Nieuwsbrief

Cats of the Louvre Omnibus (2019) (Digital) (LuCaZ)
Manga

Matsumoto’s Cats of the Louvre laat de lezer door museum verdwalen

Wie aan het Louvre denkt, ziet klassieke kunst zoals de Mona Lisa. Daarna misschien nog Michelangelo’s Stervende Slaaf of Delacroix’ La Liberté Guidant le Peuple, of herinnert zich de boeken van Dan Brown. De associatie met strips ligt niet direct voor de hand, maar die is er zeker: sinds 2005 worden striptekenaars door het Louvre benaderd om een strip te maken, met het museum in een belangrijke rol. Zo tekende Nicolas de Crécy voor zo’n gelegenheid de graphic novel IJstijd, verscheen van Marc-Antoine Mathieu onlangs De krochten van het Vourlé en maakte Jiro Taniguchi het mooie De wachters van het Louvre.

In 2016 bracht de Japanse Taiyo Matsumoto, bekend van de mangaklassieker Tekkonkinkreet, in samenwerking met het museum zijn tweedelige Les Chats du Louvre uit. Nu heeft Viz Media een Engelse vertaling van de strip uitgebracht, Cats of the Louvre.

Stilistisch gezien heeft Cats of the Louvre niet de gangbare mangastijl, dus met de typische expressieve lijnvoering en het gebruik van rasters voor schaduwen. Matsumoto heeft voor Cats of the Louvre gebruikgemaakt van schetsmatige inktlijnen en arceringen die iets dwingends hebben. In sommige scènes ruilt hij inkt in voor potlood, waardoor de tekeningen luchtiger worden. Matsumoto gebruikt gewassen inkt voor schaduwen. Als resultaat ogen de karakters kwetsbaar en onzeker, maar zijn de omgevingen juist scherp en waarheidsgetrouw. Het geeft de strip een typerende droomachtige en tegelijk onheilspellende sfeer die goed bij het verhaal past.

In Cats of the Louvre neemt Matsumoto het idee vrij letterlijk dat iemand zich in kunst kan verliezen. Het verhaal, dat zich in het museum afspeelt, is opgedeeld in twee delen: aan de ene kant volgen we het verhaal van Cécile, een museumgids die kennismaakt met bewakers Patrick en Marcel. Die laatste werkt al decennia in het museum, hij is er zelfs in opgegroeid. Marcel vertelt Patrick en Cécile het verhaal van zijn zus Arrieta, die jaren geleden in het Louvre is verdwenen. Hij vermoedt dat Arrieta nog steeds in het museum is, en zich ergens in een schilderij bevindt.

Het andere deel van het verhaal richt zich op de groep katten die in het geheim in een bovenkamer van het Louvre woont. In het bijzonder volgen we het witte katje Snowbébé, dat het niet goed met de andere katten kan vinden en vaak alleen door het museum dwaalt. Dit ondanks het protest van de anderen, die waarschuwen dat Snowbébé hen op een dag zal verraden. Toch kan de kleine kat het niet laten. De schilderijen roepen hem. Bovendien bezit hij de gave om de werken te betreden.

In het algemeen is Cats of the Louvre een melancholisch, bijna filosofisch verhaal. Het behandelt thema’s als depressiviteit, rouw, dood, en het verlangen om jezelf af te zonderen van de wereld. Het zijn herkenbare thema’s die vanuit meerdere perspectieven worden belicht: zowel de menselijke personages als de katten hebben te maken met verlies en rouw.

Dit werkt vooral goed als het verhaal zich op de mensen richt. Hoewel bij de katten heftigere en zelfs traumatische gebeurtenissen plaatsvinden, is de impact hiervan een stuk minder. Dit ligt met name aan een aantal stilistische keuzes die Matsumoto heeft gemaakt. Zo worden de katten in eerste instantie als gewone beesten geïntroduceerd, een hoofdstuk later verschijnen ze in menselijke gedaanten. Let wel, de katten zijn geen behekste mensen of weer-katten of iets dergelijks: Matsumoto heeft een poging gedaan om ze meer invoelend te maken voor de lezer door ze in bepaalde scènes menselijke eigenschappen te geven. Helaas met averechts resultaat, met uitzondering van Snowbébé krijgen de katten weinig kans om veel van hun persoonlijkheid te laten zien.

Als resultaat krijg je karikaturale figuren die je met moeite serieus kunt nemen: een langharige kat zonder oor en met een litteken over zijn oog laat zien dat we met een ruige straatkat te maken hebben, maar als we diezelfde kat in menselijke gedaante met pruilende lippen en een typisch Frans streepjesshirt zien, dan verdwijnt dat ruige als sneeuw voor de zon.

Er zijn een paar scènes waarin Matsumoto afwisselt tussen de antropomorfe en kattige figuren. Het is opvallend hoe veel beter de scènes met de ‘dierlijke’ dieren werken in vergelijking met de menselijke varianten, waardoor het buitengewoon jammer is dat Matsumoto de katten niet gewoon katten liet zijn.

Desalniettemin is Cats of the Louvre een buitengewoon charmante strip. Je krijgt het gevoel dat Matsumoto zelf urenlang door het Louvre heeft gedwaald en heeft geprobeerd om elk schilderij, elk sculptuur, elke hoek, elke tegel, elke spinnenweb op papier wou vastleggen. Het Louvre zelf speelt bijna als personage mee in de strip. Sterker nog, je zou kunnen zeggen dat het museum als schildersdoek heeft gefungeerd waarop Matsumoto zijn creativiteit heeft losgelaten. Het is met zijn contemplatieve tempo en onconventionele tekenstijl niet een strip voor iedereen. Maar wie daar geen bezwaar in ziet en de kleine schoonheidsfoutjes negeert, ontdekt gemakkelijk wat het Louvre in Matsumoto zag, en vice versa.

Taiyo Matsumoto – Cats of the Louvre. Viz Media. 428 pagina’s hardcover. €19,99.