Nieuwsbrief

Strips

I feel machine: magistrale maar niet makkelijk te doorgronden strips

Bijna vijfendertig jaar werkzaam zijn in de ICT laat natuurlijk sporen na in mijn leesleven. Het zorgt met name voor een bovengemiddelde interesse in kunstmatige intelligentie, big data en de invloed van technologie op ons leven, onze gemeenschap en de toekomst.
Dan schept een boek met de titel I feel machine meteen verwachtingen. Vooral als blijkt dat het bestaat uit zes verhalen van verschillende makers, onder wie Shaun Tan. De andere vijf verhalen zijn van Box Brown, Tillie Walden, Krent Able, Erik Svetoft en Julian Hanshaw.

Op de achterflap wordt beloofd dat I Feel Machine de “strange interplay between humanity and technology” zal onderzoeken. “Strange” dekt niet de hele lading, dat geldt zeker voor het verhaal #STHLM#TRANSFER van Erik Svetoft waar surrealistisch beter op zijn plaats is. Het verhaal trekt ons een angstaanjagende wereld in waar menselijke lichamen zijn samengevoegd met technologie. Er is vraag naar oude jpg’s, mp3’s, ‘vintage chatlogs’ die prompt worden gestolen, zodat ze voor veel geld kunnen worden verkocht aan verzamelaars. Twee, zoals gebruikelijk in ‘scandic noir’, uitermate zwijgzame detectives van het Stockholmse Social Media Security Dpt. krijgen de opdracht om een aantal gestolen bestanden op te sporen.

Box Brown’s Uploading, het eerste verhaal in I feel machine, gaat over dood, maar vooral over het hiernamaals dat (toch) blijkt te bestaan: overigens pas sinds een paar generaties, want “toen oma werd geboren bestond de centrale server nog niet eens”, zo vertelt de hoofdpersoon die zijn tijd grotendeels doorbrengt in een virtuele wereld, fysiek opgesloten in een antieke duikhelm. Om te vervolgen met de constatering dat “haar moeder totaal niet [is] gearchiveerd. Erg triest”. De hoekige, minimalistische, stille stijl van Brown steekt af tegen de hallucinerende wereld van Svetoft, maar ook zeker tegen de zeer gedetailleerde, intrigerende droomwereld die Shaun Tan’s Here I am ons voorschotelt.

Tan’s verhaal doet in de verte denken aan De aankomst, want ook in dit verhaal staat het verkennen van culturele verschillen centraal en maakt hij op buitengewoon fraaie wijze duidelijk dat wat wij denken, wat wij normaal vinden en waar we ons thuis voelen het resultaat is van toeval. De vertelster in Here I am is een gelukkig en vrolijk meisje dat zich volstrekt thuis voelt in een buitenissige wereld van liefkozende monsters. Flierefluitend gaat ze door het leven, totdat ‘ze’ haar komen halen.

De verhalen zijn van elkaar gescheiden door zwarte bladzijden, en dat is maar goed ook, want de overgang van Tan’s in pasteltinten getekende monsterland naar de neonwereld van rood, roze en blauw van Tillie Walden is enorm. Contours bevat de monoloog van een meisje dat vertelt over de tijd dat ze nog gebruik kon maken van haar telefoon, internet, en alle gadgets die daarmee samenhangen:

It happened so smoothly
that I didn’t even notice
that shift from it being just a device
to it being an atmosphere

De vormen lijken in het begin volstrekt willekeurig met hier en daar iets herkenbaars, zoals een half gezicht of de contouren van een telefoon of toetsenbord, maar naarmate het verhaal vordert, sluipen er langzamerhand meer details in. Het verhaal zelf is nogal moralistisch.

Be Little With Me van Julian Hanshaw speelt zich af in een sprookjesachtige wereld waarin iedereen er precies hetzelfde uitziet en zich hetzelfde kleedt.
Laurie loopt daar rond, samen met zijn kip en zijn vriend Seppy, die eigenaar is van een projector die kleine glimpjes van het multiversum onthult. Het is een intrigerend verhaal vol korte bezoeken aan mysterieuze universa, dat na een veelbelovend begin in het midden het spoor wat bijster lijkt te raken. Hanshaw is, met Tan, de meest filosofische van de zes, maar waar Tan’s verhaal aan duidelijkheid niets te wensen overlaat, moet je bij Hanshaw wat meer moeite doen om te achterhalen hoe klein je moet zijn om bij hem aan te sluiten.

In opnieuw totaal contrast met het voorgaande is Krent Able’s Bloody kids! De titel mag letterlijk genomen worden, want Able schotelt ons een ‘ouderwetse’ slasher film voor in de vorm van een strip. Twee families verzamelen zich in een huis op het platteland om een paar gezellige dagen met elkaar door te brengen. De kinderen gaan al vroeg naar boven, waar ze de tijd met elkaar, maar vooral met hun telefoon doorbrengen. Totaal verslaafd, zo is ook de conclusie van hun ouders, die hun kinderen en al het andere wereldleed met elkaar bespreken. Dan horen ze een ‘thud’ en gaat een van hen controleren wat er boven toch gebeurt…
I feel machine bevat zes niet allemaal even makkelijk te doorgronden verhalen. Ze botsen heerlijk met elkaar en zijn stuk voor stuk het lezen en bekijken waard. De strips zijn magistraal en origineel. En voor wie nog geen of slechts enkele van de makers kent, is het meteen een fantastische kennismaking.

Krent Able, Box Brown, Julian Hanshaw, Erik Svetoft, Shaun Tan & Tillie Walden – I feel machine. Self Made Hero. 152 pagina’s. £ 14.99.