande illustraties de vaak fantasievolle verhalen die erbij horen op waanzinnig effectieve wijze tot leven wekken. Hier gebeurt echt iets heel anders dan in de meeste strips. Waar in strips tekst en beeld onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, worden die twee elementen in dit soort boeken los van elkaar ingezet. Datgene waar traditionele romans zo goed in zijn, het prikkelen en aan het werk zetten van de fantasie, blijft aanwezig omdat de hoeveelheid beeld redelijk beperkt blijft. De illustraties hoeven niet het volledige verhaal te vertellen. Wel versterkt de tekst het beeld en vice versa, maar ze vallen niet samen zoals dat gebeurt in strips. Het is eigenlijk zonde dat deze vorm niet veel vaker wordt gebruikt. Ik zou daarom iedereen die zich bezighoudt met het maken van beeldverhalen, zowel de tekenaars als de scenarioschrijvers, willen aanraden om eens na te denken over wat er allemaal mogelijk is wanneer je de vaak letterlijke, vaste kaders van de strip loslaat. Want het beeldverhaal is veel meer dan strip alleen, er zijn nog allerlei interessante hybride-vormen mogelijk. En dat voor een groot deel onontgonnen gebied, biedt nog tal van mogelijkheden.

 


Naast de eerder genoemde boeken zijn hier als laatste nog een aantal extra tips voor de geïnteresseerde lezer:

  • Terra Ultima – Raoul Deleo won de Woutertje Pieterse Prijs voor dit fenomenaal getekende reisverslag naar een onbekend continent.
  • Hoe Tortot zijn vissenhart verloor – Prachtig boek van Benny Lindelauf over de absurditeit van oorlog, met tekeningen van de briljante Ludwig Volbeda.
  • Worlds: A Mission of Discovery – Een fotografisch reisdocument naar een aantal buitenaardse werelden, door special effects artist Alec Ginnis (Aliens, Starship Troopers).
  • Hell of a Story – Korte horrorverhalen, gepresenteerd als geheime documenten van een overheidsinstantie. Door concept artist Alex Konstad.

De afbeelding boven dit artikel is van Simon Stålenhag.

Ludwig Volbeda