Nieuwsbrief

Artikelen

De beste strips om in te lijsten: 12 redacteuren kiezen hun top 5 van 2020

Laten we eerlijk zijn: we waren toch behoorlijk benieuwd naar elkaars lievelingsboeken van het afgelopen jaar. Dus toen het eenmaal december was, kwamen de lijstjes vanzelf. Het enthousiasme om te delen is blijkbaar groot.

Hieronder lezen jullie de tops 5 van twaalf van onze redacteuren. En wees alvast gewaarschuwd: het gaat werkelijk alle kanten op, waarmee we meteen laten zien hoe divers en anders we met z’n allen zijn. De redacteurs staan in willekeurige volgorde, hun lijstjes steeds van 1 tot 5.

 


Arold Roestenburg

1. Tynion IV & Dell’Edera – Something Is Killing The Children vol 2 (Boom!)
Een klein Amerikaans dorpje, afschuwelijke monsters die kinderen eten en een kickass vrouwelijke monsterdoder. Horrorstrips genoeg in 2020, maar geen enkele met zo’n amusant verhaal als deze.

2. Cates & Klein – Thor vol 1 (Marvel)
Hoe neem je een nu al legendarische 7 jaar durende run van Thor over? Laat dat maar aan Donny Cates over: epische gevechten en cliffhangers die de Noorse goden waardig zijn. Het tekenwerk van Nic Klein is om Odins’ vingers bij af te likken.

3. Wilson & Ward – Invisible Kingdom (Dark Horse)
Terechte grote winnaar van de Eisner-awards. Invisible Kingdom moet het hebben van een breed en voor comics afwijkend kleurenpalet, een geheel eigen tekenstijl en de sterke personages. 

4. Riichiro Inagaki & Boichi – Dr. Stone (Viz)
Geweldige manga geschikt voor bijna alle leeftijden.

5. Daniel Warren Johnson – Wonder Woman: Dead Earth (DC Black Label)
Daniel Warren Johnson gaat los in een post-apocalyptische wereld waarin Wonder Woman de laatst overgebleven superheld is. Ook prima te lezen voor liefhebbers van manga.

 


Eva Van de Wiele

1. Ward Zwart & Charlotte Van den Broeck – Cosmos, Texaco (Literatuur Vlaanderen)
Cosmos, Texaco is geen stripalbum maar een essay over de dichtkunst. Het verenigt Ward Zwarts illustratiekunst en Charlotte Van den Broecks woordenweelde. Als deze twee ronkende namen u niet overtuigen, laat dan het boeiende thema, ruimte, en de diepgang die daaraan verleend wordt, dat doen. “Poetry is a home for me” dichtte Fatena Al-Ghorra en dit boek is als een camper die je op sleeptouw neemt, om na te denken, om Zwarts peilloze donkerte in te gapen en woorden te koesteren.

2. Gabri Molist – Dormir es morir (Bang Ediciones)
Ook Dormir es morir (ook verschenen in het Frans) voert een onderzoek. Gabri Molist vereenzelvigt slapen met sterven en zoekt hulp bij een psychologe. Een aanrader voor wie wel eens worstelt met de nacht.

3. Nicolas de Crécy – Visa Transit (Concerto)
Voor een roadtrip op papier lees je dan weer Visa Transit van Nicolas De Crécy, wiens pen even kranig kriebelt als zijn familienaam.

4. Sole Otero – Naftalina (Salamandra Graphics)
Sole Otero graaft in Naftalina in het verleden van haar oma Vilma en legt met het autobiografische generatieconflict ook de geschiedenis bloot van zovelen die het Italië van Mussolini ontvluchtten. Argentinië duwt Vilma echter in dezelfde sekserollen ondanks haar feministische aspiraties terwijl kleindochter Rocío probeert te ontsnappen aan eeuwenlange patronen. Geen vreugdevol boek, maar dat verraadde de titel al, wel een complex familieverhaal dat sporen nalaat. Voor liefhebbers van Paco Roca.

5. Tobias Tycho Schalken – Eldorado (Oogachtend)
Eldorado van Tobias Tycho Schalken opent dan weer de ogen van wie wil vastpinnen wat het medium strip kan en moet. Iets voor de meerwaardezoeker.

 


Aaron OmslagGert Olthuis

1. Ben Gijsemans – Aaron (Oogachtend)
Met ruime voorsprong op 1. Hoe vorm inhoud kan versterken. En wat voor een inhoud: precair, tragisch, hartverscheurend. Overweldigend goed.

2. graphicmedicine.org
Op 11 maart 2020 verklaarde de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) Covid-19 een pandemie. Op 12 maart startte de website Graphic Medicine met het verzamelen van zoveel mogelijk comics over het virus. Ze zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: o.a. comics gericht op voorlichting, comics over ethische kwesties, comics over en/of door zorgverleners of patiënten. Geweldig voorbeeld van hoe we dankzij striptekenaars inzicht krijgen in de volle breedte van de corona-actualiteit.

3. Elisabeth El Rafaie – Visual metaphor and embodiment in graphic illness narratives (Oxford University Press)
De auteur analyseerde 35 graphic novels waarin ziekteverhalen worden verteld. Haar analyse laat zien hoe (visuele) metaforen gebruikt worden om onze lichamelijke ervaringen van ziekte te interpreteren. Complex, maar uiterst leerzaam en verdiepend.

4. Diverse makers – Lissa. A story about medical promise, friendship, and revolution (University of Toronto Press)
Deze graphic novel is het boeiende resultaat van samenwerking tussen antropologen en striptekenaars, waarin etnografisch onderzoek in Egypte en in de VS in beeld wordt gebracht. Tegen de achtergrond van de Arabische lente in Caïro ontvouwt zich het verhaal van de vriendinnen Anna en Layla, met bijzondere aandacht voor nierfalen, orgaantransplantatie en erfelijke kanker. Hoe persoonlijke, politieke, religieuze en maatschappelijk-culturele factoren nauw met elkaar zijn verweven.

5. Studio Hartebeest – Theophanu
Aan de zijkant van het foeilelijke casino aan de Nijmeegse Waalkade, tegenover de Valkhof-heuvel, prijkt sinds dit jaar een fantastisch muurschildering waarmee het leven van Theophanu in beeld wordt gebracht. Theophanu overleed in 991 op het Valkhof in Nijmegen nadat ze 8 jaar lang het dagelijkse bestuur van het Heilige Roomse Rijk in handen had gehad. Prachtig uitgevoerde straat(strip)kunst in de vorm van een Byzantijns vita-icoon.

 


Marcel Ozymantra

1. The Comics Journal #305 – Health Care, disability, illness & comics (Fantagraphics)
Sinds vorig jaar terug van weggeweest: papieren versie van The Comics Journal, het enfant terrible van de Amerikaanse comicswereld met een uitzonderlijk grote invloed. Als vanouds lange interviews, maar deze keer met enthousiaste beginners HTML Flowers en Rebecca Kirby. Hoe een interview je van comics laat houden. En als thema gezondheidszorg vlak voor de pandemie? Kan timing beter?

2. Joshua Wright – Slack Wyrm Comics (webcomic)
Nog steeds een van de fijnste webcomics over de filosofische draak die elk cliché binnenstebuiten keert zonder ooit zijn gevoel voor humor te vergeten. Deze keer zelfs met een vervolgstrip.

3. Milan Hulsing – Spaans Rood (Scratch Books)
Milan Hulsings spin off van De Smokkelaar. Een prachtig stemmig boek met verschillende verhaallijnen die voorzichtig in elkaar worden gebreid door verteller Naomi. Dit alles in een heerlijke grove lijn die aan Hugo Pratt doet denken, druipend in een overvloedig palet van warme kleuren.

4. James Tynion IV & Martin Simmonds – The department of truth (Image)
Wat als de wereld werkelijk verandert door de complottheorieën die we elkaar vertellen? Dit is het uitgangspunt van de prachtig geschilderde nieuwe maandelijkse comic van voormalig Batman-schrijver Tynion IV. Nog maar vier nummers ver, maar deel drie is hartverscheurend en diep, over een moeder die haar kind aan een schietpartij is verloren, maar door de druk van wappies gaat geloven dat het allemaal een hoax is. En dan leeft haar zoon plotseling weer.

5. Jan Venselaar – Heeft het beeldverhaal in Nederland nog toekomst? Een inventarisatie van knelpunten en kansen (9eKunst)
De door Jan Venselaar op 9e Kunst aangezwengelde discussie in mei over of de strip in Nederland nog een toekomst heeft. Met vuur vervolgd (in beide betekenissen) op Facebook en dankzij Stefan Nieuwenhuis een kiekje ervan in Zone 5300. Is de strip al gered? Zijn we het eens over geworden wat er moet worden gedaan? Zoveel vragen en helaas is de discussie weer naar de achterkamers verhuisd. Dat roept om een vervolg!

 


Aaron OmslagStefan Nieuwenhuis

1. Ben Gijsemans – Aaron (Oogachtend)
Aaron is een verstikkend en tragisch verhaal over een sociaal onhandige twintiger die worstelt met zijn precaire seksuele gevoelens. Gijsemans beeldt alles minutieus uit: gesprekken worden per seconde uitgetekend, stiltes over pagina’s uitgesmeerd. Deze repetitieve scenes leveren een unieke narratieve dwang op. Zelden zo’n confronterend boek gelezen. Nee, wacht: nooit zo’n confronterend boek gelezen.

2. Katie Skelly – Maids (Fantagraphics)
Grootste ontdekking van het jaar. Maids is een zinderend, waargebeurd misdaadverhaal dat wordt naverteld in een compleet houterige tekenstijl, in een onooglijke schrijfletter. Desalniettemin bouwt Skelly de spanning torenhoog op en laat de lezer compleet nerveus achter. Waanzinnig.

3. Jean-Marc Rochette – De wolf (Casterman)
Een verstilde vertelling over de natuur, over leven en eerbied. Rochette was ineens overal, met de publicatie van zijn IJstrein-cyclus – naar aanleiding van de Netflix-adaptatie. Zomaar daarna kwam De wolf én het alleen in het Engels vertaalde Altitude. De wolf is een album dat veel te weinig aandacht heeft gekregen. Onterecht, het heeft alles in zich om een moderne klassieker te worden.

4. Ed Brubaker & Sean Phillips – Pulp (Image)
Brubaker en Phillips is al jaren dé gouden combinatie in het crime-genre. Alles wat er uit hun handen komt, is ijzersterk. Hun tussendoortje Pulp is een crime noir in fluisterstand: de ingetogen misdaadstrip over cowboys en nazi’s is groots en meeslepend. In Pulp gaat alles in stilte en zonder grote gebaren, het is één en al ingetogenheid en defaitisme. Maar vergis je niet, de twee bejaarde hoofdrolspelers zijn nietsontziend en gruwelijk efficiënt.

5. Matthew Dooley – Flake (Jonathan Cape)
Typisch Britse feelgoodstrip over twee ijs verkopende halfbroers die om de nalatenschap van hun vader strijden. Flake is een fijne graphic novel: het tempo, de stijl en vertelling zijn perfect in balans. Het is een verhaal met een trieste ondertoon, waarin veerkracht het succes bepaalt. Hoofdpersoon Howard moet van ver komen, maar niets blijkt onmogelijk.

Plus een paar niet te missen ex-aequo’s:

Christian Lax – Moeder met kind (Daedalus)
Guarnido & Ayroles – Goud van de zwendelaar (Uitgeverij L)
Noah van Sciver – The Complete Works of Fante Bukowski (Fantagraphics)
en voor de kleintjes: Jared Cullum – Kodi (Top Shelf)

 


Laurike in ’t Veld

1. Joe Sacco – Paying the Land (Jonathan Cape)
Joe Sacco doet in deze strip weer waar hij het best in is: door middel van slow journalism een rijkgeschakeerd verhaal vertellen. Sacco bezoekt de Dene – de inheemse inwoners van noord-Canada die zich staande proberen te houden terwijl het kapitalisme en gas- en oliewinning hun levens veranderen. Sacco’s tekeningen zijn weer uitermate gedetailleerd, en benemen soms de adem in hun rijkheid aan informatie. Daarmee haalt Sacco ook het leestempo van het werk flink omlaag. Elke pagina heeft een overvloed aan geschreven en visuele informatie en dat betekent dat je dit werk zeker niet in één ruk uit zult lezen. Het deel over de vreselijke dingen die plaatsvonden op de zogenaamde residential schools zal me nog lang bijblijven.

2. Pat Grant – The Grot (Top Shelf)
Aan het begin van 2020 las ik een voorproefje van Pat Grants The Grot online en ik was direct verkocht. The Grot is een eco-dystopische strip waarin de klimaatcrisis een ranzige, druipende en stinkende vorm heeft aangenomen. De broers Lippy en Penn reizen met hun moeder naar de moerasstad Falter City, waar menig gelukzoeker hoopt algen – het groene goud – te vinden. Grants strip zit steengoed in elkaar; het is grappig, het verhaal loopt als een trein en de personages zijn memorabel. De stijl is heerlijk in zijn vuiligheid, je proeft en ruikt bijna het verderf.

3. Erik de Graaf – Scherven & Littekens (Dupuis)
Met Littekens voegde Erik de Graaf het tweede deel toe aan het in 2010 verschenen Scherven – een mooi tweeluik over hoe gewone mensen de Tweede Wereldoorlog beleefden en overleefden, met een belangrijke nadruk op de effecten die ook na de oorlog nog doorwerken. Dit is geen grootse avonturenstrip met een comfortabele morele categorieën als goed en fout. Integendeel, de Graaf tekent in zijn strak belijnde en helder gevlakte stijl een verhaal op zonder helden of overwinnaars, maar met mensen die keuzes maakten en met de gevolgen daarvan moeten leven. Een belangrijke toevoeging aan het Nederlandse oeuvre van WOII-strips.

4. Steven Appleby – Dragman (Podium)
Een superheldenverhaal met een zeer verfrissende twist. Appleby gebruikt zijn eigen ervaringen met travestie om het verhaal op te tekenen van August Crimp, een gelukkig getrouwde man wiens verleden als superheld, ‘dragman’, hem toch niet met rust laat. Appleby’s stijl is ongepolijst, met lijntjes die wiebelen en daardoor een zachte kwaliteit aan het verhaal geven. Tel daarbij op dat Appleby een aantal mooie vondsten heeft – mensen moeten bijvoorbeeld een superheldenverzekering afsluiten om gebruik te kunnen maken van hun diensten – en de graphic novel is een liefdevolle ode aan crossdressing en de menselijke complexiteit.

5. Tian Veasna – Year of the Rabbit (Drawn & Quarterly)
Tian Veasna’s Year of the Rabbit is een belangrijke titel door zijn focus op de, in strips toch wat onderbelichte, genocide in Cambodja. Veasna tekent zijn eigen verhaal: hij werd drie dagen na de machtsgreep van de Khmer Rouge geboren. De strip vertelt hoe zijn familie poogt zichzelf in veiligheid te brengen in een land dat de netten om hen sluit. Veasna laat daarbij op indrukwekkende wijze zien hoe de terreur van het regime langzaam het leven binnensijpelt en hoe mensen tegen elkaar opgezet werden. Veasna neemt zijn tijd – 400 pagina’s maar liefst – en het resultaat is een beklemmend werk dat nog lang na blijft sudderen bij de lezer.

Plus een eervolle vermelding:

The Shadow Prophet van Marissa Delbressine en Anne Delseit mag niet ontbreken. De strip, die in delen wordt uitgegeven op het platform Webtoons, heeft alle smaakmakende elementen van een goed en spannend dystopisch verhaal en is prachtig getekend. En er valt nog uit te kijken naar nieuwe delen, want de strip is nog niet af.

 


Sigge Stegeman

1. Vincent Perriot – Negalyod (Daedalus)
Sciencefiction die zowel fris als vertrouwd aanvoelt, gemaakt door een auteur die snapt hoe je sf het beste tot zijn recht laat komen in stripvorm. In Frankrijk lijkt dit soort indie-sf, al dan niet in dikke-pilvorm, al een tijdje in opmars, dus laten we hopen dat er meer overwaait.

2. Adrian Tomine – The Loneliness of the Long Distance Cartoonist (Drawn & Quarterly)
De meester van social awkwardness laat eens te meer zien dat zijn tenenkrommende anekdotes zich niet alleen lenen voor zwaarmoedige verhalen, maar ook voor humoristische. Laugh out loud funny.

3. Claire Fauvel – Phoolan Devi. Rebel Queen (NBM)
Het waargebeurde verhaal van Phoolan Devi, een ‘onaantastbare’ Indiase vrouw die haar eigen keuzes wenste te maken en weigerde nog langer een speelbal te zijn van mannen, hogere kasten en familie-eer. Ze bereikte veel, maar kon niet voorkomen dat ze in 2001 uiteindelijk op gewelddadige wijze om het leven werd gebracht. Een schokkend en invoelbaar levensverhaal, zonder melodrama verteld en met af en toe een sprankje hoop en actueler dan ooit.

4. Fred Neidhardt & Fabrice Tarrin – Robbedoes door… Robbedoes bij de Sovjets (Dupuis)
Een Robbedoes zoals een Robbedoes hoort te zijn: grappig, avontuurlijk, vlot verteld en met een goed gevoel bij het dichtslaan. Kunnen deze twee heren de lopende serie niet overnemen?

5. Marc-Antoine Mathieu – Maurits Cornelis van Esk: De oorsprong (Sherpa)
Fijnproevers hebben er lang op moeten wachten, maar nu is het werk van Mathieu dan eindelijk ook in het Nederlands te krijgen. Mathieu deconstrueert het medium met veel humor en verrassend slimme vondsten en gaat verder waar Fred en Andreas stoppen. De avonturen van Van Esk zijn een uitstekende introductie, maar het beste moet (hopelijk) nog komen.

Troostprijs: Quentin VijouxEugène (Rotopol) 
Ik las afgelopen jaar acht titels die stuk voor stuk de eerste plaats verdienden, als ze maar in 2020 waren verschenen. De mooiste was Eugène uit 2013, een eendagsvlieg door de Franse illustrator Quentin Vijoux. Een jongeman trekt naar de stad voor werk, maar wordt het middelpunt van een sinister plot. Hartverwarmend, integer en sprookjesachtig, maar ook vervreemdend en gruwelijk. Sierlijk verbeeld in dromerige pentekeningen.

 


Aaron OmslagMarc Bastijns

1. Ben Gijsemans – Aaron (Oogachtend)
Na een lange aanloopperiode zorgde Ben Gijsemans dit jaar voor de opvolger van zijn opvallende debuut Hubert. Hij zorgde voor het meest markante album, waarin hij uiterste precisie en techniek combineert met een heel bewust vertelritme. De problematische gevoelens van zijn hoofdpersonage laat hij heel genuanceerd tot uiting komen, waardoor de lezer nooit gedwongen wordt Aaron ‘goed’ of ‘slecht’ te vinden. Een album dat verwart en ontregelt.

2. Michel Rabagliati – Paul à la Maison (La Pastèque)
In 2020 verscheen deze nieuwe van Michel Rabagliati zowel in het Frans als (later op het jaar) in het Engels. Het Nederlands blijft voorlopig verstoken van nieuw werk van deze Canadees sinds het sympathieke Pauls Vakantiebaantje uit 2005. In de vorige delen waren de belevenissen van Paul altijd wat omgeven door een nostalgisch waas, maar dat laat Rabagliati in dit nieuwe boek achterwege, waardoor dit album nog een stuk persoonlijker is dan de voorgaande. Dit is het nieuwe boek van één van de beste stripvertellers ter wereld.

3. Delep & Dorison – De Beestenburcht 1 & 2 (Casterman)
De Beestenburcht maakte bij de start van 2020 een opgemerkte entree, samen met debutant / tekentalent Felix Délep. Zopas verscheen al het tweede deel, dat alle goeds van het eerste deel bevestigde. Scenarist Xavier Dorison breit met deze dierenfabel een imposant verlengstuk aan zijn succesreeksen van de voorbije jaren. Délep en Dorison zijn een stevige tandem die van De Beestenburcht de Blacksad voor de nieuwe generatie maken.

4. Le Roux, Chevallier & Brunschwig – Les Frères Rubinstein 1 & 2 (Delcourt)
Langs deze weg breek ik graag een lans voor het werk van Luc Brunschwig. Deze Fransman schrijft al tientallen jaren strips, maar het lijkt er op dat de Nederlandstalige uitgeverijen zijn werk pas de laatste jaren echt goed ontdekt hebben: Holmes (Daedalus), Urban (Dark Dragon Books) of De Macht der Onschuldigen (Saga Uitgaven). In 2020 lanceerde Brunschwig een gloednieuwe reeks die meteen de verwachtingen hoog stelt. We volgen het verhaal van twee joodse broers tussen 1927 en 1948. De twee eerste albums lijken alvast de aanzet voor een nieuwe klassieker. Voorlopig nog onvertaald, maar wie weet brengt 2021 hierin verandering.

5. Singelin & Run – Loba Loca (Ankama)
Ook deze laatste is een onvertaalde parel. Bovendien gaat het om een spin-off van een andere, eveneens onvertaalde strip (Mutafukaz). De kansen op vertaling lijken dus quasi-nihil, maar toch verdient Loba Loca de aandacht. De integrale editie bundelt de reeks van Guillaume Singelin en scenarist (en bedenker van Mutafukaz) Run. In een gefantaseerde wereld die sterk aan een Amerikaanse grootstad doet denken, maken we kennis met Guada, die opgroeit in een grijze randstad. Haar jeugd en levenspad worden met passie en compassie beschreven in de meest vurige graphic novel van het jaar.

 


Peter Moerenhout

1. Spurrier & Wildgoose – Alienated (Boom! Studios)
Drie pubers, elk een outcast om een andere, hoogst persoonlijke reden, vinden een buitenaards wezen. Met de krachten van die baby alien kunnen ze de realiteit naar hun hand zetten. Extreem goed uitgewerkte personages, voelbare teenage angst en een einde waar zelfs the Grinch tranen van in de ogen krijgt. Extra bonus: de reeks is afgerond en verkrijgbaar in een handige bundeling.

2. Hill & Immonen – Plunge (DC Black Label)
De bemanning van een bergingsschip vindt meer dan wat ze zochten: een schip dat al jarenlang vermist is en een neergestort ruimteschip. Ook hier zijn het de goed uitgewerkte personages die de show stelen. Dat en de fantastische tekeningen van Stuart Immonen. Een creepy eighties plot doet de rest. The Thing voor de twenties. Ook hier een afgeronde reeks, te krijgen in één bundeling.

3. Zdarsky & Pérez – Stillwater (Image)
Nadat hij een vreemde brief inzake een erfenis ontvangen heeft trekt Daniel West met een vriend naar het dorpje Stillwater. Daar ontdekken de twee dat er iets vreemds aan de hand is in het dorpje: niemand wordt er ouder, niemand sterft. Tot hun gruwel ontdekken ze ook dat niemand er mag vertrekken. Op briljante wijze belichten de makers wat dit gegeven doet met een gemeenschap en trekken ze hun premisse door tot beenharde conclusies.

4. Phillips & Condon – That Texas Blood (Image)
Eerste story arc van een noir serie die zich afspeelt in Texas. Duister, gritty en had ik de goed uitgewerkte personages al vernoemd? Een man keert terug naar het onooglijke dorpje waar hij opgroeide op zoek naar de moordenaar van zijn broer. Machtige ontknoping!

5. Jarry & Créty – Decornum (Image)
Huurmoordenarij op macro- en metaniveau. In Decornum volgen we de training van een jonge acoliet in een all female kosmisch huurmoordenaarsgilde. De tekeningen zijn overdonderend goed, het verhaal een puzzel die je pas na 60 pagina’s begint te begrijpen. Moeilijk kan ook en is des te bevredigend!

 


Teunis Bunt

1. Steffen Kverneland – Vrijwillig dood (Scratch Books)
Een zoon verhoudt zich tot zijn vader die suïcide heeft gepleegd. Een zoektocht die tegelijkertijd een zelfonderzoek is. Indrukwekkend.

2. Marcel Ruijters – Eeuwig 1913 (Sherpa)
Ruijters schept een eigen universum waarin de aardse wetten niet meer gelden. Dat is altijd een avontuur.

3. Olivia Burton – Een Engelsman in mijn boom (Scratch Books)
De hoofdpersoon gaat op zoek naar een mogelijke voorvader, maar eigenlijk naar zichzelf. Wordt nergens zwaar, zonder concessies te doen aan de ernst.

4. Jan Godschalk & Ton Kooreman – Sadine, de doornige roos van het Westen (Sherpa)
Meer jaren zestig krijg je het niet: sterk getekende strip uit 1967/1968 en zo uitgegeven dat je helemaal terug bent in de jaren zestig.

5. Benjamin Renner – Baby op komst (Scratch Books)
De grappigste strip die ik dit jaar las. Herinnerde mij eraan dat strips ook gewoon leuk kunnen zijn en toch heel goed.

 


Gert-Jan van Oosten

1. Ed Brubaker & Sean Philips – Pulp (Image)
Een oude schrijver (Max) schrijft in de nadagen van de glorietijd van de pulp over een cowboy en zijn partner. Maar hoeveel is verzonnen en hoeveel is waargebeurd? In een wereld van opkomende nazi’s en geldzorgen houdt Max zich met moeite overeind. Een spannende thriller die je direct meeneemt in de wereld van Max voor wie de wetten vanuit het Wilde Westen nog steeds gelden.

2. Geoff Johns & Jason Fabok – Three Jokers (DC Black Label)
DC-schrijver Geoff Johns wist dat hij iets controversieels ging maken toen hij dit verhaal schreef. Hij kondigde aan dat als mensen het geen goed idee vonden, het alleen in deze serie zou plaatsvinden. Het verhaal is uitgeven onder het Black Label van DC, waar verhalen verteld kunnen worden die niet in het ‘echte’ DC-universum passen. In Three Jokers komt Batman erachter waarom de Joker zo vaak zijn tegenstander is.

3. Chip Zdarsky & Marco Checchetto – Daredevil (Marvel)
De huidige run van Daredevil van Chip Zdarsky en Marco Checchetto is een ondergewaardeerde serie. Als Hell’s Kitchen weer eens wordt aangevallen, gaat Daredevil ongewild een grens over. Hij doodt iemand. De gevolgen van deze daad zijn groots. Chip maakt van deze Daredevil run een geweldige crime thriller en de tekeningen van Marco maken het nu al een van de beste in de Daredevil geschiedenis.

4. Zeb Wells & Stephen Segovia – Hellions (Marvel)
De X-Men revival onder Jonathan Hickman is goed. Deze grootmeester heeft de X-Men nieuw leven gegeven, de verrassing is Hellions: een serie van grotendeels (obscure) schurken die onder begeleiding van een van de grootste manipulators in het gehele Marvel Universum missies uitvoeren. Er zit zoveel humor in deze serie dat je het met een grote glimlach uitleest.

5. Dimitri Jansma – Rock Karikaturen (eigen beheer)
Dimitri Jansma heeft een stripalbum gemaakt waarin hij zijn muzikale helden optekent op zijn eigen karikaturale wijze. Avonturen rondom concerten die Jansma ooit heeft bezocht. Maar hij vertelt ook persoonlijke verhalen: hij mocht vroeger geen muziek van KISS luisteren omdat dat muziek van de duivel zou zijn. Een prachtig boek, met een eigen Spotifylijst, waardoor je ook nog eens nieuwe muziek ontdekt.

 


Tamara Ansing

1. Ariel Ries – Cry Wolf Girl (ShortBox)
Cry Wolf Girl is simpelweg een ontzettend goede strip met een hoopvolle boodschap die zeker in zo’n angstig jaar als 2020 de nodige troost kan bieden.

2. Petra Nordlund – Tiger, Tiger (Hiveworks)
Tiger, Tiger is in 2018 begonnen, maar loopt nog steeds en het einde is nog niet in zicht.
Tiger, Tiger is een avonturenstrip met fijne balans tussen komedie, romantiek en spanning, wat soms visueel gezien zelfs naar het horror-achtige neigt. Het is een ontzettend mooie strip om te zien, met zijn sepia-tonen, expressieve illustraties en zeescènes die je doen voelen alsof je zelf aan boord staat om de boot drijvend te houden. Omdat Tiger, Tiger een doorlopende strip is, maakt die nu al kans om volgend jaar nogmaals bij mij op de lijst te komen.

3. Trung Le Nguyen – The Magic Fish (Random House)
De Vietnamese vluchtelinge Hiến en haar zoon Tiến hebben te maken met een kleine taalbarriére: Hiến spreekt met name haar moedertaal, terwijl Tiến met name Engels spreekt. Moeder en zoon besluiten daarom elkaar sprookjes voor te lezen, zodat zij elkaar kunnen helpen met het uiten in beide talen. Ondertussen mist Hiến haar thuisland, en met name haar moeder. Tiến zelf worstelt met zijn eigen problemen: hij staat op het punt uit de kast te komen, maar weet niet hoe hij de juiste woorden in het Vietnamees moet vinden om dit duidelijk te maken.
Trungs tekenstijl is elegant en dromerig en komt het beste tot zijn recht in de hervertellingen van de sprookjes. Het verhaal snijdt onderwerpen aan als familieliefde, immigratie, geaardheid en het belang van verhalen, maar doet dit op een tedere manier, waardoor je als lezer met een verwarmd gevoel de laatste pagina omslaat.

4. Paolo Baron & Ernesto Carbonetti – Paul Is Dead (Image)
Wie bekend is met complottheorieën zal vast wel eens gehoord hebben van de “urban legend” over Paul McCartney. De theorie stelt dat McCartney in 1967 in een auto-ongeluk overleden is en door een look-alike is vervangen om onrust bij rouwende Beatles fans te voorkomen. Paul is Dead speelt met deze moderne mythe. De strip blijft ambigu in zijn antwoorden, waardoor er nog wat te raden overblijft. Een feest voor het oog!

5. Alec Robbins – Mr. Boop (in eigen beheer op Twitter)
De online cultstrip Mr. Boop is een vreemde. Het is een strip waarvan je niet weet of je het moet aanraden of mensen er voor moet waarschuwen. Mr. Boop volgt het (naar eigen zeggen) ware verhaal van het huwelijk tussen de maker Alec Boop (meisjesnaam Robbins) en zijn vrouw, Betty Boop. Ja, die Betty Boop. De strip leest weg als slechte 18+ fanfiction, maar met een vette knipoog naar de lezer. Het is op z’n minst een rare, maar zeer humoristische ervaring met een dikke metalaag, waarbij je niet weet of je nu moet lachen om de absurde situaties, of om de plaatsvervangende schaamte die je voelt voor de maker. Fantastische comedy of zenuwslopend horrorfest, het is moeilijk om weg te kijken.