Artikelen

Strips als vertelinstrument: Een andere blik op het Louvre

De voorbije decennia is de stripwereld sterk veranderd: naast de klassieke avonturenreeksen voor kinderen zijn er steeds meer (sub)genres bijgekomen. Om maar een van de vele voorbeelden te noemen: graphic journalism brengt gedegen journalistieke reportages in stripvorm. En ook in de cultureel-erfgoedsector steekt het gebruik van strips zijn neus aan het venster.

Al is dat zacht uitgedrukt. In Frankrijk, het land waar de minister van Cultuur 2020 uitriep tot l’Année de la bande dessinée, blijkt het medium steeds verder te vorderen in zijn emancipatorische evolutie: het stripaanbod voor volwassenen is er ronduit indrukwekkend. Zo had de vooraanstaande stripwetenschapper Thierry Groensteen het in 2017 over het onmiskenbaar toegenomen symbolisch kapitaal van de (Franstalige) strip. Om het met een boutade te zeggen: geen weldenkende Fransman haalt zijn neus nog op voor een stripverhaal, bien au contraire. Het kan dan ook nauwelijks een verrassing heten dat zelfs het grootste museum ter wereld een batterij stripauteurs inschakelt. Een reeks van twintig albums over het Louvre is daarvan het resultaat. Naar aanleiding van de tentoonstelling Strips uit het Louvre, tot 11 september te bezichtigen in het Belgisch Stripcentrum, sprak faro met Dominique De Font-Réaulx, directrice van de Direction de la Médiation et de la Programmation culturelle en Sébastien Gnaedig, uitgever bij Futuropolis. We vroegen hen hoe het initiatief is gestart.

Dominique De Font-Réaulx: “We moeten daarvoor terug naar 2005, toen Fabrice Douar, directeur publicaties van het Louvre, een ideetje lanceerde bij Sébastien. Achteraf gezien was dat wat onbezonnen, zonder groot plan of uitgekiend toekomstperspectief. Over een aantal elementen hadden we wel goed nagedacht: om te beginnen moest een auteur carte blanche krijgen. Elk album is een uitnodiging, geen ‘opdracht’ – een subtiel maar belangrijk verschil. Dat maakt dat we ver weg bleven van een belerende, of uitgesproken educatieve aanpak. Eens het basisidee goedgekeurd, kon hij of zij zijn gang gaan. Het was ook essentieel dat het project aansloot bij het DNA van het Louvre: het museum werd in 1793 opgericht voor het publiek, uiteraard, maar ook voor kunstenaars. Het is ook zo dat strips aansluiten bij de traditie van de schilderkunst en andere beeldende kunsten. Ze brengen verhalen met beelden, iets heel vertrouwd.”

Sébastien Gnaedig: “Het was de oud-directeur van het Louvre, Henri Loyrette, die afweek van wat er in de museumstatuten staat. Het Louvre verzamelt namelijk kunst tot 1848. Werken die daarna gemaakt zijn horen eerder thuis in het Musée d’Orsay, en nog recenter werk in Beaubourg (Centre Pompidou, RD). Toch week hij daarvan af, door opdrachten te geven aan onder meer schrijvers, zoals Umberto Eco en beeldend kunstenaars, zoals Wim Delvoye. De stap naar de stripwereld was klein; Fabrice Douar zegt altijd dat de stripmakers de erfgenamen van de schilders en tekenaars uit het verleden zijn. Het basisidee was dat zij een andere blik konden werpen op de werking en de collecties – een artistieke blik. En daardoor een ander publiek naar het museum konden uitnodigen; mensen die minder snel geneigd zijn om spontaan te komen. Om tal van redenen: omdat ze menen er niks te zoeken te hebben, of omdat ze zich er niet welkom voelen. Strips openen dus een andere deur en zorgen in zekere zin ook voor een dialoog. Een dialoog tussen de werken uit het verleden en de kunstenaars van vandaag. Dat levert interessante – en vaak ook amusante – resultaten op.”

En waarover gaan die strips dan?

De reeks heet een uitnodiging te zijn om “in dialoog te treden met de collecties, ruimtes en geschiedenis” [van het Louvre]. Auteurs krijgen carte blanche, wat maakt dat geen enkel verhaal hetzelfde is. Het museum blijft uiteraard wel het uitgangspunt. Zo krijgt de lezer onder andere het onderzoekslaboratorium te zien (Christian Lax), of de restauratieateliers en de uitdagingen die het verzamelbeleid voor een nationale collectie met zich meebrengen (Etienne Davodeau). Er komen archeologen (Nicolas de Crécy) en conservatoren in beeld (Marc-Antoine Mathieu). Ook bewakers en gidsen komen langs en getuigen over hun werk en de relatie die ze hebben met de werken én het publiek (Eric Liberge, Minetaro Mochizuki). Ook een poëtische kijk (Christian Durieux) en een historische (Yslaire en Jean-Claude Carrière) terugblik ontbreken niet. Nog andere auteurs dompelen de lezer onder in één werk (Charles Berberian, Christian Lax) of meerdere werken (Enki Bilal, Hirohiko Araki), van één kunstenaar (Stéphane Levallois) of het museum zelf (Li Chi Tak). Als er al een rode draad in al deze verhalen is, dan deze: de vragen die (al dan niet expliciet) worden gesteld over de rol die het museum opneemt in de maatschappij, het politieke bestel, of intermenselijke relaties. Het doelpubliek zijn volwassenen.

Het initiatief is intussen zeventien jaar jong. Hoe evalueren jullie dit?

Dominique De Font-Réaulx: “Zeker en vast niet aan de hand van de verkoopcijfers van de strips. Het gaat meer om de perceptie van het medium strips en het eigen huis, zowel door de collega’s als door de buitenwacht. De respons was buitengewoon positief: we hadden er bij aanvang geen idee van hoe dit ging ‘vallen’. Het is wel zo dat heel wat Fransen van kindsbeen af strips lezen; iedereen groeit op met klassiekers als ‘Le petit Nicolas’, ‘Asterix’, ‘Kuifje’, ‘Lucky Luke’ enzovoort. Het is met andere woorden een vertrouwd medium, ook voor volwassenen. De invalshoek van elk van die verhalen is ook telkens anders – geen enkel verhaal is hetzelfde. In deze verhalen worden personages opgevoerd die in het museum worden opgesloten, die er flirten en zelfs de liefde bedrijven, verdwalen, noem maar op. Zoals ik zei: het Louvre is een plek voor kunstenaars, en dus bijgevolg een huis waar we de vrijheid hoog in het vaandel dragen. We hebben ook een open blik op de wereld, en op de kunsten in het bijzonder. We praten hier nu over strips, maar we verwelkomen ook steeds meer andere kunstenaars: schrijvers, musici, enzovoort. Zij hanteren allemaal een andere kijk, en verrijken zo de waardering van onze collecties. Ik denk dat als musea de manier waarop zij het publiek naar hun collectie doen kijken, enkel aan kunsthistorici als mezelf overlaten, ze schromelijk tekortschieten. Begrijp me niet verkeerd, er is natuurlijk niks mis met kunsthistorici en hun werk, maar de bezoekerservaring kan zoveel rijker worden. Rijker én vrijer, ook. Omdat stripmakers als de Crécy, Berberian en Lax de realiteit naar hun hand zetten en zoveel fantasie in hun verhalen stoppen, mogen onze bezoekers dat ook. Ik zie deze beeldverhalen dan ook als een expliciete uitnodiging aan het publiek om vrij te zijn in hun oordeel over de kunstwerken in onze collecties. Het oude museale expertenmodel, waarbij ‘gestudeerde mensen’ bepaalden wat het publiek van de werken moest vinden, heeft afgedaan. Als musea zich niet openstellen voor de wereld van vandaag, verliezen ze hun betekenis. Voor het Louvre was dat van bij het begin de opdracht: het was de bedoeling dat het museum de hele mensheid kon ontvangen. Die openheid was en is fundamenteel: het museum is van en voor iedereen.”
Sébastien Gnaedig: “Het is een buitengewoon vruchtbaar en succesvol traject, net dankzij de openheid van het museum. Er is uiteraard begeleiding, om feitelijke informatie correct te hebben – we willen immers geen fouten in de verhalen. Maar verder genieten auteurs hier absolute vrijheid. Futuropolis heeft ook samengewerkt met het Musée d’Orsay, volgens dezelfde formule. Daar stelde ik vast dat men toch liever de touwtjes strakker in handen hield. De resultaten waren bijgevolg minder goed.”

Op 21 maart organiseren Stripgids, het Belgisch Stripcentrum en FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed de tweede editie van de conferentie Comics @ the Museum. Ben je stripmaker of -fan, uitgever, erfgoedwerker, illustrator, student, onderzoeker of gewoon benieuwd? Schrijf je dan snel in voor dit evenement en noteer de datum in je agenda. Plaats van het gebeuren is het Stripmuseum in Brussel, een architecturale parel en het stripmekka van België. Alle info vind je hier.


Dit artikel verscheen eerder in faro, in maart 2022.