Nieuwsbrief

Artikelen

Joris maakt een strip 3: Drive

Joris Vermassen werkt aan een nieuwe beeldroman. In een reeks columns doet hij het complete proces uit de doeken. In deze derde aflevering deelt hij zijn ervaringen die verband houden met de coronacrisis die het dagelijks leven in haar greep houdt.

Mijn oude moeder zit geïsoleerd in het woonzorgcentrum, hopend dat het virus haar niet te pakken krijgt. Ik mag haar niet bezoeken. Toch is deze crisis voor mezelf een
blessing in disguise. Nog nooit heb ik zo geconcentreerd aan een strip gewerkt. Nu de wereld is stilgevallen, is er geen enkele afleiding meer. Geen koffiebars meer om heen te vluchten, geen boekenwinkels om in rond te hangen, geen musea om me te meten met de meesters – ik leef weer op in mijn atelier.

Ik hoor het ook van collega’s: er is weer tijd. Want tijd, dat heb je nodig voor een beeldroman – veel tijd én zelfdiscipline. Niet toevallig hebben nogal wat succesvolle stripauteurs autistische trekjes: het lange, monomane werk vereist een bepaalde vorm van mentaal kluizenaarschap. En daar ontbreekt het me vaak aan. Dit gedwongen kluizenaarsbestaan blijkt een zegen voor mijn rusteloze geest. De voorbije week heb ik zeven pagina’s getekend. Zeven! Voorheen was twee het hoogst bereikbare. Een klein rekensommetje: deze beeldroman wordt minstens tweehonderd pagina’s; twee pagina’s per week betekent nog twee jaar zwoegen, met vier pagina’s per week klaar ik de klus in één jaar.

Deze crisis is niet alleen goed voor mijn output, ze bezorgt me ook nieuwe input. Ze geeft mijn verhaal weer de noodzaak waar ik naar op zoek ben. Zoals elke kunstenaar stel ik me voortdurend de vraag: waarom doe ik dit, wie zit er in godsnaam op mijn werk te wachten? Meer concreet: waarom wil iemand nog een strip lezen over de Eerste Wereldoorlog? De herdenkingen zijn al lang voorbij, iedereen is nu wel klaar met die loopgraven. Deze crisis maakt me weer duidelijk dat dit verhaal over meer gaat dan een oorlog. Het gaat over hoe de kleine mens zich probeert recht te houden in de grote, ongrijpbare wereld.

Mijn eigen isolatie brengt me weer dichter bij mijn hoofdpersonage. Ik begrijp nu niet alleen beter wat het voor Aloïs betekent gescheiden te worden van zijn dierbaren, ik voel het ook. Een mens die probeert om te gaan met de eenzaamheid en de onvervulde verlangens: het is een universeel thema waarin veel lezers zich kunnen herkennen. Dat is het verschil tussen plot en thema: het plot (in casu de oorlog) is slechts de trigger voor de innerlijke strijd van het hoofdpersonage (blijf ik mijn geliefde trouw?) Stoffige geschiedenis of vergezochte sciencefiction: zolang het thema ons iets vertelt over onszelf en onze wereld, blijft een verhaal actueel. Daarom kunnen lezers nu nog altijd betekenis geven aan de verhalen van Shakespeare of Philip K. Dick.

Deze strip is nog op een andere manier weer verrassend actueel. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog breekt de Spaanse Griep uit. Zonder te veel te spoilen kan ik wel vertellen dat Aloïs er mee te maken krijgt. Nog niet zo lang geleden leek die griep een anekdote in de geschiedenis; vandaag voelen we met zijn allen hoe ingrijpend dit is. Ik heb de andere pagina’s van mijn strip nu even opzijgelegd en ben begonnen aan dit hoofdstuk. Ik zit nu helemaal in dit verhaal, ik leef heel erg mee met Aloïs. Ik voel een enorme drive om te tekenen. Dit is mijn manier om deze crisis te bezweren (ja, het is ook therapeutisch – daar heb ik het in een volgende column nog wel eens over).

Ik hoop deze drive te kunnen vasthouden wanneer deze crisis voorbij is. En ik hoop mijn oude moeder weer snel in de armen te kunnen sluiten.


Lees ook Joris maakt een strip 1: Research

Lees ook Joris maakt een strip 2: Script